Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:6423

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
27-07-2017
Datum publicatie
12-12-2017
Zaaknummer
15/760011-17
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 16-jarige jongen veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van 80 uren met een proeftijd van 2 jaar, omdat hij begin maart leerlingen, docenten en bezoekers van het [school] heeft bedreigd met een levensdelict, door via social media een afbeelding van de ‘Colombine School Shooting’ en een tekst over de ideale plek om leerlingen neer te schieten, op de facebookpagina van de school te plaatsen. Hij is vrijgesproken van bedreiging met een terroristisch oogmerk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

Locatie Haarlem

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer: 15/760011-17

Uitspraakdatum: 27 juli 2017

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting met gesloten deuren van 13 juli 2017 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

( [adres] ,

feitelijk verblijvende te [adres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. A.N. Verlinden en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. V.H. Hammerstein, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Primair

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 februari tot en met 3 maart 2017 te [plaats] en/of te [plaats] , althans in Nederland, de leerlingen en/of leraren en/of bezoekers van [school] , gevestigd aan de [adres] heeft bedreigd met een terroristisch misdrijf, althans met enige misdrijf, immers heeft verdachte schriftelijk via twitter en/of social media en/of het internet de volgende

chats/berichten op de social media van [school] te [plaats] , althans op het internet geplaatst:

- een afbeelding van de 'Columbine School Shooting' met daarbij toegevoegd de volgende tekst: 'er is een tribune gebouwd voor het bovenbouwtoneel van 1,2 en 3 maart. Een ideale plek om leerlingen dood te schieten' en/of

- een of meerdere afbeeldingen van de 'Columbine School Shooting' (waarop een persoon met een (automatisch) wapen te zien is) en/of

- ' Don't go to school tomorrow' en/of

- een link naar de pagina gedeeld van het [instituut] (een instituut om je te wapenen tegen school-shootings) voorzien van de toevoeging ‘Tip van de week’;

Subsidiair

Hij, op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 februari 2017 tot en met 3 maart 2017 te [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland, de leerlingen en/of leraren en/of bezoekers van [school] , gevestigd aan [adres] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte schriftelijk via Twitter en/of social media en/of het

internet de volgende chats/berichten op de social media van het [school] te [plaats] , althans op het internet geplaats:

- een afbeelding van de 'Columbine School Shooting, met daarbij toegevoegd de volgende tekst: 'er is een tribune gebouwd voor het bovenbouwtoneel van 1,2, en 3 maart. Een ideale plek om leerlingen dood te schieten' en/of

- een of meerdere afbeeldingen van de 'Columbine School Shooting' ( waarop een persoon met een (automatisch) wapen te zien is) en/of

- ' Don't go to school tomorrow'en/of

- een link naar de pagina van [instituut] (een instituut om je te wapenen tegen school-shootings) voorzien van de toevoeging ‘Tip van de week’.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het primair ten laste gelegde feit en tot bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde.

3.3.

Vrijspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder primair ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat geen sprake is van een terroristisch misdrijf, omdat het terroristisch oogmerk, zoals bedoeld in artikel 83a van het Wetboek van Strafrecht, niet bewezen kan worden.

3.4.

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder primair ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [directeur] , adjunct directeur van [school] te [plaats] (dossierpagina’s 44 en 45);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte van 3 maart 2017, met als bijlagen digitale foto’s (dossierpagina’s 30 onderaan t/m 35);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 9 maart 2017, inhoudende een verklaring van [directeur] (dossierpagina 64).

3.5.

Bewijsoverweging

De verdediging heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken wegens het ontbreken van opzet op bedreiging en onderbouwt dit als volgt.

Uit de verklaringen van verdachte bij de politie en ter terechtzitting, en uit het dubbel-PO blijkt duidelijk dat het nooit de intentie van verdachte is geweest om iemand daadwerkelijk angst aan te jagen of om iemand echt te bedreigen. Het facebookbericht was slechts een (weliswaar volledig misplaatste) grap. Verdachte zegt dat het zijn gevoel voor humor is om het ‘onschuldige’ met het ‘extreme’ te combineren en dat – letterlijk door foto’s en teksten te bewerken – in elkaar te schuiven. Zijn intenties waren niet slecht, hij wilde mensen aan het lachen maken. Hij heeft nooit gewild dat de lezers van de post zich bedreigd zouden voelen en hij heeft er ten tijde van het plaatsen van zijn facebookpost niet bij stilgestaan dat mensen de post serieus zouden nemen en zouden vrezen voor hun veiligheid. Verdachte heeft ook vlak na zijn aanhouding tot driemaal toe aan de verbalisanten gevraagd of wat hij had gedaan, strafbaar was.

De verdediging is tevens van mening dat geen sprake is van voorwaardelijk opzet. Verdachte heeft door het posten van zijn bericht niet bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat mensen zich daardoor bedreigd zouden voelen. Een bewuste aanvaarding vereist een bepaald inlevingsvermogen dan wel volwassenheid van denken bij degene die de bedreiging uit. Blijkens het persoonlijkheidsonderzoek van verdachte ontbreekt het hem daaraan. Uit het dossier blijkt dat binnen de sociale groep van verdachte het maken van dergelijke extreme, grove grappen gangbaar was en sociaal werd geaccepteerd. De verdediging leidt hier uit af dat verdachte bij het plaatsen van het bericht simpelweg niet voldoende heeft beseft dat mensen buiten zijn vriendenkring zijn grappen als serieuze bedreiging zouden opvatten.

Bovendien blijkt uit de neurowetenschap dat pubers niet goed in staan zijn om bepaalde situaties te beoordelen en een juiste afweging te maken.

De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank stelt vast dat de door verdachte op de site van [school] geplaatste berichten, zeker ook in onderlinge samenhang bezien, op zichzelf genomen bedreigend van aard zijn. Niet is gebleken dat de verdachte het uitdrukkelijke doel heeft gehad om de zesdeklassers en eventuele anderen die van zijn post kennis zouden nemen, te bedreigen of angst aan te jagen. Wel is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op bedreiging. Hij heeft ter zitting immers verklaard dat hij over zijn ‘foute grap’ heeft nagedacht, maar dat hij een denkfout, een verkeerde afweging, heeft gemaakt en de gevolgen niet goed heeft ingeschat. Door een afweging te maken en er op grond daarvan voor te kiezen om de berichten op de facebookpagina van de school te plaatsen, heeft verdachte er blijk van gegeven dat hij zich bewust is geweest van de mogelijk negatieve gevolgen van het plaatsen daarvan. Hij heeft er uiteindelijk toch voor gekozen om de berichten te plaatsen. De mogelijkheid dat mensen zich wel bedreigd zouden voelen, heeft hij weggewuifd door blindelings aan te nemen dat de zesdeklassers hem allemaal wel kennen en zouden begrijpen dat het een grap was. Aldus heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat bij de leerlingen, leraren en bezoekers van [school] de redelijke vrees zou ontstaan, dat verdachte iets met de Columbine school schooting vergelijkbaars ten uitvoer zou leggen en zij daardoor het leven zouden verliezen. Dat de deskundigen aan verdachte onder meer een narcistisch gevormde, gebrekkige empathie toeschrijven, doet aan het voorgaande niet af. Daarmee is immers niet gezegd dat verdachte geen enkel inlevingsvermogen heeft en zich daardoor ook in het geheel niet bewust is geweest van deze aanmerkelijke kans. De deskundigen komen ook niet tot de conclusie dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar is, maar dat het feit hem slechts in verminderde mate kan worden toegerekend. Hetzelfde geldt voor de stelling van de verdediging, dat pubers niet goed in staat zijn om bepaalde situaties te beoordelen en de gevolgen van hun gedrag te overzien. Ook aan dit in de wetenschap gangbare standpunt kan niet de vergaande conclusie worden verbonden dat pubers geen enkel inzicht hebben in de gevolgen van hun gedrag.

