Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:4695

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
08-06-2017
Datum publicatie
08-06-2017
Zaaknummer
C/15/241190 / HA RK 16-55
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2019:802
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

benoeming bestuurders Stichting Loterijverlies.nl

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/2940
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer / rekestnummer: C/15/241190 / HA RK 16-55

Beschikking van 8 juni 2017

in de zaak van

1 [Verzoekers]

,

wonende te Haarlem,

verzoekers,

advocaat mr. H.J. Bos te Amsterdam,

alsmede:

6 [Belanghebbenden]

belanghebbenden,

advocaat: mr. H.J. Bos te Amsterdam,

tegen

1. de stichting

STICHTING LOTERIJVERLIES.NL,

gevestigd te Heerhugowaard,

verweerster,

2. de rechtspersoon naar buitenlands recht

BRETON LIMITED,

gevestigd te Guernsey,

verweerster,

advocaat mr. R.J. van Agteren te Amsterdam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LOTERIJVERLIES B.V.,

gevestigd te Guernsey,

belanghebbende,

advocaat mr. M. Raaijmakers te Hoofddorp.

Verzoekers en verweersters sub 1 en 2 zullen hierna respectievelijk [Verzoekers X], Stichting Loterijverlies en Breton worden genoemd. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Loterijverlies B.V. zal worden aangeduid als Loterijverlies B.V.

1 De procedure

1.1.

Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 30 juni 2016 heeft de rechtbank het verzoek van [Verzoekers X], strekkende tot – kort gezegd – ontslag van Breton als bestuurder van Stichting Loterijverlies en benoeming van ten minste één door de rechtbank aan te wijzen, onafhankelijk persoon als bestuurder van Stichting Loterijverlies, aangehouden voor de duur van vier maanden. Daarnaast heeft de rechtbank hangende het onderzoek een voorlopige voorziening getroffen in het bestuur: Breton is voor de duur van de behandeling van het verzoek tot ontslag geschorst als bestuurder van Stichting Loterijverlies en mr. F.W.H. van den Emster is benoemd als tijdelijk bestuurder.

1.2.

Voor het verloop van de procedure tot 30 juni 2016 verwijst de rechtbank naar hetgeen daarover in de beschikking van deze datum is vermeld.

1.3.

Op 23 maart 2017 ontving de rechtbank per fax een brief van mr. R.J. van Agteren, waarbij hij zich stelt als opvolgend advocaat van Breton. Daarbij is als bijlage gevoegd een brief van Breton van 23 maart 2017, waarin zij ontslag neemt als bestuurder van Stichting Loterijverlies.

1.4.

Op 23 maart 2017 heeft mr. Raaijmakers, voorheen advocaat van Breton, zich gesteld als advocaat voor Loterijverlies B.V. als belanghebbende.

1.5.

Op 24 maart 2017 is de mondelinge behandeling voortgezet, van welke voortzetting proces-verbaal is opgemaakt. In dat proces-verbaal wordt melding gemaakt van de stukken, die na 30 juni 2016 aan het procesdossier zijn toegevoegd. Zoals het proces-verbaal vermeldt, heeft de rechtbank de zaak na de mondelinge behandeling aangehouden tot 13 april 2017 teneinde verzoekers en belanghebbende Loterijverlies B.V. in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de te benoemen bestuurders van de stichting, waarbij ieder maximaal drie kandidaten voor benoeming mag voordragen onder verstrekking van de in het proces-verbaal genoemde gegevens van de kandidaten. Verder heeft de rechtbank bepaald dat beide partijen tot 27 april 2017 gelegenheid hebben te reageren op elkaars voordracht.

1.6.

Bij schriftelijk stuk (akte) van 13 april 2017 met producties 41 tot en met 45 heeft mr. Bos drie kandidaten voorgedragen, onder wie dhr. [kandidaat x]

1.7.

Bij brief met bijlagen van 12 april 2017, ontvangen op 13 april 2017, en brief van 13 april 2017 met bijlage heeft mr. Raaijmakers vier kandidaten voorgedragen, onder wie dhr. [kandidaat y].

1.8.

Bij schriftelijk stuk met producties van 26 april 2017, getiteld “akte reactie kandidaten bestuur Stichting Loterijverlies tevens houdende incident tot niet ontvankelijkheid [Verzoekers X] tevens akte producties” heeft mr. Raaijmakers gereageerd op de voordracht van mr. Bos.

1.9.

Bij faxbericht van 26 april 2017 heeft mr. Bos gereageerd op de voordracht van mr. Raaijmakers.

2 De beoordeling

2.1.

Bij de voortgezette mondelinge behandeling zijn de laatste ontwikkelingen in de onderhavige zaak aan de orde geweest. Dit betreft het terugtreden van Breton als bestuurder van Stichting Loterijverlies en het intrekken door Breton van het in de brief van 6 september 2016 van mr. Raaijmakers namens Breton als ‘incident 2’ aangeduide verzoek, een en ander zoals in het proces-verbaal van 24 maart 2017 opgenomen. Zoals in dit proces-verbaal tevens is opgenomen, hebben verzoekers ter zitting naar aanleiding van de laatste ontwikkelingen het oorspronkelijke ontslagverzoek op de voet van artikel 2:298 BW ingetrokken. De rechtbank komt dan ook niet meer toe aan de beoordeling daarvan en de daarop betrekking hebbende schriftelijke stukken van partijen. Zoals ieder van partijen naar voren heeft gebracht, brengt een en ander mee dat thans de rechtbank (uitsluitend nog) dient over te gaan tot de benoeming van een bestuur.

2.2.

De rechtbank constateert dat de statutaire bepaling van artikel 3 betreffende de samenstelling en wijze van benoeming van het bestuur het volgende voorschrijft. Lid 1 bepaalt dat het bestuur van de stichting bestaat uit een door het bestuur vast te stellen aantal van ten minste één bestuurder. Lid 2 bepaalt dat bij een meervoudig bestuur bestuurders worden benoemd door het bestuur. Kort gezegd houden de statutaire bepalingen een coöptatieregeling in. Nu de bestuurder van Stichting Loterijverlies is teruggetreden, is sprake van de situatie dat het door de statuten voorgeschreven bestuur geheel ontbreekt. Aan de rechtbank ligt dus nog uitsluitend voor een verzoek om in de vervulling van de ledige plaats(en) te voorzien op de voet van artikel 2:299 BW.

2.3.

Bij de beoordeling van dit verzoek heeft de rechtbank acht geslagen op de over en weer ingediende voordrachten en de reacties daarop, hierboven genoemd onder 1.6 tot en met 1.9. Stellingen van partijen in die stukken, die niet betrekking hebben op de voordracht van de kandidaten en de gegevens die de rechtbank in dat verband heeft gevraagd, vallen buiten het bestek van de zaak zoals die thans voorligt en zal de rechtbank daarom buiten beschouwen laten.

2.4.

De rechtbank komt tot het oordeel dat (in afwijking van haar op de mondelinge behandeling uitgesproken voornemen om zelf drie bestuursleden te benoemen) twee bestuursleden benoemd zullen worden. Daarbij is van belang dat een zo evenwichtig mogelijk bestuur wordt nagestreefd. Van iedere zijde zal daarom één bestuurder worden benoemd. Gezamenlijk zullen zij op de voet van de coöptatieregeling van artikel 3 lid 2 van de statuten desgewenst een derde bestuurslid kunnen benoemen en aldus overeenkomstig de Claimcode voorzien in een bestuur dat bestaat uit ten minste drie natuurlijke personen.

2.5.

Als bestuurders zullen worden benoemd de heren [bestuurslid x], voorgedragen door verzoekers, en [bestuurslid y], voorgedragen door Loterijverlies B.V./dhr. [X]. Voor beiden geldt dat zij zich bereid hebben verklaard een benoeming te aanvaarden als onbezoldigd bestuurslid. Beiden zijn deelnemers in Stichting Loterijverlies. Beiden zijn tevens lid van de deelnemersraad, zodat zij de mogelijkheid hebben om desgewenst via de deelnemersraad de achterban te raadplegen, conform de door de heer [X] ter zitting geuite wens. Bij de keuze voor deze twee kandidaten weegt mee dat geen sprake is van enige door hen gestelde voorwaarde aan de benoeming of enige relatie in de ruimste zin van het woord met [Y], wat bij een aantal van de overige voorgedragen kandidaten wel het geval is.

2.6.

Partijen hebben over en weer in het algemeen bezwaar gemaakt tegen benoeming van enige kandidaat van de wederpartij, kort samengevat uit vrees voor vooringenomenheid in een of andere richting. De rechtbank overweegt dat de taak en verantwoordelijkheid van het bestuur een afdoende waarborg moet vormen tegen deze vrees. Deze taak ziet zowel op het verleden als de toekomst. Ter onderstreping van die taak wordt hier aangehaald wat het Gerechtshof te Amsterdam in de onderhavige zaak bij arrest van 31 januari 2017 onder 3.15. overweegt :

“(…)rust, mede met het oog op de continuïteit van haar belangenbehartiging, op haar [lees: Stichting Loterijverlies] de statutaire taak er voor te waken dat het bestuur van Loterijverlies B.V. zich niet schuldig maakt aan financieel wanbeheer en daartegen op te treden indien daarvan (mogelijk) sprake is. Die waakzaamheid mag temeer van (…) bestuurder [rechtbank: van Stichting Loterijverlies] worden verwacht omdat niet gebleken is dat Loterijverlies B.V. over andere inkomsten beschikt dan het van de deelnemers ontvangen inschrijfgeld en de omvang van de door Loterijverlies B.V. gemaakte kosten van invloed zal zijn op zowel de mogelijkheid om met de Staatsloterij een schikking te treffen als op de hoogte van het bedrag dat in het kader van een zodanige schikking aan de gedupeerden ten goede zou komen. De rechtbank heeft dan ook terecht beslist dat (…) bestuurder van Stichting Loterijverlies er op dient toe te zien dat financiële transacties uitsluitend plaatsvinden in het kader van de behartiging van de belangen van de gedupeerden/deelnemers en dient waar dat mogelijk niet het geval is, daartegen op te treden.”

2.7.

Beide partijen hebben in de beginfase van de procedure aan hun standpunt over het oorspronkelijke verzoek over en weer een verzoek tot veroordeling van de wederpartij in de proceskosten verbonden. Gezien de laatste ontwikkelingen in de onderhavige zaak, ziet de rechtbank geen aanleiding over te gaan tot een kostenveroordeling.

3 De beslissing

De rechtbank

voorziet in de vervulling van de ledige plaatsen in het bestuur van Stichting Loterijverlies, statutair gevestigd te Heerhugowaard, door de benoeming van de navolgende personen tot bestuurslid:

a. de heer [bestuurslid xx],

de heer [bestuurslid yy];

gelast de griffier nadat de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, deze in te schrijven in het in art. 2:289 BW genoemde register;

wijst af het meer of anders door partijen verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Jongkind-Jonker, mr. A.C. Haverkate en mr. P.E. van der Veen en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2017.1

1 SJ/PV/ACH