Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:5673

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-07-2017
Datum publicatie
11-07-2017
Zaaknummer
C/15/260023 / KG ZA 17-444
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Executiegeschil over de uitleg van het kort gedingvonnis van 19 mei 2017 (ECLI:NL:RBNHO:2017:4185). Incidentele vordering tot tussenkomst afgewezen wegens gebrek aan belang. TUI kan geen nadeel ondervinden van de uitspraak in dit executiegeschil tussen Corendon en SACN, omdat het geschil slechts gaat over de interpretatie van het dictum van het eerdere vonnis. Het in dat vonnis uitgesproken gebod en verbod worden in deze zaak voor zover nodig nader uitgelegd en verduidelijkt maar daarbij worden geen nieuwe rechten en plichten voor Corendon en SACN vastgesteld. Van conflicterende rechten of een eigen belang van TUI bij de vorderingen in dit executiegeschil is daarom geen sprake.

Het eerdere vonnis is gewezen tussen Corendon en SACN en heeft geen rechtstreekse werking jegens derden.

Het in het vonnis van 19 mei 2017 gegeven verbod en gebod moeten worden gelezen in samenhang met de daaraan ten grondslag liggende overwegingen en tegen de achtergrond van hetgeen Corendon in die procedure aan haar vorderingen ten grondslag heeft gelegd, te weten dat het “nieuwe” allocatiebeleid van SACN zoals vastgelegd in de Working Procedure jegens haar onrechtmatig is en niet mag worden toegepast. Het oordeel van de voorzieningenrechter dat het “nieuwe” slotallocatiebeleid onrechtmatig is, brengt logischerwijze mee dat SACN ten aanzien van Corendon moet teruggrijpen op het “oude” beleid zoals dat vóór 2017 werd toegepast. De in 5.2 van het dictum gehanteerde bewoordingen “evenals in voorgaande jaren”, “gebruikelijke batches” en “gebruikelijke onderbenutting” duiden daar ook op. Het dictum moet in het licht van het voorgaande aldus worden begrepen dat ten aanzien van Corendon de situatie moet worden gehandhaafd zoals die gold voorafgaand aan het seizoen 2017. Een andere uitleg van het geformuleerde gebod en verbod zou volstrekt onredelijk zijn, omdat dat tot gevolg zou kunnen hebben dat Corendon in een betere positie terecht zou komen dan in de voorgaande seizoenen, terwijl daarvoor geen grond bestaat

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/260023 / KG ZA 17-444

Vonnis in kort geding van 11 juli 2017

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CORENDON DUTCH AIRLINES B.V.,

gevestigd te Lijnden, gemeente Haarlemmermeer,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CORENDON INTERNATIONAL TRAVEL B.V.,

eiseressen in de hoofdzaak,

verweersters in het incident tot tussenkomst,

advocaat mr. G.A. Smit te Amsterdam,

tegen

de stichting

STICHTING AIRPORT COORDINATION NETHERLANDS,

gevestigd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident tot tussenkomst,

advocaat mr. A.H. Gaastra te Schiphol,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TUI AIRLINES NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Schiphol-Rijk, gemeente Haarlemmermeer,

eiseres in het incident tot tussenkomst,

advocaten mrs. K.J. Krzeminski en J.J.R. Lautenbach te Rotterdam.

Eiseressen in de hoofdzaak zullen hierna gezamenlijk Corendon worden genoemd. Gedaagde in de hoofdzaak zal worden aangeduid als SACN, waarbij wordt opgemerkt dat in de geciteerde correspondentie ook gebruik wordt gemaakt van de afkoring ACN(L). Eiseres in het incident zal TUI worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties

  • -

    de brief van mr. Gaastra van 26 juni 2017 met als bijlagen 8 producties

  • -

    de incidentele conclusie tot tussenkomst ex artikel 217 Rv tevens conclusie zijdens interveniënte indien de tussenkomst wordt toegestaan

  • -

    de mondelinge behandeling op 27 juni 2017

  • -

    de pleitnota van Corendon

  • -

    de pleitnota van SACN

  • -

    de pleitnota van TUI.

1.2.

Na uitroeping van de zaak zijn verschenen:

  • -

    [A.], CEO Corendon

  • -

    [B.], general counsel Corendon

  • -

    [C.], [D.] en mr. Smit voornoemd namens Corendon

  • -

    [E.], managing director SACN

  • -

    [F.], slotcoördinator SACN

  • -

    [G.], slotcoördinator SACN

  • -

    mr. Gaastra voornoemd namens SACN

  • -

    [H.], directielid TUI Nederland

  • -

    [I.], manager commercial & operational flightplanning TUI

  • -

    mr. J.J.R. Lautenbach en mr. Krzeminski voornoemd namens TUI.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 19 mei 2017 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank vonnis gewezen in een door Corendon aanhangig gemaakte procedure over de wijze van toedeling van nachtslots door SACN (hierna: het Vonnis). Het Vonnis houdt – voor zover van belang – het volgende in:

[…]

De feiten

2.1.

Corendon Dutch Airlines B.V. is een Nederlandse luchtvaartmaatschappij die hoofdzakelijk vluchten uitvoert voor de reisorganisatie Corendon International Travel B.V. Corendon Dutch Airlines is een van de drie Nederlandse luchtvaartmaatschappijen die Schiphol als thuisbasis heeft. Haar vloot bestaat uit drie Boeing 737-800 Next Generation vliegtuigen.

2.2.

Corendon International Travel B.V. is een touroperator die reizen organiseert naar Turkse en andere populaire bestemmingen binnen en buiten Europa. Zij maakt onderdeel uit van de Corendon Holiday Group.

2.3.

Corendon realiseert 80% van haar omzet en ruim 90% van haar winstmarge tijdens het zomerseizoen.

2.4.

Een groot deel van de reizen van Corendon beginnen en/of eindigen met een vlucht die op de luchthaven Schiphol vertrekt of aankomt tussen 23:00 uur en 06:59 uur, de zogenoemde nachtvluchten.