Ten slotte heeft de verdediging nog aangevoerd dat binnen de sociale groep van verdachte het maken van extreme, grove grappen gangbaar was en sociaal werd geaccepteerd. Dit verweer treft evenmin doel aangezien verdachte er juist voor heeft gekozen het bericht niet alleen binnen de beperkte kring van zijn vriendengroep te versturen, maar ook te plaatsen op de facebookpagina van alle 130 zesdeklassers van [school]

3.6.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 maart 2017 tot en met 3 maart 2017 te [plaats] de leerlingen en leraren en bezoekers van [school] , gevestigd aan [adres] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte schriftelijk via social media de volgende berichten op de social media van [school] te [plaats] , geplaatst:

- een afbeelding van de 'Columbine School Shooting‘, met daarbij toegevoegd de volgende tekst: 'er is een tribune gebouwd voor het bovenbouwtoneel van 1, 2, en 3 maart. Een ideale plek om leerlingen dood te schieten' en waarop een persoon met een (automatisch) wapen te zien is en

- ' Don't go to school tomorrow' en

- een link naar de pagina van [instituut] (een instituut om je te wapenen tegen school-shootings) voorzien van de toevoeging ‘Tip van de week’.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 13 dagen met aftrek van het voorarrest.

Tevens heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen jeugddetentie voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, onder de algemene voorwaarden en onder de bijzondere voorwaarden dat verdachte zal meewerken aan een behandeling bij [instelling] of een soortgelijke instelling, zich zal houden aan de meldplicht bij De Jeugd & Gezinsbeschermers te [plaats] en zich zal inzetten voor opvoedkundige begeleiding, indien de jeugdreclasseerder dit nodig acht, waarbij aan De Jeugd & Gezinsbeschermers te [plaats] opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

6.2.

Standpunt van de verdachte/de verdediging

De verdediging heeft met betrekking tot de strafmaat allereerst gesteld dat er sprake is van willekeur van handelen van het openbaar ministerie. Een schoolgenoot van verdachte, [schoolgenoot] , heeft min of meer hetzelfde gedaan. Hij heeft het bericht van verdachte gerepost en hieraan bovendien nog een lijst met schoolshootings toegevoegd met de opmerking ‘This list is incomplete; you can help by expanding it’. Hij is echter niet eens door de politie opgeroepen voor verhoor

Verder heeft verdachte ruim 12 dagen in voorlopige hechtenis gezeten en heeft de zaak veel aandacht in de media gehad. Dit alles heeft bijzonder veel indruk gemaakt op verdachte. Naar aanleiding van het incident was verdachte niet meer welkom op school, moest hij zijn eindexamen op een andere school doen en mocht hij ook niet aanwezig zijn bij de officiële diploma-uitreiking. Ook is zijn naam door [school] niet vermeld in de lijst met geslaagden in de krant.

Verdachte heeft nu meer begrip voor de gevolgen die zijn handelen hebben gehad en ziet in dat zijn humor niet altijd die van een ander is. Op dit moment vindt al individuele psychotherapie plaats bij [instelling] gericht op de persoonlijkheidsontwikkeling, het moreel redeneren en vooruit denken.

De verdediging komt tot de slotsom dat een schuldigverklaring zonder oplegging van straf passend zou zijn.

