Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:3920

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-05-2017
Datum publicatie
11-05-2017
Zaaknummer
HAA 17/2035
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verzoekers hebben de voorzieningenrechter gevraagd het besluit, dat het voor de Staatsloterij mogelijk maakt om op 27 mei 2017 een Bijzondere Trekking te organiseren, te schorsen om te voorkomen dat deze trekking doorgang vindt. De voorzieningenrechter is tot de conclusie gekomen dat verzoekers niet kunnen worden aangemerkt als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 van de Awb. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt om die reden niet-ontvankelijk verklaard

Wetsverwijzingen
Beschikking Staatsloterij 8
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 17/2035

uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 mei 2017 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

de besloten vennootschap Loterijverlies.nl B.V. te Heerhugowaard, en anderen, verzoekers

(gemachtigde: mr. F. Roet),

en

De raad van bestuur van de Kansspelautoriteit, verweerder

(gemachtigden: R.G.J. Wildemors en J. Honkoop).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:

de besloten vennootschap Staatsloterij B.V., te Rijswijk,

(gemachtigden: mr. P.W. Juttmann en mr. J. Leedekerken).

Procesverloop

Bij besluit van 23 februari 2017 (het besluit) heeft verweerder (hierna: de Kansspelautoriteit) aan derde-partij (hierna: de Staatsloterij) een eenmalige ontheffing verleend voor het begrip ‘wekelijks’ als bedoeld in artikel 8, onder c, van de Beschikking Staatsloterij ten behoeve van een Bijzondere Trekking in het jaar 2017. Tevens heeft de Kansspelautoriteit ingestemd met het gebruik van een ander reglement als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Beschikking Staatsloterij ten behoeve van een Bijzondere Trekking.

Verzoekers hebben tegen het besluit bezwaar gemaakt. Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 mei 2017. Verzoekers en de Kansspelautoriteit hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. De Staatsloterij heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam] en haar gemachtigden.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

2.1.

Uit het arrest van 30 januari 2015 van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2015:178) volgt dat de Staatsloterij gedurende de periode 2000 tot en met 2007 misleidende mededelingen heeft gedaan over het gegarandeerd zijn van de prijzen, de winkansen en het aantal gewonnen prijzen. In 2008 heeft zij wat betreft de Koninginnedagloterij misleidende mededelingen gedaan over de hoogte van prijzen.

2.2.

De Staatsloterij heeft een akkoord bereikt over een collectieve oplossing. Een onderdeel van dit akkoord is het organiseren van een eenmalige ‘Bijzondere trekking’ op

27 mei 2017. Alle deelnemers van de Staatsloterij in de periode 2000 tot en met 2007 en aan de Koninginnedagloterij 2008 kunnen kosteloos deelnemen aan deze trekking onder de voorwaarde dat zij finale kwijting verlenen. Dit houdt in dat deelnemers definitief afzien van vorderingen en juridische procedures naar aanleiding van het arrest van 30 januari 2015.

2.3.

Op 13 februari 2017 heeft de Staatsloterij de Kansspelautoriteit verzocht om te bevestigen dat haar voornemen om twee wekelijkse trekkingen binnen zeven dagen te houden verenigbaar is met de Beschikking Staatsloterij, dan wel – indien de Kansspelautoriteit van oordeel is dat dit niet het geval is – een ontheffing te verlenen voor het begrip ‘wekelijks’. Verder is verzocht om toestemming te verlenen als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Beschikking Staatsloterij om de Bijzondere trekking te organiseren op grond van het daartoe opgestelde deelnemersreglement.

2.4.

Bij besluit van 23 februari 2017, op diezelfde dag toegezonden aan de Staatsloterij en op de website van de Kansspelautoriteit gepubliceerd op 10 april 2017, heeft de Kansspelautoriteit aan de Staatsloterij een eenmalige ontheffing verleend voor het begrip ‘wekelijks’ als bedoeld in artikel 8, onder c, van de Beschikking Staatsloterij ten behoeve van een Bijzondere Trekking in het jaar 2017 en ingestemd met het gebruik van een ander reglement als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Beschikking Staatsloterij ten behoeve van een Bijzondere Trekking.

Verder heeft de Kansspelautoriteit bepaald dat zij de ontheffing en de instemming in elk geval kan intrekken als:

a. in het deelnemersreglement behorende bij de Bijzondere Trekking onvoldoende prominent de voorwaarde voor deelneming aan de Bijzondere Trekking, te weten de finale kwijting, wordt vermeld;

b. deze finale kwijting niet in iedere uiting en correspondentie op duidelijke en begrijpelijke wijze wordt toegelicht;

c. de mogelijke deelnemers aan de Bijzondere Trekking op enigerlei wijze wordt voorgehouden dat deelname gratis is, terwijl de genoemde finale kwijting een vereiste is voor deelname.

3. Voor de Bijzondere Trekking heeft de Staatsloterij een Deelnemersreglement Bijzondere Trekking (Deelnemersreglement) opgesteld.

In artikel 2.1 van het Deelnemersreglement staat dat deelname aan de Bijzondere Trekking openstaat voor personen die in de periode 1 januari 2000 tot en met 31 december 2007 (gedeeltelijk) hebben deelgenomen aan de door (de rechtsvoorganger van) Staatsloterij B.V. georganiseerde trekkingen van de Staatsloterij, Koninginnedagloterij en/of Oudejaarsloterij en/of door de (de rechtsvoorganger van) Staatsloterij B.V. georganiseerde Koninginnedagloterij 2008 en die ook overigens voldoen aan de in dit deelnemersreglement omschreven voorwaarden voor deelname.

In artikel 3.1. (finale kwijting) van het Deelnemersreglement staat dat met deelname aan de Bijzondere Trekking de deelnemer afstand doet van eventuele aanspraken en vorderingen op (i) Staatsloterij B.V., (ii) de Nederlandse Loterij B.V., (iii) alle bestuurders, commissarissen, functionarissen, personeel en overige (rechts)personen die werken voor en/of op enigerlei wijze werkzaam zijn (geweest) voor dan wel verbonden zijn (geweest) aan Staatsloterij B.V. dan wel Nederlandse Loterij B.V. (iv) de Staat der Nederlanden, (v) alle accountants, adviseurs, raadslieden en verzekeraars van de hierboven genoemde (rechts)personen en hun personeel, functionarissen en bestuurders en (vi) Stichting Staatsloterijschadeclaim.nl, die voortvloeien uit, gebaseerd zijn op, samenhangen met althans verband houden met de feiten en omstandigheden die aan de orde zijn gekomen in de procedure die heeft geleid tot het arrest van de Hoge Raad van 30 januari 2015 met zaaknummer 13/04238. De deelnemer stemt daar uitdrukkelijk mee in en verleent daarom ook onherroepelijke en onvoorwaardelijke kwijting voor alle hiervoor bedoelde aanspraken en vorderingen die de deelnemer mogelijk heeft in verband met zijn/haar (gedeeltelijke) deelname in de periode 1 januari 2000 tot en met 31 december 2007 aan de door (de rechtsvoorganger van) Staatsloterij B.V. georganiseerde Staatsloterij, Koninginnedagloterij en/of Oudejaarsloterij en door de (de rechtsvoorganger van) Staatsloterij B.V. georganiseerde Koninginnedagloterij 2008.

4. Loterijverlies.nl B.V. stelt dat zich bij haar een groot aantal deelnemers hebben aangemeld die zich benadeeld voelen door de Staatsloterij bij de trekkingen in de jaren 2000-2008. De gemachtigde van Loterijverlies.nl B.V. heeft namens Loterijverlies.nl B.V. en namens deze deelnemers de voorzieningenrechter gevraagd het besluit te schorsen om te voorkomen dat de Bijzondere Trekking doorgang vindt.

5.1.

De Kansspelautoriteit en de Staatsloterij hebben betwist dat Loterijverlies.nl B.V. en haar gemachtigde bevoegd zijn namens de deelnemers een bezwaarschrift in te dienen en een voorlopige voorziening te vragen.

5.2.

Op grond van de door verzoekers overgelegde stukken gaat de voorzieningenrechter er voor dit geding vanuit dat Loterijverlies.nl B.V althans voor een deel van de deelnemers bevoegd is bezwaar te maken tegen het besluit en een voorlopige voorziening bij de bestuursrechter te vragen. Uit de overlegde uittreksels van de Kamer van Koophandel van Loterijverlies.nl B.V. en Morand Juridische Bijstand B.V. en de verklaring van de gemachtigde van verzoekers ter zitting over de statuten van deze laatste vennootschap maakt de voorzieningenrechter op dat de gemachtigde van verzoekers bevoegd is Loterijverlies.nl B.V. te vertegenwoordigen.

6.1.

De voorzieningenrechter ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of verzoekers zijn aan te merken als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

6.2.

Om als belanghebbenden in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dienen verzoekers een voldoende objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang te hebben dat hen in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het besluit. Ten aanzien van rechtspersonen zoals Loterijverlies.nl B.V. worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

6.3.

Vastgesteld moet worden dat het besluit niet tot Loterijverlies.nl B.V. of de door haar in dit geding vertegenwoordigde deelnemers is gericht, maar tot de Staatsloterij.

6.4.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de belangen van deze deelnemers niet rechtstreeks door het besluit worden geraakt. Het besluit, dat het voor de Staatsloterij mogelijk maakt de Bijzondere Trekking te organiseren, heeft immers op zichzelf voor hen geen gevolgen. Pas als zij deelnemen aan de Bijzondere Trekking heeft dit voor hen consequenties. Dat komt dan niet door het besluit, maar door de keuze aan de Bijzondere Trekking deel te nemen.

6.5.

Omdat de deelnemers die Loterijverlies.nl B.V. vertegenwoordigt, geen belanghebbenden zijn bij het besluit, brengt Loterijverlies.nl B.V. ook geen bundeling van bij het besluit betrokken belangen tot stand. Daarvoor is immers vereist dat de belangen van de individuen die zij vertegenwoordigt rechtstreeks door het besluit worden geraakt. Dat is, zoals hiervoor is overwogen, niet het geval.

6.6.

Het belang van Loterijverlies.nl B.V. is naar zij stelt gelegen in een commercieel belang. Ter zitting heeft de gemachtigde van Loterijverlies.nl B.V. toegelicht dat een deel van de bij haar aangesloten deelnemers zich hebben aangemeld voor de Bijzondere Trekking en dus op het schikkingsaanbod is ingegaan. Niet alleen verspelen zij hiermee hun recht om schadevergoeding te vorderen bij de Staatsloterij maar bovendien loopt Loterijverlies.nl B.V. een vergoeding mis voor haar werkzaamheden. Volgens Loterijverlies.nl B.V. heeft zij aanspraak op een deel van de schadevergoeding die de bij haar aangesloten deelnemers ontvangen. Verder verwacht Loterijverlies.nl B.V. dat zich minder deelnemers bij haar zullen aansluiten, omdat een groot deel mee zal doen aan de Bijzondere Trekking en daarmee ingaat op het schikkingsaanbod van de Staatsloterij.

6.7.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze commerciële belangen ook geen belangen zijn die rechtstreeks worden geraakt door het besluit. Net als voor de deelnemers geldt ook hier dat deze belangen eerst in het geding zijn op het moment dat deelnemers meedoen aan de Bijzondere Trekking. Het is deze deelname en de daaraan verbonden finale kwijting die gevolgen voor Loterijverlies.nl B.V. zou kunnen hebben. Het besluit heeft dat op zichzelf niet.

6.8.

Loterijverlies.nl B.V. kan evenmin als belanghebbende worden aangemerkt omdat zij algemene of collectieve belangen behartigt die rechtstreeks door het besluit worden geraakt. Het statutaire doel van Loterijverlies.nl B.V. is, voor zover van belang, volgens haar statuten: het verlenen van juridische bijstand aan gedupeerden van kansspelen. Dit is geen algemeen of collectief belang.

6.9.

De voorzieningenrechter komt dan ook tot de conclusie dat verzoekers geen belanghebbenden zijn in de zin van artikel 1:2 van de Awb. Dat betekent dat hun bezwaar niet-ontvankelijk is, zodat hun verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening eveneens niet-ontvankelijk is.

7. Omdat het verzoek niet-ontvankelijk is, komt de voorzieningenrechter niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het besluit. Wat partijen daarover naar voren hebben gebracht, hoeft de voorzieningenrechter dan ook niet te bespreken.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.A.M. van Brussel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Dittmer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2017.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.