Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:5647

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
03-07-2017
Datum publicatie
24-07-2017
Zaaknummer
5954389 \ VV EXPL 17-35 (H.K.)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ontruiming van de huurwoning in kort geding wordt toegewezen, omdat voldoende aannemelijk is geworden dat de huurster in strijd met de huurovereenkomst de woning niet zelf bewoont

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Zaanstad

Zaaknr./rolnr.: 5954389 \ VV EXPL 17-35 (H.K.)

Uitspraakdatum: 3 juli 2017

Vonnis in kort geding in de zaak van:

de stichting Stichting Parteon

gevestigd te Wormerveer

eiseres

verder te noemen: Parteon

gemachtigde: mr. D. de Vries, advocaat te Amsterdam

tegen

1 mevrouw [naam gedaagde sub 1] , wonende te [woonplaats]

2. de heer [naam gedaagde sub 2], wonende te [plaats]

3. de onbekende bewoner(s) of gebruiker(s) van de woning aan de [adres]

gedaagden

verder ook te noemen: gedaagden, dan wel, [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]

gemachtigde: mr. C.M.E. Schreinemacher, advocaat te Amsterdam.

1 Het procesverloop

1.1.

Parteon heeft gedaagden op 9 juni 2017 gedagvaard.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden – gelijktijdig met het kort geding onder zaaknr. 5954562 VV EXPL 17-36 tegen [gedaagden] – op 19 juni 2017 in het gerechtsgebouw te Alkmaar, waarbij Parteon is verschenen bij mw. [X] en mw. [Y] , beiden consulent sociaal beheer, en [Gedaagden] beiden in persoon; partijen werden bijgestaan door hun gemachtigden.
De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen naar voren hebben gebracht. Beide partijen hebben pleitnota’s overgelegd.

1.3.

Voorafgaand aan de zitting hebben partijen nog de volgende stukken toegestuurd:
aan de zijde van Parteon: producties 1 tot en met 16 en een akte houdende wijziging /
vermeerdering van eis;
aan de zijde van gedaagden 2 brieven van 15 juni 2017 met diverse ongenummerde producties.

2 De feiten

2.1. (

De rechtsvoorganger van) Parteon verhuurt sinds 19 december 1990 de woning [Adres] aan [ged. sub1] .

2.2.

Artikel 5 van de huurovereenkomst luidt als volg:


“1. Huurder zal het gehuurde als een goed huurder en overeenkomstig de daaraan bij overeenkomst gegeven bestemming van woonruimte gebruiken.

2. Huurder zal het gehuurde gedurende de huurtijd zelf bewonen en er zijn hoofdverblijf hebben.

3. Het is huurder zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van verhuurder niet toegestaan het gehuurde geheel of gedeeltelijk, al dan niet als zelfstandige woning onder te verhuren.

4. (…)

5. Het is de huurder toegestaan of een (1) hond, of een (1) hond en een (1) kat of een (1) of twee (2) katten in het gehuurde te houden. Meer honden en katten zijn niet toegestaan, behoudens - gedurende korte tijd – indien deze dieren jongen hebben gekregen. (…)”

2.3.

Parteon verhuurt sinds 16 januari 2007 de woning [adres 3] te Zaandam aan [ged. sub 2] . Hij is de zoon van [ged. sub1] .

2.4.

Parteon heeft de woning aan de [(adres)] al enkele jaren in onderzoek vanwege het vermoeden van woonfraude en signalen van overlast. De medewerkers van Parteon zijn de afgelopen jaren veelvuldig op huisbezoek geweest bij [ged. sub1] , maar troffen haar nooit thuis. Wel troffen zij vrijwel altijd [ged. sub 2] of diens vriendin met kind aan in de woning.

2.5.

[ged. sub 2] heeft geen vaste baan en vult zijn tijd als “vlogger” en amateur muzikant/rapper onder de naam ‘OFUX’ of ‘Sohrab’. Regelmatig zijn filmpjes van hem op YouTube te zien. Deze filmpjes zijn (deels) gemaakt in of bij de woning aan de [(adres)] .

2.6.

Diverse keren – in ieder geval drie keer – zijn van de woning [(adres)] de ramen ingegooid.

2.7.

Op 21 februari 2017 heeft een doorzoeking van de woning aan de [(adres)] plaatsgevonden door de politie. De politie heeft diverse foto’s gemaakt van hetgeen zij in de woning heeft aangetroffen. Deze zijn door Parteon als productie 8 overgelegd. Voorts heeft de politie een mutatierapport van het bezoek opgemaakt en heeft de volgende schriftelijke toelichting gegeven van het door haar geconstateerde:

Toelichting bij actie

Doorzoeking in de woning op basis van toestemming bewoner, In de woning diverse goederen inbeslaggenomen. De woning was in zwaar vervuilde staat. In de woning troffen wij 11 honden aan. Dit waren 6 volwassen honden en 5 pups. Ras pitbull. De honden zaten in te kleine hokken. Honden in overleg met OM inbeslaggenomen. In de gehele woning uitwerpselen. Stank was niet te harden. Overal vuilnis en ontlasting van de honden. Gehele achtererf was ook voorzien van uitwerpselen. De zolder was nog zwaarder vervuild. Uit oogpunt van onze eigen gezondheid zolder niet doorzocht.

Parteon in kennis gesteld en deze mutatie doorgemaild.

Betrokkene [ged. sub 2] (…), nationaliteiten Nederlandse en Iraanse (…).”

2.8.

Op 6 maart 2017 heeft naar aanleiding van voormelde bevindingen een gesprek plaatsgevonden tussen Parteon, [ged. sub1] en de gemachtigden van partijen. Hierbij is door Parteon aan [ged. sub1] te kennen gegeven dat het niet zelf bewonen van de woning wordt beschouwd als woonfraude en voorts is aan [ged. sub1] meegedeeld dat zij in strijd heeft gehandeld met verschillende verplichtingen uit de huurovereenkomst door het laten bewonen van het gehuurde door [ged. sub 2] , die stelselmatig overlast veroorzaakt en in het gehuurde een hondenfokkerij heeft gehad.

2.9.

Parteon heeft [ged. sub1] vervolgens geadviseerd om zelf de huurovereenkomst te beëindigen. Hier heeft [ged. sub1] niet aan meegewerkt.

2.10.

Naar aanleiding van voormelde huiszoeking door de politie en de inbeslagname van de honden, is [ged. sub 2] op of omstreeks 12 juni 2017 door de politierechter veroordeeld tot een werkstraf van 60 uur, waarvan 40 uur voorwaardelijk. Voorts heeft de rechter beslist dat 2 van de 11 honden zullen worden afgemaakt omdat ze te agressief zijn en dat voor de overige dieren een nieuw huis wordt gezocht.

2.11.

In het verleden heeft een van de honden van [ged. sub 2] een puppy van een van de buren van [(adres)] gebeten.

3 De vordering

3.1.

Parteon vordert na eisvermeerdering dat de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening gedaagden veroordeelt:

  • -

    om binnen 3 dagen na betekening van het te wijzen vonnis de woning aan de [Adres] met de daarin vanwege gedaagden aanwezige goederen en personen te verlaten, met afgifte aan Parteon van de sleutels en al hetgeen tot het gehuurde behoort ter vrije en algehele beschikking van Parteon te stellen op straffe van een dwangsom van € 500,-- voor elke dag of gedeelte daarvan dat gedaagden hiermee in gebreke blijven, althans een door de kantonrechter in goede justitie nader te bepalen dwangsom;

  • -

    om binnen 3 dagen na betekening van het te wijzen vonnis de garage/berging aan [adres 2] te Krommenie met de daarin vanwege gedaagden aanwezige goederen en personen te verlaten, met afgifte aan Parteon van de sleutels en al hetgeen tot het gehuurde behoort ter vrije en algehele beschikking van Parteon te stellen op straffe van een dwangsom van € 500,-- voor elke dag of gedeelte daarvan dat gedaagden hiermee in gebreke blijven, althans een door de kantonrechter in goede justitie nader te bepalen dwangsom;

  • -

    gedaagden te veroordelen in de kosten van dit geding, waaronder de nakosten.

3.2.

Parteon legt aan haar vordering – kort weergegeven – het volgende ten grondslag.
Tijdens de veelvuldige huisbezoeken aan de woning [(adres)] – in verband met het vermoeden van woonfraude en gemelde overlastklachten – troffen de medewerkers van Parteon niet [ged. sub1] aan, maar telkens haar zoon [ged. sub 2] , terwijl deze sinds 16 januari 2007 de woning [adres 3] van Parteon huurt.

Meerdere bewoners van de Harenmakersstraat hebben aan Parteon verklaard dat de woning aan de Harenmakersstraat feitelijk door [ged. sub 2] wordt bewoond en dat [ged. sub 2] stelselmatig overlast veroorzaakt. Deze overlast heeft mede te maken met het feit dat [ged. sub 2] geen vaste baan heeft en zijn tijd doorbrengt als “vlogger” en amateur muzikant/rapper. De gemelde overlast bestaat onder meer uit mishandeling, bedreiging, het houden van honden en het ingooien van ramen van de woning aan de Harenmakkersstraat 28. Veel bewoners durfden eerder, uit angst voor [ged. sub 2] , geen melding te maken van de overlast.

