Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:6154

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29-06-2017
Datum publicatie
29-12-2017
Zaaknummer
5917720
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Kort geding. Ontruiming huurwoning. Door gedaagde veroorzaakte overlast heeft structureel en ernstig karakter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 5917720 \ VV EXPL 17-63

Uitspraakdatum: 29 juni 2017

Vonnis in kort geding in de zaak van:

de vereniging [de vereniging]

gevestigd te [vestigingsplaats]

eiseres

verder te noemen: [de vereniging]

gemachtigde: mr. S. Vrij

en

[de gevoegde partij]
wonende te [woonplaats]
gevoegde partij ex artikel 217 Rv
verder te noemen: [de gevoegde partij]
gemachtigde: B. Parmentier

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. M.E.M. Vermeij

1 Het procesverloop

1.1.

[de vereniging] heeft [gedaagde] op 24 mei 2017 gedagvaard.

1.2.

[de gevoegde partij] heeft op 6 juni 2017 een incidentele conclusie tot voeging ingediend. Zij heeft verzocht zich te mogen voegen aan de zijde van [de vereniging] .

1.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 juni 2017. De kantonrechter heeft de voeging toegestaan. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft [gedaagde] een conclusie van antwoord ingediend en bij brief van 12 juni 2017 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] huurt sinds 1 mei 2013 van [de vereniging] de woning aan de [a-straat] [nr. 1A] te [woonplaats] . [gedaagde] woont daar met haar zoon, [de zoon van gedaagde] . Tot voor kort woonde ook haar dochter in de woning. De partner van [gedaagde] , [de partner van gedaagde] , staat niet op het adres ingeschreven maar verblijft zeer regelmatig bij [gedaagde] .

2.2.

Aan de [a-straat] [nr. 1] woont [de buurvrouw] (hierna te noemen [de buurvrouw] ). Zij woont sinds 1975 in die woning, die zij eveneens van [de vereniging] huurt. Zij woonde met haar man in de woning. Haar man is recent overleden.

2.3.

Aan de [a-straat] [nr. 3] woont [de gevoegde partij] met haar tienjarige zoon. [de gevoegde partij] huurt de woning sinds 22 mei 2013 van [de vereniging] .

2.4.

Sinds lange tijd is sprake van een gespannen sfeer aan de [a-straat] . Er zijn bij [de vereniging] veel klachten ontvangen van en over [gedaagde] en haar gezin en van en over [de buurvrouw] en haar man. Deze klachten zien op ruzies, scheldpartijen, asociaal gedrag, geluidsoverlast en dergelijke.

2.5.

Op zondag 17 april 2016 heeft een incident plaatsgevonden in de tuin van [de buurvrouw] . De man van [de buurvrouw] zat in een tuinstoel. [de zoon van gedaagde] (hierna: [de zoon van gedaagde] ) ging tegenover hem zitten. [de zoon van gedaagde] heeft na een kort gesprek [de buurman] op zijn hoofd geslagen. [de zoon van gedaagde] is hiervoor bij inmiddels onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter van 5 september 2016 wegens mishandeling veroordeeld tot het verrichten van een taakstraf.

2.6.

[de gevoegde partij] heeft sinds 2014 klachten ingediend bij [de vereniging] over [gedaagde] . [gedaagde] heeft ook klachten bij [de vereniging] over [de gevoegde partij] ingediend.

2.7.

[de vereniging] heeft getracht de ontstane situatie op te lossen door de verschillende bewoners aan te spreken en heeft [gedaagde] en [de buurvrouw] verzocht gedragsregels te ondertekenen. Bij brief van 1 november 2016 heeft [de vereniging] aan [gedaagde] een laatste waarschuwing gegeven.

2.8.

Op 17 februari 2017 heeft [de gevoegde partij] twee filmpjes gemaakt van [de partner van gedaagde] (hierna: [de partner van gedaagde] ) waarop te zien is dat hij voor haar raam tegen haar staat te schelden en later dat hij langs haar huis loopt en de Hitlergroet naar haar uitbrengt.

2.9.

[de gevoegde partij] heeft [de vereniging] bij brief van 27 maart 2017 gewezen op haar plicht om te zorgen voor huur/woongenot. [de gevoegde partij] heeft [de vereniging] een laatste maal in de gelegenheid gesteld het gebrek, te weten het ontbreken van het huur/woongenot, te verhelpen.

3 De vordering

3.1.

[de vereniging] en [de gevoegde partij] vorderen dat de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening [gedaagde] veroordeelt tot ontruiming van de woning aan de [a-straat] [nr. 1A] te [woonplaats] met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze van [de vereniging] zijn, en de sleutels af te geven aan [de vereniging] en dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt in de kosten van deze procedure.

3.2.

Zij leggen aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] ernstige overlast veroorzaakt. Niet alleen [gedaagde] zelf veroorzaakt overlast, maar ook [de zoon van gedaagde] en [de partner van gedaagde] veroorzaken overlast. [gedaagde] laat na maatregelen te treffen om de overlast te staken. Het is juist dat ook over [de buurvrouw] klachten binnen komen en zij ook overlast veroorzaakt, maar dat is van een andere orde dan de overlast die [gedaagde] en haar gezin veroorzaken.

4 Het verweer

4.1.

[gedaagde] betwist de vordering. Zij voert aan – samengevat – dat met name [de buurvrouw] maar ook [de gevoegde partij] de overlast veroorzaken. [gedaagde] en haar gezin reageren op treiterijen en uitlokkingen van de zijde van [de buurvrouw] en [de gevoegde partij] . [de vereniging] pakt ten onrechte [de buurvrouw] niet aan. [de buurvrouw] veroorzaakt juist ernstige geluidsoverlast en doet aan treiterijen. [de gevoegde partij] is filmpjes en foto’s gaan maken van [gedaagde] en haar gezin en daar wordt door [gedaagde] en haar gezin op gereageerd. De gedragingen van [de partner van gedaagde] van 17 februari 2017 zijn niet goed te praten, maar worden uitgelokt door [de gevoegde partij] . Als er altijd maar gefilmd wordt, dan slaan de stoppen door bij [de partner van gedaagde] De klachten van [de gevoegde partij] ten aanzien van de honden van [gedaagde] zijn onjuist. [de gevoegde partij] heeft niets te vrezen van [gedaagde] en haar gezin en ook niet van de honden van [gedaagde] .

5 De beoordeling

5.1.

De vordering in kort geding kan alleen worden toegewezen als [de vereniging] en [de gevoegde partij] daarbij een spoedeisend belang hebben. Gelet op de omstandigheden in de onderhavige zaak waarbij is gesteld dat het woongenot van de buren van [gedaagde] ernstig is verstoord, acht de kantonrechter het spoedeisende karakter van de zaak gegeven. Daar komt bij dat nog op 17 februari 2017 sprake was van een incident, zodat, anders dan ter zitting is betoogd, niet gezegd kan worden dat het al langere tijd rustig is in de buurt. Op 27 maart 2017 heeft [de gevoegde partij] [de vereniging] aangeschreven om haar de laatste kans te geven de huurovereenkomst na te komen en aan [de gevoegde partij] het woongenot te verschaffen. Vervolgens heeft [de vereniging] binnen een maand bij de kantonrechter een datum gevraagd voor een behandeling van een kort geding.

5.2.

Voor toewijzing van een vordering tot ontruiming is slechts plaats indien met een grote mate van waarschijnlijkheid in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst zal worden uitgesproken. Bovendien moet sprake zijn van een zodanig ernstige tekortkoming dat het belang van de verhuurder om over een vrije woning te beschikken moet prevaleren boven het belang van de huurder om in de woning te blijven.

5.3.

[gedaagde] is, als huurster, jegens [de vereniging] verantwoordelijk voor het gedrag van de medebewoners van de woning. Zij is dan ook niet alleen op haar eigen gedrag maar ook aan te spreken op de gedragingen van [de zoon van gedaagde] en [de partner van gedaagde]

5.4.

Tussen partijen is niet in geschil dat de buren al enige jaren in onmin leven. Hierbij zijn meerdere buren betrokken. Vanaf 2013 betrof het burengeschil eerst enkel [gedaagde] en haar gezin en [de buurvrouw] en haar man. Aan beide zijden hebben zich nadien andere buren geschaard. Sinds 2014 heeft [de gevoegde partij] eveneens zelfstandig klachten ingediend jegens [gedaagde] .

5.5.

Uit het dossier en het behandelde ter zitting zijn veel klachten en incidenten naar voren gekomen. Het betreft niet alleen de mishandeling van [de buurman] door [de zoon van gedaagde] maar ook de incidenten op 17 februari 2017, zoals vermeld onder rechtsoverweging 2.8. en voorts geschreeuw, gescheld en andere pesterijen. [gedaagde] voert hiertegen aan dat dit door [de buurvrouw] komt en dat zij en haar gezin worden uitgelokt. [de vereniging] heeft aangegeven dat een deel van het probleem ook [de buurvrouw] betreft en dat zij bezig is om [de buurvrouw] te bewegen te verhuizen. Echter, los van het gedrag van [de buurvrouw] , dat thans niet ter beoordeling aan de kantonrechter voorligt, is het overlast veroorzakend gedrag van [gedaagde] en haar gezin voldoende aannemelijk geworden. Hoewel het tot op zekere hoogte te begrijpen is dat zij reageren op hun buren, zijn de aangevoerde klachten over [gedaagde] en haar gezin ernstig te noemen.

5.6.

Ter zitting heeft [gedaagde] erkend dat zij en haar gezin schreeuwen, toeteren en schelden. Weliswaar heeft [gedaagde] aangevoerd dat zij en haar gezin niet agressief zijn en [de gevoegde partij] geen reden heeft om angstig te zijn, echter voldoende aannemelijk is geworden dat zij ernstige overlast veroorzaken en hun gedragingen als bedreigend en intimiderend worden ervaren. [de gevoegde partij] heeft in dit verband gesteld dat zij nog maar nauwelijks haar huis durft te verlaten en haar zoon niet meer buiten durft te laten spelen. Bovendien geldt dat uit de veroordeling van [de zoon van gedaagde] volgt dat hij in ieder geval eenmaal ernstig fysiek geweld heeft gebruikt door [de buurman] te mishandelen. Daarnaast is de kantonrechter van oordeel dat de gedragingen van [de partner van gedaagde] tegenover [de gevoegde partij] op 17 februari 2017 buiten alle proporties waren. Voorts zijn er over het jaar 2016 meerdere stukken, waaronder geluidsfragmenten, overgelegd waaruit volgt dat [gedaagde] en haar gezin op intimiderende en agressieve wijze schelden en schreeuwen naar [de buurvrouw] en [de gevoegde partij] . Het gaat hier niet om eenmalige incidenten.

5.7.

Gelet op het voorstaande is het de kantonrechter voldoende aannemelijk geworden dat het gedrag van [gedaagde] en haar gezin overlast veroorzaakt en dat die overlast een structureel en ernstig karakter heeft. Dit betekent dat de kantonrechter van oordeel is dat met een grote mate van waarschijnlijkheid in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst zal worden uitgesproken. De vordering tot ontruiming zal dan ook worden toegewezen. [gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat zij zelf ook graag elders zou willen wonen en om die reden op zoek is naar een andere woning. Gelet op het vorenstaande zal de kantonrechter de vordering van [de vereniging] toewijzen, maar pas met ingang van 1 september 2017, zodat [gedaagde] nog enige tijd heeft een andere woning te zoeken.

5.8.

De proceskosten, inclusief nakosten, aan de zijde van [de vereniging] en [de gevoegde partij] komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt [gedaagde] om de woning aan de [a-straat] [nr. 1A] te [woonplaats] voor
1 september 2017 te ontruimen en te verlaten, met al het hare en de haren en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking te stellen van [de vereniging] ;

6.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [de vereniging] tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 80,42

griffierecht € 117,00

salaris gemachtigde € 600,00;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de nakosten aan de zijde van [de vereniging] , voor zover daadwerkelijk nakosten worden gemaakt, met een maximum van € 100,00;

6.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [de gevoegde partij] tot en met vandaag vaststelt op:

salaris gemachtigde € 600,00;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de nakosten aan de zijde van [de vereniging] , voor zover daadwerkelijk nakosten worden gemaakt, met een maximum van € 100,00;

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.T. Hoogland en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter