Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:570

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
25-01-2017
Datum publicatie
28-02-2017
Zaaknummer
C/15/251751 / FA RK 16-7067
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Adoptie naar Nederlands recht door pleegouders van een kind met de Poolse nationaliteit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2017/5046
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

locatie Alkmaar

zaak-/rekestnr.: C/15/251751 / FA RK 16-7067

beschikking van 25 januari 2017 betreffende adoptie

gegeven op het verzoek van:

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,

en

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,

echtelieden,

beiden wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: verzoekers,

advocaat: mr. M.H. van der Weit, kantoorhoudende te Volendam, gemeente Edam-Volendam.

1 Verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van verzoekers, ingekomen op 21 november 2016.

1.2

Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden.

2 Verzoek

2.1

Verzoekers hebben verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de adoptie uit te spreken door verzoekers van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] (verder: [minderjarige] ).

3 Feiten en omstandigheden

3.1

[minderjarige] is geboren als dochter van [de moeder] (verder: de moeder). De biologische vader van [minderjarige] is [de vader] . De biologische vader heeft [minderjarige] niet erkend. De moeder is overleden op [datum] in [geboorteplaats] . De moeder had de Poolse nationaliteit. [minderjarige] heeft ook de Poolse nationaliteit. [minderjarige] heeft al jarenlang geen enkel contact met de biologische vader.

3.2

[minderjarige] is voorlopig onder toezicht gesteld voor drie maanden van de Werkstichting Jeugdbescherming van het Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (verder: JBRA) bij beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Amsterdam van 27 februari 2007. Bij beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Amsterdam van 21 mei 2007 is [minderjarige] onder toezicht gesteld voor één jaar, met benoeming van JBRA tot gezinsvoogdijinstelling. [minderjarige] is daarbij ook uithuisgeplaatst. Voormelde maatregelen zijn telkens verlengd, laatstelijk bij beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Amsterdam van 17 mei 2010, ingaande 21 mei 2010.

3.3

[minderjarige] woont sinds eind september 2008 in het pleeggezin van verzoekers.

3.4

Bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 7 juli 2010 is de moeder ontheven van het ouderlijk gezag over [minderjarige] , met benoeming van JBRA tot voogd.

3.5

Verzoekers zijn gehuwd op [huwelijksdatum] in [plaats] .

3.6

Verzoekers hebben reeds vier (inmiddels meerderjarige) kinderen tot wie zij in familierechtelijke betrekking staan.

3.7

Bij de stukken bevinden zich verklaringen van JBRA en van de pleegzorgbegeleider van Spirit, waaruit blijkt dat zij het verzoek tot adoptie van harte ondersteunen.

4 Beoordeling

adoptie

4.1

De rechtbank heeft op grond van de overgelegde stukken de overtuiging dat de gevraagde adoptie in het kennelijk belang van [minderjarige] is. Zij woont al ruim acht jaar in het gezin van verzoekers en het is ieders wens dat zij ook “echt” tot het pleeggezin gaat behoren. [minderjarige] kan, gelet op het overlijden van de moeder, niets meer van haar moeder in hoedanigheid van ouder verwachten. Tevens is komen vast te staan dat [minderjarige] thans en naar voor de toekomst redelijkerwijs is te voorzien niets meer van haar biologische vader heeft te verwachten.

4.2

Uit de stukken blijkt dat aan de in artikel 228 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) gestelde voorwaarden is voldaan, zodat het verzoek kan worden toegewezen.

Geslachtsnaam [minderjarige]

4.3

Op grond van artikel 10:19, eerste lid, BW worden de geslachtsnaam en de voornamen van een vreemdeling bepaald door het recht van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft. Ingevolge artikel 10:20 BW worden de geslachtsnaam en de voornamen van een persoon die de Nederlandse nationaliteit heeft, bepaald door het Nederlandse recht. Artikel 10:22, eerste lid, BW bepaalt dat ingeval van verandering van nationaliteit het recht van de staat van de nieuwe nationaliteit van toepassing is, daaronder begrepen de regel van dat recht betreffende de gevolgen van de nationaliteitsverandering voor de naam.

4.4

[minderjarige] bezit thans de Poolse nationaliteit. Op het moment dat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, levert dit een grondslag op voor het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit. Het voorgaande brengt mee dat Nederlands recht van toepassing is op de door verzoekers gedane keuze voor de geslachtsnaam van [minderjarige] .

4.4

Verzoekers hebben er voor gekozen dat [minderjarige] de geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal dragen.

4.5

Nu [minderjarige] het vijfde kind is tot wie verzoekers in familierechtelijke betrekking komen te staan, is voor de naamskeuze artikel 1:5 lid 8 BW van toepassing. Uit dit artikel blijkt dat de keuze die voor de naam van het eerste kind van dezelfde ouders is gedaan, beslissend is voor alle volgende kinderen, in die zin dat in het geval dat volgende kinderen blijkens de geboorteakte of krachtens toepasselijk recht een naam hebben die afwijkt van de naam van het eerste kind, de ouders kunnen verklaren dat het desbetreffende kind dezelfde geslachtsnaam zal hebben als het eerste kind. [minderjarige] zal na de adoptie de geslachtsnaam [geslachtsnaam] dragen.

5 Beslissing

De rechtbank:

5.1

spreekt uit de adoptie van de minderjarige van het vrouwelijk geslacht:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,

door verzoekers voornoemd;

5.2

stelt vast dat verzoekers ervoor hebben gekozen dat [minderjarige] de geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal hebben;

5.3

draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking - en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld - een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Allegro, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van A.M. Bergen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2017.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.