Tijdens de bezoeken van de medewerkers van Parteon aan de woning [(adres)] werd [ged. sub1] nooit aangetroffen, maar bijna wel altijd [ged. sub 2] of diens vriendin met kind. Ook werd op 22 november 2016 een andere man in de woning aangetroffen.

Uit onderzoek van het BRP bleek dat in de periode dat [ged. sub1] huurder is, diverse andere mensen op dat adres ingeschreven hebben gestaan.

Uit de verklaringen die Parteon van omwonenden heeft ontvangen, blijkt dat [ged. sub1] al jaren niet meer haar woning bewoont. [ged. sub1] heeft op 6 maart 2017 zelf op het kantoor van Parteon verklaard, dat haar zoon [ged. sub 2] niet meer in de woning aan [adres 3] kan wonen, aangezien hij daar wordt bedreigd door een groep Turkse jongeren.

Het doorzoeken van de woning aan de [(adres)] door de politie op 21 februari 2017 heeft bevestigd het vermoeden van Parteon, dat [ged. sub1] niet zelf maar [ged. sub 2] de woning bewoont, dat de woning sterk vervuild is en dat er honden zijn aangetroffen.

[ged. sub1] heeft daarmee gehandeld in strijd met haar verplichtingen uit de huurovereenkomst, waardoor zij de woning dient te ontruimen. Voor [ged. sub 2] geldt in ieder geval dat hij zonder recht of titel in de woning verblijft, zodat ook ten aanzien van hem ontruiming wordt gevorderd. Omdat niet zeker is of er ook anderen in de woning verblijven, is tevens gevorderd de ontruiming van onbekende bewoners en/of gebruikers.

Tevens wordt ontruiming gevorderd van de garage/berging aan de [adres 4] , nu de vrees bestaat dat na ontruiming van de huurwoningen van [Gedaagden] de overlast zich gaat verplaatsen naar deze garage/berging.

4 Het verweer

4.1.

[Gedaagden] betwisten de vordering van Parteon.
Er is geen sprake van dat [ged. sub1] niet zelf de woning bewoont. Zij was in januari/februari 2017 drie weken op vakantie naar Duitsland en haar zoon [ged. sub 2] moest de honden van hem, die jongen hadden gekregen, ophalen op het verblijfadres. Hij was op zoek naar andere opvang en dacht toen dat de woning van zijn moeder daar beter geschikt voor was in verband met de grootte en de tegelvloer. Hij had geen overleg gepleegd met zijn moeder. Moeder had de woning netjes achtergelaten toen ze met vakantie ging. Dat de woning, na het politiebezoek op 21 februari 2017, er niet opgeruimd uitzag kan te maken hebben met het onderzoek van de politie. De hele woning is door de politie overhoop gehaald. De politie doorzocht de woning voor een wapen maar een wapen werd niet gevonden.
Het klopt dat [ged. sub1] overdag niet altijd thuis is, omdat ze actief betrokken is bij vluchtelingenwerk. Ze was overdag vaak in Wormer, waar ze vluchtelingen met allerlei hand- en spandiensten hielp. [ged. sub1] had weinig contact met haar buren in de Harenmakersstraat, dus verklaringen van buren zeggen niet veel en bovendien zijn die verklaringen anoniem.
[ged. sub 2] is inderdaad vlogger en een enkele keer heeft hij een filmpje opgenomen vanuit de woning van zijn moeder. Hij is geen broodfokker van honden. Er is wel eens een raam bij de woning ingegooid, kennelijk door iemand die [ged. sub 2] ter verantwoording wilde roepen. Overigens heeft [ged. sub 2] nu goed contact met degenen die dat gedaan hebben.
[ged. sub1] ontkent de door Parteon gestelde overlast en ook dat zij de woning aan anderen zou hebben afgestaan. Ze heeft wel eens minderjarige pleegkinderen in haar woning gehad, maar dat is niet verboden. Ze heeft geen bepalingen van de huurovereenkomst overtreden en van woonfraude is geen sprake. Daarom verzoeken [Gedaagden] de vordering van Parteon af te wijzen.

5 De beoordeling

5.1.

De vordering in kort geding kan alleen worden toegewezen als Parteon daarbij een spoedeisend belang heeft. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter het geval.

