Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:6596

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
03-08-2017
Datum publicatie
16-08-2017
Zaaknummer
6055039 EJ VERZ 17-190 (H.K.)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verweerster dient haar handelsnaam en domeinnaam o.g.v. art. 5 Handelsnaamwet te wijzigen, omdat deze naam (vrijwel) identiek is aan die van verzoekster, waardoor dit bij het publiek tot verwarring kan leiden. De handelsnaam is onderscheidend genoeg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr/repnr.: 6055039 EJ VERZ 17-190 (H.K.)

Uitspraakdatum: 3 augustus 2017

Beschikking in de zaak van:

1 de vennootschap onder firma Het Werkstation

gevestigd en kantoorhoudende te Haarlem

2. [naam 2]

beherend vennoot van verzoekster sub 1

wonende te [plaats 2]

3. [naam 3]

beherend vennoot van verzoekster sub 1

wonende te [plaats 3]

verzoekende partijen

verder gezamenlijk ook te noemen: verzoekster

gemachtigde: mr. M.J.W. Hoek, advocaat te Alphen aan den Rijn

tegen

de besloten vennootschap Opmars Exploitatie Vastgoed B.V.

handelende onder de naam Het Werkstation

gevestigd te Heerhugowaard

verwerende partij

verder ook te noemen: verweerster

gemachtigde: mr. A.A. Aartse Tuijn, advocaat te Alkmaar.

1 Het procesverloop

1.1.

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- het verzoekschrift met producties, ingekomen ter griffie op 1 juni 2017;

- het verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 27 juni 2017;

- de bij brief van 27 juni 2017 namens verzoekster toegezonden producties;

- de bij brief van 3 juli 2017 namens verweerster toegezonden producties.

1.2.

Op 4 juli 2017 heeft een zitting plaatsgevonden. Namens verzoekster zijn verschenen

[naam 2] en [naam 3] , bijgestaan door mr. Hoek. Namens verweerster zijn verschenen [naam 4] (directeur) en [naam 5] , bijgestaan door mr. Aartse Tuijn.

Ter zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht.

2 De feiten

2.1.

Verzoekster exploiteert sinds 2008 een onderneming die actief is op het terrein van werving, selectie, detachering, coaching, reorganisaties, consultancy en interim recruitment. De focus ligt daarbij hoofdzakelijk, maar niet uitsluitend op IT-functies. Zij bedient zich van de handelsnaam ‘ Het Werkstation ’ en staat sinds 1 februari 2008 onder die naam ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. De onderneming is gevestigd in Haarlem . Verzoekster heeft haar werkgebied (klanten) in Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland en Noord-Brabant.

2.2.

Verweerster drijft een onderneming gericht op het beheren, exploiteren, huren en verhuren van registergoederen. In dat kader beheert verweerster een kantoren-/ bedrijvencomplex in Heerhugowaard dat tot 1 maart 2017 de naam ‘HAL Trade Center’ droeg. Per 1 maart 2017 heeft verweerster de handelsnaam van haar onderneming veranderd in ‘ Het Werkstation ’. Waar mogelijk gebruikt verweerster daarbij de ondertitel: ‘ontmoet • droom • werk • creëer’. Achtergrond van de gewijzigde handelsnaam is de volgende. Met ingang van 7 juni 2016 heeft de gemeente Heerhugowaard (verder: de gemeente) in verband met de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied rondom het lokale treinstation, onder meer aan verweerster een adreswijziging opgelegd, waarbij het adres van het bedrijfspand van verweerster is gewijzigd in ‘Stationsplein 99’. Verweerster heeft de plannen van de gemeente aangegrepen om het bedrijvencomplex (Stationsplein 99) te verbouwen, daarin een nieuw verhuurconcept te lanceren en een en ander gepaard te laten gaan met de keuze voor een nieuwe naam voor het complex, te weten de naam ‘ Het Werkstation ’. De ruimtes/werkplekken in het pand kunnen voor langere of kortere tijd worden gehuurd en zijn vooral geschikt voor startende ondernemers die uit de voeten kunnen met relatief kleine kantoorruimtes en/of een enkele werkplek. Het gaat bij benadering om 100 verhuurbare (bedrijfs)eenheden en een aantal losse werkplekken. Het werkgebied van verweerster richt zich hoofdzakelijk op bedrijven en ondernemers gevestigd in de gemeente Heerhugowaard en directe omgeving.

2.3.

Verweerster gebruikte in eerste instantie voor haar website de domeinnaam ‘www.hetwerkstation.com’. Met ingang van 8 mei 2017 heeft verweerster haar handelsnaam gewijzigd in ‘Werkstation’, dus zonder toevoeging van het woord ‘het’. Sinds die datum gebruikt verweerster de domeinnaam ‘werkstation.net’.

2.4.

Verzoekster hanteert voor haar website de domeinnaam ‘hetwerkstation.nl’.

2.5.

Na een eerder telefonisch verzoek heeft de gemachtigde van verzoekster bij aangetekende brief van 14 april 2017 aan verweerster verzocht haar handelsnaam te wijzigen. Verweerster heeft aangegeven hiertoe niet bereid te zijn.

2.6.

Verweerster heeft er sinds kort voor gezorgd dat klanten die via internet zoeken op de domeinnaam ‘ het werkstation .com’ naar een pagina met de volgende tekst worden geleid:

“Beste bezoeker, bent u op zoek naar Het Werkstation Haarlem dan kunt u naar http://hetwerkstation.nl/

Bent u op zoek naar Werkstation Heerhugowaard , ten behoeve van kantoorruimte, dan kunt u naar www.werkstation.net”

2.7.

Verzoeker sub 3 woont in [plaats 3] en rijdt rond in een auto waarop aan de zijkant met plakletters de bedrijfsnaam staat vermeld: “ HET WERKSTATION ”.

3 Het verzoek en de standpunten van partijen

3.1.

Verzoekster hebben in hun verzoek gevraagd om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:

I. verweerster te veroordelen om binnen 24 uur na de te nemen beschikking iedere inbreuk op de handelsnaam van verzoekster, te weten ‘ Het Werkstation ’, al dan niet met het gebruik van het voorzetsel ‘het’ voor de naam ‘werkstation’, volledig te staken en gestaakt te houden, waaronder begrepen het gebruik van de domeinnaam www.werkstation.net;

II. verweerster te veroordelen om binnen 7 dagen na de te nemen beschikking ervoor zorg te dragen dat iedere vermelding bij de zoekmachine Google waarbij de handelsnaam ‘Werkstation’ in relatie wordt gebracht met de bedrijfsgegevens en bedrijfsactiviteiten van verweerster, is verwijderd en verwijderd zal blijven;

III. te bepalen dat verweerster een dwangsom verbeurt van € 5.000,00 voor iedere dag of een deel daarvan dat zij na betekening van de beschikking met het onder I en II vermelde in gebreke is/blijft;

IV. verweerster te veroordelen in de volledige gerechtskosten van dit geding in de zin van artikel 1019h Rv, thans (bij indiening verzoekschrift) zijnde een bedrag van € 1.547,00 exclusief btw, te vermeerderen met de in het verdere verloop van de procedure te maken kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover van de dag van de te wijzen beschikking tot de dag der voldoening.

3.2.

Ter onderbouwing van haar verzoek heeft verzoekster - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat verweerster inbreuk maakt op haar handelsnaam, hetgeen onrechtmatig is. Op 1 maart 2017 heeft verweerster haar naam ‘Hal Trade Center Heerhugowaard ” omgedoopt in ‘ Het Werkstation ’ en inmiddels in de naam ‘Werkstation’, zijnde een handelsnaam die identiek is aan die van verzoekster. Ook de domeinnaam van verweerster is gelijk aan die van verzoekster, hetgeen in het huidige digitale tijdperk minstens zo belangrijk is. Daarnaast vertonen de lay-out en uitstraling van de website van verweerster opvallend veel gelijkenissen met die van verzoekster. Dit heeft tot gevolg dat de onjuiste en onwenselijke indruk wordt gewekt dat de onderneming van verweerster gelieerd is aan die van verzoekster. Dit wordt versterkt door het feit dat partijen in dezelfde omgeving en plaats actief zijn. Eén van de vennoten van verzoekster woont in Heerhugowaard en rijdt rond in een auto met daarop het logo van ‘ Het Werkstation ’. Het gevaar voor verwarring is daarmee evident en heeft zich ook al verwezenlijkt. Verzoekster is zelfs door een klant van haar benaderd met de vraag of zij ook een vestiging in Heerhugowaard heeft geopend. Ook huurt een klant van verzoekster een ruimte in het gebouw van verweerster. De verwijdering van het lidwoord ‘het’ of de door verweerster gebruikte toevoeging ‘ontmoet • droom • werk • creëer’ neemt het gevaar voor verwarring niet weg. Volgens verzoekster is de naam ‘Werkstation’ onderscheidend genoeg om bescherming aan te kunnen ontlenen. Verzoekster heeft met name bezwaar tegen het gebruik van de combinatie van de woorden ‘werk’ en ‘station’.