[…]

2.7.

SACN heeft de exclusieve bevoegdheid voor toewijzing van slots op Schiphol.

[…]

2.11.

Bij brief van 4 oktober 2016 heeft Schiphol de capaciteitsdeclaratie voor het zomer seizoen van 2017 aangeboden, waarbij onder meer is vermeld:

(…)

The capacity declaration for summer 2017 has been determined by Amsterdam Airport Schiphol, (…) after it was concluded from in-depth discussions that no unanimous agreement could be reached in the ‘Operationeel Schiphol Overleg’ (…)

(…)

2.12.

In de capaciteitsdeclaratie voor zomer 2017 is onder meer vermeld:

Voorts is vermeld als een van de aanvullende voorwaarden

(…)

3. The upcoming legally binding limits on the number of aircraft movements of 500,000 for the twenty-four hours period and 32,000 for the night period (excluding General Aviation) are considered as targets that should not be exceeded when releasing and allocating slots that are not eligible for historic precedence.

(…)

2.13.

In een concept gespreksverslag van een bespreking tussen Corendon en SACN op 20 februari 2017 is onder meer als volgt vermeld:

(…)

Nachtslots

 De verdeling van de nachtslots is gelijk aan vorig jaar (en verloopt via batches). Verwachting van SACN is dat over de aantallen en uitgifte eind volgende week meer duidelijkheid bestaat. Algemene verwachting is dat er wel minder dan vorig jaar zullen vrijkomen (er meer is en wordt benut).

(…)

2.14.

SACN heeft op haar website haar beleid, gedateerd 5 april 2017, gepubliceerd dat is vastgelegd in het document Working procedure non-historic night slot allocation (hierna: de Working procedure).

Daarin is onder meer vermeld:

(…)

1. Introduction

1.1.

The capacity declaration of Amsterdam Airport Schiphol (AMS) for S17 stipulates that “The upcoming legally binding limits on the number of aircraft movements […] 32,000 for the night period […] are considered as targets that should not be exceeded when releasing and allocating slots that are not eligible for historic precedence.” Airlines should take into account that night slot availability may reduce in respect of previous seasons due to this target and increased demand.

(…)

2.2.

ACNL periodically allocates non-historic night slots whenever there are available once the season is in progress. The table below shows the envisaged moments of communication and allocation and the estimated maximum provisional percentage of slot availability open for allocation. This table will be updated after allocation.

Daaronder is de volgende tabel weergegeven.

2.15.

Bij brief van 24 april 2017 heeft Corendon SACN onder meer als volgt geschreven:

(…)

Wij beschikken voor de zomer van 2017 thans over 78 nachtslots. Daarmee beschikken we bij lange na niet over het minimale aantal nachtslots, te weten 991, die wij deze zomer nodig hebben om onze reizigers te vervoeren naar hun vakantiebestemmingen. Zoals het er nu naar uitziet, kunnen we onze passagiers – in het beste geval en ondanks alle noodmaatregelen die wij in gang hebben gezet (zoals overheveling van slots etc.) – nog enkele weken, namelijk tot 12 mei, vervoeren. Daarna zijn onze nachtslots op en komt onze operatie in onmiddellijk gevaar. Mogelijk krijgen we er de komende weken nog een paar ad hoc nachtslots bij, maar dat zal naar wij begrijpen van u een zeer beperkte hoeveelheid zijn die het desastreuze tekort aan nachtslots niet oplost.

De reden dat wij op dit moment een continuïteitsbedreigend tekort aan nachtslots hebben, is gelegen in de omstandigheid dat SACN deze zomer voor het eerst weigert om alle initieel gealloceerde, maar niet gevlogen nachtslots opnieuw uit te geven en daarbij zoals gebruikelijk ook te anticiperen op slots die in de loop van het seizoen vrijvallen. U wijkt hiermee af van de bestendige beleidslijn die ervoor heeft gezorgd dat wij als home carrier, die sterk afhankelijk is van deze vrijgevallen nachtslots, in de afgelopen zes jaar steeds al onze nachtvluchten hebben kunnen uitvoeren ondanks het feit dat we niet beschikken over historische nachtslots. Wij zijn van mening dat het volstrekt onnodig is om nu plots in het nadeel van Corendon (en andere maatschappijen die niet over historische nachtslots beschikken) van die bestendige beleidslijn af te wijken. Daarmee zorgt u ten onrechte voor een onderbenutting van de gedeclareerde slotcapaciteit op Schiphol en brengt u Corendon, zoals vandaag wederom uitgelegd, in een acute, continuïteitsbedreigende situatie.

(…)

[…]

4.3

Corendon legt aan haar vorderingen ten grondslag dat sprake is van onrechtmatige beleidswijziging, onder meer omdat SACN geen redelijke overgangstermijn hanteert. Corendon had niet kunnen voorzien dat Schiphol eenzijdig de capaciteitsdeclaratie zou vaststellen en dus ook niet had kunnen voorzien dat SACN zo weinig voorbereidingstijd zou geven om te kunnen anticiperen op de beleidswijziging. Dat leidt er, aldus Corendon, toe dat haar geen reële mogelijkheid wordt geboden haar schade te voorkomen of te beperken. Corendon stelt dat haar pas eind maart 2017, toen zij niet de gebruikelijke hoge aantallen nachtslots verkreeg bij herallocatie, duidelijk werd dat dit nieuwe beleid dermate rigoureuze effecten zou hebben op haar positie en bestaan.

[…]

4.5.

Vast staat dat luchtvaartmaatschappijen tot 6 oktober 2016 aanvragen voor (nacht)slots op Schiphol bij SACN konden indienen. Blijkens de toelichting ter zitting had Corendon tot op dat moment 78 nachtslots verkregen voor de zomer van 2017. Gelet op het aantal nachtslots dat Corendon in 2016 heeft verkregen is dat een aanzienlijk lager aantal. Niet weersproken is dat de nachtslots door SACN in kleinere batches dan zoals gebruikelijk in voorgaande jaren zijn uitgegeven.

Niet gebleken is dat bij eerdere navraag concrete aantallen zijn genoemd als gevolg van gewijzigd beleid. Voorts blijkt uit het door Corendon overgelegde conceptverslag van een gesprek tussen SACN en Corendon, zoals weergegeven onder 2.13, dat weliswaar is besproken dat de algemene verwachting is dat er wel minder slots dan vorig jaar zullen vrijkomen, maar dat niet eerder dan begin maart 2017 duidelijkheid was te verwachten over de aantallen. De enkele stelling van SACN dat over de nieuwe systematiek eerder wel mededelingen zijn gedaan, kan daaraan niet afdoen. Ter zitting heeft SACN toegelicht dat op 3 maart 2017 de getallen van de eerste beschikbaar komende nachtslots zijn gepubliceerd.

Gelet hierop volgt de voorzieningenrechter Corendon in haar betoog dat haar pas op 7 april 2017 duidelijk werd wat de concrete gevolgen waren van het nieuwe beleid. Het verweer van SACN dat Corendon het tekort aan nachtslots ruimschoots van te voren had kunnen zien aankomen, gaat derhalve niet op.

4.6.

Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat Corendon geen redelijke termijn is gegund om de operationele bedrijfsvoering aan de gevolgen van het nieuwe beleid aan te passen en maatregelen te nemen.

4.7.

Voorts stelt Corendon dat sprake is van een onrechtmatige beleidswijziging omdat de daaraan ten grondslag liggende capaciteitsdeclaratie onbevoegd is vastgesteld.

4.8.

Vast staat dat SACN het nieuwe beleid heeft gebaseerd op de capaciteitsdeclaratie, zoals hiervoor onder 2.12 vermeld. In artikel 5 lid 3 van het Besluit slotallocatie, zoals hiervoor onder 2.8 vermeld, is expliciet bepaald dat Schiphol de bevoegdheid tot het zelfstandig vaststellen van de capaciteitsdeclaratie is ontnomen. Zoals ook vermeld in de onder 2.11 weergegeven brief, staat voorts vast dat de capaciteitsdeclaratie niet namens het OSO is vastgesteld, maar bij gebreke van overeenstemming in dat overleg door Schiphol zelfstandig is vastgesteld.

Gelet op de genoemde bepaling in het Besluit slotallocatie heeft Schiphol de capaciteitsdeclaratie onbevoegd vastgesteld. Daaraan kan niet afdoen dat het OSO, waaraan de bevoegdheid tot vaststelling van een capaciteitsdeclaratie is gegeven, niet tot overeenstemming kon komen. De stelling van SACN dat het gebrek aan overeenstemming ertoe leidt dat teruggevallen moet worden op lid 2 van genoemd besluit, wordt verworpen. Daar komt bovendien bij dat de capaciteitsdeclaratie is gebaseerd op afspraken in het Aldersakkoord, zoals genoemd onder 2.10, waarvan vast staat dat de daarin genoemde normen en aantallen (nog) niet wettelijk zijn vastgelegd.

[…]

4.10.

Het hiervoor overwogene leidt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat de onverwachte beleidswijziging van SACN voor het zomerseizoen 2017, zoals vastgelegd in de Working procedure, onrechtmatig is.

4.11.

Het voorgaande leidt ertoe dat de vordering tot het verbod om op basis van de Working procedure tot de verdeling van nachtslots voor het zomerseizoen 2017 over te gaan, voor toewijzing in aanmerking komt.

Zoals door Corendon toegelicht betreft de vordering onder (ii) het spiegelbeeldige gebod van het onder (i) gevraagde verbod. De vordering onder (ii) zal eveneens worden toegewezen. De vordering onder (iii) zal worden afgewezen nu uitgifte van nachtslots op basis van het beleid zoals dat in voorgaande jaren werd gehanteerd, aan Corendon geen recht geeft op een exact aantal toe te kennen nachtslots. Het verweer van SACN dat zij in strijd zou handelen met het vereiste dat de slotcoördinator zijn taken op onpartijdige en non-discriminatoire wijze dient uit te voeren, treft in die zin doel. Toewijzing van de vordering onder (iii) zou ertoe leiden dat aan de exclusieve publiekrechtelijke bevoegdheid van SACN om slots toe te kennen voorbij wordt gegaan.

4.12.

De gevorderde dwangsom zal worden afgewezen omdat SACN heeft aangegeven ook zonder dwangsom aan een rechterlijk vonnis te zullen voldoen en de voorzieningenrechter geen redenen ziet om daaraan te twijfelen.

[…]

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verbiedt SACN om het nieuwe slotallocatiebeleid met betrekking tot de verdeling van nachtslots voor het zomerseizoen 2017, zoals neergelegd in de Working Procedure, in het bijzonder (a) het vasthouden aan de genoemde target van 32.00 nachtbewegingen in de eerste bullet point van artikel 2.1. en (b) het rekening houden met de mogelijke ongeplande nachtbewegingen, uit te voeren,

5.2.

gebiedt SACN om (evenals voorgaande jaren) ieder niet-gevlogen nachtslot voor de zomer 2017 onmiddellijk hetzij in één keer hetzij in de gebruikelijke batches opnieuw uit te geven – zonder inachtneming van een target van 32.000 nachtbewegingen en zonder rekening te houden met de mogelijke ongeplande nachtbewegingen – tot en met de volledige gedeclareerde nachtcapaciteit van 23.219 nog vermeerderd met de overgehevelde onbenutte nachtslots uit de winter 2016/2017, een en ander waar mogelijk met anticipatie op de gebruikelijke onderbenutting, zoals die volgt uit de Situatieschets van SACN,

[…]

2.2.

Eveneens op 23 mei 2017 heeft SACN de volgende tekst op haar website geplaatst:

“Uitspraak in kort geding door Rechtbank Noord-Holland inzake nachtslots Corendon.

ACNL heeft de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland [over Corendon en de nachtvluchten] bestudeerd.

ACNL kan niet anders doen dan wat de rechter heeft bepaald.

Deze uitspraak dwingt ACNL nu Corendon voor te trekken boven andere luchtvaartmaatschappijen.

Daarom heeft ACNL als onafhankelijke en onpartijdige slotcoördinator geen andere keus dan in hoger beroep te gaan.

[…]”.

2.3.

Het Vonnis is op 23 mei 2017 aan SACN betekend.

2.4.

SACN heeft bij brief van 24 mei 2017 – onder meer – het volgende meegedeeld:

“Ter uitvoering van het vonnis in kort geding van 19 mei 2017 […] wordt Corendon Dutch Airlines B.V. (hierna Corendon) bovenop de reeds toegekende slots voor het zomerseizoen van 2017, hierbij een aantal non-historische nachtslots toegewezen.

[…]

De uitleg van het dictum

[…]

Ten tweede valt op dat in het dictum onder 5.2 in de eerste regel wordt gesproken over “ieder niet gevlogen nachtslot voor de zomer 2017”. Een redelijke uitleg van het dictum brengt met zich mee dat hieronder wordt verstaan: “ieder uitgegeven nachtslot dat niet tot een nachtbeweging heeft geleid”. De situatie dat nachtslots niet worden ‘gevlogen’ doet zich in beperkte mate voor. Wel is er elk seizoen een relevante hoeveelheid nachtslots die wel degelijk zijn geopereerd, maar die niet tot een nachtbeweging hebben geleid. Om deze nachtcapaciteit toch zo optimaal mogelijk te benutten heeft SACN altijd al geanticipeerd op deze onderbenutting van de nachtcapaciteit door reeds aan het begin van het seizoen op non-historische basis de feitelijk nog te ontstane ruimte gefaseerd uit te geven.

Gedurende het seizoen is de actuele benutting van de nachtcapaciteit en de hoeveelheid uit te geven non-historische nachtslots altijd gemonitord ter voorkoming van overschrijding van de beschikbare ruimte. Er zijn immers meerdere factoren die ertoe kunnen leiden dat er meer nachtslots tot een nachtbeweging leiden dan tot dan toe het geval was. Hoewel in het dictum onder 5.2 wordt gesteld dat ten aanzien van Corendon nu geen rekening zou moeten worden gehouden met mogelijk ongeplande nachtbewegingen, wordt in de voorlaatste regel gesteld dat waar mogelijk zou moeten worden geanticipeerd op de ‘gebruikelijke’ onderbenutting.

Corendon heeft de voorzieningenrechter onder (iii) van haar petitum gevraagd om toekenning van 913 slots voor de zomer van 2017, althans het minimaal aantal nachtslots dat Corendon nodig heeft voor de zomer van 2017. In het kortgedingvonnis is daarover onder rechtsoverweging 4.11 het volgende gezegd: “De vordering onder (iii) zal worden afgewezen nu uitgifte van nachtslots op basis van het beleid zoals dat in voorgaande jaren werd gehanteerd, aan Corendon geen recht geeft op een exact aantal toe te kennen nachtslots. Het verweer van SACN dat zij in strijd zou handelen met het vereiste dat de slotcoördinator zijn taken op onpartijdige en non- discriminatoire wijze dient uit te

voeren, treft in die zin doel. Toewijzing van de vordering onder (iii) zou ertoe leiden dat aan de exclusieve publiekrechtelijke bevoegdheid van SACN om slots toe te kennen voorbij wordt gegaan”.

Voorts is relevant dat het kortgedingvonnis geen derdenwerking heeft, zodat het voor SACN de juridische verplichting met zich meebrengt om enkel ten aanzien van Corendon overeenkomstig het petitum te handelen. Mede gelet op de omstandigheid dat dit vonnis en de gevolgen daarvan leiden tot bevoordeling van Corendon boven andere luchtvaartmaatschappijen die voor IATA zomerseizoen 2017 nachtslots hebben gevraagd maar niet (volledig) toegewezen hebben gekregen, waaronder die

luchtvaartmaatschappijen die maatregelen hebben genomen met het oog op een beperking van het aantal nachtslots, ziet SACN zich genoodzaakt om tegen dit vonnis in hoger beroep te gaan. Niettemin erkent SACN dat zij gehouden is dit vonnis uit te voeren en gedwongen is het onvermijdelijk discriminatoire effect daarvan vooralsnog te accepteren.

Uit een redelijke uitleg van het kortgedingvonnis volgt, in het licht van de omstandigheid dat de vordering onder (iii) niet is toegewezen en dat SACN ook bij uitvoering van het vonnis gebonden blijft aan de in de Europese Slotverordening vastgelegde beginselen, naar het oordeel van SACN dat Corendon vooralsnog in een positie zou moeten worden geplaatst, die overeenstemt met de positie waarin zij zich in voorgaande jaren zou bevinden, waarbij de beperking van 34.000 tot 32.000 nachtbewegingen niet zou hebben plaatsgevonden.

Voorts kan Corendon alleen aanspraak maken op non-historische slots. Het kortgedingvonnis brengt daarin geen verandering.

Een en ander brengt met zich mee dat het vonnis Corendon niet het recht geeft op toewijzing van alle slots die ten aanzien van haar op de wachtlijst staan.

Het aantal slots dat kan worden toegewezen

Het vonnis maakt niet duidelijk welke systematiek SACN bij de toewijzing van het exacte aantal non-historische nachtslots aan Corendon zou moeten hanteren. Gelet op haar exclusieve bevoegdheid als slotcoördinator dient SACN een redelijke uitleg te hanteren en de beginselen van de Slotverordening zo goed mogelijk toe te passen. Daarbij dient SACN vanuit haar onafhankelijke en onpartijdige rol, voor zover het kortgedingvonnis dat toelaat, rekening te houden met de belangen van andere aanvragers.

