Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:6594

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
03-08-2017
Datum publicatie
03-08-2017
Zaaknummer
15/073907-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Heropening onderzoek teneinde het Team Verkeersongevallen van de politie nader onderzoek te laten doen naar de toedracht van een dodelijk verkeersongeval.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2017-0675

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/073907-16

Uitspraakdatum: 3 augustus 2017

Tegenspraak

Tussenvonnis

Dit tussenvonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 juli 2017 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres]

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. J.J. van Bree en van hetgeen verdachte en haar raadsman, mr. M. Berbee, advocaat te Den Helder, naar voren hebben gebracht.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van de slachtofferverklaringen van de nabestaanden van [slachtoffer], de heer [benadeelde 1] en [benadeelde 2].

De rechtbank heeft ten slotte kennisgenomen van de brief van de raadsvrouw van de nabestaanden, mr. J.M. Comans-Diesfeldt, advocaat te Alkmaar, gedateerd 16 juli 2017, waarin zij vergoeding van immateriële schade vordert voor de nabestaanden, alsmede de toelichting van mr. Comans-Diesfeldt hierop.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 30 maart 2016 te De Cocksdorp, gemeente Texel als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Suzuki, type Alto, [kenteken]), daarmede rijdende over de weg, de Hoofdweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, dat motorrijtuig te besturen:
- met een (veel) hogere snelheid dan ter plaatse (gelet op de toen geldende omstandigheden) toegestaan of verantwoord was en/of
- met een snelheid die zo hoog was, dat zij niet in staat is gebleken om (a) haar motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of (b) haar motorrijtuig voortdurend onder controle te houden en/of
- daarbij via haar mobiele telefoon een of meer whats app-berichten te verzenden en/of te ontvangen,
immers heeft zij, verdachte, toen aldaar (terwijl zij ter plaatse bekend is en het op dat tijdstip, door het ontbreken van straatverlichting, zeer donker was) haar snelheid (en verlichting) onvoldoende naar de omstandigheden aangepast en/of daarbij een of meer whats app-bericht(en) verzonden en/of ontvangen op haar mobiele telefoon, aldus rijdende heeft zij, toen zij (min of meer) plotseling werd geconfronteerd met twee voor haar in dezelfde rijrichting naast elkaar rijdende fietssters, de meest links voor haar rijdende fietsster, genaamd [slachtoffer], niet kunnen ontwijken en is zij (met behoorlijke snelheid) opgebotst of aangereden tegen de achterzijde van die fiets en/of die fietsster, waardoor die fietsster werd gedood;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 30 maart 2016 te De Cocksdorp, gemeente Texel als bestuurder van een voertuig (personenauto, merk Suzuki, [kenteken])), daarmee rijdende op de weg, de Hoofdweg,
- met een (veel) hogere snelheid dan ter plaatse (gelet op de toen geldende omstandigheden) toegestaan of verantwoord was en/of
- met een snelheid die zo hoog was, dat zij niet in staat is gebleken om (a) haar motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of (b) haar motorrijtuig voortdurend onder controle te houden en/of
- daarbij via haar mobiele telefoon een of meer whats app-berichten te verzenden en/of te ontvangen,
immers heeft zij, verdachte, toen aldaar (terwijl zij ter plaatse bekend is en het op dat tijdstip, door het ontbreken van straatverlichting, zeer donker was) haar snelheid (en verlichting) onvoldoende naar de omstandigheden aangepast en/of daarbij een of meer whats app-bericht(en) verzonden en/of ontvangen op haar mobiele telefoon, waarna zij in botsing of aanrijding is gekomen met een voor haar in dezelfde rijrichting rijdende fietsster, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2 Heropening onderzoek

De sluiting van het onderzoek heeft op 20 juli 2017 plaatsgevonden. Bij het na afloop van de terechtzitting gehouden beraad in raadkamer is de rechtbank gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest en dient te worden heropend.

Verdachte wordt verweten een dodelijk verkeersongeval te hebben veroorzaakt door zeer onvoorzichtig rijgedrag, onder meer omdat zij WhatsApp berichten zou hebben ontvangen en/of verstuurd terwijl zij een voertuig bestuurde.

