Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:6132

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29-03-2017
Datum publicatie
11-08-2017
Zaaknummer
5400584
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Cliënt vordert van voormalig gemachtigde geld i.v.m. toegewezen proceskostenvergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 5400584 \ CV EXPL 16-8747

Uitspraakdatum: 29 maart 2017

Vonnis in de zaak van:

[eiseres]

wonende te [woonplaats]

eiseres in conventie
verweerster in reconventie

verder te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. D.E. Lof

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde in conventie
eiser in reconventie

verder te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

1 Het procesverloop

1.1.

[eiseres] heeft bij dagvaarding van 20 september 2016 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een tegenvordering ingediend.

1.2.

Op 1 maart 2017 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] heeft, met [gedaagde] als gemachtigde, geprocedeerd met betrekking tot het behouden van haar rijbewijs en het niet hoeven doen van een onderzoek naar haar rijvaardigheden. Dit betroffen meerdere procedures.

2.2.

De Raad van State heeft bij uitspraak van 13 januari 2016 het beroep van [eiseres] tegen een besluit van het CBR gegrond verklaard en aan [eiseres] € 2.450,00 aan proceskosten en
€ 399,00 aan door [eiseres] betaald griffierecht toegewezen.

2.3.

Het CBR heeft, overeenkomstig artikel 8:75 Algemene Wet Bestuursrecht (AWB), het totale bedrag betaald aan de rechtsbijstandverlener van [eiseres] , [gedaagde] . [gedaagde] heeft [eiseres] daaruit niet het bedrag van de door haar betaalde eigen bijdrage vergoed.

3 De vordering

3.1.

[eiseres] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 399,00 aan griffierechten en € 594,00 aan eigen bijdrage, te vermeerderen met de wettelijke rente over die bedragen vanaf 20 september 2016 tot aan de dag van gehele betaling en de kosten van dit geding.

3.2.

Zij legt aan de vordering – kort weergegeven – ten grondslag dat op grond van artikel 8:75, tweede lid, AWB [gedaagde] aan [eiseres] de eigen bijdrage en het bedrag aan griffierecht had moeten voldoen.

4 Het verweer en de tegenvordering

4.1.

[gedaagde] betwist de vordering gedeeltelijk. Hij voert – samengevat – aan dat [eiseres] weliswaar nog € 685,00 van hem te vorderen heeft, maar hij een beroep op verrekening doet omdat hij een tegenvordering op haar heeft. [eiseres] dient nog € 596,00 aan [gedaagde] te betalen in de procedures tegen het CBR en het OM met betrekking tot schorsing respectievelijk teruggave van het rijbewijs. Voorts heeft [gedaagde] [eiseres] bijgestaan in drie bezwaarprocedures waarin het verzoek tot gefinancierde rechtsbijstand door de Raad voor de rechtsbijstand is afgewezen. [gedaagde] heeft op grond van die procedures nog € 3.669,26 te vorderen van [eiseres] .

4.2.

[gedaagde] vordert bij wijze van tegenvordering dat de kantonrechter [eiseres] veroordeelt tot betaling van € 750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf
2 november 2016, en de kosten van dit geding. Hij legt aan de tegenvordering – kort weergegeven – ten grondslag dat hij bereid is de beloning voor zijn werkzaamheden in de genoemde drie bezwaarprocedures te matigen tot een bedrag van € 839,00, zodat hij, na verrekening met de vordering van [eiseres] van € 685,00, nog een bedrag van € 750,00 van haar te vorderen heeft.

5 Het verweer tegen de tegenvordering

5.1.

[eiseres] betwist de tegenvordering en stelt dat [gedaagde] nimmer facturen heeft verzonden ten aanzien van de door hem thans gevorderde kosten in de drie bezwaarprocedures waarin geen gefinancierde rechtsbijstand is toegewezen. [gedaagde] heeft geen opdrachtbevestiging ten aanzien van die drie procedures overgelegd.

6 De beoordeling

de vordering en de tegenvordering

6.1.

Ter zitting heeft [eiseres] haar vordering verminderd tot het bedrag dat door [gedaagde] wordt erkend, zijnde € 685,00. Deze vordering ligt dan ook voor toewijzing gereed.

6.2.

[gedaagde] heeft een beroep op verrekening gedaan. Voorts heeft hij ten aanzien van (gedeeltelijk) dezelfde vordering een tegenvordering ingediend. [gedaagde] heeft ten aanzien van zijn beroep op verrekening en zijn tegenvordering geen facturen overgelegd die door [eiseres] onbetaald zouden zijn gebleven. [gedaagde] heeft slechts een boekhoudkundig overzicht overgelegd en een berekening van pro forma facturen, maar heeft, naar hij zelf ter zitting heeft verklaard, geen facturen aan [eiseres] gestuurd ten aanzien van zijn werkzaamheden in de drie bezwaarprocedures waarin geen gefinancierde rechtsbijstand was toegewezen. Van onbetaald gebleven facturen is dus geen sprake. Gelet hierop staat niet vast dat [gedaagde] een opeisbare vordering heeft jegens [eiseres] , zodat de tegenvordering zal worden afgewezen. Gelet op het voorstaande dient het verrekeningsverweer eveneens te worden verworpen.

6.3.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van [eiseres] zal toewijzen tot een bedrag van € 685,00 en de vordering van [gedaagde] wordt afgewezen.

6.4.

Nu partijen in conventie over en weer deels in het ongelijk zijn gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen in conventie ieder de eigen proceskosten dragen. In reconventie komen de proceskosten voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt. Nu mr. Lof geen conclusie van antwoord op de tegenvordering heeft ingediend, zal de hoogte van de proceskosten echter worden vastgesteld op nihil.

7 De beslissing

De kantonrechter:

de vordering

7.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van € 685,00 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 20 september 2016 tot aan de dag van de betaling;

7.2.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

7.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

7.4.

wijst de vordering voor het overige af.

de tegenvordering

7.5.

wijst de vordering af;

7.6.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [eiseres] worden vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door C.E. van Oosten – van Smaalen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter