Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:5713

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-07-2017
Datum publicatie
07-07-2017
Zaaknummer
1570002416
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zedenzaak. Tussenvonnis. De rechtbank heropent het onderzoek ter terechtzitting, omdat bij beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. De rechtbank acht het van belang dat opnieuw onderzoek wordt gedaan naar de manier waarop de zaak aan het licht is gekomen. Hiertoe dienen de "disclosure getuigen" nader te worden gehoord.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700024-16

Uitspraakdatum: 4 juli 2017

Tegenspraak

Interlocutoir vonnis

Dit tussenvonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 juni 2017 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1981 te [geboorteplaats 1] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [woonplaats 1] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van

  • -

    het standpunt van de officier van justitie, mr. A. van Eck, dat ertoe strekt dat de rechtbank het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en verdachte hiervoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan zes maanden voorwaardelijk,
    met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarde een contactverbod met het slachtoffer. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank deze tot een bedrag van € 5.000,00 zal toewijzen, hoofdelijk, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en voor het overige niet-ontvankelijk zal verklaren;

  • -

    hetgeen door verdachte en mr. J.J. Jorna, raadsman van verdachte, naar voren is gebracht;

  • -

    hetgeen door de benadeelde partij en haar raadsvrouw mr. A. Spel, naar voren is gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 29 maart 2015, in elk geval in de periode van 1 maart 2015 tot en met 1 mei 2015 te Julianadorp, gemeente Den Helder, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 1999) van wie zij, verdachte en/of haar mededader, wist(en) dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed

dat deze niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,

immers was die [slachtoffer] onder invloed van alcohol, die door verdachte(n), aan die [slachtoffer] verstrekt was/waren, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte en/of haar mededader:

-haar en/of zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] gebracht/ geduwd en/of

-haar en/of zijn vinger(s) in de anus van die [slachtoffer] gebracht/ geduwd en/of

-zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht/ geduwd en/of

-haar en/of zijn tong in en/of tegen de vagina van die [slachtoffer] gebracht/ geduwd en/of

-de borsten en/of (andere) delen van het lichaam van die [slachtoffer] betast en/of gekust en/of gezoend;

en/of

zij op of omstreeks 29 maart 2015, in elk geval in of omstreeks de periode van 1 maart 2015 tot en met 1 mei 2015 te Julianadorp, gemeente Den Helder, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen ontucht heeft gepleegd met haar minderjarig pleegkind en/of een aan haar, verdachte en/of haar mededader's zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 1999, hebbende verdachte en/of haar mededader:

-haar en/of zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] gebracht/ geduwd en/of

-haar en/of zijn vinger(s) in de anus van die [slachtoffer] gebracht/ geduwd en/of

-zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht/ geduwd en/of

-haar en/of zijn tong in en/of tegen de vagina van die [slachtoffer] gebracht/ geduwd en/of

-de borsten en/of (andere) delen van het lichaam van die [slachtoffer] betast en/of gekust en/of gezoend.

2 Beraadslaging

Ter terechtzitting is het onderzoek gesloten. Bij de beraadslaging is vervolgens gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Uit het dossier volgt dat aangeefster het volgende heeft verklaard:

Rond eind maart 2015 is zij seksueel misbruikt door haar pleegmoeder (verdachte) en de vriend van haar pleegmoeder (medeverdachte). [getuige 1] heeft dit van verdachte gehoord en is diezelfde avond nog naar aangeefster toegekomen om te vragen wat er was gebeurd. Dit was ongeveer een week of twee nadat het gebeurd was. Begin mei 2015 is aangeefster na een ruzie weggelopen uit het huis van haar pleegmoeder. Op de “dag van de muziek” kwam aangeefster erachter dat meer mensen het wisten. [getuige 1] heeft tegen haar gezegd dat ze het aan [getuige 2] , de ex-partner van verdachte, had verteld. Aangeefster is zelf naar [getuige 2] toegegaan en hij heeft haar verteld dat hij het heeft doorverteld.

[getuige 1] is als getuige gehoord en heeft onder andere het volgende verklaard:

Ongeveer twee weken voordat aangeefster bij haar pleegmoeder wegliep heeft zij van verdachte [verdachte] gehoord dat verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte] seks met aangeefster hebben gehad toen ze onder invloed was van alcohol. Getuige [getuige 1] heeft aangeefster diezelfde avond verteld wat zij van verdachte [verdachte] had gehoord. Getuige [getuige 1] heeft het vervolgens tegen [getuige 2] verteld, ongeveer één of twee weken later, net nadat aangeefster daar uit huis was gegaan.

De rechtbank stelt vast dat aangeefster niet de persoon is geweest die het verhaal naar buiten heeft gebracht. Gelet op voornoemde verklaringen zou het verhaal naar buiten zijn gebracht door [getuige 1] en vervolgens door [getuige 2] . Uit het dossier blijkt echter niet dat dit is onderzocht. [getuige 1] is slechts eenmaal door de politie als getuige gehoord, waarbij van doorvragen nog geen sprake was. [getuige 2] is in het geheel niet gehoord, evenmin diegenen aan wie hij het zou hebben doorverteld.

Om tot een oordeel te komen over hetgeen aan verdachte ten laste is gelegd, acht de rechtbank het van belang dat opnieuw onderzoek wordt gedaan naar de manier waarop de zaak aan het licht is gekomen. Hiertoe acht de rechtbank het noodzakelijk dat de “disclosure getuigen” [getuige 1] en [getuige 2] en naar aanleiding van deze verhoren eventuele andere getuigen, door de rechter-commissaris nader worden gehoord.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank, overeenkomstig het subsidiair door de officier van justitie gedane verzoek, het onderzoek ter terechtzitting heropenen en beslissen als na te melden.

3 Beslissing

De rechtbank:

 Heropent het gesloten onderzoek ter terechtzitting.

 Schorst het onderzoek ter terechtzitting in het belang daarvan voor onbepaalde tijd.

 Stelt de stukken in handen van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank teneinde de volgende getuigen te horen:
- [getuige 1], geboren op [geboortedatum 3] te [geboorteplaats 2] , indertijd woonachtig op het adres [woonplaats 2] ;

- [getuige 2], ex-partner van verdachte;
en voorts al datgene te doen wat deze in het belang van het onderzoek acht.

 Beveelt dat het onderzoek zal worden hervat op een nog nader te bepalen terechtzitting, gelijktijdig met de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte] .

 Beveelt de oproeping van verdachte tegen het nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van verdachte.

 Beveelt dat de benadeelde partij de dag en het tijdstip van de volgende zitting schriftelijk wordt meegedeeld.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. van Beek, voorzitter,

mr. P.H.B. Littooy en mr. H.E. van Harten, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. Z.T. Pronk,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 juli 2017.