Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:6276

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24-07-2017
Datum publicatie
05-09-2017
Zaaknummer
AWB - 16 _ 170
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Douane. Indeling van een fietstas.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
DouaneUpdate 2017-0488
NTFR 2017/2368
NLF 2017/2178 met annotatie van
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer: HAA 16/170

uitspraak van de meervoudige kamer van 24 juli 2017 in de zaak tussen

[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres

(gemachtigde: J.A.H. Claassen),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Nijmegen, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres een uitnodiging tot betaling (hierna: utb) uitgereikt voor € 2.615,77 aan douanerechten op industriële producten.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de utb gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft nadere stukken overgelegd. Deze nadere stukken zijn in afschrift aan verweerder verzonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 juli 2017 te Haarlem.

Namens eiseres is verschenen haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden mr. [A] en mr. [B] .

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres heeft op 3 november 2014 diverse goederen geplaatst onder de douaneregeling in het vrije verkeer brengen. De goederenomschrijving van artikel 3 van de aangifte ten invoer luidt “andere tassen met een buitenkant van textiel”, met aangegeven taric-code 4202 92 98 90, tarief 2,7%, met een aangegeven douanewaarde van € 6.666. Het betreft dubbele fietstassen voor meisjes, kleur zwart/roze, van het model [C] (hierna: de fietstas).

2. Verweerder heeft een fietstas laten onderzoeken door het Douane Laboratorium. Volgens de uitslag van het onderzoek bestaat de buitenkant van de fietstas voor 43% uit textiel en voor 57% uit kunststof.

3. Na het onderzoek in het Douane Laboratorium heeft verweerder de goederenomschrijving van artikel 3 gewijzigd in “andere tassen met een buitenkant van kunststof”, met taric-code 4202 92 19 00, tarief 9,7%, en dezelfde douanewaarde, € 6.666.

4. Het Douane Laboratorium heeft op 23 november 2015 een toelichting gegeven op de uitslag van het onderzoek naar de fietstas. De toelichting luidt als volgt:

“Bij de fietstas is het buitenmateriaal gekarakteriseerd, waar uit is gebleken dat deze bestaat uit textiel en textiel met kunststof in vellen daarop. Op basis van deze bevindingen is besloten het oppervlak van de verschillende delen te bepalen om te weten wat in meerderheid aanwezig is. Deze oppervlakte bepaling gebeurt door de verschillende delen op papier over te trekken en uit te knippen waarna het papier gewogen wordt en op die manier worden de oppervlakte percentages bepaald. Deze meting heeft uitgewezen dat het oppervlaktepercentage van het textiel 43% is en die van de kunststof in vellen 57%.”

Geschil
5. In geschil is de indeling van de fietstas in de gecombineerde nomenclatuur (GN).

6. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de aangegeven goederencode juist is. De fietstas heeft overwegend een buitenkant van textiel. Om te beginnen is in geschil welke delen van de fietstas moeten worden meegenomen bij de berekening. Eiseres heeft daarom de verhouding textiel/kunststof op drie verschillende manieren berekend, waarbij telkens meer delen van de buitenkant zijn meegerekend. Telkens is het percentage textiel hoger dan dat van kunststof. Verweerder gaat uit van een onjuiste methode om de verhouding te bepalen.

Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de utb tot € 2.149,15.

7. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de gecorrigeerde goederencode juist is. Verweerder verwijst naar de uitslag van het onderzoek van het Douane Laboratorium en de toelichting daarop. De buitenkant van de fietstas is overwegend van kunststof. Verweerder heeft ter zitting het gebruikte monster van de fietstas overgelegd en laten zien hoe de berekening heeft plaatsgevonden.

Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

Beoordeling van het geschil

8. Post 4202 luidt voor zover hier van belang als volgt:

“Reiskoffers en valiezen, koffers voor toiletbenodigdheden, documentenkoffertjes, aktetassen, school- en boekentassen, etuis, foedralen en kokers voor kijkers, voor camera’s, voor wapens, voor muziekinstrumenten of voor brillen, alsmede dergelijke bergingsmiddelen; reiszakken, isothermische zakken voor voedsel of voor dranken, toiletzakken, rugzakken, handtassen, boodschappentassen, portefeuilles, portemonnees, kaartentassen, sigarettenkokers, tabakszakken, gereedschapstassen en -zakken, tassen, etuis, foedralen en kokers voor sportartikelen, etuis, foedralen en kokers voor flacons, juwelendoosjes, poederdozen, etuis, foedralen en kokers voor messenmakerswerk, alsmede dergelijke bergingsmiddelen, van leder, van kunstleder, van kunststof in vellen, van textiel, van vulkanfiber of van karton, of geheel of voor het grootste deel bekleed met deze stoffen of met papier

(...)

− andere:

(...)

4202 92 − − met een buitenkant van kunststof in vellen of van textiel:

− − − van kunststof in vellen:

(...)

4202 92 19 00 − − − − andere

(...)

− − − van textiel

(…)

4202 92 98 − − − − andere

4202 92 98 90 − − − − − andere”

9. Aanvullende aantekening 1 (GN) op hoofdstuk 42 luidt:

“1. Voor de toepassing van de onderverdelingen van post 4202 wordt onder „buitenkant” verstaan het materiaal dat aan de buitenzijde van het bergingsmiddel zichtbaar is met het blote oog, ook indien dit materiaal de buitenste laag vormt van een samengestelde stof die het buitenmateriaal van het bergingsmiddel vormt.”

10. De toelichting EG op post 4202 luidt:

“Bestaat het buitenmateriaal van een product uit een samengestelde stof, waarvan de met het blote oog zichtbare buitenzijde uit een vel kunststof bestaat (bijvoorbeeld van een vel kunststof verbonden met weefsel), dan is het voor de indeling onder deze onderverdelingen niet van belang of het vel kunststof reeds voor de productie van de samengestelde stof werd vervaardigd of dat de kunststoflaag is verkregen door de stof (bijvoorbeeld van vezels vervaardigd weefsel) met kunststof te bestrijken of te overtrekken. Dit op voorwaarde dat de met het blote oog zichtbare buitenzijde er uit ziet als een vooraf vervaardigd vel van kunststof.”

11. Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken. Het is vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de post zijn omschreven. De door de Commissie vastgestelde toelichtingen op de GN en de in het kader van de Werelddouaneorganisatie uitgewerkte toelichtingen op het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen zijn, hoewel rechtens niet bindend, belangrijke hulpmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten.

12. De fietstas die de gemachtigde van eiseres ter zitting heeft laten zien, is anders dan het monster dat verweerder in het Douane Laboratorium heeft laten onderzoeken en aan de rechtbank heeft overgelegd. De gemachtigde van eiseres heeft desgevraagd bevestigd dat laatstbedoeld monster is genomen van de zending waarop artikel 3 van de aangifte ten invoer betrekking heeft. De rechtbank zal bij de beoordeling van het geschil daarom uitgaan van het monster dat verweerder ter zitting heeft overgelegd.

13. De rechtbank is van oordeel dat met het begrip “buitenkant” de gehele buitenzijde van de fietstas wordt bedoeld, dus de achterkant (zijnde het deel dat over de bagagedrager van de fiets wordt gedrapeerd) en de keerzijde daarvan, bestaande uit de onderkanten, de zijkanten, de voorkanten en de (bovenkant van de) kleppen van de twee vakken waaruit de fietstas bestaat. Hierbij maakt dus geen verschil hoe de fietstas wordt gepresenteerd (open, gesloten, in de handelsverpakking, gedrapeerd over de bagagedrager van de fiets of los). Tot de buitenkant behoren ook de (roze/wit geblokte) biezen en sierbanden aan de buitenkant van de fietstas. Voor de hiervoor beschreven buitenkant moet worden beoordeeld van welk materiaal of welke materialen deze is gemaakt. Voor de fietstas is hierbij van belang dat tussen partijen niet in geschil is dat de buitenkant uit twee verschillende materialen bestaat, textiel en kunststof. Vastgesteld moet dus worden, van welk materiaal de buitenkant van de fietstas overwegend is gemaakt.

14. De rechtbank stelt vast dat het Douane Laboratorium de verdeling heeft berekend door alle delen van de fietstas over te trekken op papier en vervolgens het aandeel van elk materiaal te bepalen door de beide stapels papier (de ene stapel voorstellend de delen van textiel en de andere stapel voorstellend de delen van kunststof) apart te wegen. De rechtbank acht deze methode bruikbaar. Het soortelijk gewicht van het papier is gelijk, zodat het verschil in gewicht tussen beide stapels volledig wordt verklaard door het verschil in oppervlakte tussen de opgemeten delen. De oppervlakte van de delen van textiel is 43% en de oppervlakte van de delen van kunststof is 57% van de totale oppervlakte van de fietstas.

15. Gelet op de toelichting van het Douane Laboratorium en de wijze waarop het monster is opgeknipt, komt de rechtbank tot de conclusie dat het standpunt van verweerder juist is. De buitenkant van de fietstas bestaat overwegend uit kunststof. In dit verband is van belang dat de biezen en de sierbanden aan de buitenkant van de fietstas geheel van kunststof zijn gemaakt. Deze dienen bij de beoordeling ook te worden meegenomen. Om deze laatste reden kunnen de berekeningen van eiseres niet worden gevolgd. Eiseres heeft de biezen en de sierbanden niet meegenomen in haar berekeningen.

16. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. van Dongen, voorzitter, mr. B. van Walderveen en mr. M.C.A. Onderwater, leden, in aanwezigheid van mr. S. Plesman-Jalink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2017. De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. In haar plaats tekent mr. M.C.A. Onderwater.

griffier lid van de meervoudige kamer

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.