Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:3300

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24-04-2017
Datum publicatie
24-04-2017
Zaaknummer
15/994178-17
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2018:4197
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Besluit strategische goederen en Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen. De economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft verdachte veroordeeld tot een geldboete van 40.000 euro waarvan 20.000 euro met een proeftijd van twee jaar wegens het medeplegen van het opzettelijk doorvoeren van militaire goederen, zonder de vereiste doorvoervergunning. De economische politierechter heeft bij het opleggen van de straf rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte onder meer al training geeft aan personeel en ter zitting heeft aangegeven ook andere maatregelen te gaan nemen om herhaling van dit soort feiten te voorkomen. Voorts heeft de economische politierechter rekening gehouden met het feit dat er achteraf alsnog een doorvoervergunning is verleend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Economische politierechter

Parketnummer: 15/994178-17

Uitspraakdatum: 24 april 2017

Tegenspraak

Schriftelijk vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 april 2017 in de zaak tegen:

Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V.,

Gevestigd te [adres].

De economische politierechter heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr J. Pauwelussen en van wat de vertegenwoordiger van verdachte en haar raadsman mr. E. van Liere, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Zij op of omstreeks 8 april 2016 te Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk,

een of meer goed(eren) aangewezen in de Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen (op 14 maart 2016 door de Raad vastgesteld), onder post ML 10a ("Bemande vliegtuigen, lichter-dan-luchttoestellen en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor") te weten:

- twee, althans één of meer, stuks "DADC (serienummer(s) 59615 en/of 59647)" en/of

- twee, althans één of meer, stuks "starting Relay Box (serienummer(s) 20935 en/of 20908)" en/of

- één "Transformer Rectifier Unit (serienummer 8336-17)" en/of

- drie, althans één of meer, stuks "PEC Connector (serienummer(s) 2298 en/of 5856 en/of 2635)" en/of

- één "Oxygen Pressure reducing Valve (serienummer 2185)"

heeft doorgevoerd of heeft laten doorvoeren, zonder vergunning van Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

2 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze economische politierechter is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

3.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte primair dient te worden vrijgesproken, ook wat betreft de opzet en subsidiair dat verdachte een beroep doet op afwezigheid van alle schuld, zodat ontslag van alle rechtsvervolging dient te volgen. Hij heeft hiertoe onder meer het volgende aangevoerd:

Verdachte heeft in geen enkel geval willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardt dat strategische goederen zonder daartoe strekkende vergunning doorgevoerd worden. In het onderhavige geval heeft shipper Panalpina de op haar rustende verplichting verzaakt en heeft evenmin verdachte geïnformeerd over het feit dat goederen ten vervoer werden aangeboden die onderworpen waren aan een doorvoervergunningplicht, zodat verdachte in staat zou zijn geweest alsnog het nalaten van Panalpina te herstellen. Evenmin heeft Panalpina jegens verdachte voldaan aan de op Panalpina ingevolge artikel 16 lid 1 Montreal rustende verplichting de Airwaybill (hierna: AWB) juist en volledig in te vullen. Aldus kon verdachte op basis van de contractuele documentatie niet zien dat er een doorvoervergunning nodig was, noch wist verdachte dat die ontbrak. De vergunningplicht voor strategische goederen ligt in eerste instantie bij de ‘beschikkingsbevoegde’ of degene die dit namens de beschikkingsbevoegde dient te doen, in dit geval Panalpina. Slechts ingeval er geen beschikkingsbevoegde of partij die dit namens de beschikkingsbevoegde dient te doen, zou zijn geweest, zou de norm zich richten tot de vervoerder, maar van deze subsidiaire variant was volgens de verdediging in het onderhavige geval in ieder geval geen sprake. Reeds hierom kan het ten laste gelegde plegen niet bewezenverklaard worden.

Evenmin blijkt van een nauwe en bewuste samenwerking in strafrechtelijke zin tussen Panalpina en verdachte. Ook het ten laste gelegde medeplegen zal daarom niet bewezenverklaard kunnen worden. Voorts is geen sprake van een voltooid delict nu verdachte niet heeft doorgevoerd of laten doorvoeren zonder een vergunning nu na binnenkomst alsnog de vereiste vergunning is afgegeven.