5.2.

Verder is voor toewijzing van de vordering in dit kort geding vereist dat sprake is (geweest) van een ernstige tekortkoming en dat in hoge mate waarschijnlijk is dat de huurovereenkomst in de (mogelijk nog aanhangig te maken) bodemprocedure zal worden beëindigd dan wel dat [ged. sub 2] in een eventueel te starten bodemprocedure zal worden veroordeeld de woning te ontruimen. Voor nader onderzoek naar bepaalde feiten en omstandigheden of voor bewijslevering door bijvoorbeeld getuigen is in dit kort geding in beginsel geen plaats. Dat moet gebeuren in een eventuele bodemprocedure. De beoordeling in dit kort geding is dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

5.3.

De kantonrechter stelt bij de inhoudelijke beoordeling voorop dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen de wederpartij de bevoegdheid geeft de overeenkomst te ontbinden. Dit is slechts anders indien de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.

5.4.

Naar het oordeel van de kantonrechter is de staat waarin de woning zich blijkens het verslag van de politie en de bijbehorende foto’s op 21 februari 2017 bevond te beschouwen als een toerekenbare tekortkoming door [ged. sub1] in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst. Zij is als huurder verantwoordelijk voor het in redelijke staat houden van het gehuurde.

5.5.

De vordering van Parteon is echter vooral gebaseerd op de grond, dat [ged. sub1] de woning niet zelf bewoont, dat haar zoon [ged. sub 2] er wel woont en dat [ged. sub 2] overlast veroorzaak, mede door de aanwezigheid van zijn honden.

Naar het oordeel de kantonrechter is met name van belang hetgeen de politie op 21 februari 2017 heeft geconstateerd bij de doorzoeking van de woning aan de [Adres] . De politie trof op dat moment een woning aan die in zwaar vervuilde staat verkeerde, mede door de aanwezigheid van 11 honden; vuilnis en uitwerpselen van honden lagen overal. De stank was niet te harden, aldus de politie. Bovendien zijn veel duidelijke foto’s overgelegd, die tijdens het politiebezoek zijn gemaakt. Hierop is de vervuilde staat van de woning goed waar te nemen, blijkt van beschadigingen aan de woning en bovendien is op een van de foto’s een groot mes te zien, dat in de woning werd aangetroffen. [ged. sub 2] bevond zich op dat moment in de woning en niet [ged. sub1] .

5.6.

Dat [ged. sub 2] slechts voor korte tijd – gedurende de paar weken dat [ged. sub1] met vakantie was – in de woning zou hebben verbleven en dat in die korte tijd de woning niet goed zou zijn schoon gehouden, is in het licht van de bevindingen van de politie, aangevuld met de situatiefoto’s volstrekt onaannemelijk. De ernstige verwaarlozing van de woning, die uit de foto’s blijkt, wijst op een langere periode van vervuiling en bewoning door [ged. sub 2] , samen met zijn honden, dan de genoemde periode van 3 weken. Dit valt ook af te leiden uit de spullen die de politie in de woning heeft aangetroffen, zoals boxershort, trainingsbroek, herensportkleding- en schoenen, T-shirts en mannendeodorant. Het is niet aannemelijk dat deze spullen toebehoren aan [ged. sub1] , een vrouw van 58 jaar oud. Er zijn niet of nauwelijks spullen aangetroffen waarvan aannemelijk is dat alleen [ged. sub1] die gebruikt. Parteon heeft overigens voldoende aannemelijk gemaakt, dat al vóór 2017 honden in de woning aanwezig waren. Medewerkers van Parteon hoorden ook toen al geblaf dat vanuit de woning kwam. Dit alles wijst op langdurige bewoning van de woning door [ged. sub 2] . Dat de politie verantwoordelijk zou zijn voor de staat van de woning door de wijze waarop de huiszoeking op 21 februari 2017 heeft plaatsgevonden, zoals gedaagden stellen, is niet onderbouwd en bovendien, gelet op de aard en de ernst van hetgeen is geconstateerd, uitermate onwaarschijnlijk. Daarom is ook ongeloofwaardig het verweer van [ged. sub 2] dat hij de honden zeer tijdelijk in de woning van zijn moeder liet verblijven in verband met het zoeken naar een ander opvangadres. Bovendien is meerdere keren tijdens huisbezoeken door Parteon geconstateerd dat [ged. sub 2] of zijn vriendin in de woning van [ged. sub1] verbleef, terwijl [ged. sub1] er op dat moment telkens niet was.

5.7.