De rechtbank is van oordeel dat nader onderzoek dient te worden verricht naar de verenigbaarheid met de bewijsmiddelen in het dossier van het door de verdachte geschetste scenario dat zij WhatsApp heeft gebruikt toen zij met haar auto stilstond.

Vast staat dat verdachte op de dag van het ongeval om 21.21.04 uur een WhatsApp heeft verstuurd met de tekst “Nee”, en op 21.22.41 uur 112 heeft gebeld. Tussen deze tijdstippen zijn 97 seconden gelegen, waarbinnen het ongeval heeft plaatsgevonden.

Verdachte heeft in haar eerste verhoor tegenover de politie op 31 maart 2016, in de nacht na het ongeval, verklaard dat zij is gestopt op een soort van oprit net buiten de 60 km zone en daar een berichtje dat zij onderweg op haar telefoon hoorde, heeft bekeken. In haar tweede verhoor tegenover de politie, op 17 mei 2016, heeft zij (nader) verklaard dat zij bij boerderij De Halm heeft stilgestaan, daar haar appjes heeft gelezen en een appje heeft verstuurd, en daarna weer is gaan rijden. Ter terechtzitting hiernaar gevraagd, heeft zij verklaard in de rijrichting haar auto aan de kant te hebben gezet, en weer te zijn gaan rijden direct na het versturen van de WhatsApp.

In het Proces-Verbaal Rijproef / Zichtproef van het Team Verkeer VOA, gedateerd 31 juli 2016 is op pagina 16 van 19 aandacht besteed aan de onverenigbaarheid van de eerste verklaring van verdachte met het genoemde tijdverloop van 97 seconden. “Gezien de tijd die nodig was voor het afleggen van 1800 meter, het stilzetten van het voertuig, het uitstappen , het verplaatsen slachtoffer, het terug lopen naar de auto, de telefoon pakken en bellen, is het zeer onwaarschijnlijk dat de bestuurster het WhatsApp-bericht heeft verstuurd op het moment dat ze stilstond, net buiten, de 60 km zone”, aldus de VOA.

Ofschoon dit proces-verbaal door het VOA Team is opgemaakt nadat het tweede verhoor reeds had plaatsgevonden, is de nadere verklaring van verdachte dat zij bij boerderij De Halm is gestopt, niet in het rapport betrokken.

Op 21 september 2016 heeft verbalisant [verbalisant] een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt waarin hij de mogelijkheid dat verdachte bij boerderij De Halm is gestopt, heeft onderzocht. Zijn conclusie daarin luidt dat het onaannemelijk is dat verdachte is gestopt, dat het aannemelijker is dat zij al rijdend haar WhatsApp berichten heeft gelezen en beantwoord, en dat dit mogelijk verklaart waarom zij de fietssters niet heeft gezien.

Verdachte heeft voorts in haar eerste verhoor tegenover de politie op 31 maart 2016 verklaard dat zij direct na het ongeval op haar rijstrook tot stilstand is gekomen, dat zij zag dat ongeveer 5 meter achter haar auto, op haar rijstrook, een meisje deels op de weg, deels in de berm lag, dat op de rijbaan een fiets lag die kennelijk van het meisje was, dat ze de fiets heeft opgepakt en in de berm heeft neergelegd, dat een meisje schreeuwde dat zij 112 moest bellen, dat zij naar haar auto rende om haar GSM uit haar tas te pakken die rechts voor bij de voorstoel lag, en dat zij al bellend direct een vrouw van 112 aan de lijn kreeg. In haar tweede verhoor op 17 mei 2016 is hier niet specifiek naar gevraagd. De getuige [getuige] heeft verklaard dat een jonge vrouw links uit de auto stapte, dat zij schreeuwde dat de vrouw 112 moest bellen, en dat zij dat meteen deed.

Uit het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant] blijkt niet – zoals de raadsman terecht heeft aangevoerd – van een bijzondere deskundigheid van verbalisant op dit gebied. Daarbij komt dat de berekeningen moeilijk te volgen en op punten onvolledig zijn.

