Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:5105

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21-06-2017
Datum publicatie
07-07-2017
Zaaknummer
C/15/256005 / FA RK 17-1301
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Erkenning en omzetting Thaise adoptie, voornaamswijziging, IPR m.b.t. voornamen en geslachtsnamen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 10
Burgerlijk Wetboek Boek 10 104
Burgerlijk Wetboek Boek 10 105
Burgerlijk Wetboek Boek 10 107
Burgerlijk Wetboek Boek 10 109
Burgerlijk Wetboek Boek 10 111
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2017/114 met annotatie van prof. mr. I. Sumner
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

locatie Alkmaar

Zaak-/rekestnr.: C/15/256005 / FA RK 17-1301

beschikking van 21 juni 2017 betreffende erkenning en omzetting van een buitenlandse (Thaise) adoptie

gegeven op het verzoek van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

en

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,

hierna mede te noemen: verzoekers,

advocaat: mr. C.P. Robben, kantoorhoudende te Gieten.

1 Verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van verzoekers, ingekomen op 6 maart 2017;

- de schriftelijke reactie van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] (verder: ABS), ingekomen op 11 april 2017.

2 Feiten en omstandigheden

2.1

Verzoekers zijn op [huwelijksdatum] in [plaats] met elkaar gehuwd.

2.2

De Minister van Justitie heeft op 27 januari 2009 (nr. B.K.A. [nummer] ) aan verzoekers toestemming verleend voor het opnemen van een eerste buitenlands kind ter adoptie. Blijkens het besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 16 januari 2013 is voormelde toestemming verlengd tot 17 januari 2017. Uit het stuk “Statement of approval of the decision in the State of Origin that a child should be entrusted tot prospective adoptive parents” van 1 juli 2015 van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie blijkt dat er geen bezwaren bestaan tegen de beslissing in Thailand dat het hierna te noemen te adopteren kind wordt toevertrouwd aan verzoekers en dat de adoptie voortgang kan vinden.

2.3

Op [geboortedatum] is te [plaats] , Thailand, geboren de minderjarige van het mannelijk geslacht: [minderjarige] . In de geboorteakte van de minderjarige staan als ouders vermeld: [ouder] en [ouder] .

2.4

Uit de verklaring van het Department of Children en Youth (verder: DCY) te [plaats] , Thailand van 25 augustus 2015 ((No. [nummer] ) blijkt dat de minderjarige een verlaten kind is en beschikbaar is voor adoptie. Ook blijkt uit die verklaring dat DCY de bevoegde instantie is om namens de ouders van de minderjarige toestemming te geven voor adoptie en dat op 6 augustus 2014 door The Child Adoption Board of Thailand “pre-approval” is verleend voor plaatsing van de minderjarige bij verzoekers in Nederland onder supervisie van Wereldkinderen voor tenminste zes maanden voorafgaand aan de adoptie, welke plaatsing aanvangt vanaf de datum dat verzoekers hebben kennisgemaakt met The Child Adoption Board.

2.5

Uit de verklaring van DCY van 27 mei 2016 (No [nummer] ) blijkt dat The Child Adoption Board de adoptie van de minderjarige door verzoekers heeft goedgekeurd en dat verzoekers wordt geadviseerd ter registratie hiervan zich te wenden tot de Thaise ambassade in Den Haag. Blijkens het stuk “Registration of Adoption” (Registration No. [nummer] ) is de adoptie van de minderjarige naar het recht van Thailand door verzoekers op 15 november 2016 geregistreerd bij de Thaise ambassade in Den Haag, onder vermelding van de schriftelijke beslissing van DCY van 27 mei 2016, inhoudende dat The Child Adoption Board of Thailand de voorgestelde adoptie door verzoekers van de minderjarige heeft goedgekeurd.

De rechtbank heeft hierbij geconstateerd dat voormelde brief van 27 mei 2016 in voormeld stuk “Registration of Adoption” abusievelijk is aangeduid met het nummer [nummer] .

2.6

De minderjarige is het eerste kind tot wie verzoekers in familierechtelijke betrekking komen te staan.

3 Het verzoek

3.1

Verzoekers hebben verzocht:

primair:

- voor recht te verklaren dat de in Thailand uitgesproken adoptie van [minderjarige] , welke adoptie is vastgelegd bij Registration of Adoption van 15 november 2016 (Registration No. [nummer] ), voldoet aan de in artikel 109 van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek (BW) genoemde voorwaarden voor erkenning;

- de erkende adoptie om te zetten in een adoptie naar Nederlands recht, waardoor de familierechtelijke betrekkingen tussen de minderjarige en de biologische ouders worden verbroken en de familierechtelijke betrekkingen tussen de minderjarige en verzoekers ontstaan;

- om ingevolge artikel 10:109, derde lid, BW een last te geven tot toevoeging van een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte van de burgerlijke stand;

subsidiair:

- de adoptie uit te spreken van de minderjarigen door hen.

Verzoekers hebben voorts verzocht:

- om, indien nodig, hun verklaring dat de minderjarige de geslachtsnaam “ [geslachtsnaam] ” zal hebben in de beschikking te vermelden;

- om te gelasten dat de voornaam van de minderjarige wordt gewijzigd in “ [voornaam] ”;

- de inschrijving te gelasten van het Birth Certificate, subsidiair de geboortegegevens van de minderjarige vast te stellen.

4 De beoordeling

Ten aanzien van het verzoek tot erkenning van de adoptie

4.1

De rechtbank dient allereerst de vraag te beantwoorden of met de hierboven onder 2.5 weergegeven documenten de adoptie naar Thais recht heeft plaatsgevonden.

4.2

Bij beantwoording van deze vraag dient de rechtbank te beoordelen of voormelde adoptie naar Thais recht is aan te merken als een beslissing van een bevoegde autoriteit waarbij familierechtelijke betrekkingen tussen een minderjarig kind en twee personen tezamen of een persoon alleen tot stand worden gebracht, een en ander zoals is genoemd in artikel 10:104 BW. Daartoe wordt als volgt overwogen. In de hierboven onder 2.5 vermelde verklaring van DCY van 27 mei 2016 is vermeld dat de door The Child Adoption Board gegeven toestemming voor de adoptie van de minderjarige door verzoekers zal (kunnen) worden voltooid door registratie bij de Thaise ambassade te Den Haag. Deze registratie heeft blijkens voormelde “Registration of Adoption” plaatsgevonden. Gelet op de rechtsregels in Thailand ter zake van adoptie, is de rechtbank van oordeel dat met de hierboven onder 2.5 weergegeven documenten door de beslissing van een bevoegde autoriteit een naar Thais recht rechtsgeldige adoptie van de minderjarige door verzoekers heeft plaatsgevonden.

4.3

Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of deze adoptie in Nederland kan worden erkend.

