Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:6724

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-07-2017
Datum publicatie
08-08-2017
Zaaknummer
15/760071-16
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte, toen zelf zestien jaar, heeft op initiatief van het veertienjarige slachtoffer ontuchtige handelingen met haar verricht. Hierbij waren meerdere vrienden van verdachte aanwezig, en er is een filmpje van de handelingen gemaakt dat later is verspreid. Schuldigverklaring zonder strafoplegging, gelet op de omstandigheden van het geval. Voor verdachte leek het, ook gelet op zijn leeftijd en ontwikkelingsfase, moeilijk om ten opzichte van het slachtoffer de juiste houding te bepalen en afstand te nemen en blijven nemen. De rechtbank gaat er van uit dat de seksuele handelingen, zoals bewezenverklaard, onderdeel hebben uitgemaakt van seksueel experimenteergedrag, waarbij soms grenzen kunnen worden overschreden, zoals ook in dit geval.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2019/5.6
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

Locatie Haarlem

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer: 15/760071-16 (P)

Uitspraakdatum: 11 juli 2017

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting met gesloten deuren van 27 juni 2017 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,

wonende op het adres [adres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. S. Sleeswijk Visser en van wat verdachte en zijn raadsman mr. B.H.J. van Rhijn, advocaat te Maarn, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2015 tot en met 23 november 2015 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met [naam] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam] , hebbende verdachte en/of zijn medeverdachte(n) zijn/hun penis(sen) in de mond van die [naam] gebracht/gehouden.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit, waarbij verdachte dient te worden vrijgesproken van het medeplegen.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gepleit voor vrijspraak van de gehele tenlastelegging.

3.3.

Redengevende feiten en omstandigheden 1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit, met uitzondering van het bestanddeel medeplegen, op grond van het volgende.

In de zomer van 2015 was verdachte met een groep vrienden in [plaats] toen [naam] , geboren op [geboortedatum] , hun aandacht vroeg en zich bij hen voegde. Hierna is zij meerdere dagen achter elkaar de aandacht van de groep jongens blijven vragen, waarbij zij vroeg of zij hen mocht pijpen.2 De jongens vonden het een beetje vreemd dat [naam] dit aan hen vroeg.3 Desondanks is verdachte na een aantal dagen met haar de bosjes in gegaan, waar zij hem heeft gepijpt. Vervolgens is een aantal vrienden van verdachte hen achterna gekomen en hebben zij om hen heen gedanst en gesprongen. Ook heeft één van de aanwezigen de seksuele handelingen tussen verdachte en [naam] gefilmd. Dit filmpje is naderhand verspreid en door veel mensen gezien.4

3.4.

Bewijsoverweging

Ten aanzien van de verschillende lezingen:

[naam] heeft ten aanzien van hetgeen haar is overkomen een verklaring afgelegd bij de politie. Deze verklaring strookt op punten niet met de verklaringen van de verdachte en diens medeverdachten.

Verdachte en diens vrienden verklaren dat op meerdere dagen seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, terwijl [naam] verklaart dat dit maar op één dag is gebeurd.

De rechtbank is van oordeel dat het voor de bewezenverklaring van het ten laste gelegde (het éénmalig plegen van ontucht) niet relevant is of ook op andere momenten dan door [naam] is aangegeven seksuele handelingen door haar zijn verricht.

Ten aanzien van het ontuchtig karakter van de seksuele handelingen:

Ter terechtzitting heeft de verdediging aangevoerd dat de gepleegde seksuele handelingen geen ontuchtig karakter hebben. In de visie van de verdediging is er sprake van een gering leeftijdsverschil tussen verdachte en [naam] en is er een affectieve relatie ontstaan door de frequentie van het onderling contact. Daarnaast heeft [naam] het initiatief genomen in de contacten en voor de seksuele handelingen, die zij zelf graag wilde.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de handelingen als ontuchtig te kwalificeren zijn en dat het seksueel wervend gedrag van het slachtoffer daaraan niet afdoet.