Voor verdachte was aan de hand van de AWB, noch aan het uiterlijk van de verpakking, kenbaar wat de aard van de goederen was. Evenmin blijkt dat verdachte er anderszins mee bekend was dat de goederen vliegtuigonderdelen betroffen c.q. konden betreffen. Artikel 16 van het Verdrag van Montreal stelt dat de vervoerder niet gehouden is te onderzoeken of de documenten juist en voldoende waren. Voor verdachte was uit de AWB niet kenbaar dat de goederen oorspronkelijk afkomstig waren van Denel Aviation. Evenmin was de uiteindelijke bestemming in Ecuador voor verdachte kenbaar. De AWB die aan verdachte werd gepresenteerd, dient te worden onderscheiden van de House AWB (hierna te noemen: HAWB), die zich met een factuur (‘commercial invoice’) van de opdrachtgever pleegt te bevinden in een gesloten enveloppe bij de zending te bevinden. Gelijk het pakket staat het verdachte niet zonder meer vrij om deze gesloten enveloppe te openen en kennis te nemen van de inhoud noch is verdachte daartoe zonder meer gehouden. Het bewijs van het tenlastegelegde opzet ontbreekt, ook in voorwaardelijke vorm.

3.3.

Redengevende feiten en omstandigheden

De economische politierechter komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen en de daarin vervatte redengevende feiten en omstandigheden. De door de economische politierechter in deze rubriek als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door een persoon die daartoe bevoegd is en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. De opgenomen schriftelijke stukken worden slechts gebruikt in samenhang met de overige bewijsmiddelen.

Proces-verbaal d.d. 16 november 2016 (dossierpagina 3 e.v.)

(…)

Op 11 april 2016 ontving ik per e-mailbericht een opdracht van accountmanager [betrokkene] voor het instellen van een onderzoek naar een door de Douane Schiphol Cargo gestopte zending. Het betrof een doorvoerzending van Denel Soc. Limited tJa Denel Aviation, [adres], Gauteng, Zuid-Afrika, naar de entiteit Ministerio de Defensa Nacional, [adres], Ecuador.

De zending bestond uit 1 colli met een gewicht van 38 kg. inhoudende 2 stuks DADC, 2 stuks Starting Relay Box, 1 stuks Transformer Recifier Unit, 3 stuks PEC Connector en 1 stuks Oxygen Pressure Reducting Valve. Aandacht werd gevraagd voor de vraag of de goederen militair waren en zonder doorvoervergunning Nederland mochten verlaten.

(…)

Bij het e-mailbericht van 11 april 2016 waren onder andere de volgende documenten gevoegd, waarop ik onder andere zag vermeld:

• Kopie Stopformulier FTST2OI6-00163 gedateerd 8 april 2016:

- Airwaybill nummer: 074-40162721;

- betreffende 1 colli met een gewicht van 38 kg;

- goederenomschrijving: “Aircraft parts”

- Herkomst : Zuid-Afrika

- land van bestemming Ecuador;

• Motivatie Douane Schiphol Cargo, unit Luchtvracht, team WWM/Stratego, gedateerd 8 april 2016:

- lokaal dossiernr. SPL20160141; stopnummer FTST 2016-00163;

- AWBnummer: 074-40162721; datum stopzetting: 8-4-2016

- Verzender: Denel Soc. Limited tJa Denel Aviation,

[adres] ZA,

Zuid-Afrika;

- Ontvanger: Ministerio de Defensa Nacional,

[adres],

Ecuador;

- Goederen: vliegtuigonderdelen bestemd voor militaire straaljager type Cheetah”;

- Zuidafrikaanse versie van de militaire straaljager merk Dassault Mirage III.

- Speciaal militair ontworpen.

• Kopie Air Waybill 074-40162721 gedateerd 5 april 2016:

- shipper: Bidvest Panalpina Logistcs: Logistics Office

[adres] Zuid-Afrika;

- consignee: Panalpina Quito Ecuador

[adres] Ecuador E4-181Y EC;

- agent: M/S Bidvest Panalpina Logistics

Isando

- Vliegveld vertrek: Johannesburg; Vliegveld bestemming: Quito

- Goederen: Consolidation as per attached list; Gewicht: 38 kg

• Kopie House Airwaybill nummer: JNB031662 gedateerd 5 april 2016:

- Shipper: Denel Soc Limited t/a Denel Aviation

[adres]

telephone: [telefoonnummer];

- Consignee: Ministerio de Defensa Nacional

[adres] EC

- agent: M/S Bidvest Panalpina Logistics

Isando

- Vliegveld vertrek: Johannesburg; Vliegveld bestemming: Quito

- Goederen: Aircraft parts; Gewicht: 38 kg

• Kopie Commercial Invoice van Denel Aviation:

- Invoice nummer DAX000959; gedateerd 4 april 2016;

- Consignee: Ministerio de Defensa Nacional

[adres]

Ecuador;

- Vliegveld van laden: O.R. Tambo International.

- Land van oorsprong goederen: RSA (Republic of South-Africa)

- Vliegveld van bestemming: Taura Air Force Base

- Box: 1 kartonnen doos, Gewicht 39 kg;

- Omschrijving goederen: Aircraft parts, onderverdeelt in:

(…)

• Foto van Identity Label” met onder andere vermeld:

(…)

- Vliegtuig tipe: Cheetah.

• Foto van ‘’Identity Label” en een “Shelf Life Label” met onder andere vermeld:

(…)

- Vliegtuig tipe: Cheetah.

(…)

Ik, verbalisant, bezocht op 11 april 2016 de website: https://en.wikipedia.org/wiki/atlas Cheetah. Ik zag op de website, weergegeven in de Engelse taal, onder andere het volgende vermeld staan:

- Dat de Atlas Cheetah een Zuid-Afrikaans gevechtsvliegtuig is;

- Dat het ontwikkeld is voor de Zuid-Afrikaanse Luchtmacht (SAAF)

- Dat het momenteel in gebruik is bij de Ecuadoraanse Luchtmacht (FAE)

- Dat het werd ontwikkeld als een belangrijke upgrade van de Dassault Mirage III door Atlas Aircraft Corporation, later Denel Aviation in Zuid-Afrika.

- Dat de Ecuadoraanse Luchtmacht 10 ex-SAAF Cheetah C’s krijgt en 2 stuks Cheetah D’s;

- Dat de eerste drie in april 2011 in Ecuador zijn aangekomen;

- Dat het staatsbedrijf Denel Aviation een faciliteit heeft op O.R. Tambo International Airport.

(…)

Vervolgens werd door mij, verbalisant, op 19 april 2016 een onderzoek ingesteld op het adres [adres] Luchthaven Schiphol, zijnde een vestigingsadres van de onderneming KLM, met als activiteit: opslag in distributiecentra en overige opslag. Bij dit onderzoek werd vastgesteld dat de KLM de “militaire vliegtuigonderdelen” had ontvangen van Bidvest Panalpina Logistics, Isando, Zuid-Afrika, met het verzoek deze te vervoeren naar Ecuador. Ik sprak hier met de heer [betrokkene 2], werkzaam bij de KLM als Expert Customs Legislation. Hij deelde mede dat:

- de KLM niet in het bezit was van een voor deze zending vereiste individuele doorvoervergunning voor de doorvoer van militaire goederen tussen Zuid-Afrika en Ecuador;

- dat KLM de opdracht heeft gegeven aan Bidvest Panalpina Logistics te Johannesburg om de vereiste doorvoervergunning aan te vragen, daar zij verzuimt hebben de KLM te voorzien van de juiste gegevens;

- dat gelet op de gemaakte afspraken binnen de IATA-conventie de bij de Air Waybill zittende enveloppen met informatie niet worden geopend.

(…)

Uit de bestanden van de Centrale Dienst voor de in- en uitvoer (B/DG/Cdiu) bleek dat er tussen september 2015 en april 2016 eerder een tweetal doorvoerzendingen van militaire goederen bij de KLM waren gestopt omdat de vereiste individuele doorvoervergunningen ontbraken.

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 juli 2016 (Bijlage 12)

(…)

Op vrijdag 08 april 2016 omstreeks 20:00 uur bevonden wij ons in de Vrachtgebouw 3 van de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij NV., gevestigd op de [adres] te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer.

(…)

Wij, verbalisanten, besloten een zending te controleren welke bestond uit 1 collo. Op deze collo zagen en lazen wij Q ‘074-40162721’. Nadat wij, verbalisanten, de buitenverpakking hadden geopend zagen wij diverse losse pakketjes liggen. De pakketjes bestonden uit een zogenoemde ‘bubbeltjesfolie’, waarin een voorwerp was verpakt. Nadat wij deze folie verwijderd hadden, zagen wij allerlei onderdelen die we niet nader konden determineren. Op de buitenzijde van de pakketjes zagen wij diverse labels. Op 1 van deze labels zagen en lazen, wij, hierop onder andere; ‘identity label’, ‘Onderdeel nr 403-151’ en ‘Benaming ; Pressure Reducing Valve’,‘Vliegtuig/Enjin Tipe: Cheetah’. Op een ander label zagen en lazen wij, verbalisanten, onder andere; ‘benaming ; D.A.D.C’ en ‘Vliegtuig / Enjin Tipe ; Cheetah’.

(…)

Vanuit onze kennis en ervaring weten wij, verbalisanten, dat met ‘Cheetah’ mogelijk een militair gevechtsvliegtuig bedoeld kon worden.

Hierop zijn wij, verbalisanten, naar de afdeling Documentatie van de KLM gegaan om de begeleidende bescheiden op te halen en te kopiëren ten behoeve van dossiervorming.

Op het Airwaybill met nummer 074-4016 2721 zagen en lazen wij, verbalisanten dat de goederen afkomstig waren van een vestiging van Panalpina in Zuid Afrika en bestemd waren voor een vestiging van Panalpina in Ecuador. Tevens lazen wij dat de goederenbeschrijving ‘consolidation as per attached list’ was. Daarna zagen en lazen wij op de bijbehorende House Airwaybill met nummer JNB031662 het volgende:

Afzender:

Denel SOC Limited T/A Denel Aviation

[adres]

Ontvanger:

Ministerio de Defensa Nacional

[adres] EC

Wij, verbalisanten, lazen op de House Airwaybill dat de hierop genoemde zending zou moeten bestaan uit 1 collo met een gewicht van 38 kilogram, herkomst Zuid-Afrika en met bestemming Ecuador. Op de Commercial Invoice met nummer MA5160016 zagen en lazen wij dat het zou gaan om diverse onderdelen en dat deze bestemd waren voor ‘TAURA AIR FORCE BASE’.

(…)

Ik, verbalisant [verbalisant], weet vanuit mijn kennis en ervaring en informatie opgedaan op open bronnen (internet) dat de luchtmacht van Ecuador vliegt met militaire gevechtsvliegtuigen van het type ‘Atlas Cheetah’ vanaf Taura Airforce Base. De Atlas Cheetah is de Zuid-Afriaanse versie van de militaire straaljager van het merk Dassault Mirage III. Deze vliegtuigtype’s zijn, beide, speciaal militair ontworpen.

De bovengenoemde goederen zijn dan ook in te delen onder Post ML10a (Bemande “vliegtuigen” en “lichter-dan luchttoestellen” en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor) van de Gemeenschappelijke EU-lijst van Militaire Goederen, op 14 maart 2016 door de Raad vastgesteld.

Voor de doorvoer van deze zending over Nederlands grondgebied is een individuele doorvoervergunning benodigd. Wij, verbalisanten, hebben bij de bescheiden geen vergunning bevonden.

Proces-verbaal van verhoor d.d. 26 oktober 2016 (Bijlage 18)

Gevolmachtigde: [betrokkene 2]

(…)

Ik ben bekend met de wetgeving betrekking hebben de op de in- uit- en doorvoer van strategische goederen, het Besluit strategische goederen.

(…)

De zending van 8 april 2016 met de AWBnr. 074-40162721 op Schiphol bij KLM binnen gekomen vanuit Zuid-Afrika met vlucht 592 vanuit Johannesburg en bestemd voor Ecuador is mij bekend. (…). De KLM had een overeenkomst met Panalpina die de zending als geconsolideerde goederen heeft aangeboden.

(…)

Ik overhandig u een document “Relevante artikelen uit Montreal Convention 1999” waarin opgenomen is dat ook de aanbieder van de goederen, in dit geval Panalpina in Zuid-Afrika, zich moet houden aan de artikelen opgenomen in de Montreal Convention 1999. Als gevolg daarvan ziet de Master Airwaybill er zo uit zoals de AWBnr. 074-40162721. Op deze AWB staat bij de goederen opgenomen “consolidation”.

Onze klant biedt een partij goederen aan die hij vervoerd wil hebben van een bepaalde locatie naar een andere locatie. Wij zoeken uit of dit mogelijk is kwa route en hoeveelheid goederen. De klant is gelet op de Conventie dus verplicht om ons verkoop kantoor op de hoogte te stellen over de soort goederen en welke risico’s hier aan verbonden zijn zoals militaire goederen, wapens, munitie, explosieven, chemicaliën en dergelijke. De aansprakelijkheid voor de inhoud van de zending onder Montreal ligt bij de agent maar laat onverlet dat KLM ook onderzoekplicht heeft. Ons verkoop kantoor neemt dan contact op met onze specialisten binnen de Groep Air France/KLM waaronder ook Martinair valt. Deze specialisten beoordelen of er verplichtingen zijn aan de carrier om bijvoorbeeld vergunningen aan te vragen of andere verplichtingen. Men doet dit aan de hand van de AirWaybill en onderliggende documenten. Dit kan niet bij alle AWB’s die worden opgestuurd uitgevoerd worden gelet op de grote hoeveelheden. De instructie is niet dat bij

alle consolidaties verder gevraagd wordt naar de achterliggende documenten. Het verkoop

kantoor schat dit in. Als zij het vermoeden hebben dat er aanleiding toe is en het nodig vinden worden onze specialisten geraadpleegd en dienen ook de achterliggende stukken overgelegd te worden.

(…)

De zending binnen gekomen met AWB. 074-40162721 is bij KLM afdeling afhandeling

vermoedelijk bekend gemaakt via een FFM melding. (…) In deze elektronische melding staat vermeld plaats van vertrek, plaats van bestemming, vluchtnummer, gewicht en een korte omschrijving van de goederen, in dit geval “consolidation”. Deze FFM melding ontvangt de afdeling Afhandeling van de fysieke afhandelaar in de plaats van herkomst, in dit geval Johannesburg, Zuid-Afrika. Deze moet gedaan worden ongeveer een uur na vertrek. Uiterlijk 4 uur voor aankomst van het vliegtuig moeten wij een summiere aangifte doen bij de Douane. Achter de FFM melding zit de elektronische versie van de Airwaybill en de House Airwaybill. Voor ons was geen aanleiding gelet op de omschrijving in de FFM melding om de House Airwaybill te bekijken voor dat de goederen gelost waren hier op

Schiphol. Dit is pas gebeurd nadat de zending door de Douane gestopt was op 8 april 2016.

Nadat de zending gestopt was hebben wij de House Airwaybill bekeken. Hierdoor werd ons

duidelijk dat er vliegtuigonderdelen werden vervoerd naar de ontvanger Ministerio de Defensa National in Ecuador.

Aanvullend proces-verbaal d.d. 5 april 2017 (losse bijlage)

(…)

Vanaf 29 september 2011 tot en met 27 juli 2012 is een verder dossier opgebouwd van doorvoerzendingen door KLM Cargo. In deze periode werden 74 doorvoerzendingen vastgesteld waarbij of niet was voldaan aan de meldplicht dan wel de vereiste doorvoervergunning niet aanwezig was.

3.4.

Bewijsoverweging

Voor zover de verweren niet weerlegd worden door de bewijsmiddelen, overweegt de economische politierechter als volgt.

Door de verdediging is – kort gezegd – aangevoerd dat niet verdachte maar Panalpina de beschikkingsbevoegde van de goederen was.

De economische politierechter overweegt in dat kader dat het Besluit Strategische goederen en de Uitvoeringsregeling strategische goederen 2012 regels stellen met betrekking tot de doorvoer van militaire goederen en dat artikel 3 van de Uitvoeringsregeling als volgt luidt:

‘Dat de melding (…) wordt gedaan door de beschikkingsbevoegde, door degene die voor hem de douaneformaliteiten verricht, of indien geen douaneformaliteiten worden verricht, door de persoon die de goederen vervoert’.

In dat verband heeft verdachte ook naar voren gebracht dat bij Panalpina, als afzender, op grond van het Verdrag van Montréal een zorgplicht bestaat als het gaat om de juiste weergave van de te vervoeren goederen en dat Panalpina zelfstandig verantwoordelijk is voor het doen van aangifte bij de Douane.

De economische politierechter verwerpt beide verweren gezamenlijk. Op grond van de vigerende regelgeving is verdachte, naast Panalpina, als beschikkingsbevoegde aan te merken en is verdachte als normadressant gehouden zich aan voornoemde regelgeving te houden. Van enige rangorde is geen sprake. Ook indien verdachte zich op het standpunt stelt dat zij zich kan disculperen omdat Panalpina nalatig is geweest in het verstrekken van de juiste informatie dan wel dat verdachte erop mocht vertrouwen dat Panalpina als professionele partij de regelgeving kende en daar naar zou handelen, laat dit onverlet verdachtes eigen verantwoordelijkheid en ontslaat dit haar niet van haar zelfstandige onderzoeksplicht als het gaat om de doorvoer van strategische goederen.

Er is sprake van een voltooid delict. De economische politierechter verwijst daarvoor naar de begripsbepalingen van artikel 1, zesde liggende streepje, van het Besluit strategische goederen waarin is opgenomen dat onder doorvoer door Nederland moet worden verstaan het vervoer van militaire goederen die uitsluitend het Nederlands grondgebied worden binnengebracht om via dat gebied te worden vervoerd naar een bestemming buiten het Nederlands grondgebied. Vast staat dat de goederen zich bevonden op Schiphol met bestemming Ecuador, welke goederen zich slechts met voormeld doel bevonden op Nederlands grondgebied en voor welke goederen bij binnenkomst in Nederland reeds een doorvoervergunning aanwezig had moeten zijn.

Tot slot is sprake van medeplegen. Tussen verdachte en Panalpina (en diens opdrachtgever Denel Aviation) is sprake van een bewuste en nauwe samenwerking om de onderhavige goederen vanuit Zuid-Afrika door te voeren via Nederlands grondgebied naar Ecuador. Daartoe zijn op dit specifieke vervoer gerichte (vervoers)documenten opgemaakt en zijn alle handelingen gericht op het gezamenlijk doel; te weten doorvoer van de strategische goederen naar Ecuador.

Wat betreft het ten laste gelegde opzet, overweegt de economische politierechter nog het volgende:

Vast staat dat de in beslag genomen goederen kunnen worden aangemerkt als militaire goederen als aangewezen in de Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen onder post ML 10a, dat verdachte deze goederen heeft doorgevoerd en dat er op het moment van doorvoer geen vergunning was van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Voor het bewijs van het (subjectieve) bestanddeel ‘opzettelijk’ in het onderhavige strafbare feit bij verdachte hoeft er slechts sprake te zijn van zogenaamd kleurloos opzet. Het opzet dat in dit verband dient te worden bewezen, betreft niet opzet op de wederrechtelijkheid van het handelen dan wel opzettelijk nalaten, maar slechts op de feitelijke gedraging, dat wil zeggen het opzet op het doorvoeren van de door Panalpina aangeboden goederen. Dit (kleurloos) opzet kan worden bewezen. In dat verband is nog van belang dat verdachte in haar hoedanigheid van professioneel vervoerder weet dat haar handelen dan wel nalaten onder deze regelgeving valt (gelet op interne kennis en gezien de herhaalde waarschuwingen door de Douane) en desondanks niet is nagegaan of er een doorvoervergunning nodig was. Dat de verdachte niet heeft gewild dat er voor deze militaire goederen geen vergunning was afgegeven en erop heeft vertrouwd dat Panalpina de doorvoervergunning zou aanvragen, is voor het bewijs van opzet niet van betekenis en disculpeert verdachte niet. Verdachte heeft aldus naar het oordeel van de economische politierechter opzettelijk gehandeld en daarbij het vergunningsvoorschrift overtreden.

Alle verweren zullen derhalve verworpen worden.

3.5.

Bewezenverklaring

De economische politierechter acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

Zij op of omstreeks 8 april 2016 te Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk,

goederen aangewezen in de Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen (op 14 maart 2016 door de Raad vastgesteld), onder post ML 10a ("Bemande vliegtuigen, lichter-dan-luchttoestellen en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor") te weten:

- twee stuks "DADC (serienummer(s) 59615 en/of 59647)" en

- twee stuks "starting Relay Box (serienummer(s) 20935 en/of 20908)" en

- één "Transformer Rectifier Unit (serienummer 8336-17)" en

- drie stuks "PEC Connector (serienummers 2298 en 5856 en 2635)" en

- één "Oxygen Pressure reducing Valve (serienummer 2185)"

heeft doorgevoerd, zonder vergunning van Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 5 Besluit strategische goederen, begaan door een rechtspersoon.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is een zeer grote en professionele vrachtvervoerder met (intern beschikbare) kennis van zaken. Van haar mag dan ook worden verwacht en gevergd dat zij haar bedrijfsvoering zodanig aanpast aan en in overeenstemming brengt met de vigerende (ordenings)wetgeving. Dit klemt temeer nu uit het aanvullend proces-verbaal van 5 april 2017 blijkt dat in de periode van 29 september 2011 tot en met 27 juli 2012 in totaal 74 doorvoerzendingen door verdachte werden vastgesteld waarbij of niet was voldaan aan de meldplicht dan wel de vereiste doorvoervergunning niet aanwezig was.

In de onderhavige zaak is vastgesteld dat op labels van pakketten uit de collo staat voorgedrukt dat het gaat om ‘vliegtuig / ‘aircraft’, met daarbij het handgeschreven woord ‘cheetah’. Alleen al om deze redenen kan het beroep van verdachte op afwezigheid van alle schuld niet worden gehonoreerd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 40.000,00.

6.2.

Oordeel van de economische politierechter

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de economische politierechter zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de draagkracht van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de economische politierechter het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte is een professionele vervoerder die herhaaldelijk gewaarschuwd is door het POSS team van de Douane. De doorvoer van strategische goederen, die speciaal ontworpen zijn voor militair gebruik, zonder vereiste vergunning is een ernstig feit. Ondanks die herhaalde waarschuwingen en de opgebouwde en beschikbare kennis (onder meer door voorlichting van de zijde van de Douane) over de onderhavige regelgeving, heeft de verdachte dit strafbare feit gepleegd.

Ten voordele van verdachte heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte door haar standpunt ter terechtzitting ervan blijk heeft gegeven procedures te willen herzien, controles aan te scherpen, training aan het personeel geeft en ook overigens maatregelen wil nemen om zo herhaling van dit soort feiten te voorkomen.

Voorts wordt meegewogen dat verdachte niet eerder veroordeeld is voor soortgelijke feiten.

Bovendien weegt de economische politierechter mee dat op de op 25 april 2016 door Panalpina ingediende aanvraag ter verkrijging van een militair individuele doorvoervergunning positief is beslist, waarna een doorvoervergunning is afgegeven en de goederen vervolgens alsnog zijn doorgezonden naar Ecuador. De rechtbank is van oordeel dat in het voorgaande grond is gelegen af te wijken van de straf zoals door de officier van justitie is gevorderd.

Alles afwegende is de economische politierechter van oordeel dat een geldboete van na te noemen hoogte moet worden opgelegd. De economische politierechter zal echter bepalen dat een gedeelte van deze geldboete vooralsnog niet hoeft te worden voldaan en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. Bij de bepaling van de hoogte heeft de economische politierechter rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b, 14c, 23, 47, 51 Wetboek van Strafrecht

1:2, 1:4, 3:1 Algemene douanewet

5 Besluit strategische goederen

Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen ML10

1a, 2, 6 Wet op de economische delicten

8 Beslissing

De economische politierechter:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.5 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt haar daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot het betalen van een geldboete van € 40.000,00 (zegge: veertig duizend euro), met bevel dat een gedeelte daarvan, groot € 20.000,00 (zegge: twintig duizend euro), niet zal worden ten uitvoer gelegd tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.A. Otter, economische politierechter,

in tegenwoordigheid van de griffier J.A. Huismans,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 april 2017.