4.4

Allereerst dient in dit kader te worden beoordeeld of de minderjarige zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak zijn gewone verblijfplaats had in de staat waar de adoptie tot stand is gekomen. Blijkens voormelde “Registration of Adoption” had de minderjarige ten tijde van de registratie zijn gewone verblijfplaats te [plaats] , Thailand. Uit het uittreksel uit de basisregistratie personen van de gemeente [gemeente] blijkt echter dat de minderjarige sinds 21 september 2015 staat ingeschreven op het adres van verzoekers. Uit het gelegaliseerde stuk “Memorandum of Agreement” van 26 augustus 2015 blijkt onder meer dat verzoekers ermee instemmen dat de adoptie van de minderjarige plaatsvindt onder de supervisie van Wereldkinderen en dat Wereldkinderen twee maal per maand gedurende zes maanden voortgangsinformatie zal verstrekken aan DCY. Ook blijkt uit dat stuk dat, ingeval Wereldkinderen negatief zou rapporteren over adoptie, verzoekers de adoptie niet zullen voortzetten en Wereldkinderen zullen toestaan tijdige zorg en een nieuwe plaatsing van de minderjarige te regelen totdat nieuwe aspirant adoptiefouders zijn gevonden, dan wel als laatste middel dat verzoekers ermee instemmen dat de minderjarige naar Thailand zal terugkeren. Gelet hierop en het feit dat het Thaise recht een proeftijd kent, waarbij de aspirant adoptiefouders, alvorens een definitieve adoptiebeslissing wordt genomen, voorlopig worden gemachtigd de minderjarige gedurende een periode van tenminste zes maanden op te nemen, is de rechtbank, mede in acht genomen de hierboven onder 2.4 vermelde verklaring, genoegzaam gebleken dat de minderjarige tot aan de totstandkoming van de adoptie slechts op tijdelijke basis op proef in Nederland verbleef en zijn gewone verblijfplaats derhalve steeds in Thailand heeft gehad. De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat de voorwaarde dat de minderjarige zowel ten tijde van de indiening van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de buitenlandse adoptiebeslissing in Thailand zijn gewone verblijfplaats had, is vervuld. Naast het vorenstaande staat naar het oordeel van de rechtbank eveneens vast dat verzoekers hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden en hebben.

4.5

Met inachtneming van het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat de documenten, zoals hierboven onder 2.5 vermeld, voldoen aan de voorwaarden voor erkenning als bedoeld in artikel 10:109, eerste lid, BW, inhoudende dat de procedure van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie moet zijn gevolgd, terwijl daarnaast de weigeringsgronden van artikel 10:108, tweede en derde lid, BW zich niet voordoen. De erkenning is in het kennelijk belang van de minderjarige. De rechtbank is van oordeel dat de hierboven onder 2.5 vermelde documenten daarmee vatbaar zijn voor inschrijving in de registers van de burgerlijke stand.

4.6

De rechtbank zal op de voet van artikel 10:109, derde lid, BW de ABS gelasten een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte van de burgerlijke stand toe te voegen.

Ten aanzien van het verzoek tot omzetting van de adoptie naar het recht van Thailand in een adoptie naar Nederlands recht

4.7

Verzoekers hebben ter onderbouwing van dit verzoek aangevoerd dat de adoptie naar het recht van Thailand niet tot gevolg heeft dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen tussen de minderjarige en zijn verwanten werden verbroken. Verzoekers stellen belang te hebben bij deze omzetting, aangezien de minderjarige eerst na omzetting van rechtswege de Nederlandse nationaliteit zal verkrijgen.

4.8

Artikel 10:110, tweede lid, BW bepaalt dat ingeval de adoptie in de staat waar zij plaatsvond niet tot gevolg heeft dat de voordien bestaande familierechtelijke bepalingen worden verbroken, de adoptie ook in Nederland dat gevolg mist.

4.9

De rechtbank acht dit verzoek voor toewijzing vatbaar op grond van artikel 10:111 BW in samenhang met artikel 11, tweede lid, van de Wet van 14 mei 1998 tot uitvoering van het op 29 mei 1993 te [plaats] tot stand gekomen verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie, inhoudende dat de omzetting van de adoptie in het kennelijk belang van de minderjarige is en dat uit de stukken blijkt dat aan de in artikel 1:228, lid 1 sub a BW gestelde voorwaarde is voldaan. De rechtbank is van oordeel dat eveneens is voldaan aan de in artikel 1:228, lid 1 sub d BW gestelde voorwaarde dat geen der ouders het verzoek tegenspreekt. Op de toestemming dan wel raadpleging of voorlichting van de biologische ouders van het kind is blijkens artikel 10:105, tweede lid, BW toepasselijk het recht van de staat waarvan het kind de nationaliteit bezit. Op de toestemming van de biologische ouders van de minderjarige is het Thaise recht van toepassing, nu de minderjarige thans de Thaise nationaliteit bezit. Uit de verklaring van DCY van 25 augustus 2015 blijkt dat de minderjarige “an abandoned child who has been in the care of the Department of Social Development and Welfare since December 8, 2011” is, en dat DCY de bevoegde instantie is om namens de ouders van de minderjarige toestemming te geven voor adopie. Naar het oordeel van de rechtbank kan daarmee de toestemming dan wel raadpleging of voorlichting van de biologische ouders van de minderjarige achterwege blijven. Op grond van het vorenstaande kan het verzoek tot omzetting worden toegewezen.

Voornamen en geslachtsnaam minderjarige

4.10

Op grond van het bepaalde in artikel 10:19, eerste lid, BW worden de geslachtsnaam en de voornamen van een vreemdeling bepaald door het recht van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft. Ingevolge artikel 10:20 BW worden de geslachtsnaam en de voornamen van een persoon die de Nederlandse nationaliteit heeft, bepaald door het Nederlandse recht. Artikel 10:22, eerste lid, BW bepaalt dat ingeval van verandering van nationaliteit het recht van de staat van de nieuwe nationaliteit van toepassing is, daaronder begrepen de regel van dat recht betreffende de gevolgen van de nationaliteitsverandering voor de naam.

4.11

De minderjarige heeft thans de Thaise nationaliteit. Op het moment dat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, levert dit een grondslag op voor het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit. Het voorgaande brengt mee dat Nederlands recht van toepassing is op het verzoek dat betrekking heeft op de voornamen en de geslachtsnaam van de minderjarige.

4.12

Nu er geen andere kinderen deel uitmaken van het gezin van verzoekers, hebben zij te kennen gegeven dat de geslachtsnaam zal luiden: [geslachtsnaam] .

4.13

Het verzoek tot wijziging van de voornaam van de minderjarige is geoorloofd naar de maatstaven van artikel 1:4 BW en zal daarom worden toegewezen.

Geboortegegevens minderjarige

4.14

Op grond van het bepaalde in artikel 1:25, vijfde lid, BW zal de rechtbank de inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] bevelen van de zich bij de stukkende bevindende geboorteakte “Birth Certificate” (Identification No.: [nummer] ) van 9 september 2011, waaruit blijkt dat de minderjarige is geboren op [geboortedatum] uit de moeder [moeder] . In dit “Birth Certificate” is als vader genoemd: [vader] . Daarmee behoeft het (subsidiaire) verzoek om de geboortegegevens van de minderjarige vast te stellen geen verdere bespreking.

Tot slot

4.15

Aangezien de verzochte erkenning en omzetting van de adoptie zal worden toegewezen, behoeft het (subsidiaire) verzoek de adoptie (naar Nederlands recht) uit te spreken, geen verdere bespreking.

4.16

De rechtbank zal in verband met het bepaalde in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder k, van het Besluit gezagsregisters bepalen dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.

5 Beslissing

De rechtbank:

5.1

verklaart voor recht dat worden erkend de beslissingen, zoals vervat in de overgelegde verklaring van het Department of Children and Youth te [plaats] , Thailand van 27 mei 2016 (No [nummer] en het overgelegde stuk “Registration of Adoption” (Registration No. [nummer] ), tot de adoptie naar het recht van Thailand van de minderjarige van het mannelijk geslacht: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , Thailand,

door verzoekers voornoemd;

5.2

verklaart voor recht dat de zwakke adoptie naar het recht van Thailand wordt omgezet in een sterke adoptie naar Nederlands recht;

5.3

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen;

5.4

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] de akte van geboorte van de minderjarige “Birth Certificate” (Identification No.: [nummer] ) van 9 september 2011 in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’ [gemeente] , in die zin dat de titel “Master” geen onderdeel uitmaakt van de in te schrijven voornamen van de minderjarige. Dit geldt evenzeer ten aanzien van de titel “Miss” bij de moeder en de titel “Mr.” bij de vader;

5.5

gelast de wijziging van de voornamen van de minderjarige in: [voornaam] ;

5.6

bepaalt dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin aantekening te doen van deze beschikking;

5.7

draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking - en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld - een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente
[gemeente] .

Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Allegro, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van A.M. Bergen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2017.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.