De rechtbank overweegt als volgt. Artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) strekt tot bescherming van de seksuele integriteit van personen die daartoe, gelet op hun jeugdige leeftijd, in het algemeen geacht worden niet of onvoldoende in staat te zijn. Uit de jurisprudentie blijkt dat onder omstandigheden het ontuchtig karakter aan seksuele gedragingen met minderjarigen tussen de twaalf en de zestien jaar kan komen te ontvallen. Dit kan zo zijn indien sprake is van vrijwilligheid en als er een gering leeftijdsverschil is tussen de betrokkenen. Of het ontuchtig karakter in een bepaalde situatie ontbreekt en het seksueel contact daarmee sociaal-ethisch aanvaardbaar is, dient te worden beoordeeld aan de hand van de specifieke omstandigheden (vgl. ECLI:NL:HR:2010:BK4794).

In het onderhavige geval kenden verdachte en het slachtoffer [naam] elkaar niet. Zij hadden elkaar voorafgaand aan de seksuele handelingen slechts enkele malen en telkens op straat getroffen en hoewel sprake was van opbouwend contact, was er geen sprake van een affectieve relatie. Ook was de relatie naar het oordeel van de rechtbank niet zodanig dat seksueel contact, gelet op de jonge leeftijd en in het licht van de sociaal-ethische normen, daarbinnen paste.

Voorts is aannemelijk geworden dat de seksuele handelingen in overgrote mate zijn verricht terwijl daarbij diverse vrienden van verdachte aanwezig waren, waarbij zij om [naam] en verdachte heen zijn gaan dansen en springen. Eén van hen heeft de handelingen bovendien gefilmd en deze beelden zijn achteraf verspreid. Verdachte wist bovendien dat [naam] één van zijn vrienden onder soortgelijke omstandigheden had gepijpt. Voorts draagt aan het ontuchtige karakter van de seksuele handelingen bij dat deze hebben plaatsgevonden in de openbare ruimte, in plaats van in een privé-situatie.

De rechtbank weegt ten slotte mee dat verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte] en [medeverdachte] , hebben verklaard dat de jongens verwonderd waren over het in hun ogen vreemde of bijzondere gedrag van [naam] , doordat zij hen telkens veel aandacht gaf, aangaf dat ze meer wilde en hen vroeg of zij hen mocht pijpen. Naar het oordeel van de rechtbank had verdachte uit dit gedrag van [naam] , die hij amper kende, kunnen en moeten opmaken dat het hier om een kwetsbaar meisje ging.

Gelet op al deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van seksuele handelingen die sociaal-ethisch niet aanvaardbaar zijn en dus een ontuchtig karakter hebben. In dit geval heeft zich een bijzondere situatie voorgedaan, waarin verdachte zich uiteindelijk heeft laten meeslepen, maar die niet valt onder de uitzondering zoals bedoeld in genoemd arrest van de Hoge Raad.

Het seksueel wervende gedrag van [naam] doet, gelet op voormelde strekking van artikel 245 Sr, niet af aan voorgaande (vgl. gerechtshof Leeuwarden 26 november 2011, LJN BO6419 en HR 7 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:338). Dat zij het initiatief genomen heeft tot en volledig zou hebben ingestemd met de seksuele handelingen, maakt niet dat het handelen van verdachte daarmee niet onder de reikwijdte van artikel 245 Sr valt.

Ook is niet van belang dat verdachte niet wist dat [naam] pas veertien jaar was, nu de leeftijd in de delictsomschrijving een geobjectiveerd bestanddeel betreft en er op dit punt dus geen opzet of schuld is vereist.

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat geen bewijs is voor een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten. Gelet hierop dient verdachte te worden vrijgesproken van het medeplegen van het onderhavige feit.

3.5.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2015 tot en met 23 november 2015 te [plaats] , met [naam] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam] , hebbende verdachte zijn penis in de mond van die [naam] gebracht/gehouden.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen, die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden, waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden, die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een leerstraf, te weten [leerstraf] , van 20 uur.

6.2.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte, toen zelf zestien jaar, in contact is gekomen met een veertienjarig meisje. Zij vroeg telkens de aandacht van verdachte en zijn vrienden en bood aan hen te pijpen. Nadat zij dit aanbod meermalen had herhaald, is verdachte erop ingegaan en is hij in de bosjes door haar gepijpt. Terwijl zij daar samen waren, zijn meerdere vrienden van verdachte bij hen komen staan en hebben zij om hen heen gesprongen en gedanst. Ook heeft in ieder geval één van de jongensgroep een filmpje gemaakt van de seksuele handelingen, dat later is rondgestuurd en bij veel mensen uit de omgeving van het slachtoffer en verdachte bekend is geraakt.

Dit is een strafbaar feit waarmee een grote inbreuk is gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer, waarbij de geldende sociaal-ethische normen voortvloeiend uit artikel 245 Sr zijn overschreden. Genoemd artikel beoogt jongeren in de leeftijdscategorie waarin het slachtoffer verkeerde, te beschermen tegen dergelijke inbreuken.

Een complicerende factor is echter dat ook de verdachte, ten tijde van het feit ruim 16 jaar oud, verkeerde in de puberteit, een kwetsbare fase in de seksuele ontwikkeling, waarbij experimenteren op seksueel gebied past. Verdachte is geconfronteerd geweest met het wervende gedrag van het slachtoffer, dat meermalen, op verschillende dagen heeft aangedrongen op seksueel contact. De rechtbank acht aannemelijk dat [naam] de gevolgen van haar handelen, gelet op haar ontwikkelingsfase en persoonlijke problematiek, niet voldoende heeft kunnen overzien. Voor verdachte leek het, ook gelet op zijn leeftijd en ontwikkelingsfase, moeilijk om ten opzichte van het slachtoffer de juiste houding te bepalen en afstand te nemen en blijven nemen. Aanvankelijk heeft hij de voorstellen van het slachtoffer afgewezen, maar uiteindelijk heeft hij zich toch laten overhalen. De rechtbank gaat er van uit dat de seksuele handelingen, zoals bewezenverklaard, onderdeel hebben uitgemaakt van seksueel experimenteergedrag, waarbij soms grenzen kunnen worden overschreden, zoals ook in dit geval (vgl. HR 7 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:338).

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het Uittreksel Justitiële Documentatie op naam van verdachte, gedateerd 7 juni 2017,

waaruit blijkt dat verdachte niet eerder als verdachte is aangemerkt en

- de voorlichtingsrapporten over verdachte van de Raad voor de Kinderbescherming

(hierna: de Raad) van 15 november 2016 en 16 juni 2017.

In het laatste rapport van de Raad wordt overwogen dat het eigenlijk op alle domeinen goed gaat met verdachte en dat de oorzaak van het seksueel delictgedrag vooral situationeel bepaald lijkt. Er is geen sprake van agressie en/of seksuele impulsdoorbraken. Verantwoording nemen, denkfouten, begrip van risicofactoren, inlevingsvermogen en het kunnen toepassen van terugvalpreventiestrategieën lijken met name aandachtspunten. De Raad adviseert, mocht het tot een strafoplegging komen, een taakstraf op te leggen in de vorm van een leerstraf [leerstraf] .

De rechtbank weegt verder mee dat (ook) de verdachte is getroffen doordat het filmpje van de seksuele handelingen tussen hem en [naam] is gezien door veel mensen uit zijn omgeving. Verdachte heeft verklaard nu, zo’n twee jaar na het voorval, nog steeds af en toe door mensen van het filmpje te worden herkend.

Tot slot heeft de rechtbank meegewogen dat er een lange tijd is verstreken tussen het ten laste gelegde feit en de behandeling daarvan ter terechtzitting. Verdachte heeft hierdoor lang in onzekerheid verkeerd over de afloop.

Alles afwegende acht de rechtbank het passend om te bepalen dat aan verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Ten overvloede overweegt de rechtbank nog dat zij van oordeel is dat de onderhavige schuldigverklaring van verdachte, gelet op bovengenoemde bijzondere omstandigheden waaronder het heeft plaatsgevonden, geen reden dient te zijn om de afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) af te wijzen.

7 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.5 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. B.M.A. Bataille, voorzitter,

mr. M.Th. Goossens en mr. R. van der Heijden, rechters, allen tevens kinderrechter,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. T. Alexander,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 juli 2017.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting; proces-verbaal van verhoor van getuige [naam] d.d. 1 maart 2016 (dossierpagina 185, onderaan); proces-verbaal van verhoor van aangever [naam] d.d. 3 februari 2016 (dossierpagina 167, 4e en 5e alinea).

3 De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting.

4 De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting; proces-verbaal van verhoor van getuige [naam] d.d. 1 maart 2016 (dossierpagina 192, ten aanzien van het pijpen); proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 mei 2016 (dossierpagina 48, tweede helft, ten aanzien van het filmpje).