Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:6960

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16-08-2017
Datum publicatie
01-09-2017
Zaaknummer
5732522 \ CV EXPL 17-1505 (H.K.)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Er is geen sprake van onrechtmatig handelen van de notaris jegens de echtgenote van erflater, die door erflater is onterfd. De notaris heeft zorgvuldig gehandeld, geen reden het Stappenplan te volgen, nu er geen twijfel was over de wilsbekwaamheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2017-0187
RFR 2018/11
RN 2017/109
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 5732522 \ CV EXPL 17-1505 (H.K.)

Uitspraakdatum: 16 augustus 2017

Vonnis in de zaak van:

[eiseres]

wonende te [woonplaats 1]

eiseres

verder te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr.drs. A. Waayer, jurist te Den Haag

tegen

[gedaagde]

notaris te [vestigingsplaats]

kantoorhoudende te [vestigingsplaats]

gedaagde

verder te noemen: de notaris

gemachtigde: mr. H.J. Delhaas, advocaat te Amsterdam.

1 Het procesverloop

1.1.

[eiseres] heeft bij dagvaarding van 14 februari 2017 een vordering tegen de notaris ingesteld. Nadien zijn nog producties door haar overgelegd. De notaris heeft schriftelijk geantwoord en ook producties overgelegd.

1.2.

Op 4 juli 2017 heeft een zitting plaatsgevonden, in aanwezigheid van partijen en hun gemachtigde. Aan de zijde van [eiseres] is tevens meegekomen [naam 1] , voormalig gemachtigde van mevrouw [eiseres] . De gemachtigde van [eiseres] heeft pleitaantekeningen overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

2 De feiten

2.1.

Op 11 mei 2013 is te Heerhugowaard overleden [erflater] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] , met als laatste woonplaats [woonplaats 2] , hierna te noemen erflater.

2.2.

Erflater was ten tijde van zijn overlijden gehuwd, onder het maken van huwelijksvoorwaarden - inhoudende uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen - met [eiseres] . Uit dit huwelijk is één thans nog minderjarig kind geboren, te weten: [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] , wonende bij [eiseres] .

2.3.

Erflater heeft bij testament, op 30 januari 2013 verleden voor de notaris, [gedaagde] , over zijn nalatenschap beschikt en daarbij onder de last van enige legaten als enig en algeheel erfgenaam achtergelaten zijn minderjarige zoon [minderjarige] .

In het testament zijn – onder meer – de volgende bepalingen opgenomen:

‘(…)

3. De gerechtigde is niet bevoegd de onroerende zaak te vervreemden, te bezwaren te verhuren of aan derden, onder welke titel dan ook in gebruik te geven anders dan in deze akte is bepaald.

4. Mede ter nakoming van mijn verzorgingsplicht en mijn wens mijn echtgenote verzorgd achter te laten, ken ik haar als gerechtigde toe de bevoegdheid in de zin van artikel 3:212 van het Burgerlijk Wetboek over de onroerende zaak te beschikken, doch uitsluitend en alleen in het geval onverhoopt mocht blijken dat verhuizing naar een andere koopwoning noodzakelijk is vanwege financiële redenen (dat wil zeggen: de woonlasten van de grote en robuuste woning aan het [adres] zijn voor mijn echtgenote en/of mijn zoon – indien en zolang hij op voormeld adres woonachtig is – te zwaar omdat de woonlasten niet meer bekostigd kunnen worden uit de reguliere inkomsten voortvloeiende uit het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) Nabestaandenpensioen en/of door mijn echtgenote en/of zoon -indien en zolang hij op voormeld adres woonachtig is- verrichte arbeid en er anders op het door mij nagelaten vermogen zou moeten worden ingeteerd) dan wel noodzakelijk is vanwege de bevordering van het welzijn of de ontwikkeling van mijn zoon.

Hetgeen in de plaats van de aan het vruchtgebruik onderworpen zaak treedt doordat daarover beschikt is, behoort aan de hoofdgerechtigde(n) toe en is eveneens aan het vruchtgebruik onderworpen, een en ander onder dezelfde voorwaarden als genoemd in deze bepaling D.1.b. Ingeval van zaaksvervanging in voornoemde zin, dient mijn echtgenote ervoor te zorgen dat de tenaamstelling hoofdgerechtigde(n)/beperkt gerechtigde in de openbare registers juist wordt ingeschreven.

Verder zal bij vervanging van de woning in voornoemde zin tien procent (10%) van de verkoopprijs gebruikt kunnen worden voor herinrichting van de nieuwe koopwoning. De resterende verkoopopbrengst wordt toegevoegd aan de bestaande spaarsaldi van mijn zoon, een en ander op een vanuit fiscaal oogpunt zo vriendelijk casu quo gunstig mogelijke wijze.

(…)

6. De gerechtigde is niet vrijgesteld van de verplichting tot het stellen van zekerheid als bedoeld in artikel 3:206 BW.

(…)

11. De woning en de bijhorende tuinen aan het [adres] verkeren thans in een uitstekende staat van onderhoud en de gerechtigde is verplicht deze staat ongewijzigd te laten en zorg te dragen dat deze uitstekende staat wordt gecontinueerd.

De gerechtigde is verplicht om in de woning aan de [adres] mijn werkkamer in stand te laten zoals deze was ten tijde van mijn overlijden.

12. De gerechtigde heeft de verplichting om de hierna genoemde leden van haar familie de toegang tot de woning gelegen aan het [adres] te allen tijde te ontzeggen. Deze ontzegging geldt in het bijzonder ten aanzien van haar moeder met eventuele partner/vriend, haar broer met echtgenote en hun kinderen, haar zus met echtgenoot en hun kinderen.

Deze ontzegging is onherroepelijk, is absoluut en geldt onder alle omstandigheden.

Ten bewijze van de onvoorwaardelijke nakoming van deze bijzondere verplichting is gerechtigde verplicht een daartoe strekkende door een notaris opgestelde schriftelijke verklaring te ondertekenen en deze ter ondertekening aan mijn zoon voor te lezen en in kopie te verstrekken aan mijn zoon, mijn oudste zus, [naam 4] en haar twee kinderen [kind 1] en [kind 2] , en aan mijn jongste zus, [naam 2] .

13. Gerechtigde heeft een geheimhoudingsplicht ten aanzien van de inhoud van dit testament en over de afwikkeling van de nalatenschap en over al datgene wat daar direct of indirect mee samenhangt of daaruit voortvloeit.

Deze geheimhouding van gerechtigde geldt in het algemeen tegenover derden en meer in het bijzonder ten aanzien van haar familieleden onder wie nader genoemd haar moeder, haar broer en diens echtgenote en hun kinderen en haar zus en diens echtgenoot en hun kinderen. Deze absolute geheimhoudingsplicht geldt zowel tijdens het bestaan van het beperkt recht alsook ten aanzien van de periode na het beëindigen van dit beperkt recht.

Ten bewijze van de onvoorwaardelijke nakoming van deze bijzondere verplichting is gerechtigde verplicht een daartoe strekkende door een notaris opgestelde schriftelijke verklaring te ondertekenen en deze ter ondertekening aan mijn zoon voor te lezen en in kopie te verstrekken aan mijn zoon, mijn oudste zus, [naam 4] en haar twee kinderen [kind 1] en [kind 2] , en aan mijn jongste zus, [naam 2] .

c. Hypotheekschuld

Het is mijn uitdrukkelijke wens, dat indien voormeld registergoed ten tijde van mijn overlijden niet geheel vrij van hypotheek zal zijn, de (restant)hypotheekschuld geheel zal worden afgelost uit het overige door mij nagelaten vermogen -waaronder ik tevens versta de uitkering(en) uit overlijdensrisicoverzekering(en) en tegoed(en) opgebouwd in de spaarhypotheek- zodat de woonlasten voor mijn echtgenote en/of mijn zoon zo laag mogelijk zullen zijn.

(…)’

2.4.

In gemeld testament heeft erflater een beheersexecuteur benoemd. Onder punt J. van het testament is onder meer het volgende opgenomen:

‘Ik benoem tot executeur – zulks ter keuze van de notaris-bewaarder van deze minuut-akte – één

der notarissen of kandidaat-notarissen, verbonden heet kantoor van Van Leersum & Van der

Ploeg Notarissen (…)’

2.5.

In gemeld testament heeft erflater tevens een bewind ingesteld over het door zijn voornoemde zoon [minderjarige] krachtens erfrecht verkregen vermogen. Dit bewind eindigt onder meer, wanneer deze zoon de leeftijd van 23 jaar bereikt. Erflater heeft [eiseres] aangewezen als bewindvoerder over dat vermogen. In het testament is onder M. Beschermingsbewind onder d. Benoeming bewindvoerder, het volgende opgenomen:

‘Ik benoem tot bewindvoerder; mijn echtgenote, onder de ontbindende voorwaarde dat alle belangrijke handelingen (zoals het beschikken over, de verhuur van en de herbelegging van onder bewind gesteld vermogen) en alle financieel georiënteerde handelingen die een belang van tweehonderd vijftig euro (€ 250,00) te boven gaan, vooraf de instemming behoeven van mijn oudste zus [naam 4] en mijn jongste zus [naam 2] .

Ingeval van weigering de bewindvoering te aanvaarden, defungeren of ontstentenis van de bewindvoerder benoem ik tot bewindvoerders: mijn zus [naam 4] en mijn zus [naam 2] . Zij zullen alsdan gezamenlijk bevoegd zijn.

Ingeval van weigering door mijn beide zusters de bewindvoering te aanvaarden, dan wel hun beider defungeren of ontstentenis, benoem ik tot bewindvoerder: een professioneel bewindvoerderskantoor, aan te wijzen door de executeur dan wel de boedelnotaris.

(…)’

2.6.

Aan het eind van het testament, op bladzijde 16, heeft de notaris de volgende tekst laten opnemen:

SLOT AKTE

Alvorens tot het verlijden van deze akte over te zijn gegaan, heb ik, notaris, van de zakelijke

inhoud aan de comparant mededeling gedaan en heb daarop toelichting gegeven.

Nadrukkelijk heb ik de comparant erop gewezen dat indien in het vorenstaande een bepaling is

vermeld die onmogelijk is te vervullen of die in strijd is met de goede zeden, de openbare orde

of een dwingende wetsbepaling, die bepaling voor niet geschreven zal worden gehouden.

De comparant heeft daarop nadrukkelijk verklaard dat het vorenstaande zijn uiterste wil bevat

en dat hij de onderhavige akte niettemin zo geformuleerd wenst te zien.’

2.7.

De nalatenschap is voor en namens de minderjarige erfgenaam door [eiseres] op 8 juli 2013 beneficiair aanvaard.

2.8.

De bij testament aangewezen beheersexecuteur heeft deze taak niet aanvaard.

2.9.

Ook de bij testament aangewezen testamentair bewindvoerders – [eiseres] en de beide zusters van erflater – hebben deze taak niet aanvaard.

2.10.

Op 10 oktober 2014 heeft de kantonrechter te Alkmaar een beschikking gegeven (zaaknummer 2410199 \ EJ VERZ 13-272) waarbij onder meer is bepaald dat de erfgenaam verplicht is mee te werken aan een levenslang vruchtgebruik op de woning en de inboedel als bedoeld in artikel 4:29 van het Burgerlijk Wetboek [BW] ten behoeve van [eiseres] . Tevens is de executeur dan wel de boedelnotaris in de gelegenheid gesteld om binnen twee maanden na datum van de beschikking een (professioneel) testamentair bewindvoerder aan te wijzen.

2.11.

Op 29 november 2016 heeft de kantonrechter te Alkmaar een beschikking gegeven (zaaknummer 4818066 \ EJ VERZ 16-68) waarbij onder meer het volgende is beslist:

I. bepaalt dat de erfgenaam, [minderjarige] , verplicht is mee te werken aan de vestiging van een levenslang vruchtgebruik ten behoeve van verzoekster, [eiseres] , op de gehele nalatenschap, als bedoeld in artikel 4:30 BW;

II. verklaart vervallen de testamentaire last zoals in het testament omschreven onder D ‘Legaten’ sub 3 ‘Geldbedragen’, om de geldlegaten uit te keren;

III. verklaart vervallen de testamentaire last zoals in het testament omschreven onder D ‘Legaten’ sub c ‘Hypotheekschuld’ om de hypotheekschuld rustend op de woning [adres] zoveel mogelijk af te lossen;

IV. schrapt de ontbindende voorwaarde zoals in het testament opgenomen onder M ‘Beschermingsbewind’ sub d. ‘Benoeming bewindvoerder’;

V. benoemt tot testamentair bewindvoerder [naam 1] .

3 De vordering

3.1.

[eiseres] vordert dat de kantonrechter de notaris veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 23.813,16, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 januari 2013 tot aan de dag der voldoening, met veroordeling van de notaris in de proceskosten.

3.2.

[eiseres] legt aan de vordering – kort weergegeven – het volgende ten grondslag.
Er wordt vergoeding van schade van de notaris gevorderd, omdat zij jegens [eiseres] onrechtmatig heeft gehandeld door het testament op 30 januari 2013 in de huidige vorm te passeren. Het testament is in strijd met het recht, de openbare orde en de goede zeden en heeft grote invloed gehad op het dagelijks leven en de financiële positie van [eiseres] en haar zoon [minderjarige] . In haar beschikking van 10 oktober 2014 heeft de kantonrechter de beperkende voorwaarden van het vruchtgebruik opgeheven, diverse bepalingen nietig verklaard en de inboedellegaten verworpen. In zijn beschikking van 29 november 2016 heeft de kantonrechter de financieel bezwarende bepalingen alsmede de legaten in het testament vernietigd c.q. buitenwerking gesteld. Ook heeft de kantonrechter overwogen, dat het in handen leggen van controle op de belangen van zoon [minderjarige] op de ex-schoonzussen van [eiseres] onzinnig is en kennelijk ingegeven door de wens van erflater om het leven van zijn echtgenote zo onaangenaam mogelijk te maken. [eiseres] heeft hoge kosten moeten maken om het testament bij de kantonrechter buiten-effect te stellen. Deze kosten zijn schade voor [eiseres] en deze schade wordt door [eiseres] van de notaris gevorderd. De notaris heeft gehandeld in strijd met de wettelijke verplichting die op haar als notaris rust, waardoor sprake is van schending van artikel 21 van de Wet op het notarisambt [Wna]. De notaris is meer dan slechts een ‘doorgeefluik’ en heeft ook rekening te houden met de belangen van de erfgenamen en legatarissen. De notaris had haar ministerieplicht in dit geval moeten weigeren op grond van artikel 21 lid 2 Wna.

3.3.

Subsidiair stelt [eiseres] zich op het standpunt dat de notaris nader onderzoek had moeten verrichten naar de wilsbekwaamheid van erflater, omdat er sterke aanwijzingen waren dat hij ten tijde van het opstellen van het testament niet (geheel) wilsbekwaam was. Hij was ernstig ziek en was onder behandeling van een psychiater. Ook de ongebruikelijke bepalingen in het testament hadden de notaris argwanend moeten maken. Bovendien heeft [eiseres] de notaris opgebeld, de middag nadat erflater haar had bezocht. Dit alles had voor de notaris aanleiding moeten zijn het ‘Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid’ van de KNB te volgen, dat hier speciaal voor ontwikkeld is. Nu vaststaat dat de notaris dit Stappenplan niet heeft gevolgd, is sprake van schending van de zorgvuldigheidsnorm en geldt de omkeringsregel en is de notaris in beginsel aansprakelijk voor de schade. Ten slotte wordt onrechtmatig geacht dat de notaris zonder opgave van redenen heeft geweigerd het executeurschap te aanvaarden.

3.4.

De schade die [eiseres] van de notaris vordert, betreft de volgende posten:

  • -

    de kosten in verband met het vervallen laten verklaren van het testament, zijnde € 17.431,27;

  • -

    de immateriële schade, vanwege psychisch letsel, door de grote inbreuk die dit alles heeft gehad op het leven van [eiseres] en haar zoon [minderjarige] , zijnde € 4000,--;

  • -

    de onterechte kosten die de notaris in rekening heeft gebracht in verband met het opstellen van het testament, zijnde € 2.381,89 (factuur 31 januari 2013).

