Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:4021

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-05-2017
Datum publicatie
29-05-2017
Zaaknummer
4917083 CV EXPL 16-2835
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Claim wegens vertraging. Captain achtervolgt na de landing passagiers, die zich hebben misdragen, om hun identiteit vast te stellen en wordt vervolgens mishandeld op de luchthaven. Crew acht zich niet meer in staat om de volgende vlucht uit te voeren. Beroep op buitengewone omstandigheden als bedoeld in de Verordening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2017/273
VR 2017/119
S&S 2017/110
AR 2017/2747
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton – locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 4917083 \ CV EXPL 16-2835

datum uitspraak: 17 mei 2017

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

1 [passagiers 1 t/m 17]

eisers

hierna te noemen: de passagiers

gemachtigden: mr. I.G.B. Maertzdorff en mr. L.J.J. Hoezen

tegen

de commanditaire vennootschap

Transavia Airlines C.V., gevestigd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen Transavia

gemachtigde mr. M. Reevers

1 De procedure

1.1.

De passagiers hebben Transavia gedagvaard op 10 december 2015. Transavia heeft schriftelijk geantwoord. De passagiers hebben schriftelijk op het antwoord gereageerd en een akte overlegging producties genomen, waarna Transavia nog een schriftelijke reactie heeft gegeven. Vervolgens hebben de passagiers een akte genomen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De passagiers zijn overeengekomen dat zij op 16 juli 2015 door Transavia met vlucht HV 5134 zouden worden vervoerd van Barcelona (Spanje) naar Schiphol (Nederland).

2.2.

De afstand van de vlucht bedraagt 1.242 kilometer.

2.3.

Transavia heeft de passagiers omgeboekt naar een andere vlucht, te weten vlucht HV 2622.

2.4.

De passagiers zijn met een vertraging van 4 uur en 40 minuten ten opzichte van de oorspronkelijk geplande aankomsttijd op Schiphol aangekomen.

2.5.

Vanaf 23 juli 2015 hebben de passagiers Transavia aangeschreven tot betaling van een gestandaardiseerde compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening).

2.6.

Transavia heeft zich, onder meer bij e-mail van 9 augustus 2015, op het standpunt gesteld dat zij geen compensatie verschuldigd is omdat sprake is van een buitengewone omstandigheid, te weten – kort gezegd - een veiligheidsincident op de luchthaven van Barcelona waarbij de gezagvoerder van de vlucht gewond is geraakt.

2.7.

Transavia hanteert een handboek genaamd ‘Operations Manual’. Hierin is (onder meer) een handleiding opgenomen over hoe om te gaan met ‘unruly passengers’ (onhandelbare passagiers).

3 De vordering

3.1.

De passagiers vorderen (samengevat) veroordeling van Transavia tot betaling van € 4.500,-, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 17 juli 2015, althans vanaf de datum van ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding. Tevens vorderen zij veroordeling van Transavia tot betaling van € 575,- (conform het Besluit buitengerechtelijke incassokosten) dan wel € 726,- (conform het rapport Voorwerk II) aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2015 dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding, alsmede veroordeling van Transavia in de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de datum van het vonnis.

3.2.

De passagiers leggen aan de vordering ten grondslag dat Transavia op grond van de Verordening en het Sturgeon-arrest van 19 november 2009 (zaak C-344/04) wegens de door de passagiers ondervonden vertraging van meer dan drie uur, gelet op de afstand van de vlucht van 1.242 kilometer, een compensatie van € 250,- per passagier verschuldigd is, in totaal dus € 4.500,-. Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven, is tevens de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente verschuldigd.

4 Het verweer

4.1.

Transavia betwist de vordering. Zij voert hiertoe – samengevat – het volgende aan.

4.2.

De vertraging die de passagiers hebben ondervonden is te wijten aan een buitengewone omstandigheid, namelijk een onverwacht vliegveiligheidsprobleem zoals genoemd in overweging 14 van de preambule van de Verordening. Op de aan vlucht HV 5134 voorafgaande vlucht HV 5133 bevonden zich twee passagiers die zich ernstig hebben misdragen gedurende en na afloop van de vlucht. Zij zijn tijdens de landing meerdere keren opgestaan, luisterden niet naar aanwijzingen van de crew en hebben de crew hevig geïntimideerd. Na de vlucht heeft de captain getracht de identiteit van de passagiers vast te leggen voor een reisrestrictie. Omdat de passagiers hier niet aan meewerkten is de politie ingeschakeld, waarna de passagiers probeerden zo snel mogelijk de gate te verlaten. De gezagvoerder is hen hierop gevolgd, waarna de passagiers hem hebben mishandeld door hem te bespugen, te slaan, te stompen en te schoppen. Hierdoor heeft de captain lichte verwondingen opgelopen (een bloedneus en een snee op de neus). De captain heeft aangifte van het gebeurde gedaan. Het gedrag van de betreffende passagiers gedurende en na de vlucht was dusdanig ernstig en intimiderend voor de crew, dat de crew na het incident heeft geoordeeld dat zij de (onderhavige) navolgende terugvlucht HV 5134 en hun veiligheidstaken daarin niet meer verantwoord kon uitvoeren. Er was dus sprake van een onverwacht vliegveiligheidsprobleem voor de terugvlucht HV 5134.

4.3.

Zowel het incident zelf als de gevolgen hiervan, een mishandelde captain en een aangeslagen crew, zijn niet inherent aan de normale uitoefening van de activiteiten van Transavia en hadden door Transavia ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen kunnen worden. Van Transavia kan niet worden verwacht dat zij op een buitenstation een extra crew stand-by heeft staan om de navolgende vlucht uit te voeren.

4.4.

Transavia heeft bovendien al het redelijkerwijs mogelijke gedaan om de ontstane vertraging zo beperkt mogelijk te houden. Zij heeft een andere vlucht, HV 2622, speciaal naar Barcelona laten uitwijken en heeft de passagiers omgeboekt naar deze vlucht.

4.5.

De captain heeft besloten dat de crew niet meer fit was om te vliegen. De crew is ‘off-duty’ in een leeg toestel terug naar Amsterdam gevlogen, waar zij met een vertraging van 3 uur en 14 minuten zijn gearriveerd. Ook als Transavia geen rekening zou hebben gehouden met de regels van vliegveiligheid en met de aangeslagen crew zou zijn gaan vliegen, hadden de passagiers derhalve meer dan 3 uur vertraging ondervonden als gevolg van het incident in Barcelona.

4.6.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente is Transavia niet verschuldigd.

4.7.

In de dagvaarding is het verweer van Transavia niet deugdelijk opgenomen, terwijl Transavia al ruim voor de procedure informatie aan (de gemachtigde van) de passagiers heeft toegestuurd inzake deze vlucht. Dit is in strijd met de goede procesorde. Transavia verzoekt hiermee bij de proceskostenveroordeling rekening te houden.

5 De beoordeling

5.1.

Op grond van het bepaalde in artikel 99 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de kantonrechter te Haarlem bevoegd van de zaak kennis te nemen, nu Transavia is gevestigd te Schiphol.

5.2.

De kern van het geschil is of Transavia compensatie is verschuldigd wegens de door de passagiers opgelopen vertraging. Transavia is niet verplicht compensatie aan de passagiers te betalen als zij kan aantonen dat sprake is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet konden worden voorkomen in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. Onder 14 van de considerans van de Verordening heeft de gemeenschapswetgever er op gewezen dat dergelijke omstandigheden zich – onder meer - kunnen voordoen in geval van onverwachte vliegveiligheidsproblemen die gevolgen hebben voor de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert.

5.3.

De aanwezigheid van ‘unruly passengers’ (onhandelbare passagiers) die zich, zoals in het onderhavige geval, niet aan de regels houden, aanwijzingen van de crew negeren en zich mogelijk intimiderend gedragen is op zichzelf inherent aan de normale activiteiten van een luchtvaartmaatschappij. Crewleden ontvangen hiervoor instructies en training. Zo is ook in het ‘Operations Manual’ van Transavia een handleiding opgenomen hoe om te gaan met ‘unruly passengers’. Welke intimidatie in dit toestel heeft plaatsgevonden is in de overgelegde S&Q niet vermeld. Daarin staat opgenomen: ”After saying twice, you sit down now, the passenger returned to her seat’.

5.4.

Het incident waarop Transavia zich beroept, heeft plaatsgevonden buiten het toestel. Het moge zo zijn dat de captain de instructie heeft om ten behoeve van de aangifte en registratie de gegevens van deze ‘unruly passengers’ op te nemen, dat betekent nog niet dat de captain achter de ‘unruly passengers’ dient aan te gaan als deze ervandoor gaan en het toestel verlaten. Gesteld noch gebleken is dat dit een instructie is die de captain moest opvolgen. Niet alleen is het aanhouden van dergelijke passagiers op de luchthaven een taak van de lokale autoriteiten, zij zijn daartoe ook beter geëquipeerd en getraind. In dat kader overweegt de kantonrechter nog dat Transavia, in reactie op het daaromtrent door de passagiers gestelde, niet althans onvoldoende heeft onderbouwd waarom het niet mogelijk was de ‘unruly passengers’ middels de passagierslijst en de hen toegewezen stoelen te identificeren.

5.5.

De conclusie is dat niet is komen vast te staan dat in dit geval sprake is geweest van buitengewone omstandigheden in de zin van de Verordening. Het verweer faalt dan ook.

Transavia is dan ook gehouden de passagiers te compenseren in verband met de vertraging van de vlucht. Gelet op de duur van de vertraging en de afstand van de vlucht gaat het hier om een compensatie van € 250,- per passagier, dus om een bedrag ad € 4.500,- in totaal zoals gevorderd.

5.6.

De wettelijke rente over de hoofdsom is toewijsbaar vanaf de datum van de vlucht
(17 juli 2015) zoals gevorderd. Gelet op artikel 6:83 sub b BW is de vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade terstond opeisbaar en treedt het verzuim zonder ingebrekestelling in op het moment waarop de schade geacht wordt te zijn geleden.

5.7.

De kantonrechter oordeelt dat de passagiers middels de overgelegde correspondentie voldoende hebben aangetoond en onderbouwd dat de verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten dient te worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De primair gevorderde buitengerechtelijke incassokosten ad € 575,- zijn in overeenstemming met het in het Besluit opgenomen tarief en zijn derhalve toewijsbaar. De omstandigheid dat de gemachtigde van de passagiers (onweersproken) op basis van no cure no pay werkt doet daar niet aan af. De wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten is eveneens toewijsbaar, met dien verstande dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding, nu niet is gesteld of gebleken op welke datum deze kosten verschuldigd zijn geworden.

5.8.

De proceskosten komen voor rekening van Transavia omdat zij in het ongelijk wordt gesteld. Voor zover het verweer van Transavia in de dagvaarding niet volledig is vermeld, is van strijd met de goede procesorde niet gebleken. Transavia wordt ook veroordeeld tot betaling van € 100,- aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagiers worden gemaakt. De wettelijke rente over de proceskosten en nakosten is toewijsbaar zoals hierna vermeld.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt Transavia tot betaling aan de passagiers van € 4.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 17 juli 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening;

6.2.

veroordeelt Transavia tot betaling aan de passagiers van € 575,- aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 december 2015 tot de dag van de algehele voldoening;

6.3.

veroordeelt Transavia tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:

dagvaarding € 94,19

griffierecht € 223,-

salaris gemachtigde € 625,-
en veroordeelt Transavia tot betaling van € 100,- aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagiers worden gemaakt, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten en nakosten (voor zover daadwerkelijk gemaakt) vanaf veertien dagen na de dag van betekening van dit vonnis, voor zover die kosten niet binnen die termijn zijn betaald;

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. de Vries, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier, De kantonrechter,