Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:5040

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16-06-2017
Datum publicatie
23-06-2017
Zaaknummer
AWB - 17 _ 2553
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Aanbieden taxidiensten Schiphol, toegang tot ontzeggingsgebied ontzegd voor een maand. verzoek vovo afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 17/2553

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

16 juni 2017 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. H. Temel),

en

de burgemeester van de gemeente Haarlemmermeer, verweerder

(gemachtigde: mr. E.J.P. Smal-Huijbregts).

Procesverloop

Bij besluit van 29 mei 2017 (het primaire besluit) heeft de aangewezen hulpofficier van justitie namens verweerder verzoeker de toegang tot het Ontzeggingsgebied ontzegd voor de duur van een maand, omdat verzoeker de openbare orde heeft verstoord door te handelen in strijd met de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Haarlemmermeer 2017 (de APV) te weten door het aanbieden van taxidiensten.

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 juni 2017. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

2. Op grond van het Aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 2:1G, eerste lid, van de APV, is het - kort samengevat - verboden om binnen het aangewezen gebied op de luchthaven Schiphol verboden om taxidiensten aan te bieden, met uitzondering van taxidiensten die vanuit een taxi worden aangeboden. De voorzieningenrechter gaat voorshands uit van de rechtmatigheid van het Aanwijzingsbesluit nu zij geen aanleiding heeft te twijfelen aan het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter in de uitspraak van 7 februari 2017.

3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in het primaire besluit sprake is van een verschrijving. Gelet op het proces-verbaal is immers duidelijk dat gedoeld wordt op overtreding van artikel 2:1G van de APV, zijnde het aanbieden van taxidiensten. De gemachtigde van verzoeker heeft ter zitting desgevraagd bevestigd dat het hem duidelijk was welk artikel verweerder bedoelde. Verweerder zal de verschrijving in de bezwaarprocedure herstellen.

4.1.

Verzoeker ontkent dat hij taxidiensten heeft aangeboden in het verboden gebied.

4.2

De voorzieningenrechter overweegt daartoe dat het besluit is gebaseerd op een op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal waarin de verbalisant heeft vermeld wat hij heeft waargenomen. Verder is er een verklaring van een getuige die verklaart over wat verzoeker hem vroeg. Nu verzoeker ook ter zitting niet heeft duidelijk kunnen maken wat hij ter plaatse aan het doen was, is voldoende aannemelijk dat verzoeker taxidiensten heeft aangeboden op 29 mei 2017 omstreeks 21.35 uur bij de uitgang van deur C.

4.3.

Op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht kan bij gebleken bijzondere omstandigheden van het beleid worden afgeweken. Verzoeker heeft echter geen bijzondere omstandigheden gesteld. De (blote) ontkenningen van de feiten kunnen naar oordeel van de voorzieningenrechter niet als dergelijke bijzondere omstandigheden worden aangemerkt op grond waarvan verweerder van het beleid had moeten afwijken en had moeten volstaan met het geven van een waarschuwing. Verder heeft verweerder ter zitting aan de hand van de kaart aangegeven dat verzoeker nog wel zijn werkzaamheden als taxichauffeur kan verrichten. Ter zitting is niet duidelijk geworden waarom verzoeker van die mogelijkheid geen gebruik kan maken. Verweerder heeft aangegeven dat verzoeker een ontheffing kan aanvragen als hij aannemelijk kan maken dat hij familieleden van Schiphol moet ophalen.

5. Het verbod om in het Ontzeggingsgebied taxidiensten aan te bieden is opgesteld in verband met het handhaven van de openbare orde in het gebied. Nu verzoeker in strijd met het gestelde verbod toch taxidiensten in het Ontzeggingsgebied heeft aangeboden, is de openbare orde daarmee in het geding. Gelet hierop acht de voorzieningenrechter de opgelegde verblijfsontzegging van één maand, redelijk en ook evenredig. Daarbij heeft de voorzieningenrechter ook rekening gehouden met de omstandigheid dat van een ontzegging, mede gelet op de niet onaanzienlijke financiële belangen die spelen in de taxibranche bij het aanbieden van taxidiensten op Schiphol, een zeker afschrikwekkend effect dient uit te gaan. Dat het besluit verzoeker beperkt in zijn mogelijkheden om zijn werkzaamheden als taxichauffeur op de gebruikelijke wijze uit te oefenen, acht de voorzieningenrechter dan ook niet onevenredig.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Terwiel-Kuneman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Dittmer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2017.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.