Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:5046

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
06-06-2017
Datum publicatie
20-06-2017
Zaaknummer
5919885 AO VERZ 17-38
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2018:409
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Het verzoek van de werknemer om toekenning van een billijke vergoeding en de transitievergoeding wordt afgewezen, omdat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. De werknemer heeft, zonder dat sprake was van een behandelrelatie en een noodzaak voor raadpleging, een patiëntendossier geraadpleegd en daarmee de gedragscode van het ziekenhuis overtreden. De werknemer was eerder voor eenzelfde overtreding gewaarschuwd. Bovendien had de werknemer ook een training gevolgd ten aanzien van het omgaan met medische patiëntengegevens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/3164
AR-Updates.nl 2017-0764
GZR-Updates.nl 2017-0264
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 5919885 \ AO VERZ 17-38 (PA)

Uitspraakdatum: 6 juni 2017

Beschikking in de zaak van:

[naam verzoekster] ,

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: [verzoekster]

gemachtigde: mr. R.L. Beckers
[toevoeging aangevraagd]

tegen

de stichting Stichting Algemeen Ziekenhuis Westfriesgasthuis,

thans Stichting Ziekenhuizen West-Friesland en Waterland

gevestigd te Hoorn

verwerende partij

verder te noemen: WFG

gemachtigde: mr. D.G. Veldhuizen

1 Het procesverloop

1.1.

[verzoekster] heeft een verzoek gedaan om ten laste van WFG een billijke vergoeding toe te kennen. [verzoekster] heeft daarnaast verzoek gedaan om WFG te veroordelen een transitievergoeding te betalen. WFG heeft een verweerschrift ingediend.

1.2.

Op 23 mei 2017 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen hebben hun standpunt ter zitting toegelicht, WFG mede aan de hand van pleitnotities. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting hebben partijen bij brieven van 17 mei 2017 en 22 mei 2017 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

[verzoekster] , geboren [geboortedatum] , is op 2 juli 2001 in dienst getreden bij WFG. De laatste functie die [verzoekster] vervulde, is die van afdelingssecretaresse oncologie bij de afdeling MBL/nefrologie, met een salaris van € 2.442,- bruto per maand, exclusief vakantiegeld en andere emolumenten.

2.2.

WFG maakt gebruik van het elektronisch patiëntendossier (hierna: EPD). In het EPD staan vertrouwelijke persoons-, medische en andere gegevens van patiënten die in WFG in onderzoek of behandeling zijn geweest, dan wel opgenomen zijn of zijn geweest.

2.3.

WFG heeft een interne gedragscode, de zogenoemde Gedragscode voor gebruik en inzage van het Elektronisch Patiënten Dossier (hierna: de Gedragscode). Daarin is onder meer het volgende opgenomen:

Regels en voorwaarden voor het gebruik van het EPD
Een medewerker heeft uitsluitend toegang tot het EPD voor zover en in de mate waarin dat noodzakelijk is voor een goed verloop en goede administratie van de patiëntenzorg.

Dit geldt bijvoorbeeld voor medewerkers op de polikliniek en in de kliniek die direct betrokken zijn bij de behandeling en verzorging en een medisch inhoudelijke rol vervullen bij de behandeling van de patiënt. Dit geldt ook voor in consult geroepen specialisten en gespecialiseerde verpleegkundigen en andere professionals (…).

Misbruik van de regels en schending van de gedragscode
(…)
Ingeval van ernstig vermoeden van handelen in strijd met deze gedragscode behoudt het Westfriesgasthuis zich het recht voor om alle door de betreffende medewerker geraadpleegde of bewerkte bestanden en gegevens te controleren.
Bij oneigenlijk gebruik kan het Westfriesgasthuis een waarschuwing geven of arbeidsrechtelijke maatregelen nemen (zoals schorsing of ontslag op staande voet), afhankelijk van de ernst van het misbruik of de overtreding.

2.4.

[verzoekster] heeft bij brief van WFG van 1 juli 2013 een waarschuwing gehad voor het onterecht inzien van patiëntengegevens. In de brief staat verder het volgende:

Mocht uit steekproeven of bij een gerichte controle blijken dat u wederom misbruik maakt van uw Ezis-account, dan zullen wij zwaardere arbeidsrechtelijke stappen overwegen’.

2.5.

Naar aanleiding van de gegeven waarschuwing is aan [verzoekster] een training aangeboden, die ziet op het gebruik van het Ezis-account (het ziekenhuisinformatiesysteem) en de rechten en plichten van [verzoekster] in dit verband. [verzoekster] heeft de training in februari 2014 gevolgd.

2.6.

Begin maart 2017 heeft [X] , teamleider van de afdeling Spoedeisende Hulp, medewerkers horen spreken over de gezondheidssituatie van een medewerker van WFG, [Y] (hierna: [y] ). [x] heeft hiervan melding gedaan bij de security officer, [Z] (hierna: [z] ). [z] heeft daarop intern de opdracht gegeven tot het doen van een steekproefonderzoek in het EPD-/Hix-systeem van WFG.

2.7.

Bij e-mail van 27 maart 2017 heeft [z] aan [K] (hierna: [k]), de direct leidinggevende van [verzoekster] , medegedeeld dat [verzoekster] zich toegang had verschaft tot het patiëntendossier van [y] en gevraagd waarom zij dit dossier had geraadpleegd. [k] heeft de e-mail van [z] doorgestuurd aan [verzoekster] met het verzoek om een reactie.

2.8.

Bij e-mail van dezelfde dag reageert [verzoekster] onder meer als volgt:

Dit klopt maar had dit te laat door. Er was een patiënt die er boven stond voor interne of long op de EHBO. Soms springt de regel over dit gebeurd vaker en heb dit ook wel gemeld. Heb dus in het dossier gezeten kwam er later pas achter. Klikte eerst een aantal keren weg omdat de telefoon ging later zag ik het pas. Omdat dit een drukke afdeling (4 afdelingen) is en vaak vol liggen kijken we of patiënten worden opgenomen en alvast een oplossing kunnen vinden. Had voor me eigen al een melding gemaakt, heb het er met niemand over gehad, en was de vrijdag vrij. (…).

2.9.

In een brief van 30 maart 2017 heeft WFG aan [verzoekster] meegedeeld dat zij per direct is geschorst voor de duur van maximaal één week, in verband met het ten onrechte inzien van patiëntendossiers.

2.10.

Op 3 april 2017 heeft WFG [verzoekster] op staande voet ontslagen. In een brief van 3 april 2017 is het ontslag bevestigd, waarbij onder andere het volgende is meegedeeld:


Op 30 maart 2017 bent u (…) geschorst voor de periode van één week. Dit gebeurde nadat de security officer (…) op 27 maart 2017 had geconstateerd dat u in het Elektronisch Patiënten Dossier (…) gegevens van een medewerker van het Westfriesgasthuis hebt ingezien, zonder dat sprake was van een behandelrelatie. U was daartoe niet bevoegd en heeft misbruik gemaakt van uw Hix-account.

Het is niet de eerste keer dat u misbruik heef gemaakt van uw Hix- (toen: Ezis-)account heeft gemaakt. Op 1 juli 2013 had u reeds een officiële waarschuwing gekregen, nadat was geconstateerd dat u meerdere medische dossiers had geraadpleegd met betrekking tot personen met wie geenbehandelrelatie bestond. Er is toen aangegeven dat, indien u nogmaals over de schreef zou gaan, het Westfriesgasthuis zwaardere (arbeidsrechtelijke) maatregelen jegens u zou nemen. Bovendien hebben wij u naar aanleiding van dit incident scholing aangeboden met betrekking tot het inzien van gegevens uit het EPD en het gebruik van uw Hix- (toen: Ezis-) account. (…)

Op basis van de Gedragscode mag u slechts in het patiëntendossier kijken indien er sprake is van een behandelrelatie met de desbetreffende patiënt en inzage noodzakelijk is voor en goed verloop en goede administratie van de patiëntenzorg. Bij schending van de Gedragscode is een ontslag op staande voet gerechtvaardigd.

U was na een dienstverband van bijna zestien jaar zeer goed op de hoogte van de strikte regels die gelden binnen het Westfriesgasthuis. Temeer nu u in 2013 een officiële waarschuwing heeft gehad wegens het overtreden van deze reglementen en naar aanleiding hiervan scholing heeft gevolgd.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoekster] heeft een verzoek gedaan om ten laste van WFG een billijke vergoeding toe te kennen op grond van artikel 7:681 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Volgens [verzoekster] moet een billijke vergoeding worden toegekend, omdat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet en het ontslag dus in strijd is met artikel 7:671 BW. In dat kader heeft [verzoekster] aangevoerd dat zij bij gebreke van capaciteit voorwerk heeft verricht door plaatsingsmogelijkheden te zoeken voor de betreffende patiënt, [y] . Van enige opzet om privacy te schenden is volgens [verzoekster] geen sprake. [verzoekster] wijst op haar lange dienstverband en stelt dat zij altijd goed heeft gefunctioneerd.

3.2.

[verzoekster] heeft daarnaast ook een verzoek gedaan om WFG te veroordelen een transitievergoeding te betalen.

4 Het verweer

4.1.

WFG verweert zich tegen het verzoek. Zij voert aan – samengevat – dat [verzoekster] willens en wetens tot tweemaal toe in het medische dossier van een medewerker van WFG heeft gekeken en informatie daarover heeft gedeeld met derden, hetgeen volgens WFG een dringen reden voor ontslag op staande voet oplevert. Daarbij is volgens WFG ook van belang dat [verzoekster] eerder is gewaarschuwd voor hetzelfde vergrijp en een training heeft gevolgd naar aanleiding van die eerdere waarschuwing, en dat [verzoekster] op de hoogte was van de inhoud van de Gedragscode. [verzoekster] heeft volgens WFG haar verplichtingen op grond van haar arbeidsovereenkomst en de Gedragscode op grove wijze veronachtzaamd en is daarom het vertrouwen van WFG onwaardig geworden. Nu het ontslag op staande voet terecht is gegevens, kan er volgens WFG geen aanspraak bestaan op een billijke vergoeding.

4.2.

Verder stelt WFG [verzoekster] geen recht heeft op een transitievergoeding, omdat [verzoekster] ook ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.

5 De beoordeling

5.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of aan [verzoekster] een billijke vergoeding moet worden toegekend en of zij recht heeft op een transitievergoeding.

5.2.

[verzoekster] heeft het verzoek tijdig ingediend, omdat het is ontvangen binnen twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Voor zover het verzoek betrekking heeft op de transitievergoeding, is het tijdig ingediend, omdat het is ontvangen binnen drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

5.3.

Naar het oordeel van de kantonrechter is [verzoekster] op 13 april 2017 terecht op staande voet is ontslagen door WFG. Daarover wordt het volgende overwogen.

5.4.

Volgens artikel 7:678 lid 1 BW worden voor de werkgever als dringende redenen voor een ontslag op staande voet beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan gevergd worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. In artikel 7:678 lid 2, onderdeel k, BW is bepaald dat een dringende reden onder andere aanwezig kan zijn wanneer de werknemer grovelijk de plichten veronachtzaamt die de arbeidsovereenkomst hem oplegt.

5.5.

Bij de beoordeling van de vraag of van een dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren in de eerste plaats te worden betrokken de aard en ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, en verder de aard en duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer deze heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zou hebben. Ook indien de gevolgen ingrijpend zijn, kan een afweging van deze persoonlijke omstandigheden tegen de aard en de ernst van de dringende reden tot de conclusie leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeids-overeenkomst gerechtvaardigd is (zie: HR 21 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4436; NJ 2000/190; JAR 2000/45 (Prins/Hema)).

5.6.

De kantonrechter neemt als vaststaand aan dat [verzoekster] op 9 maart 2017 in een tijdsbestek van een uur twee keer, met een tussenpoos van ongeveer een half uur, het patiëntendossier van [y] heeft geraadpleegd. Gelet op de overgelegde stukken, en met name de tabbladen uit het EPD en het Hix-systeem, en de toelichting van WFG op de zitting staat ook vast dat [verzoekster] in patiëntendossier van [y] de eerste keer vijfmaal heeft ‘doorgeklikt’ op de tabbladen in dat dossier, en de tweede keer twee maal. Verder is niet in geschil dat raadpleging van het patiëntendossier van [y] door [verzoekster] strikt verboden was en in strijd met de Gedragscode, omdat er geen behandelrelatie bestond tussen [verzoekster] en [y] en er ook geen noodzaak was om zijn dossier te raadplegen.

5.7.

De kantonrechter is van oordeel dat [verzoekster] door het raadplegen van het patiëntendossier van [y] op grove wijze haar verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst, en met name de Gedragscode, heeft geschonden. Zij heeft immers dat patiëntendossier geraadpleegd zonder dat sprake was van een behandelrelatie en een noodzaak voor raadpleging, terwijl zij bekend was met het strikte beleid van WFG, zoals neergelegd in de Gedragscode, dat in een dergelijk geval het raadplegen en inzien van patiëntendossier absoluuut verboden is. Daarbij weegt ook mee dat [verzoekster] op 1 juli 2013 nog was gewaarschuwd in verband met een vergelijkbare schending van de Gedragscode, en er daarbij nadrukkelijk op is gewezen dat een herhaling zou kunnen leiden tot verdergaande maatregelen. Weliswaar heeft [verzoekster] gesteld dat er destijds namens WFG is gezegd dat die waarschuwing zou worden ingetrokken, maar van een dergelijke toezegging of intrekking is niet gebleken, en evenmin van enig bezwaar van [verzoekster] tegen de waarschuwing. Hoewel WFG er in 2013 vanuit ging dat er mogelijk geen sprake was van een opzettelijke schending van de Gedragscode door [verzoekster] , heeft [verzoekster] niet betwist dat de Gedragscode ook destijds is overtreden. Ondanks dat [verzoekster] dus was gewaarschuwd, heeft zij zich toch opnieuw schuldig gemaakt aan eenzelfde overtreding van de Gedragscode. En dit terwijl zij naast de waarschuwing in 2013 vervolgens in 2014 ook een training heeft gevolgd ten aanzien van het omgaan met medische patiëntengegevens. Onder die omstandigheden met de hernieuwde overtreding van de Gedragscode [verzoekster] zwaar worden aangerekend en levert dit een dringende reden voor ontslag op staande voet op.

5.8.

De stelling van [verzoekster] dat zij het dossier van [y] per ongeluk heeft geraadpleegd, acht de kantonrechter niet geloofwaardig. Ter zitting is door WFG toegelicht dat de naam van de patiënt linksboven in het gegevensblad van het patiëntendossier duidelijk staat vermeld en dat blijkt ook uit de door WFG overgelegde tabbladen uit het EPD en het Hix-systeem. Dat [verzoekster] , een ervaren werkneemster, dan vijf keer ‘doorklikt’ in een patiëntendossier, zonder dat zij in de gaten zou hebben in welk dossier zij zit, kan de kantonrechter niet volgen, temeer nu [verzoekster] ermee bekend is dat zeer zorgvuldig moet worden omgegaan met patiëntengegevens en zij nota bene daarvoor een extra training heeft gehad. Daarbij komt dat [verzoekster] tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over het raadplegen van het patiëntendossier van [y] . Immers, in haar e-mail van 27 maart 2017 aan [k] en [z] heeft [verzoekster] gesteld dat zij per ongeluk in het dossier terecht is gekomen, maar in het verzoekschrift heeft zij gesteld dat zij het dossier bewust heeft ingezien om plaatsingsmogelijkheden te onderzoeken. Die twee verklaringen zijn niet met elkaar te rijmen.

5.8.

Bij het oordeel dat sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet weegt ook mee dat WFG kan worden gevolgd in haar stelling dat zij er een groot belang bij heeft om haar Gedragscode strikt toe te passen en te handhaven, omdat de schending van de privacy van patiënten onder alle omstandigheden moet worden voorkomen, en er geen enkel risico mag worden gelopen dat de geheimhouding van patiëntendossiers en patiëntengevens wordt geschonden en dat dergelijke dossiers en gegevens nar buiten worden gebracht of in handen in komen van onbevoegden. WFG stelt ook terecht dat daarmee niet alleen het algemene belang van patiënten op privacy in het geding is, maar ook de reputatie van WFG .

5.9.

[verzoekster] heeft erop gewezen dat zij haar werk voor WFG altijd naar tevredenheid heeft verricht, dat zij een lang dienstverband heeft en dat zij zwaar wordt getroffen door het ontslag op staande voet. Naar het oordeel van de kantonrechter leggen deze persoonlijke omstandigheden echter onvoldoende gewicht in de schaal tegenover de aard en de ernst van de dringende reden. Die persoonlijke omstandigheden kunnen dus niet afdoen aan de conclusie dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven.

5.10.

Uit artikel 7:681 lid 1, onderdeel a, BW volgt dat de kantonrechter op verzoek van de werknemer een billijke vergoeding kan toekennen, indien de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Nu hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is, zal het verzoek van [verzoekster] om toekenning van die billijke vergoeding worden afgewezen.

5.12.

[verzoekster] heeft ook verzocht om WFG te veroordelen een transitievergoeding te betalen. Op grond van artikel 7:673 lid 7, onderdeel c, BW is de transitievergoeding niet verschuldigd, indien het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. WFG heeft met een beroep op dit artikel betaling van de transitievergoeding geweigerd. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het bij ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer gaat om bijvoorbeeld de situatie waarin de werknemer zich schuldig maakt aan diefstal of verduistering, waardoor hij het vertrouwen van de werkgever onwaardig wordt, of de situatie waarin de werknemer in strijd met eigen in de praktijk toegepaste en voor de werknemer kenbare gedragsregels van de organisatie van de werkgever, geld leent uit de bedrijfskas en zulks leidt tot een vertrouwensbreuk (zie: Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 40). De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven, omdat daarvoor een dringende reden aanwezig was. Hoewel een dringende reden niet zonder meer samenvalt met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, leveren de feiten en omstandigheden die de dringende reden vormen in dit geval ook een dergelijke ernstige verwijtbaarheid op. Immers, die feiten en omstandigheden zijn van dien aard dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van handelen of nalaten van de werknemer dat, mede gezien de voorbeelden genoemd in de wetsgeschiedenis, als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. Het hiervoor genoemde handelen van [verzoekster] ligt ook in de lijn van de voorbeelden genoemd in de wetsgeschiedenis. Dat betekent dat de transitievergoeding niet verschuldigd is en het verzoek van [verzoekster] zal worden afgewezen.

5.13.

De kantonrechter ziet ook geen reden om de transitievergoeding aan [verzoekster] , geheel of gedeeltelijk, toe te kennen met toepassing van artikel 7:673 lid 8 BW. Op grond van dit artikel kan de kantonrechter de transitievergoeding, in afwijking van artikel 7:673 lid 7, onderdeel c, BW, toekennen, indien het niet toekennen ervan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. [verzoekster] heeft echter geen omstandigheden gesteld waaruit kan volgen dat het niet toekennen van de transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, en daarvan is de kantonrechter ook niet gebleken.

5.14.

De proceskosten komen voor rekening van [verzoekster] , omdat zij ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst het verzoek af;

6.2.

veroordeelt [verzoekster] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van het WFG tot en met vandaag vaststelt op € 678,00, te weten:

griffierecht € 78,00

salaris gemachtigde € 600,00

6.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gewezen door mr. P.J. Jansen, kantonrechter en op 6 juni 2017 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter