Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:5745

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
05-07-2017
Datum publicatie
24-07-2017
Zaaknummer
5410710 PA EXPL 15-5
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

MH 17

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Pachtkamer van de Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr/rolnr.: 5410710 PA EXPL 16-5 WD

Uitspraakdatum: 5 juli 2017

Vonnis in de zaak van:

de besloten vennootschap Steltenpool Bloembollen B.V. te Wieringerwerf,

eisende partij

verder ook te noemen: Steltenpool

gemachtigde: mr. E.C.W. van der Poel

tegen

de besloten vennootschap Geerlings Vastgoed B.V., te Middenmeer

gedaagde partij

verder ook te noemen: Geerlings

gemachtigde: mr. J. de Beurs.

Het procesverloop

Steltenpool heeft een vordering ingesteld, zoals omschreven in de dagvaarding d.d. 26 september 2016.

Geerlings heeft bij antwoord verweer gevoerd.

Na beraad heeft de pachtkamer een comparitie gelast die is gehouden op 31 mei 2017 in tegenwoordigheid van partijen en gemachtigden, met dien verstande dat in plaats van mr. Van der Poel voornoemd is verschenen mr. S. Jansen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt. Ter zitting hebben mr. Jansen en mr. De Beurs het woord gevoerd aan de hand van een pleitnota die is overgelegd en tot de processtukken behoort.

Voorafgaande aan de zitting zijn van de zijde van Steltenpool op 12 mei 2017 ter griffie nog aanvullende producties ingekomen.

De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

Ten slotte is heden uitspraak bepaald.

De vaststaande feiten

Geerlings was tot 24 augustus 2016 eigenaar van de onroerende zaak (agrarisch erf met bedrijfswoning, opstallen en aanhorigheden) staande en gelegen aan de Geerling 3 te Bovenkarspel.

Steltenpool heeft deze onroerende zaak in de jaren 2012 tot en met 2014 in gebruik gehad met een compagnon voor het broeien van tulpenbollen.

In 2015 heeft de onroerende zaak leeggestaan.

Op 5 augustus 2015 hebben Steltenpool als pachter en Geerlings als verpachter een mondelinge pachtovereenkomst (genaamd huurovereenkomst) gesloten met betrekking tot de bedrijfsruimte aan de Geerling 3 te Bovenkarspel ten behoeve van de verwerking en opslag van bolbloemen, voor de periode van 1 november 2015 tot 1 april 2016, tegen een huurprijs van € 50.000,-- voor 5 maanden, excl. omzetbelasting. De overeenkomst is op 10 augustus 2015 schriftelijk vastgelegd, waarbij [naam] heeft getekend namens Steltenpool en namens Geerlings haar (middellijk) mw. [Naam] . De overeenkomst is niet schriftelijk ter goedkeuring aan de grondkamer gezonden.

De op schrift gestelde overeenkomst bevat de volgende passage:

“Het verbruik van gas en elektra wordt door de huurder zelf geregeld en afgerekend. Supervisie apparatuur voor koelcellene.d. in eigen beheer van de huurder. Inschakelen onderhoudsbedrijf (Polytechniek) bij storing altijd in overleg met [(naam)] .”

Steltenpool heeft de kas van gedaagde op 1 november 2015 in gebruik genomen.

Op 18 januari 2016 heeft Steltenpool geconstateerd dat in de kas sprake was van veel beschadigde bladpunten van de tot bloei getrokken bolbloemen.

Op 24 januari 2016 heeft Polytechniek, in opdracht van Steltenpool een noodreparatie aan de verwarmingsketel uitgevoerd.

Steltenpool heeft de geconstateerde schade aan de bolbloemen gemeld bij haar rechtsbijstandsverzekeraar, die op 26 januari 2016 aan EMN Expertise (ing. M.M. Roozendaal) een expertiseopdracht heeft gegeven. Deze expert heeft zijn bevindingen neergelegd in het rapport van expertise van 18 april 2016. Volgens dit rapport is op basis van de bevindingen te concluderen dat de schade aan de tulpen van eiseres het gevolg is van achterstallig onderhoud van de ketel, die bij het ontstaan eigendom was van gedaagde.

Het schadebeeld is volgens de expert niet over de gehele kas gelijk verdeeld. Het schadebeeld was ernstiger in de buurt van de ketel. Ook per soort bolbloem verschilde het schadebeeld. De totale schade bedraagt € 64.346,29, excl. btw, vermeerderd met € 7.282,14 aan expertisekosten, aldus de expert.

Op 3 februari 2016 is gedaagde namens eiseres aansprakelijk gesteld en heeft zij gedaagde gesommeerd om de schade zelf binnen drie dagen te komen vaststellen.

Op 17 februari 2016 heeft de advocaat van gedaagde de aansprakelijkheid voor de schade betwist.

Het geschil

Steltenpool vordert dat de pachtkamer, kort gezegd, bij vonnis voor recht verklaart dat Geerlings jegens Steltenpool aansprakelijk is voor de door Steltenpool geleden schade, alsmede dat de pachtkamer Geerlings veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding van € 71.628,43 te vermeerderen met rente en kosten.

Steltenpool voert daartoe, kort gezegd, het volgende aan.

Er is sprake van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van gedaagde, omdat de schade aan de bolbloemen is ontstaan door achterstallig onderhoud aan de ketel, waardoor blootstelling aan rookgassen (ethyleen) de bolbloemen hebben aangetast. Hierdoor konden de bolbloemen niet meer worden geoogst, c.q. leverden de bollen minder op en is Steltenpool een reële verkoopopbrengst voor de bolbloemen misgelopen. Steltenpool houdt Geerlings aansprakelijk voor de schade, welke schade in totaal kan worden begroot op een bedrag van € 71.628,43.

Geerlings verweert zich tegen de vordering.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling

Het geschil vloeit voort onder de hiervoor genoemde (gedeeltelijke) mislukking van de bolbloemenoogst bij Geerlings.

Vooraleer dient de vraag te worden beantwoord of sprake is van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van Geerlings in de zin van artikel 7:341 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Die vraag wordt op grond van het hiernavolgende ontkennend beantwoord.
Bij deze ontkennende beantwoording kan er veronderstellenderwijs van uit worden gegaan dat blootstelling aan ethyleen een gevolg is geweest van een defect aan de ketel. Of dit daadwerkelijk het geval is staat naar het oordeel van de pachtkamer nog niet onomstotelijk vast, omdat gelet op de inhoud van het processuele debat daarover op de status en waarde die aan het partijdeskundigenbericht van Steltenpool kan worden toegekend, een andere oorzaak van de ethyleenblootstelling niet kan worden uitgesloten.

Bij de ontkennende beantwoording wordt allereerst overwogen dat in voornoemde overeenkomst tussen partijen, onder meer en voor zover hier van belang, geconcludeerd kan worden dat het aan Steltenpool was om de supervisie over de koelcellen e.d. in eigen beheer uit te voeren. Partijen hebben dit met zoveel woorden tot uitdrukking gebracht in de op schrift gestelde overeenkomst, welke bewoordingen niets aan duidelijkheid te wensen overlaat.

Voorts kan Steltenpool worden aangemerkt als een professionele pachter met veel ervaring in de tulpenbollenteelt. Die ervaring wordt ook aanwezig geacht ten aanzien van het gepachte, dat in de jaren 2012, 2013 en 2014 ten behoeve van de tulpenbollenteelt eveneens bij Steltenpool in gebruik is geweest.

Daarbij telt tevens mee voor Steltenpool bekend was dat ethyleen een zeer nadelige invloed kan hebben bij de tulpenteelt. Tevens staat vast dat bij Steltenpool bekend was dat geen ethyleenmeter in het gepachte aanwezig was.

Gesteld noch gebleken is dat plaatsing van zo’n meter ingewikkeld of duur zou zijn geweest.

Dat betekent dat niet zonder meer valt uit te sluiten dat het tevens in de macht van de pachter, Steltenpool, had gelegen dat schade voorkomen had kunnen worden door het aanbrengen van zo’n meter.

Afgezien nog daarvan heeft, naar is gebleken, in december 2015 een 3,5 uur durende inspectie aan de verwarmingsketel plaatsgevonden in het gepachte, waarbij geen relevant

gebrek is geconstateerd aan de rookgasafvoer.

Daarnaast was voor Steltenpool bij het reguleren van de temperatuur aan de hand van de onderhoudssticker op het apparaat kenbaar dat in de periode tussen 2009 en 2015 geen onderhoud aan de verwarmingsketel had plaatsgehad, een periode waarin hij de betreffende ruimte zelf (deels) als pachter in gebruik heeft gehad.

Bij dit alles dient voorts te worden opgemerkt dat onweersproken is dat Geerlings, in de persoon van mevrouw [Naam] , geen kennis heeft gedragen van deze voorgeschiedenis. Haar vader, [(Naam)] , is samen met zijn echtgenote op 17 juli 2014 omgekomen bij de vliegtuigramp met de MH17. Hij was de (middellijk) bestuurder van Geerlings Vastgoed BV.

In het licht van al deze omstandigheden kan niet worden geconcludeerd dat Geerlings op een toerekenbare wijze te kort is geschoten jegens Steltenpool.

Nu ook geen andere omstandigheden zijn aan te wijzen voor de door pachter gestelde schade kan worden aangenomen, dient het gevorderde te worden afgewezen.

Uiteraard behoeven de overige stelling van partijen in het licht van het vorenstaande geen nadere bespreking.

Steltenpool zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding worden veroordeeld.

De door Geerlings gevorderde nakosten en wettelijke rente zijn toewijsbaar als na te melden.

De beslissing

De pachtkamer:

Wijst de vordering af.

Veroordeelt Steltenpool in de kosten van het geding aan de zijde van Geerlings gevallen en tot en met deze uitspraak vastgesteld op € 1.200,00 wegens salaris van de gemachtigde van Geerlings (waarover Steltenpool geen BTW verschuldigd is).

Veroordeelt Steltenpool in de nakosten, voor zover daadwerkelijk nakosten zijn gemaakt, met een maximum van € 100,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door de pachtkamer van de sectie kanton, locatie Alkmaar in de samenstelling van mr. P.G. Vroom, kantonrechter-voorzitter, C.J.M. Kramer-Pepping en S.H.M. Kapteijn, pachtleden en door de kantonrechter-voorzitter in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier

De kantonrechter-voorzitter