Onder verwijzing naar par. 5.2 van het dictum zal SACN evenals in voorgaande jaren nachtslots in batches toekennen binnen de beschikbare capaciteit. In dit geval is dat, althans ten aanzien van Corendon, het opgelegde fictieve target van 34.000 nachtbewegingen voor het gebruiksjaar 2017.

Rekening houdend met de toekenning van non-historische nachtslots in batches zoals die ten behoeve van zomerseizoen 2017 gepland staan, zouden op basis van het kortgedingvonnis naar het oordeel van SACN aan Corendon in totaal 832 nachtslots in batches moeten worden toegekend. Om het slotallocatieproces ten aanzien van de toekenning van nachtslots aan andere luchtvaartmaatschappijen niet verder te verstoren zal deze toekenning zowel voor Corendon als overige luchtvaartmaatschappijen geschieden op de reeds gepubliceerde data te weten uiterlijk op 9 juni, 14 juli, 18 augustus en 15 september 2017. Er van uitgaand dat Corendon momenteel is voorzien tot en met 30 mei 2017, zal SACN de uiterlijk op 9 juni 2017 geplande release vervroegen naar 31 mei 2017 en zal voor de eerste periode het aantal van 238 non-historische nachtslots aan Corendon worden toegekend, zoals gebruikelijk in overleg met de slotcoördinator onder te verdelen in aankomst- en vertrekslots.

[…]

Bij de bepaling van dit aantal op basis van het kortgedingvonnis toe kennen nachtslots is de volgende formule gehanteerd.

Voor Corendon is de beschikbare capaciteit afgezet tegen 33.954 nachtbewegingen. Voor de overige luchtvaartmaatschappijen is nog steeds het target van 32.000 nachtbewegingen gehanteerd. Op basis van de huidige aantallen gebruikte nachtslots is de verwachting dat aan het einde van gebruiksjaar 2017 in totaal 31.194 nachtbewegingen zullen zijn gemaakt. De beschikbare ruimte tussen het verwachte aantal nachtbewegingen en de grenzen van 33.954 respectievelijk 32.000 zal steeds opnieuw worden berekend, alvorens batches worden toegekend. SACN benadrukt dat de in deze brief genoemde aantallen nachtslots (anders dan de 32.000 en 33.954 nachtbewegingen) gebaseerd zijn op de stand van 22 mei 2017. Op het moment van uitgifte van batches zal de dan beschikbare stand uitgangspunt zijn voor de berekening van de exacte aantallen non-historische slots die kunnen worden uitgegeven.

[…]”

2.5.

Vanwege een kennelijke verschrijving in het dictum van het Vonnis is op 24 mei 2017 een herstelvonnis gewezen waarin het aantal van 32.00 in het dictum onder 5.1 is gewijzigd in 32.000.

2.6.

Bij e-mail van 29 mei 2017 heeft de advocaat van Corendon SACN gesommeerd om per ommegaande alsnog onverkort en volledig uitvoering te geven aan het Vonnis.

2.7.

In de batch van 31 mei 2017 heeft SACN 253 nachtslots aan Corendon toegekend.

2.8.

Bij e-mail van 31 mei 2017 heeft SACN het volgende geschreven aan de luchtvaartmaatschappijen:

“You have just received a release of night slots that was planned for 9 june 2017 the latest. ACNL had advanced this release, amongst others in view of the upcoming IATA Slot Conference. This will also enhance clarity on the effects of the court decision dated May 2017, forcing ACNL now to give preferential treatment to Corendon Dutch Airlines regarding the allocation of non-historic night slots […]. For the avoidance of doubt, this court decision has not influenced the number of non-historic night slots that were released to your airline today; the number of slots in this release would have been the same without this court decision.”

3 De vordering in de hoofdzaak

3.1.

Corendon vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

i. SACN te gebieden onmiddellijk en onverkort uitvoering te geven aan het Vonnis en het daarin in algemene termen vervatte verbod en gebod, inhoudende dat SACN:

  1. onmiddellijk over dient te gaan tot het in één keer volledig uitgeven van alle nachtslots voor het zomerseizoen 2017 tot en met de volledige gedeclareerde nachtcapaciteit van 23.219, nog vermeerderd met de overgehevelde onbenutte nachtslots uit de winter 2016/2017, zonder inachtneming van een target van 32.000 nachtbewegingen en telkens zonder rekening te houden met mogelijke nachtbewegingen waarvoor geen nachtslot is uitgegeven; en

  2. in anticipatie op de gebruikelijke onderbenutting van alle nachtslots die voor het zomerseizoen 2017 met inachtneming van het hierboven onder a) gevorderde reeds zijn of nog moeten worden uitgegeven, gedurende het zomerseizoen 2017 in batches opnieuw nachtslots uit te geven, opnieuw zonder inachtneming van een target van 32.000 nachtbewegingen en telkens zonder rekening te houden met mogelijke nachtbewegingen waarvoor geen nachtsiot is uitgegeven; althans

SACN te gebieden onmiddellijk en onverkort uitvoering te geven aan het Vonnis op een wijze die U Edelachtbare Voorzieningenrechter in goede justitie geraden acht; althans

een beslissing te nemen die U Edelachtbare Voorzieningenrechter in goede justitie geraden acht; en

te bepalen dat SACN een dwangsom verbeurt van EUR 1.000.000, dan wel een door de Voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag, per dag(deel) dat overtreding van het te wijzen vonnis plaatsvindt dan wel voortduurt; en

SACN te veroordelen in de kosten van het onderhavige geding, inclusief eventuele nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van twee weken na de datum van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

4 De vordering in het incident

4.1.

TUI vordert in het incident dat het haar wordt toegestaan tussen te komen in de hoofdzaak tussen Corendon en SACN.

4.2.