Ook acht de kantonrechter voldoende aannemelijk gemaakt, dat “bekenden” van [ged. sub 2] , uitgedaagd door de YouTube-filmpjes die door [ged. sub 2] in de woning van moeder waren opgenomen, verhaal kwamen halen in en bij de woning van [ged. sub1] , hetgeen erin resulteerde dat zeker tot drie keer toe de ramen daar werden ingegooid. Aannemelijk is dat deze gebeurtenissen voor omwonenden zeer bedreigend zijn overgekomen. Niet alleen is dit een aanwijzing dat deze “bekenden” de woning aan de Harenmakersstraat kennelijk beschouwden als de woning van [ged. sub 2] , maar het levert ook een toerekenbare tekortkoming van [ged. sub1] op, omdat zij als huurder van de woning verantwoordelijk is voor die overlast. Dat die “bekenden” ook naar de woning aan het [adres 3] zouden zijn gegaan om daar verhaal te halen, zoals [ged. sub 2] stelt, is in het geheel niet aannemelijk gemaakt.

5.8.

Gelet op het vorenoverwogene, is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk dat [ged. sub 2] zijn hoofdverblijf had in de woning van [ged. sub1] en dat [ged. sub1] de woning niet zelf bewoonde. Zij heeft hiermee gehandeld in strijd met de bepalingen uit de huurovereenkomst. Bovendien heeft zij gehandeld in strijd met goed huurderschap door toe te laten dat de woning in ernstige mate werd vervuild en beschadigd en vanuit het gehuurde overlast voor omwonenden werd veroorzaakt (art. 7:219 BW).

[ged. sub1] is tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen voortvloeiende uit de huurovereenkomst en deze tekortkoming is naar het oordeel van de kantonrechter dermate ernstig dat zij ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. Hetgeen [Gedaagden] daar verder tegen hebben aangevoerd, maakt dat niet anders. Niet blijkt dat, en in welke mate gedaagden in hun verdediging zijn geschaad, zoals zij stellen. Immers, de anonieme getuigenverklaringen die door Parteon enkele dagen voor de zitting zijn overgelegd, zijn slechts van ondergeschikt belang voor het oordeel dat [ged. sub1] is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting als huurder.

5.9.

De ontruiming zal evenzeer tegen [ged. sub 2] worden uitgesproken, nu aannemelijk is gemaakt dat hij zonder recht of titel de woning van zijn moeder heeft bewoond.

Nu niet valt uit te sluiten dat ook anderen gebruik maken van de woning van [ged. sub1] – in het verleden hebben diverse mensen op dat adres ingeschreven gestaan – zal ook de ontruiming ten aanzien van onbekende bewoners of gebruikers worden toegewezen.

De ontruimingstermijn zal in redelijkheid worden vastgesteld op een termijn van 14 dagen.

De gevorderde dwangsom zal worden afgewezen, omdat Parteon zelf de mogelijkheid heeft het vonnis te executeren met behulp van de sterke arm. Het regardeert gedaagden niet als Parteon daar om organisatorische redenen niet zo spoedig mogelijk toe kan overgaan.

5.10.

De gevorderde ontruiming van de garage/berging aan de [adres 4] zal worden afgewezen, omdat deze vordering door Parteon onvoldoende is onderbouwd. De enkele vrees dat [ged. sub1] en/of [ged. sub 2] deze ruimte zullen gaan gebruiken in strijd met de huurovereenkomst, na ontruiming van hun woning, is onvoldoende voor toewijzing van de vordering.

5.11.

Met betrekking tot de in de door Parteon gevorderde ontruiming door [ged. sub 2] van de woning [adres 3] zal in de kortgedingprocedure onder zaaknr. 5954562 VV EXPL 17-36 worden beslist

5.12.

De proceskosten komen voor rekening van gedaagden, omdat zij ongelijk krijgen.

Daarbij worden gedaagden ook veroordeeld tot betaling van € 100,-- aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door Parteon worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

Veroordeelt gedaagden om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [Adres] met de daarin vanwege gedaagden aanwezige goederen en personen te verlaten, met afgifte aan Parteon van de sleutels en al hetgeen tot het gehuurde behoort ter vrije en algehele beschikking van Parteon te stellen.

6.2.

Veroordeelt gedaagden tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Parteon tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 97,31

griffierecht € 117,00

salaris gemachtigde € 400,00 ,

en veroordeelt gedaagden tot betaling van € 100,-- aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door Parteon worden gemaakt.

6.3.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

6.4.

Wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van J.A.J. Kreijger, griffier.

De griffier De kantonrechter