Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:5763

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-07-2017
Datum publicatie
11-08-2017
Zaaknummer
C/15/260637 / JU RK 17-1043
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betreft een verzoek tot het verlenen van vervangende toestemming voor het aanvragen van een reisdocument.

De kinderrechter heeft de vervangende toestemming verleend en daarbij een formeel gebrek, te weten dat het kind inmiddels de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, gepasseerd in het belang van het kind.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

Zittingsplaats: Alkmaar

IMS

zaakgegevens : C/15/260637 / JU RK 17-1043

datum uitspraak: 11 juli 2017

beschikking vervangende toestemming aanvragen reisdocument en reisdata

in de zaak van

de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers, hierna te noemen de GI,

gevestigd te Alkmaar.

betreffende

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , hierna ook te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

[de vader] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats] ,

[de pleegouders] , hierna te noemen de pleegouders,

wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop


Op 21 juni 2017 is ingekomen bij de griffie het verzoekschrift met bijlagen van de GI, waaronder het “Gezinsplan” van de GI, bijgewerkt tot en met juni 2017.

Op 7 juli 2017 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord is:

- [naam] , namens de GI.

De minderjarige is afzonderlijk gehoord.

Opgeroepen en niet verschenen, zonder afbericht, zijn:

- de moeder,

- de vader,
- de pleegouders.

De feiten


Het ouderlijk gezag over de minderjarige wordt uitgeoefend door beide ouders.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 14 maart 2017 de ondertoezichtstelling van de minderjarige en de machtiging tot uithuisplaatsing bij de pleegouders verlengd, beide tot (uiterlijk) 22 maart 2018.

Het verzoek

De GI heeft verzocht vervangende toestemming te verlenen voor het aanvragen van een reisdocument voor de minderjarige, te weten een paspoort, en voor het maken van na te noemen reizen van en naar het buitenland.

[minderjarige] gaat met school naar [land] van 17 juli 2017 tot en met 23 juli 2017. De pleegouders willen met [minderjarige] naar [land] van 9 augustus 2017 tot en met 25 augustus 2017 en voor volgend jaar, 2018, is het voornemen een reis naar [land] te maken. Voor het maken van die reizen verzoekt de GI vervangende toestemming te verlenen en voorts heeft [minderjarige] om die reizen te kunnen maken een reisdocument nodig. Hij is al in het bezit van een identiteitskaart, waarmee hij wel naar [land] kan, maar hij heeft geen paspoort.

De GI heeft dit verzoek niet besproken met de vader. De vader wenst al sinds de uithuisplaatsing van [minderjarige] in 2014 geen invulling meer te geven aan zijn gezaghebbende taken rondom de opvoeding en verzorging van [minderjarige] en weigert ieder contact met de GI. De GI heeft daarom de verwachting dat de vader ook zal weigeren mee te werken aan het aanvragen van een paspoort voor [minderjarige] . [minderjarige] heeft het contact met de vader verbroken. De GI acht het in het belang van [minderjarige] dat hij de reizen zoals verzocht kan maken.

De beoordeling

Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting overweegt de kinderrechter als volgt.

Op grond van artikel 34, eerste lid, van de Paspoortwet, voor zover hier relevant, wordt bij een aanvraag (van een reisdocument) door of ten behoeve van een minderjarige een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent.

Op grond van artikel 34, derde lid, van de Paspoortwet kan indien een persoon die het gezag uitoefent, de desbetreffende stichting of de desbetreffende Voogdijraad een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid weigert, deze op verzoek van de minderjarige van zestien jaren of ouder worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter.

Op grond van artikel 34, vijfde lid, van de Paspoortwet geeft de rechter in de in het tweede, derde en vierde lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Daarbij kan als voorwaarde worden gesteld dat de geldigheidsduur of de territoriale geldigheid van het aangevraagde reisdocument wordt beperkt.

Op grond van artikel 36, eerste lid, van de Paspoortwet, voor zover hier relevant, kan bij een aanvraag ten behoeve van een minderjarige die onder toezicht is gesteld en jonger is dan zestien jaar, indien één of beide personen die het gezag over de minderjarige uitoefenen, weigeren een verklaring van toestemming als bedoeld in artikel 34, eerste lid, af te geven, in plaats van die verklaring een verklaring van toestemming van de bevoegde rechter worden overgelegd.

Op grond van artikel 36, tweede lid, van de Paspoortwet kan de rechter een verklaring van toestemming afgeven op verzoek van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 254 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. De rechter geeft een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

De kinderrechter stelt vast dat [minderjarige] voor het aanvragen van een paspoort (ook) de toestemming van zijn gezaghebbende vader nodig heeft, maar dat de vader die toestemming vanwege het verbroken contact tussen [minderjarige] en de vader en de uiterst moeizame relatie met de GI –naar alle waarschijnlijkheid- zal weigeren.

[minderjarige] heeft onlangs de leeftijd van zestien jaar bereikt en zou daarom zelf vervangende toestemming aan de kinderrechter moeten vragen voor het kunnen verkrijgen van een paspoort. Vanwege het feit dat [minderjarige] onder toezicht staat, heeft de GI gemeend voor [minderjarige] de vervangende toestemming te moeten aanvragen.

Hoewel dat formeel, gezien het wettelijk stelsel, niet juist is, zal de kinderrechter dat formele gebrek passeren. Het is duidelijk dat [minderjarige] graag de genoemde reizen wil maken en dat hij daarvoor een paspoort nodig heeft. De belangen van [minderjarige] en de GI lopen parallel en de vraag of de kinderrechter vervangende toestemming zal verlenen moet hoe dan ook worden getoetst aan de maatstaf of dat in het belang van het kind wenselijk is. Verder heeft de GI terecht verzocht om vervangende toestemming te verlenen voor het maken van de genoemde reizen.

De kinderrechter is van oordeel dat [minderjarige] niet de dupe mag worden van de weigerachtige houding van de vader en zal het verzoek daarom in zijn geheel toewijzen. De kinderrechter acht het in het belang van [minderjarige] wenselijk dat hij kan beschikken over een paspoort en dat hij volwaardig kan deelnemen aan het gezinsleven bij zijn pleegouders, inclusief de vakanties, en tevens dat hij kan deelnemen aan de door zijn school georganiseerde reizen.

De beslissing

De kinderrechter:

- verleent vervangende toestemming voor het aanvragen van een paspoort ten behoeve van de minderjarige:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ;

- verleent vervangende toestemming aan genoemde minderjarige voor het maken van navolgende reizen:

[land] van 17 juli 2017 tot en met 23 juli 2017,

[land] van 9 augustus 2017 tot en met 25 augustus 2017,

[land] op een nog onbekende datum in het jaar 2018;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.P. van der Haak, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2017.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Amsterdam