Corendon refereert zich aan het oordeel van de voorzieningenrechter.

4.3.

SACN voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in het incident tot tussenkomst

5.1.

In afwijking van artikel 7.5 van het Procesreglement kort gedingen rechtbanken

handel/familie heeft de voorzieningenrechter niet ter terechtzitting beslist over de toelaatbaarheid van de incidentele vordering, maar de tussenkomst van TUI voorwaardelijk toegestaan en meegedeeld dat bij vonnis definitief over de gevorderde tussenkomst zal worden beslist. Die beslissing volgt nu.

5.2.

Een ieder die voldoende belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding kan vorderen daarin met een vordering te mogen tussenkomen in verband met de nadelige gevolgen die van de uitspraak kunnen worden ondervonden. Dat belang kan erin bestaan dat in verband met de gevolgen die de uitspraak heeft, benadeling of verlies van een recht dreigt dan wel de positie van de tussenkomende partij anderszins kan worden benadeeld (HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:768). Onder nadelige gevolgen in dit verband wordt verstaan feitelijke of juridische gevolgen die de toe- dan wel afwijzing van de in de procedure ingestelde vordering of het gezag van gewijsde van de in die procedure gegeven eindbeslissingen zal kunnen hebben voor degene die tussenkomst vordert (HR 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1602).

5.3.

Het petitum van de huidige dagvaarding van Corendon is weliswaar iets anders geformuleerd dan het dictum van het Vonnis, maar ter zitting is duidelijk geworden dat het petitum de (subjectieve) interpretatie betreft die Corendon geeft aan het dictum van het Vonnis. Het onderhavige executiegeschil tussen Corendon en SACN ziet dan ook op de uitleg van het dictum van het Vonnis. Volgens Corendon voldoet SACN niet (volledig) aan het in het Vonnis gegeven verbod en gebod, terwijl SACN van mening is dat zij daar wel aan voldoet.

5.4.

Volgens TUI heeft zij belang bij tussenkomst, omdat zij nadelige gevolgen kan ondervinden van het in dit executiegeschil te wijzen vonnis. TUI voert daartoe aan dat zij als gevolg van het Vonnis bij de slotallocatie van 31 mei 2017 195 nachtslots minder toebedeeld heeft gekregen dan Corendon. Deze reeds bestaande ongelijkheid kan als gevolg van dit executiegeschil worden vergroot als SACN wordt veroordeeld om verder en/of verdergaand uitvoering te geven aan het Vonnis. De voorzieningenrechter volgt TUI niet in deze redenering. TUI kan geen nadeel ondervinden van de uitspraak in dit executiegeschil tussen Corendon en SACN, omdat het geschil slechts gaat over de interpretatie van het dictum van het Vonnis. Het in het Vonnis uitgesproken gebod en verbod worden in deze zaak voor zover nodig nader uitgelegd en verduidelijkt maar daarbij worden geen nieuwe rechten en plichten voor Corendon en SACN vastgesteld. Van conflicterende rechten of een eigen belang van TUI bij de vorderingen in dit executiegeschil is daarom geen sprake. Voor zover TUI nadeel ondervindt, is dat het gevolg van het eerdere Vonnis tussen Corendon en SACN. De uitspraak in de onderhavige zaak brengt daar geen verandering in. Gelet hierop heeft TUI onvoldoende belang om in dit executiegeschil te mogen tussenkomen. De incidentele vordering tot tussenkomst zal dan ook worden afgewezen.

5.5.

TUI zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van SACN in het incident worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van SACN worden – gelet op de beperkte omvang van het verweer in het incident – begroot op € 263,50 (0,5 x € 527,00) aan salaris advocaat. Nu Corendon zich in heeft gerefereerd, zullen de kosten van het incident in de verhouding tussen Corendon en TUI worden gecompenseerd.

6 De beoordeling in de hoofdzaak

6.1.

Het meest verstrekkende verweer van SACN is dat Corendon niet-ontvankelijk is in haar vorderingen, omdat het kort geding in essentie wordt gevoerd tegen het besluit van 31 mei 2017 tot toewijzing van nachtslots en tegen dat besluit bezwaar kan worden gemaakt en een voorlopige voorziening kan worden gevraagd bij de bestuursrechter. Dit verweer gaat niet op. Zoals uit de hiernavolgende overwegingen zal blijken, verschillen partijen van mening over de uitleg van het dictum van het Vonnis. De vordering van Corendon in de onderhavige zaak is weliswaar iets anders omschreven dan in het eerdere kort geding, maar de vordering omvat – zo heeft Corendon toegelicht – alleen de interpretatie die Corendon geeft aan het dictum van het Vonnis. De procedure betreft dus een executiegeschil over de vraag hoe het dictum moet worden uitgelegd en of SACN daaraan op de juiste wijze uitvoering heeft gegeven. De beantwoording van die vragen is voorbehouden aan de rechter die het eerdere vonnis heeft gewezen. Anders dan SACN betoogt, is Corendon dan ook ontvankelijk in haar vorderingen en gelet op de aard van de procedure heeft Corendon - net als in de vorige procedure - bij die vorderingen bovendien een spoedeisend belang.

6.2.

Corendon stelt zich op het standpunt dat SACN een onjuiste lezing van het Vonnis hanteert en weigert op een juiste wijze uitvoering aan het Vonnis te geven. Volgens Corendon meent SACN ten onrechte dat zij aan het haar opgelegde verbod en gebod geen uitvoering zou hoeven geven jegens andere luchtvaartmaatschappijen dan Corendon en bovendien handelt SACN in strijd met het Vonnis omdat SACN

  • -

    bij de toewijzing van nachtslots aan Corendon nog steeds rekening houdt met ongeplande nachtbewegingen; en

  • -

    niet overgaat tot het onmiddellijk uitgeven van nachtslots, maar vasthoudt aan de batches zoals die zijn opgenomen in de Working Procedure.

De uitleg die SACN op deze punten geeft aan het Vonnis is volgens Corendon evident onjuist, omdat het Vonnis er geen twijfel over bestaan dat (i) het SACN verboden is om de Working Procedure uit te voeren en (ii) SACN gehouden is om onmiddellijk over te gaan tot het opnieuw uitgeven van ieder nachtslot voor de zomer 2017 dat niet tot een nachtbeweging heeft geleid, zonder inachtneming van een target van 32.000 nachtbewegingen en zonder rekening te houden met mogelijke ongeplande nachtbewegingen.

6.3.

Volgens SACN heeft zij volledig en op juiste wijze aan het Vonnis voldaan. Zij betoogt dat het in het dictum onder 5.1 geformuleerde verbod aldus moet worden uitgelegd dat het “nieuwe” allocatiebeleid ten aanzien van Corendon niet mag worden toegepast en dat het gebod aldus moet worden uitgelegd dat zij gehouden is ten aanzien van Corendon het “oude” allocatiebeleid van de voorgaande jaren toe te passen. In het dictum staat immers dat SACN met ongeplande nachtbewegingen moet omgaan op gelijke wijze als in de voorgaande jaren. Dat is wat SACN ook heeft gedaan. Zij heeft bij het anticiperen op de gebruikelijke onderbenutting op dezelfde wijze als zij dat in de voorgaande jaren deed rekening gehouden met mogelijk ongeplande nachtbewegingen. Ook het opnieuw toedelen van uitgegeven nachtslots die niet tot een nachtbeweging hebben geleid heeft op 31 mei 2017 plaatsgevonden op dezelfde wijze als dat in voorgaande jaren gebeurde. De eventueel beschikbaar komende nachtslots worden dit seizoen bovendien nog in drie batches toegekend. De toekenning in meerdere batches is reeds praktijk sinds de zomer van 2013.

Tot slot is bij de toekenning van nachtslots op 31 mei 2017 ten aanzien van Corendon niet vastgehouden aan de target van 32.000 nachtbewegingen, maar is uitgegaan van een target van 33.954 nachtbewegingen. SACN heeft Corendon dan ook behandeld op dezelfde wijze als waarop zij dat in de voorgaande jaren heeft gedaan toen het “oude” beleid nog gold. Daarmee is volledig voldaan aan het Vonnis, aldus SACN.

6.4.

De voorzieningenrechter overweegt het volgende. Voorop wordt gesteld dat het Vonnis enkel is gewezen tussen Corendon en SACN en geen rechtstreekse werking heeft jegens derden. Weliswaar zouden derden (zoals TUI) indirect wel invloed kunnen ondervinden van het Vonnis, maar zij kunnen daar geen aanspraken aan ontlenen. Voor zover Corendon mede bedoelt te vorderen dat SACN ook jegens andere luchtvaartmaatschappijen uitvoering moet geven aan het Vonnis, komt dat deel van de vordering niet voor toewijzing in aanmerking.

6.5.

Duidelijk is dat partijen het niet eens zijn over de uitleg van het dictum van het Vonnis. Corendon volgt de letterlijke bewoordingen van het dictum, terwijl SACN uitgaat van wat volgens haar met het verbod en gebod is beoogd. Naar de letter genomen houdt het dictum van het Vonnis onder 5.1 en 5.2 in dat SACN bij de toedeling van nachtslots geen rekening mag houden met mogelijk ongeplande nachtbewegingen en dat zij niet mag uitgaan van een target van 32.000 nachtbewegingen. Het verbod en gebod moeten echter worden gelezen in samenhang met de daaraan ten grondslag liggende overwegingen en tegen de achtergrond van hetgeen Corendon aan haar vorderingen ten grondslag heeft gelegd, te weten dat het “nieuwe” allocatiebeleid van SACN zoals vastgelegd in de Working Procedure jegens haar onrechtmatig is en niet mag worden toegepast. In het Vonnis heeft de voorzieningenrechter Corendon daarin gelijk gegeven. Het oordeel dat het “nieuwe” slotallocatiebeleid onrechtmatig is, brengt logischerwijze mee dat SACN ten aanzien van Corendon moet teruggrijpen op het “oude” beleid zoals dat vóór 2017 werd toegepast. De in 5.2 gehanteerde bewoordingen “evenals in voorgaande jaren”, “gebruikelijke batches” en “gebruikelijke onderbenutting” duiden daar ook op. Het dictum moet in het licht van het voorgaande aldus worden begrepen dat ten aanzien van Corendon de situatie moet worden gehandhaafd zoals die gold voorafgaand aan het seizoen 2017. Een andere uitleg van het geformuleerde gebod en verbod zou volstrekt onredelijk zijn, omdat dat tot gevolg zou kunnen hebben dat Corendon - anders dan in de vorige procedure door haar beoogd - in een betere positie terecht zou komen dan in de voorgaande seizoenen, terwijl daarvoor geen grond bestaat. Voor zover de letterlijke bewoordingen van het verbod en gebod zouden leiden tot een betere positie voor Corendon dan zij in de voorgaande jaren had, was dat uitdrukkelijk niet de bedoeling van de voorzieningenrechter en in zoverre lijkt het dictum - mogelijk als gevolg van het ontbreken van een voldoende op het petitum der dagvaarding toegespitst debat - te absoluut geformuleerd en is nuancering nodig.

6.6.

Uit de hiervoor gegeven verduidelijking en nuancering van het dictum van het Vonnis volgt dat SACN op juiste wijze uitvoering heeft gegeven aan het Vonnis indien en voorzover zij de voorgaande jaren ook al rekening heeft gehouden met ongeplande nachtbewegingen en zij daarmee bij de toedeling op 31 mei 2017 op dezelfde wijze als voorheen is omgegaan, uitgaande van een target van 34.000.

6.7.

SACN betoogt dat zij bij het vaststellen van de onderbenutting al meerdere jaren rekening houdt met ongeplande nachtbewegingen, omdat er pas sprake kan zijn van onderbenutting als er binnen de grens van het maximaal aantal toegestane nachtbewegingen nog ruimte is die niet wordt opgesoupeerd door ongeplande nachtbewegingen.

6.8.

Corendon betwist dat er in voorgaande jaren door SACN rekening werd gehouden met ongeplande nachtbewegingen en stelt dat SACN dat dus in 2017 ook niet mag doen. SACN heeft in reactie daarop gewezen op een e-mail van 10 juli 2016 waarin zij het volgende schrijft aan de Trafficrights Specialist van Corendon:

“Airport Coordination Netherlands had noticed that over the past few weeks the total number (all airlines) of unplanned night movements at AMS had increased seriously.

If this trend continues there is a risk that the yearly maximum be exceeded.

Airport Coordination Netherlands together with Schiphol Airport monitors this closely and will inform you of any further developments accordingly.

For now ACN decided to no longer allocate new ad hoc (sinlge) night slots”.

Met deze e-mail heeft SACN voldoende aangetoond dat zij in ieder geval in 2016 bij uitgifte van non-historische nachtslots al rekening hield met ongeplande nachtbewegingen en dat Corendon – zij het de Turkse tak van het bedrijf – daarvan op de hoogte was. De voorzieningenrechter heeft geen aanwijzingen dat SACN bij de toedeling op 31 mei 2017 jegens Corendon is afgeweken van het beleid dat zij in 2016 hanteerde met betrekking tot ongeplande nachtbewegingen. De conclusie is dan ook dat SACN op dit punt op juiste wijze uitvoering gegeven aan het Vonnis.

6.9.

Partijen verschillen verder van mening over de vraag of SACN bij de toedeling van nachtslots op 31 mei 2017 (indirect) niet toch rekening heeft gehouden met een target van 32.000 vliegbewegingen, terwijl dat in het Vonnis is verboden.

Corendon stelt dat er per direct 2.000 nachtslot uit te geven zijn, zijnde het verschil tussen het target van 34.000 en het target van 32.000. Het onder 5.2 van het dictum geformuleerde gebod brengt volgens Corendon mee dat die extra capaciteit aan nachtslots onmiddellijk volledig dient te worden uitgegeven en niet in batches zoals SACN thans doet. SACN betwist dat en betoogt dat zij wel degelijk uit is gegaan van 34.000 nachtbewegingen voor Corendon en 32.000 voor de overige aanvragers van nachtslots. Ter zitting heeft SACN toegelicht dat zij evenals in voorgaande jaren een berekening heeft gemaakt om het aantal nachtslots dat zij nog kan uitgeven vast te stellen. Voor de toedeling op 31 mei 2017 heeft SACN twee verschillende berekeningen gemaakt: één waarbij voor alle aanvragers van nachtslots uit is gegaan van een target van 32.000 en één waarbij voor alle aanvragers is uitgegaan van een target van 34.000. Vervolgens is SACN voor Corendon uitgegaan van de uitkomst van de berekening op basis van een target van 34.000 en voor de andere aanvragers van de uitkomst van de berekening op basis van een target van 32.000. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft SACN door uit te gaan van deze twee berekeningen een redelijke en correcte uitleg aan het Vonnis gegeven. Corendon heeft onvoldoende weersproken dat in de voorgaande jaren eenzelfde berekeningswijze werd gehanteerd en het is nooit de bedoeling van de voorzieningenrechter geweest dat Corendon meer nachtslots zou krijgen dan waar zij in eerdere seizoenen bij een fictief target van 34.000 nachtbewegingen recht op zou hebben gehad. De conclusie is dan ook dat SACN ten aanzien van Corendon bij de toedeling is uitgegaan van een target van 34.000 en met de door SACN gehanteerde berekening bovendien op juiste wijze uitvoering heeft gegeven aan het Vonnis.

6.10.

Uit de berekening en toelichting van SACN blijkt dat er niet per direct 2.000 nachtslots extra uit te geven zijn, onder meer omdat SACN net als in de voorgaande jaren rekening moet houden met (on)geplande nachtbewegingen. SACN is daarom niet verplicht om onmiddellijk en in één keer volledig alle nachtslots voor het zomerseizoen 2017 uit te geven. Zij mag daarvoor op dezelfde wijze als in de voorgaande jaren gebruik maken van batches.

6.11.

De conclusie van het vorenstaande is dat SACN bij de toedeling van nachtslots op 31 mei 2017 volledig en op de juiste wijze uitvoering heeft gegeven aan het Vonnis. De vorderingen van Corendon die erop neerkomen dat SACN wordt veroordeeld op andere wijze uitvoering te geven aan het Vonnis zullen daarom worden afgewezen. Nu er geen aanwijzingen zijn die erop duiden dat SACN bij een volgende batch geen volledige uitvoering aan het Vonnis zal geven, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om de door Corendon gevorderde dwangsom alsnog op te leggen. De daartoe strekkende vordering zal dan ook worden afgewezen.

6.12.

Corendon zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van SACN worden begroot op:

- griffierecht € 618,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.434,00

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

in het incident

7.1.

wijst de vordering tot tussenkomst af,

7.2.

veroordeelt TUI in de proceskosten, aan de zijde van SACN tot op heden begroot op € 263,50,

7.3.

compenseert de proceskosten in het incident tussen Corendon en TUI aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt,

7.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 7.2 uitgesproken kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

7.5.

wijst de vorderingen af,

7.6.

veroordeelt Corendon in de proceskosten, aan de zijde van SACN tot op heden begroot op € 1.434,00,

7.7.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.S. Röell en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.C.C. Kaal op 11 juli 2017.1

Tegen dit vonnis kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam binnen vier weken na de dag van de uitspraak. Het beroep moet worden ingesteld door tussenkomst van een advocaat.

Als het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, heeft het vonnis al wel geldende werking zolang op het (eventuele) beroep niet is beslist.

1 type: 977