Uiterst subsidiair bepleit de verdediging slechts een voorwaardelijke taakstraf op te leggen.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden

waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van de volgende rapportages is gebleken:

  • -

    het Pro Justitia rapport van [psycholoog] , gezondheidszorgpsycholoog van 21 april 2017;

  • -

    het Pro Justitia rapport van drs. [psychiater] , kinder- en jeugdpsychiater van 28 april 2017;

  • -

    het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 19 juni 2017.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een aantal berichten op de facebookpagina van de zesdeklassers van [school] geplaatst, te weten eerst een link naar de pagina van [instituut] , een instituut om je te wapenen tegen schoolshootings met daarbij de tekst ‘Tip van de week’ en vervolgens een afbeelding van de ‘Columbine School Shooting’ met daarbij de tekst ‘er is een tribune gebouwd voor het bovenbouwtoneel van 1, 2 en 3 maart. Een ideale plek om leerlingen door te schieten!’ en waarop een persoon met een wapen is te zien. Toen een medeleerling reageerde op het plaatsen van de afbeelding heeft hij de tekst ‘Don’t go to school tomorrow’ geplaatst. Deze berichten zijn, zeker in onderlinge samenhang bezien, zeer bedreigend en hebben op [school] , maar ook daarbuiten, gevoelens van angst en onveiligheid teweeg gebracht. Hier komt nog bij dat de verdachte door zijn handelen heeft ingespeeld op gevoelens van onveiligheid en onrust, die in de samenleving zijn ontstaan na eerdere incidenten op scholen met wapens, waarnaar hij in de berichten ook heeft verwezen. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. Daarbij speelt mee dat een school bij uitstek een plaats is waar leerlingen, leraren en bezoekers zich veilig moeten kunnen voelen.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 1 juni 2017, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

Uit het psychiatrisch rapport en het psychologisch rapport blijkt, zakelijk weergegeven, dat de deskundigen het volgende vaststellen.

Er is bij verdachte sprake van een oppositionele opstandige gedragsstoornis, hoogbegaafdheid en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met narcistische trekken.

Verdachte is geneigd zich niet te laten leiden door conventies die voor anderen leidend zijn. Hierbij speelt zijn oppositionaliteit een rol, evenals de scheefgroei tussen zijn buitengewoon goed ontwikkelde cognitieve capaciteiten en het feit dat hij ‘nog maar 16’ is. Genieten, zoals van een ‘foute grap’, is voor hem belangrijk. Wat dit met anderen doet of zou kunnen doen is hierbij minder belangrijk. Hij houdt vanuit een narcistisch gevormde, gebrekkige empathie te weinig rekening met anderen en trekt zich te weinig aan van hen. In zijn ogen was dit een ‘foute grap’ die door sommige anderen erg gewaardeerd wordt en door de meeste anderen niet.

De deskundigen adviseren om verdachte het ten laste gelegde in verminderde mate toe te rekenen.

Het risico op recidive wordt als licht verhoogd ingeschat. De deskundigen zijn van mening dat verdachte aangeleerd zou kunnen worden om oorzaak-gevolg relaties beter te doorzien dan dat hij nu doet en dat hij zijn morele redeneren kan verbeteren. Tevens is het gewenst om de cognitieve capaciteiten meer in lijn te brengen met de sociaal-emotionele capaciteiten, om de persoonlijkheidsontwikkeling te verbeteren. Daarbij zal verdachte kunnen leren dat conventies en wetten niet persé het genot onderuit halen, maar dit ook kunnen bestendigen wanneer het plaatsvindt binnen, ook voor anderen, acceptabele domeinen. De balans vinden tussen authenticiteit en sociaal geaccepteerd gedrag is de ontwikkeling die verdachte nog moet maken. De methode waarbinnen dit kan plaatsvinden is een individuele psychotherapie, gericht op de persoonlijkheidsontwikkeling, moreel redeneren en vooruitdenken. De deskundigen adviseren psychotherapie als bijzondere voorwaarde op te leggen bij een voorwaardelijke straf.

De rechtbank kan zich vinden in de conclusies van de deskundigen, neemt deze over en maakt deze tot de hare.

Uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming blijkt dat de Raad zich eveneens kan vinden in de conclusies van de deskundigen. De Raad schat de kans op herhaling, zonder tussenkomst van psychotherapie, als middelhoog in. Om de kans op herhaling te verkleinen, vindt de Raad behandeling vanuit een instelling zoals [instelling] noodzakelijk. Deze behandeling is reeds gestart.

Om de behandeling goed te monitoren vindt de Raad voortzetting van de begeleiding vanuit de jeugdreclassering van belang. Dit is tevens van belang, zodat er ook aandacht blijft voor onder andere de thuissituatie en de overgang naar een studie in [plaats] , wat voor veel verandering bij verdachte zal zorgen.

De Raad adviseert verdachte een deels voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen, onder de algemene voorwaarden en onder de bijzondere voorwaarden dat verdachte wordt verplicht zich onder behandeling van een instelling zoals [instelling] te stellen, dat hij zich houdt aan de meldplicht en dat hij zich inzet voor opvoedkundige begeleiding, indien de jeugdreclasseerder dit nodig acht, waarbij aan De Jeugd & Gezinsbeschermers te [plaats] opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de minderjarige ten behoeve daarvan te begeleiden.

De Raad adviseert daarbij om bij de strafmaat rekening te houden met de intentie van verdachte bij het delict en het feit dat verdachte al veel consequenties van zijn gedrag heeft ervaren.

De Raad heeft ter zitting nog naar voren gebracht dat de behandeling bij de psychiater van belang is. Jeugddetentie acht de Raad niet passend en het heeft geen meerwaarde om verdachte een onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen.

De ter zitting aanwezige jeugdreclasseerder heeft aangegeven dat hij zich vooral zorgen maakt dat het empathisch deel ontbreekt bij verdachte. Verdachte kan zich niet voldoende inleven in een ander. Verdachte stond open om zo spoedig mogelijk met de behandeling bij [instelling] te starten en in overleg met zijn ouders is dat ook gebeurd. Verdachte had vertrouwen in de onderzoeker [psychiater] en deze psychiater is nu ook zijn behandelaar.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf in de vorm van een werkstraf van het na te noemen aantal uren moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat deze taakstraf vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.

Daarnaast acht de rechtbank verplicht contact met de jeugdreclassering, De Jeugd & Gezinsbeschermers te [plaats] , noodzakelijk. Tevens acht de rechtbank een behandeling van een instelling zoals [instelling] noodzakelijk en zal de rechtbank bepalen dat verdachte meewerkt aan opvoedkundige begeleiding, indien de jeugdreclassering dit nodig acht.

Voorwaarden van die strekking zullen aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

De rechtbank is van oordeel dat in de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat hij door de verschillende negatieve consequenties die het feit voor hem hebben gehad, al veel straf heeft ervaren, grond is gelegen om zowel qua modaliteit, als ook qua hoogte af te wijken van de straf zoals die door de officier van justitie is gevorderd.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 285 van het Wetboek van Strafrecht.

8 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.6 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het onder subsidiair bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van TACHTIG (80) UREN taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door VEERTIG (40) DAGEN jeugddetentie, met bevel dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

  • -

    zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • -

    medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

  • -

    zich meldt bij de jeugdreclassering, de gecertificeerde instelling De Jeugd & Gezinsbeschermers, te [plaats] en zich daarna gedurende de proeftijd en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen dient te blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zo lang die instelling dat noodzakelijk acht;

  • -

    zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal (blijven) stellen van [instelling] of een soortgelijke instelling;

  • -

    meewerkt aan opvoedkundige begeleiding, indien de jeugdreclassering dit nodig acht.

Geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling De Jeugd & Gezinsbeschermers te [plaats] toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de eventueel ten uitvoer te leggen taakstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht en met dien verstande dat voor elke dag die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht twee uren taakstraf, subsidiair één dag jeugddetentie, in mindering worden gebracht.

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. B.M.A. Bataille, voorzitter,

mr. M. Th. Goossens en mr. R. van der Heijden, rechters, allen tevens kinderrechter,

in tegenwoordigheid van de griffier W. van den Bergh,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 juli 2017.