Zo neemt verbalisant de duur van 97 seconden (de tijd tussen de WhatsApp en het bellen van 112) als uitgangspunt voor zijn berekening waar de fietssters zich, uitgaande van een constante snelheid van 18 km per uur, ten opzichte van boerderij De Halm moeten hebben bevonden toen verdachte – volgens haar verklaring – daar haar WhatsApp zou hebben verstuurd. Hierbij heeft de verbalisant echter geen rekening gehouden met het (onbekend) aantal seconden tussen het ongeval en het moment dat verdachte 112 heeft gebeld, en de invloed daarvan op de plaatsbepaling van de fietssters ten opzichte van De Halm dan wel de auto van verdachte. Ook de berekening van verbalisant volgens welke het bijna niet mogelijk is om over een afstand van 423 meter vanuit stilstand de snelheid van 80 km/u te halen, is niet zonder meer begrijpelijk.

De conclusie van verbalisant [verbalisant] dat verdachte de fietssters na het versturen van de WhatsApp bij De Halm vlak voor zich moet hebben gehad of zelfs al bijna had moeten zijn gepasseerd, hetgeen niet te rijmen zou zijn met het gegeven dat noch verdachte zelf, noch de getuige [getuige] hebben verklaard elkaar op enig moment voor het ongeval te hebben gezien of waargenomen, kan daarom niet, althans niet zonder een nadere uitwerking, worden gevolgd.

Juist het gebruik van WhatsApp tijdens het rijden vormt de kern van het verwijt dat verdachte wordt gemaakt. Nu geen gedegen onderzoek is gedaan naar de verenigbaarheid van de verklaring van verdachte - dat zij bij boerderij De Halm is gestopt om een WhatsApp te lezen en te versturen en pas daarna weer is gaan rijden - met de overige bewijsmiddelen in het dossier, acht de rechtbank zich onvoldoende voorgelicht om thans tot een eindoordeel te komen.

Het onderzoek ter terechtzitting dient derhalve te worden heropend en voor bepaalde tijd te worden geschorst, waarbij de officier van justitie wordt opgedragen het Team Verkeersongevallen nader onderzoek te laten doen naar het door verdacht geschetste scenario. In dit onderzoek dienen in elk geval de volgende vragen te worden beantwoord:

  1. Hoeveel seconden had het type voertuig waarin verdachte reed (een Suzuki Alto 1.0 automaat, bouwjaar 1997) minimaal nodig om vanaf boerderij De Halm vanuit stilstand, optrekkend tot kruissnelheid 80 km/u, de 423 meter te overbruggen die haar scheidden van de plaats van het ongeval?

  2. Is er iets te zeggen (mogelijk door een reconstructie) over de tijd die nodig was voor de door verdachte en de getuige [getuige] omschreven handelingen van verdachte direct na het ongeval tot aan het bellen van 112?

  3. Uitgaand van de uitkomsten van het onder b) bedoelde onderzoek, uitgedrukt in seconden, wat is dan de plaats geweest waar de fietssters zich ten opzichte van boerderij De Halm hebben bevonden op het moment dat de WhatsApp werd verzonden?

3 Beslissing

De rechtbank:

Heropent het onderzoek ter terechtzitting;

Schorst het onderzoek ter terechtzitting – in het belang daarvan – voor bepaalde tijd, en wel tot 9 november 2017 om 09.00 uur;

Stelt de stukken in handen van de officier van justitie voor het doen verrichten van het hierboven aangeduide nader onderzoek;

Beveelt de oproeping van verdachte, met de onverwijlde kennisgeving daarvan aan zijn raadsman alsmede kennisgeving aan de nabestaanden/benadeelde partijen en hun raadsvrouw, tegen een nog vast te stellen datum en tijd.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit tussenvonnis is gewezen door

mr. K.G. Witteman, voorzitter,

mr. F.G. Hijink en mr. S.I.A.C. Angenent-Bakker, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier G.A.M. Delis,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 augustus 2017.