Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:5938

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
05-03-2017
Datum publicatie
17-07-2017
Zaaknummer
C/15/252992/HA ZA 16-822
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident ex. artikel 1022 Rv in vrijwaringszaak.

Partijen twisten over de vraag of het arbitragebeding in de algemene voorwaarden aan de bevoegdheid van de rechtbank in de vrijwaring in de weg staat.

Ingevolge artikel 1022 Rv verklaart de rechter bij wie een geschil aanhangig is gemaakt waarover een overeenkomst tot arbitrage is gesloten, zich onbevoegd indien een partij zich voor alle weren op het bestaan van die overeenkomst beroept, tenzij de overeenkomst ongeldig is.

Artikel 216 Rv staat niet aan de eventuele toepasselijkheid van het arbitragebeding in de weg. Vrijwaring doorbreekt in beginsel slechts de regels van de relatieve competentie, niet die van de absolute competentie. Derhalve doorbreekt het artikel ook niet een arbitragebeding als het onderhavige.

Dat het beroep van op onbevoegdheid in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, althans misbruik van recht oplevert, wordt niet gevolgd. Slechts bij hoge uitzondering kan een dergelijk beroep slagen. Inclusief herstelvonnis d.d. 19 april 2017

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2017/369
NTHR 2017, afl. 5, p. 308
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Sectie handel en insolventie

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer / rolnummer: C/15/252992 / HA ZA 16-822

Vonnis in incident van 15 maart 2017

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STRAMROOD CALLANTSOOG B.V.,

gevestigd te Callantsoog,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AANNEMERSBEDRIJF PIET DE VRIES CALLANTSOOG B.V.,

gevestigd te Callantsoog,

eiseressen in de vrijwaring,

verweersters in het bevoegdheidsincident,

advocaat mr. A. de Groot te Alkmaar,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MENSONIDES INSTALLATIE B.V.,

gevestigd te Harlingen,

gedaagde in de vrijwaring,

eiseres in het bevoegdheidsincident,

advocaat mr. R.H. Hulshof te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna Stramrood c.s. en Mensonides genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 21 december 2016, met producties;

  • -

    het herstelexploot van 9 januari 2017, met producties;

  • -

    de incidentele conclusie tot onbevoegdheid (ex. artikel 1022 Rv.), met producties;

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord.

1.2.

Daarna is vonnis bepaald in het incident.

2 De feiten

2.1.

Tussen [x] en [y], handelend onder de naam Hotel Pension ’t Zwaantje en vennootschap onder firma Grit (hierna: Grit c.s.) als eisers en Stramrood c.s. als gedaagden is bij deze rechtbank een geschil aanhangig onder zaak- en rolnummer C/15/248056 HA ZA 16/568 (hierna: de hoofdzaak).

2.2.

Grit c.s. hebben op 14 april 2014 met de vennootschap onder firma Aannemersbedrijf Piet de Vries Callantsoog (hierna: de v.o.f.) een aannemingsovereenkomst gesloten betreffende de nieuwbouw van hotel “’t Zwaantje”.

2.3.

De v.o.f. heeft op 20 augustus 2014 als opdrachtgever een “Opdrachtbevestiging t.b.v. installatiewerk nieuwbouw Hotel ’t Zwaantje te Callantsoog” van Mensonides ondertekend. Mensonides heeft deze opdrachtbevestiging als opdrachtnemer ondertekend. Dit document vermeldt onder meer:

“Op deze overeenkomst zijn de ALIB 2007 voorwaarden geldig en als zodanig ook bijgevoegd”

Voorts is vermeld:

“Voor onze werkzaamheden gelden onze standaard uitvoering methoden, garantievoorwaarden Mensonides Installatie en de Uneto VNI voorwaarden.”

Onderaan elke van de drie pagina’s tellende overeenkomst is (voor)gedrukt:

“Van toepassing zijn de Algemene Leveringsvoorwaarden Installerende Bedrijven 2007 (ALIB 2007) (…)”

Onderaan de laatste pagina is vermeld:

“Dit document bevat 3 pagina’s.

Bijlage: ALIB 2007 voorwaarden.”

2.4.

In artikel 18 lid 2 van de Algemene Leveringsvoorwaarden Installerende Bedrijven 2007 (ALIB 2007) van Uneto-VNI (hierna: de algemene voorwaarden) is bepaald:

“Elk geschil tussen technisch aannemer en klant, zal met uitsluiting van de gewone rechter worden beslecht door arbitrage overeenkomstig de statuten van de Stichting Raad van Arbitrage voor Metaalnijverheid en - Handel gevestigd te ’s Gravenhage, zoals die luiden drie maanden voor de dag waarop de Overeenkomt is gesloten.”

2.5.

Stramrood c.s. zijn de voormalig vennoten van de op 15 september 2015 gefailleerde v.o.f.

3 De vordering en het verweer

in de vrijwaring

3.1.

Stramrood c.s. vorderen dat Mensonides bij vonnis in de vrijwaring, gelijktijdig met het vonnis in de hoofdzaak, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot voldoening aan Stramrood c.s. van al datgene waartoe Stramrood c.s. in de hoofzaak mochten worden veroordeeld, met veroordeling van Mensonides in de proceskosten.

3.2.

Stramrood c.s. stellen daartoe kort gezegd dat de door Grit in de hoofdzaak gestelde tekortkomingen en aanspraken in overwegende mate betrekking hebben op werkzaamheden die in onderaanneming en onder verantwoordelijkheid van Mensonides zijn uitgevoerd.

Indien de door Grit in de hoofdzaak gestelde tekortkomingen komen vast te staan, betekent dit dat Mensonides jegens Stramrood c.s. is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, althans dat zij jegens hen onrechtmatig heeft gehandeld.

in het incident

3.3.

Mensonides vordert dat de rechtbank zich bij vonnis onbevoegd verklaart van het geschil kennis te nemen, alsmede Stramrood c.s. hoofdelijk veroordeelt in de kosten en nakosten van het incident, bij gebreke van betaling binnen 14 dagen te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.4.

Mensonides stelt daartoe kort gezegd dat op de tussen haar en Stramrood c.s. gesloten overeenkomst de algemene voorwaarden van toepassing zijn. Op grond van artikel 18 lid 2 daarvan zal een geschil als het onderhavige met uitsluiting van de rechter worden beslecht door arbitrage overeenkomstig de statuten van de Stichting Raad van Arbitrage voor Metaalnijverheid en -Handel. De vorderingen van Stramrood c.s. zijn gebaseerd op de overeenkomst tussen partijen. Dit betekent dat Mensonides een beroep toekomt op de algemene voorwaarden, waaronder het arbitraal beding. De beide vennoten van Stramrood c.s. zijn partij bij de overeenkomst en uit dien hoofde eveneens gebonden aan het arbitraal beding, aldus Mensonides.

3.5.

Stramrood c.s. betwisten dat de rechtbank onbevoegd is. Zij voeren daartoe allereerst aan dat blijkens artikel 216 Rv hij die in vrijwaring wordt gedagvaard moet procederen voor de rechter bij wie de hoofdzaak aanhangig is. Voorts zijn Stramrood c.s. geen partij bij de overeenkomst tussen Mensonides en Aannemersbedrijf Piet de Vries Callantsoog v.o.f., zodat het arbitragebeding niet tegen hen kan worden ingeroepen. Stramrood c.s. zijn als vennoten niet te vereenzelvigen met de v.o.f.; de vorderingsrechten van de v.o.f. c.q. de rechten en verplichtingen uit de overeenkomst met de v.o.f. komen de v.o.f. toe en niet de afzonderlijke vennoten. Mede om die reden is de grondslag van de vordering niet de niet-nakoming van de overeenkomst, maar onrechtmatige daad. Voorts voeren Stramrood c.s. aan dat de algemene voorwaarden niet op de overeenkomst van toepassing zijn en voorts dat deze niet voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan hen ter hand zijn gesteld. Bovendien doen Stramrood c.s. een beroep op de vernietigbaarheid van het arbitragebeding op grond van artikel 6:233 BW, althans op de reflexwerking van artikel 6:236 sub n BW. Ten slotte dient het beroep op onbevoegdheid te worden gepasseerd nu dit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid c.q. misbruik van recht oplevert, aldus Stramrood c.s.

4 De beoordeling

in het incident

4.1.

Partijen twisten over de vraag of het arbitragebeding aan de bevoegdheid van de rechtbank in de vrijwaring in de weg staat.

4.2.

De rechtbank stelt voorop dat ingevolge artikel 1022 Rv de rechter, bij wie een geschil aanhangig is gemaakt waarover een overeenkomst tot arbitrage is gesloten, zich onbevoegd verklaart indien een partij zich voor alle weren op het bestaan van die overeenkomst beroept, tenzij de overeenkomst ongeldig is.

4.3.

Artikel 216 Rv staat niet aan de eventuele toepasselijkheid van het arbitragebeding in de weg. Vrijwaring doorbreekt in beginsel slechts de regels van de relatieve competentie, niet die van de absolute competentie. Derhalve doorbreekt het artikel ook niet een arbitragebeding als het onderhavige.

4.4.

Gezien hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen in zijn arrest van 27 april 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BV5569, r.o. 3.8) zijn vennoten van een v.o.f. partij bij op naam van die v.o.f. gesloten overeenkomsten. Dit betekent dat Stramrood c.s. als vennoten van de v.o.f. partij zijn bij de overeenkomst van 20 augustus 2014.

4.5.

Gelet op de betwisting daarvan door Stramrood c.s. staat vervolgens ter beoordeling of de algemene voorwaarden, waarin het arbitragebeding is opgenomen, van toepassing zijn op de overeenkomst. Anders dan Stramrood c.s. hebben aangevoerd is geen sprake van slechts een enkele verwijzing naar die voorwaarden. Naast de verwijzing onderaan elke pagina van de overeenkomst wordt de gelding van de algemene voorwaarden immers tweemaal in de tekst van de overeenkomst vermeld. De rechtbank oordeelt daarom dat Stramrood c.s. door ondertekening van de opdrachtbevestiging de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden op de overeenkomst hebben aanvaard.

4.6.

Ten aanzien van de terhandstelling wordt als volgt overwogen. Stramrood c.s. hebben de ontvangst van de algemene voorwaarden slechts in algemene bewoordingen weersproken en hebben betoogd dat zij niet voor de ontvangst daarvan hebben getekend. Onderaan de overeenkomst is vermeld “Bijlage: ALIB 2007 voorwaarden”. Gesteld noch gebleken is dat die bijlage ontbrak. Onder die omstandigheden wordt ervan uitgegaan dat de algemene voorwaarden, waaronder het arbitragebeding, aan Stramrood c.s. ter hand zijn gesteld.

4.7.

Het verweer van Stramrood c.s. dat het arbitragebeding jegens hen onredelijk bezwarend is op grond van de reflexwerking van artikel 6:236 sub n BW, dient als onvoldoende onderbouwd te worden gepasseerd.

4.8.

Gezien het voorgaande staat voor de rechtbank in het kader van de beoordeling van de bevoegdheidsvraag voldoende vast dat de algemene voorwaarden, waaronder het arbitragebeding, tussen partijen gelden.

4.9.

Dat het beroep van Mensonides op onbevoegdheid in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, althans misbruik van recht oplevert, kan niet worden gevolgd. Slechts bij hoge uitzondering kan een dergelijk beroep slagen. Mensonides heeft enkel in algemene bewoordingen gesteld dat arbitrage nodeloos aanzienlijke kosten met zich brengt en dat zij wellicht niet over de middelen beschikt om deze te voldoen, zonder dat zij inzichtelijk heeft gemaakt wat precies de hoogte van die kosten is en dat zij niet in staat is tot betaling daarvan. Het door Mensonides genoemde risico dat de verschillende instanties een ander oordeel zullen geven, is evenmin voldoende om het arbitragebeding op grond van artikel 6:248 lid 1 BW buiten beschouwing te laten.

4.10.

Het voorgaande leidt tot het oordeel dat de rechtbank zich onbevoegd acht om van onderhavig geschil kennis te nemen. De incidentele vordering zal worden toegewezen.

4.11.

Bij deze uitkomst van de procedure zullen Stramrood c.s. hoofdelijk, in die zin dat als de één betaalt, de ander ter hoogte van dat bedrag zal zijn bevrijd, worden veroordeeld in de proceskosten en de nakosten.

in de vrijwaring

4.12.

Nu de rechtbank gelet op het voorgaande onbevoegd is om van het geschil kennis te nemen, dienen Stramrood c.s. te worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Mensonides. Deze worden begroot op € 1.924,00 aan griffierecht.

5 De beslissing

De rechtbank:

in de vrijwaring en in het incident

5.1.

verklaart zich onbevoegd om van het geschil in de vrijwaring kennis te nemen.

in het incident

5.2.

veroordeelt Stramrood c.s. hoofdelijk in de proceskosten, tot op heden begroot op

€ 452,00, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Stramrood c.s. niet binnen 14 dagen na

aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak

heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten

van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in

art. 6:119 BW over de proceskosten en de nakosten met ingang van veertien dagen na de

betekening van dit vonnis tot aan de voldoening.

in de vrijwaring

5.3.

veroordeelt Stramrood c.s. hoofdelijk in de proceskosten aan de zijde van Mensonides, tot op heden begroot op 1.924,00.

Dit vonnis is gewezen door mr.drs. J. Blokland en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.J. Hankel-Luder op 15 maart 2017.

Op verzoek van Mensonides, na Stramrood c.s. in de gelegenheid te hebben gesteld hierop te reageren, verbetert de rechtbank op grond van artikel 31 lid 1 Rv het vonnis van 15 maart 2017 aldus:

In rechtsoverweging 4.9 van het vonnis dient in plaats van “Mensonides” in de tekst:

Mensonides heeft enkel in algemene bewoordingen gesteld dat arbitrage nodeloos aanzienlijke kosten met zich brengt en dat zij wellicht niet over de middelen beschikt om deze te voldoen, zonder dat zij inzichtelijk heeft gemaakt wat precies de hoogte van die kosten is en dat zij niet in staat is tot betaling daarvan. Het door Mensonides genoemde risico dat de verschillende instanties een ander oordeel zullen geven, is evenmin voldoende om het arbitragebeding op grond van artikel 6:248 lid 1 BW buiten beschouwing te laten.”

tweemaal “Stramrood c.s.” te worden gelezen.

Deze verbetering is uitgesproken door mr.drs. J. Blokland, rechter, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.