4 Het verweer

4.1.

De notaris betwist dat zij onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseres] . Zij voert – zakelijk samengevat – het volgende aan.
De notaris heeft zich bij het opstellen van het testament gerealiseerd dat het testament op bepaalde punten mogelijk is strijd was met het recht, de openbare orde en dat het grievende en bezwarende bepalingen bevatte voor mevrouw [eiseres] en haar zoon. Echter, die omstandigheden stonden niet in de weg aan het passeren van de akte vanwege de testeervrijheid van erflater.

Omdat de notaris zich heeft gerealiseerd dat dit geen alledaags testament was, is zij zorgvuldig te werk gegaan. Er zijn meerdere, langdurige gesprekken met erflater gevoerd – op 28 december 2012 en 9, 17 en 30 januari 2013 – alvorens de akte te passeren. Bovendien heeft de notaris daarnaast telefonisch contact met erflater gehad en heeft zij diverse keren de (aangepaste) concepttekst aan hem toegestuurd. Ook heeft de notaris meerdere keren overleg gevoerd met een collega over de inhoud van het testament. Ten slotte heeft zij een bepaling in het testament laten opnemen waarin zij erflater erop wijst dat bepaalde delen van het testament voor niet geschreven kunnen worden gehouden. Erflater was echter zelf jurist en hij wist wat hij deed. De notaris was gehouden haar ministerie te verlenen en heeft op verlangen van de erflater de uiterste wil vastgelegd. Het is niet aan de notaris om de nietigheid van bepalingen te beoordelen, daar is een rechter voor. [eiseres] heeft haar wettelijke rechten ingeroepen, maar dit leidt op zichzelf niet tot aansprakelijkheid van de notaris.

4.2.

Met betrekking tot de subsidiair aangevoerde wils(on)bekwaamheid van erflater voert de notaris het volgende aan.

Zij heeft op geen enkel moment getwijfeld aan de wilsbekwaamheid van erflater, die 53 jaar oud was, en er was daarom voor haar geen reden om het Stappenplan te volgen en/of nader onderzoek te verrichten. Overigens is het volgen van het Stappenplan vrijblijvend. Erflater was, zij het vermoeid, helder en consequent in wat hij zei en was duidelijk in wat hij wilde.

4.3.

Het weigeren van het executeurschap – door [eiseres] meer subsidiair aangevoerd – was niet onrechtmatig. Bovendien waren er goede redenen om dit te weigeren, nu op verzoek van [eiseres] er al een andere notaris bij betrokken was, notaris [naam 3] . Het aanvaarden van het executeurs door [gedaagde] zou voor [eiseres] ondoelmatig zijn geweest en zou haar voor extra kosten hebben geplaatst

4.4.

Met betrekking tot de schade voert de notaris nog aan, dat geen causaal verband is aangetoond tussen het handelen van de notaris en de gestelde schade. Diverse handelingen zouden sowieso door [eiseres] moeten zijn verricht in het kader van het afwikkelen van de nalatenschap en bovendien stond het erflater vrij om [eiseres] te onterven. Een gang naar de rechter was om die reden voor [eiseres] onvermijdelijk. Voor het opmaken van het testament heeft erflater zelf opdracht gegeven en hij heeft ook zelf de betreffende factuur voldaan. De facturen van [eiseres] zijn niet, althans onvoldoende gespecificeerd. Voor vergoeding van immateriële schade is evenmin grond, nu dat niet is veroorzaakt door de notaris. Zij is slechts degene geweest die de uiterste wil heeft opgeschreven.

5 De beoordeling

5.1.

Bij de beoordeling van deze zaak wordt het volgende vooropgesteld.

5.2.

Art. 21 lid 1 Wna verplicht de notaris de haar bij of krachtens de wet opgedragen of de door een partij verlangde werkzaamheden te verrichten. Zij dient haar dienst evenwel te weigeren wanneer naar haar redelijke overtuiging of vermoeden de werkzaamheid die van haar wordt verlangd leidt tot strijd met het recht of de openbare orde, wanneer haar medewerking wordt verlangd bij handelingen die kennelijk een ongeoorloofd doel of gevolg hebben of wanneer zij andere gegronde redenen voor weigering heeft (art. 21 lid 2 Wna). Bij gerede twijfel aan de goede bedoelingen van haar cliënt dient de notaris haar dienst te weigeren of zich door nader onderzoek te overtuigen van het geoorloofde karakter ervan.

5.3.

De functie van de notaris in het rechtsverkeer verplicht haar onder bijzondere omstandigheden ook tot een zekere zorg voor de belangen van derden welke mogelijkerwijs zijn betrokken bij de door haar cliënten van haar verlangde ambtsverrichtingen. Deze zorgplicht kan ertoe leiden dat de notaris gegronde redenen heeft als bedoeld in art. 21 lid 2 Wna om de van haar gevraagde dienstverlening te weigeren of op te schorten. Verleent zij de gevraagde dienst toch, dan kan dit haar civielrechtelijke aansprakelijkheid jegens de betrokken derde(n) meebrengen.

Hierbij is echter van belang, dat het de notaris, gelet op de in art. 22 Wna neergelegde geheimhoudingsplicht, niet is toegestaan zich tot de betrokken derde te richten, behoudens voor zover partijen haar daarvoor toestemming verlenen.

5.4.

In de onderhavige zaak wordt met inachtneming van het voorgaande als volgt geoordeeld.

5.5.

Met betrekking tot de primair aangevoerde grondslag: strijd met art 21 Wna.

De testeervrijheid is een belangrijk uitgangspunt van het erfrecht. Deze vrijheid dient zo veel mogelijk te worden gerespecteerd. De beperkingen die art. 4:44 en art. 4:45 lid 1 BW in het belang van de goede zeden en de openbare orde aan de testeervrijheid stellen, dienen restrictief te worden geïnterpreteerd. Het oordeel over de vraag of een bepaalde uiterste wilsbeschikking nietig is en/of in strijd is met de goede zeden of de openbare orde is primair voorbehouden aan de rechter. De notaris dient zich terughoudend op te stellen bij zijn beoordeling of hij in dit verband gehouden is zijn diensten te weigeren.

5.6.

De kantonrechter stelt voorop dat de bepalingen in het testament die mogelijk in strijd met de goede zeden zouden kunnen zijn (denk aan de bepaling waarin het [eiseres] niet is toegestaan om haar familie toe te laten in de woning en de bepaling waarin [eiseres] verplicht is de werkkamer van erflater in stand te laten) geen onderwerp van geschil zijn geweest in de procedures die [eiseres] heeft gevoerd. Ten aanzien van die bepalingen heeft [eiseres] dan ook geen kosten gemaakt die op de Notaris verhaald zouden kunnen worden.

5.7

Ofschoon de bepalingen waarover zij wel heeft geprocedeerd en waarover de kantonrechter in de beschikkingen van 10 oktober 2014 en 29 november 2016 een oordeel heeft gegeven apart of bijzonder zijn, kan daaraan niet zonder meer de gevolgtrekking worden verbonden dat die bepalingen in strijd zijn met het recht of de openbare orde en daarom niet hadden mogen worden opgenomen in het testament en een reden diende te zijn voor de notaris om haar ministerieplicht te weigeren. Een erflater mag zijn echtgenote onterven en de vruchtgebruikbepalingen waren voor de notaris als zodanig geen gegronde reden om haar ministerieplicht te weigeren.

Het is overigens niet zo, dat iedere testamentaire bepaling, die achteraf door de rechter nietig wordt verklaard, zou moeten leiden tot een aansprakelijkheid op grond van een onrechtmatige daad van de notaris, omdat het testament in strijd met de wet of het recht zou zijn gepasseerd. Onweersproken is door de notaris in dit verband gesteld, dat zij zich bij het opstellen van het testament heeft gerealiseerd dat sommige bepalingen ongebruikelijk waren, maar dat zij de erflater daar meerdere malen op heeft geattendeerd, dat zij een collega heeft geraadpleegd en dat zij in het testament heeft opgenomen, dat deze bepalingen mogelijk in strijd zouden zijn met de goede zeden, de openbare orde of een dwingende wetsbepaling. Aldus heeft de notaris na een deugdelijke voorlichting de uitdrukkelijke wens van erflater neergelegd in de akte waartoe zij was gehouden. Van onvoldoende voorlichting door de notaris is niet gebleken.

Het voorgaande brengt mee dat naar het oordeel van de kantonrechter niet is komen vast te staan dat de notaris niet de zorgvuldigheid heeft betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. Er kan daarom niet worden geconcludeerd dat zij heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in art. 21 Wna. Op de primaire grondslag dient de vordering dan ook te worden afgewezen.

5.8.

Met betrekking tot de subsidiair aangevoerde grondslag, dat erflater niet (volledig) wilsbekwaam zou zijn geweest ten tijde van het opstellen van het opstellen van het testament wordt het volgende overwogen.

De notaris heeft naar het oordeel van de kantonrechter voldoende onderbouwd dat zij op grond van haar eigen waarneming heeft kunnen oordelen dat de erflater wilsbekwaam was. Zij heeft onweersproken aangevoerd dat zij meerdere, langdurige gesprekken met erflater heeft gevoerd en dat hij heel helder en consequent was in wat hij wilde. Zij had geen reden te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van erflater. Daarentegen heeft [eiseres] onvoldoende met stukken onderbouwd waaruit de conclusie kan worden getrokken dat erflater ten tijde van het opmaken van het testament wilsonbekwaam was. Deugdelijke medische stukken die deze stelling onderbouwen ontbreken. Het feit dat hij ernstig ziek en depressief was, is daarvoor niet toereikend voor de stelling dat hij wilsonbekwaam was. Dat volgt ook niet uit de wel overgelegde medische stukken. De notaris heeft in deze een eigen beoordelingsvrijheid en pas bij twijfel dient hij het stappenplan te volgen. Nu zij geen twijfel had hoefde zij het stappenplan ook niet te volgen. Bovendien heeft de notaris een collega geraadpleegd om te overleggen.

De ongebruikelijke bepalingen in het testament zijn op zich zelf beschouwd, gelet op de testeervrijheid, geen reden om aan de wilsbekwaamheid van erflater te twijfelen, integendeel. De aard van de bepalingen laat zien dat de erflater bewust zijn vrouw wilde laten controleren door zijn familie. Ook het feit dat mevrouw [eiseres] , na het eerste bezoek van erflater aan de notaris, heeft gebeld naar de notaris om haar te attenderen op de verwardheid van erflater is hiertoe onvoldoende, gelet op de eigen beoordelingsvrijheid van de notaris.

Op de subsidiaire grondslag dient de vordering daarom eveneens te worden afgewezen.

5.9.

Met betrekking tot de meer subsidiair aangevoerde grondslag, is de kantonrechter van oordeel dat [eiseres] op geen enkele wijze heeft onderbouwd welke van de gevorderde schade zij zou hebben geleden door het niet aanvaarden van het executeurschap door de notaris. Ook op die grond dient de vordering daarom te worden afgewezen.

5.10.

Gelet op het vorenoverwogene kan op zowel de primaire als de (meer) subsidiaire grondslag niet worden geoordeeld, dat de notaris jegens [eiseres] onrechtmatig heeft gehandeld, zodat de vordering dient te worden afgewezen.

Hetgeen overigens nog door partijen is aangevoerd, behoeft geen verdere bespreking.

5.11.

De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] , omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt [eiseres] ook veroordeeld tot betaling van € 100,-- aan nasalaris, met wettelijke rente, voor zover daadwerkelijk nakosten door de notaris worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

Wijst de vordering af.

6.2.

Veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de notaris worden vastgesteld op een bedrag van € 500,00 aan salaris van de gemachtigde van de notaris, en veroordeelt [eiseres] tot betaling van € 100,-- aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door de notaris worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over de nakosten vanaf 14 dagen na aanzegging van de nakosten aan [eiseres] tot de dag der voldoening.

6.3.

Verklaart de veroordeling in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Blokland en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van J.A.J. Kreijger, griffier.

De griffier De kantonrechter