3.3.

Verweerster heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring dan wel afwijzing van de verzoeken, met (hoofdelijke veroordeling) van verzoekster in de integrale kosten van de procedure. Verweerster heeft daartoe - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd. Niet de kantonrechter, maar de sectie civiel van deze rechtbank is bevoegd een oordeel te geven over de vraag of het doen en laten van verweerster in enig opzicht als onrechtmatig kan worden aangemerkt. Verzoeksters sub 2 en sub 3 zijn niet-ontvankelijk in het verzoek, omdat zij vennoten zijn en dus niet zelf de onderneming exploiteren en evenmin zelf de handelsnaam bezigen. Verder stelt verweerster dat er geen verwarringsgevaar in de zin van artikel 5 Handelsnaamwet is te duchten. Verweerster wijst daarbij op het feit dat zij in een andere branche werkzaam is dan verzoekster, zij in een andere plaats is gevestigd en beide partijen zich richten op een professioneel publiek dat zich er voldoende van bewust is naar welk bedrijf het zoekt. Ook de domeinnaam zal geen verwarring teweeg brengen, zowel vanwege het ontbreken van het woordje ‘het’ als de verschillende extensies. Partijen treden naar buiten onder toepassing van een eigen uniek logo. Volgens verweerster zijn de termen ‘het’ en ‘werkstation’ te weinig onderscheidend, ook in de combinatie van deze twee woorden. Het is een zwakke handelsnaam. Verweerster is zich hiervan bewust en is bereid, anders dan verzoekster, de consequenties hiervan te dragen. Voor zover verzoekster stelt dat het gevaar voor verwarring zich al heeft verwezenlijkt, wijst verweerster erop dat dit komt door een fout, aangezien enige tijd op internet als haar contactadres was vermeld: ‘info@hetwerkstation.nl’. Dit is inmiddels aangepast.

3.4.

Op hetgeen overigens nog door partijen is aangevoerd wordt - voor zover van belang - hierna bij de beoordeling ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ingevolge artikel 5 van de Handelsnaamwet (Hnw) is het verboden een handelsnaam te voeren, die, vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard der beide ondernemingen en de plaats, waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is. Wanneer een handelsnaam wordt gevoerd/gebruikt die in strijd is met de bepalingen van de Hnw en het gebruik dus onrechtmatig is, kan een belanghebbende - in dit geval verzoekster - op grond van artikel 6 Hnw bij de kantonrechter een wijziging van de bestreden handelsnaam vorderen, zodanig dat de gestelde onrechtmatigheid wordt opgeheven.

4.2.

Anders dan verweerster heeft aangevoerd, acht de kantonrechter zich bevoegd kennis te nemen van het verzoek onder I. De kantonrechter begrijpt dit verzoek namelijk zo dat verweerster moet worden veroordeeld tot het wijzigen en gewijzigd houden van de handelsnaam ‘Werkstation’ en van de domeinnaam www.werkstation.net. Het onder II verzochte, inhoudende kort gezegd verwijdering van bepaalde vermeldingen die via de zoekmachine Google op het internet worden gevonden, is naar van de kantonrechter in deze procedure niet toewijsbaar. Artikel 6 Hnw, welke bepaling uitsluitend het handelsnaamgebruik betreft, biedt daartoe geen grondslag.

4.3.

De stelling van verweerster dat verzoekers sub 2 en 3 (de vennoten) geen partij in deze zaak (kunnen) zijn en daarom niet-ontvankelijk in hun vorderingen moeten worden verklaard, wordt verworpen. Gelet op het bepaalde in artikel 17 lid 1 van het Wetboek van Koophandel (WvK) is immers elk der vennoten die daarvan niet is uitgesloten, bevoegd op naam van de vennootschap te handelen, gelden uit te geven en te ontvangen, en de vennootschap aan derden, en derden aan de vennootschap te verbinden. Daarnaast bepaalt artikel 18 WvK dat in vennootschappen onder firma elk der vennoten, wegens de verbintenissen der vennootschap, hoofdelijk verbonden is. Dit betekent dat ook de vennoten van verzoekster sub 1 (de vof) partij in deze kwestie zijn.

4.4.

Vaststaat dat verzoekster de handelsnaam ‘ Het Werkstation ’ sinds 2008 hanteert. Verweerster gebruikt dezelfde handelsnaam sinds 1 maart 2017 en sinds 8 mei 2017 zonder toevoeging van het lidwoord ‘het’. De kantonrechter stelt voorop dat het enkele feit dat verweerster een handelsnaam gebruikt die gelijk of vrijwel gelijk is aan de reeds eerder rechtmatig gevoerde handelsnaam van verzoekster, nog niet betekent dat sprake is van een uit hoofde van artikel 5 Hnw verboden handelsnaam. Dit is pas het geval wanneer eerstbedoelde handelsnaam bovendien bij het (relevante) publiek verwarring ten aanzien van de betrokken ondernemingen veroorzaakt of kan veroorzaken. Bij de vaststelling of gevaar voor verwarring is te duchten, moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden, die in verband met de aard en plaats van vestiging van de betrokken ondernemingen het verwarringsgevaar in de hand kunnen werken of tegengaan.

4.5.

Uit de omschrijving in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel blijkt dat de activiteiten van beide ondernemingen niet (geheel) vergelijkbaar zijn, zoals hiervoor ook bij de feiten weergegeven. Verzoekster houdt immers zich bezig met arbeidsbemiddeling/recruitment voor hoofdzakelijk IT-functies bij grote (internationale) ondernemingen, overheidsorganisaties en kleinere ondernemingen, terwijl verweerster bedrijfsruimtes en werkplekken verhuurt aan kleine(re) ondernemingen en startende ondernemers. Daarbij is nog wel van belang dat de activiteiten van verweerster zich ook uitstrekken tot het verbinden van mensen door het organiseren van ontmoetingen en (netwerk)bijeenkomsten voor ondernemers, waardoor haar dienstverlenende activiteiten verder gaan dan het uitsluitend verhuren van bedrijfsruimtes en werkplekken.

4.6.

De kantonrechter verwerpt het standpunt van verweerster dat het publiek in dit geval (louter) bestaat uit professionele klanten die direct in staat zijn om onderscheid te maken tussen beide bedrijven. Nog afgezien van het feit dat de praktijk heeft uitgewezen dat verzoekster is benaderd met de vraag of zij een vestiging in Heerhugowaard heeft, zijn het niet alleen grote bedrijven die, al dan niet via internet, op zoek kunnen gaan naar verzoekster of verweerster. Het kan ook gaan om personen op zoek naar een baan in de IT, kleine(re) bedrijven of startende ondernemers (zzp-ers), zoals verweerster ook zelf heeft aangegeven.

4.7.

Voor zover verweerster heeft aangevoerd dat de naam ‘Werkstation’ niet onderscheidend genoeg is, waardoor verzoekster genoegen moet nemen met het feit dat ook anderen deze naam mogen gebruiken, overweegt de kantonrechter als volgt. De vraag naar het onderscheidend vermogen van een bepaalde handelsnaam kan een factor zijn die meeweegt bij de beoordeling van de vraag of er gevaar voor verwarring bestaat.

Hoewel verweerster kan worden nagegeven dat het woord ‘werkstation’ een beschrijvende term is die in een woordenboek te vinden is, staat daar tegenover dat de betekenis die deze term volgens de Van Dale heeft, te weten: een krachtige pc, meestal opgenomen in een netwerk, in het algemeen spraakgebruik vrijwel niet meer als zodanig wordt gebruikt. Bovendien is het woord ‘werkstation’ niet zonder meer beschrijvend voor de activiteiten van partijen. In zoverre heeft de naam ‘werkstation’ wel degelijk (enig) onderscheidend vermogen.

4.8.

Ondanks de niet (geheel) vergelijkbare activiteiten van partijen, is de kantonrechter van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat het gebruik van de naam ‘Werkstation’ bij het publiek tot verwarring tussen beide ondernemingen kan leiden. Wellicht is het gevaar voor directe verwarring beperkt, nu de activiteiten van beide ondernemingen niet (geheel) vergelijkbaar zijn. Nu beide ondernemingen zich echter toeleggen op zakelijke dienstverlening en deels in hetzelfde geografische gebied werkzaam zijn, is het gevaar voor indirecte verwarring, in die zin dat de ondernemingen door (potentiële) klanten in juridisch dan wel economisch opzicht aan elkaar gelieerd worden, reëel. Dit geldt temeer nu één van de vennoten van verzoekster in Heerhugowaard woonachtig is en rondrijdt in een auto met het logo van ‘ Het Werkstation ’ en een klant van verzoekster ook klant is van verweerster. Ook is van belang dat het gebruik van de naam ‘Werkstation’ in de praktijk inmiddels daadwerkelijk tot verwarring heeft geleid. Zo heeft verzoekster onbetwist gesteld dat het al diverse keren is voorgekomen dat klanten haar hebben gebeld met de vraag of zij sinds kort ook een vestiging in Heerhugowaard heeft en dat (potentiële) klanten van verweerster abusievelijk naar verzoekster hebben gebeld en daarbij hebben aangeven dat zij op zoek waren naar het bedrijf van verweerster. Dat verweerster inmiddels als handelsnaam uitsluitend het woord ‘Werkstation’ zonder toevoeging van een lidwoord ‘het’ gebruikt, is in dit verband onvoldoende zwaarwegend. In het normale spraakgebruik ligt de nadruk immers op het woord Werkstation als zijnde de naam van de onderneming die door het publiek wordt onthouden of gebruikt. Het publiek (lees: klanten of potentiële klanten van de beide ondernemingen) zullen, naar algemeen verondersteld mag worden, veel minder bedacht zijn op het al dan niet gebruiken van de toevoeging ‘het’. Hetzelfde geldt voor het gebruik van de ondertitel ‘ontmoet • droom • werk • creëer’ door verweerster, waarvan naar het oordeel van de kantonrechter verwacht mag worden dat het in aanmerking komend publiek deze niet als handelsnaam, maar als bedrijfsmotto of slogan zal opvatten. In dit kader is van belang dat verweerster onvoldoende concreet heeft onderbouwd op welke wijze en wanneer zij deze termen in combinatie met haar handelsnaam gebruikt.

4.9.

Met betrekking tot de gebruikte domeinnamen overweegt de kantonrechter als volgt. Vaststaat dat beide bedrijven actief zijn op het internet; verzoekster heeft een website met de domeinnaam ‘hetwerkstation.nl’ en verweerster heeft een website met de domeinnaam ‘werkstation.net’. Niet in geschil is dat deze domeinnamen als handelsnaam worden gebruikt. Het gaat ook hier om een vrijwel identieke naam, waarin het woord ‘werkstation’ de kern van de naam vormt. Naar het oordeel van de kantonrechter geldt ook hier dat het gebruik van de domeinnaam ‘werkstation.net’ bij het publiek tot (directe en indirecte) verwarring kan leiden. Het is immers aannemelijk dat het publiek bij het geven van een zoekopdracht - bijvoorbeeld via Google - zal zoeken op de term ‘werkstation’ zonder gebruik van het lidwoord ‘het’ of de extensie ‘nl’ of ‘net’. Niet aannemelijk is dat bij een dergelijke zoekopdracht de door verweerster gestelde ondertitel ‘ontmoet • droom • werk • creëer’ zal worden vermeld. Als onweersproken staat vast dat de zoekmachine vervolgens de websites van beide bedrijven onder elkaar als resultaat van de zoekopdracht laat zien. Hierdoor is zeker niet uitgesloten dat het publiek de indruk zal hebben met één en dezelfde onderneming van doen te hebben. De als productie 10 door verweerster overgelegde screenprint van hetgeen de url “hetwerkstation.com” (de oude door verweerster gebruikte domeinnaam) sinds eind juni 2017 weergeeft, biedt op dit punt juist een bevestiging dat er sprake kan zijn van (mogelijke) verwarring bij het publiek. Kennelijk heeft verweerster de mogelijkheid van verwarring onderkend, door een voorziening treffen waarbij bezoekers van de website met de oude domeinnaam ‘ het werkstation .com’, worden doorgeleid naar een soort tussenscherm waarbij zij worden gewezen op het bestaan van Het Werkstation Haarlem enerzijds en Werkstation Heerhugowaard anderzijds en beide ondernemingen zijn voorzien van een link naar de betreffende website (zoals onder 2.6 weergegeven).

4.10.

Met betrekking tot het verweer dat nog twee andere bedrijven (op het internet) actief zouden zijn onder de naam ‘Werkstation’ - waardoor verzoekster niet het recht zou hebben zich die naam als enige toe te eigenen - wordt overwogen dat door verzoekster onbetwist is gesteld dat het hier slechts gaat om een website van de NPO (www.werkstation.tv), bedoeld voor personeel dat werkzaam is bij deze organisatie, en niet om een handelsnaam van een onderneming. Bovendien zijn door verzoekster afspraken gemaakt met de NPO over het gebruik van de naam. Met betrekking tot het andere bedrijf dat door verweerster is genoemd, www.werkstation.de, is tegenover de gemotiveerde betwisting door verzoekster, onvoldoende gebleken dat dit bedrijf op de Nederlandse markt actief is.

4.11.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het verzoek onder I zal worden toegewezen als hierna vermeld. De gevorderde dwangsom zal in redelijkheid worden gematigd tot een bedrag van € 1.000,00 per dag(deel) tot een maximum van € 100.000,00. Teneinde verweerster gelegenheid te geven haar handelsnaam te wijzigen en rekening houdend met de werkzaamheden die daarmee verband houden, zal aan haar een termijn van zes weken worden gegund om een en ander in orde te maken.

4.12.

Verweerster dient als de in het ongelijk te stellen partij de proceskosten te dragen.

Op grond van het bepaalde in artikel 1019h Rv wordt verweerster veroordeeld in redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten van verzoekster. Niet betwist is dat deze regeling van de werkelijke gerechtskostenvergoeding ook van toepassing is op de onderhavige procedure (zie ook HR 4 december 2015, NJ 2016/16). Voor salaris heeft de gemachtigde van verzoekster tot aan de terechtzitting € 5.575,38begroot, inclusief btw, welk bedrag wordt gespecificeerd in de door de gemachtigde van verzoekster overgelegde stukken. De kantonrechter acht deze kosten redelijk, naast de kosten die nadien zijn gemaakt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

Beveelt verweerster uiterlijk binnen zes weken na betekening van deze beschikking haar handelsnaam ‘Werkstation’, waaronder het gebruik van de domeinnaam ‘werkstation.net’ zodanig te wijzigen dat daarin niet voorkomt het woord ‘Werkstation’.

5.2.

Bepaalt dat verweerster een dwangsom verbeurt van € 1.000,00 voor iedere dag of een deel daarvan dat zij na betekening van deze beschikking met het hiervoor vermelde in gebreke is of blijft, tot een maximum van € 100.000,00.

5.3.

Veroordeelt verweerster in de volledige proceskosten ex artikel 1019h Rv, die voor verzoekster worden vastgesteld op:

- € 117,00 aan griffierecht,

- € 5.575,38, incl. btw, voor salaris gemachtigde van verzoekster (gerekend tot de zitting van 4 juli 2017), te vermeerderen met de in het verdere verloop van de procedure gemaakte reële kosten,

een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf zeven dagen na

de datum van de beschikking.

5.4.

Verklaart deze beschikking, met inachtneming van voornoemde termijn, uitvoerbaar

bij voorraad.

5.5.

Wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Hoendervoogt, kantonrechter, bijgestaan door J.A.J. Kreijger, griffier en op 3 augustus 2017 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter