Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:4167

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-04-2017
Datum publicatie
16-06-2017
Zaaknummer
C/15/253374 / JU RK 17-14
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De GI verzoekt verlenging van een machtiging gesloten jeugdhulp, terwijl er een onherroepelijk strafvonnis ligt waarbij een gedragsbeïnvloedende maatregel (hierna GBM) is opgelegd. De kinderrechter komt niet toe aan beantwoording aan de vraag of de GBM in de weg staat aan het toewijzen van het verzoek verlenging machtiging gesloten jeugdhulp omdat de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper niet voldoet aan de wettelijke eisen, op grond waarvan het verzoek niet kan worden toegewezen. Buiten dat ziet de kinderrechter geen plaats voor het verlengen van de machtiging gesloten jeugdhulp omdat er al in het strafrechtelijk kader richting is gekozen in deze zaak. Gelet daarop is er geen noodzaak voor een verblijf in een gesloten accommodatie. Voorts besteed de kinderrechter aandacht aan de, hoewel deze niet voorligt, voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

Zittingsplaats: Haarlem

Zaakgegevens : C/15/253374 / JU RK 17-14

datum uitspraak: 4 april 2017

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming, hierna te noemen de GI,

gevestigd te [plaats] ,

betreffende

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [plaats] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de beschikking van 16 maart 2017 met de daarin vermelde stukken.

Op 4 april 2017 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Hierbij zijn verschenen en gehoord:

- de minderjarige [minderjarige] , bijgestaan door zijn advocaat mr. M.J.F.A. Mutsaers, kantoorhoudende te Haarlem,

- namens de GI, [naam ] .

Ter zitting is tevens verschenen en als informant gehoord [minderjarige] begeleider vanuit [naam ] , [naam ] .

[minderjarige] is voorafgaand aan de zitting in raadkamer gehoord, bijgestaan door zijn advocaat.

De moeder is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

De feiten

Bij beschikking van 16 maart 2017 heeft de kinderrechter het (nog resterende deel van het) verzoek van de GI om [minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en verblijven voor de duur van de ondertoezichtstelling (voor de tweede keer) aangehouden.

Op 23 februari 2017 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam een strafvonnis heeft gewezen, waarbij aan [minderjarige] een gedragsbeïnvloedende maatregel ex artikel 77w van het Wetboek van Strafrecht (hierna te noemen: de GBM) is opgelegd voor de duur van twaalf maanden.

De verdere beoordeling

Om het nog resterende deel van het verlengingsverzoek gesloten uithuisplaatsing te kunnen beoordelen, moet worden onderzocht hoe een machtiging gesloten jeugdhulp zich verhoudt tot een GBM en of een GBM een gelijktijdige gesloten plaatsing verdraagt.

De GI heeft ter zitting van 4 april 2017 naar voren gebracht dat een machtiging gesloten jeugdhulp in het kader van de GBM niet mogelijk is, maar ziet wel ruimte om de maatregel en de machtiging naast elkaar te laten lopen. Het belangrijkste doel is dat [minderjarige] teruggeplaatst wordt in de Kleinschalige Groep van [naam ] . Een voorwaarde daarvoor is dat hij een dagbesteding heeft. In het kader van de GBM is een conceptplan opgesteld voor de uitvoering daarvan. Daarin zijn onder andere de behandelvorm en een regeling voor verlof opgenomen.

[naam ] van [naam ] heeft ter zitting naar voren gebracht dat de [naam ] voor plaatsing vanuit [naam ] een voorwaardelijke gesloten machtiging nodig heeft, terwijl het nu voorliggende verzoek een gewone machtiging gesloten plaatsing betreft. Verder moet de dagbesteding geregeld zijn. De GBM en de voorwaardelijke machtiging gesloten plaatsing zijn twee sporen waarlangs de plaatsing in de [naam ] gerealiseerd kan worden. De [naam ] vindt van belang dat een time-out mogelijk is.

[minderjarige] heeft in raadkamer naar voren gebracht dat hij graag naar de [naam ] wil, omdat dit een open groep is.

Ter zitting heeft de advocaat van [minderjarige] kennis genomen van de inhoud van het ambtshalve ter beschikking van de rechtbank staande vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam van 23 februari 2017, waarin aan [minderjarige] de gedragsbeïnvloedende maatregel is opgelegd. De inhoud van het vonnis was bij de GI al bekend.

De advocaat van [minderjarige] heeft naar voren gebracht dat de GBM in haar visie niet te verenigen is met een machtiging gesloten jeugdhulp. De GBM is onherroepelijk, is dus al gaan lopen en vormt de juridische basis voor plaatsing van [minderjarige] in de [naam ] . De [naam ] zal [minderjarige] daarom moeten opnemen, ook als er geen voorwaardelijke machtiging gesloten plaatsing ligt.

De kinderrechter stelt in de eerste plaats vast dat de GI heeft verzuimd een instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper te overleggen, die voldoet aan de eisen van de wet, ondanks dat deze tijdens de vorige zitting onderwerp van gesprek is geweest. In de instemmingsverklaring ontbreekt een voldoende gemotiveerd oordeel van de gedragswetenschapper dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is. Om die reden kan het verzoek niet worden toegewezen.

Nu het strafvonnis van de rechtbank Amsterdam inmiddels onherroepelijk is, zal de GBM dus ten uitvoer worden gelegd. De GBM heeft, net als het verzoek van de GI, tot doel dat [minderjarige] terugkeert naar de [naam ] . Het is de kinderrechter bekend dat in de praktijk ook op grond van een machtiging gesloten jeugdzorg overplaatsing naar een open jeugdzorginstelling plaatsvindt, om de overgang goed te laten verlopen, met de mogelijkheid van terugplaatsing in de gesloten jeugdinstelling achter de hand. Hiervoor is (binnen het civiele jeugdrecht) de voorwaardelijke machtiging gesloten plaatsing bij uitstek geschikt en bedoeld. Een dergelijk verzoek ligt alleen niet voor. In de onderhavige zaak is bovendien al binnen het strafrechtelijk kader (en dus buiten de civiele zaak om) richting gekozen door het opleggen van een GBM. Deze GBM bevat de voorwaarde dat [minderjarige] in de [naam ] (dan wel een andere door de jeugdreclassering aan te wijzen instelling) verblijft. Als [minderjarige] zich niet aan die voorwaarde houdt, zal de tenuitvoerlegging van vervangende jeugddetentie worden toegepast.

Gelet hierop ziet de kinderrechter geen plaats meer voor het verlengen van de machtiging gesloten uithuisplaatsing.

Nog los van de vraag of de wetgever het mogelijk heeft willen maken om een GBM en gesloten jeugdhulp naast elkaar te laten lopen, waarover de memories van toelichting geen uitsluitsel geven, en de mogelijke praktische problemen bij het initiëren van een time-out, hetgeen bij de GBM de bevoegdheid van de officier van justitie is en bij de gesloten plaatsing van de GI, is de kinderrechter gelet op het voorgaande van oordeel dat er geen sprake is van een situatie waarin verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk is. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.

De beslissing

De kinderrechter:

wijst af het (resterende) verzoek tot verlening van een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende de minderjarige [minderjarige] .

Deze beschikking is gegeven door mr. B.M.A. Bataille, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Oomen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2017.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Amsterdam