Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:3254

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
20-04-2017
Datum publicatie
22-04-2017
Zaaknummer
15/227731-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overtreding van het bepaalde in artikel 5:14E van de Algemene Plaatselijke Verordening Haarlemmermeer 2016. Taxironselaars. Beroep op niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging wegens strijd met gelijkheidsbeginsel verworpen. APV Haarlemmermeer 2016 is verbindend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Kantonrechter

Parketnummer: 15-227731-16

Uitspraakdatum: 20 april 2017

Tegenspraak, na aanhouding niet verschenen

Schriftelijk vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 15 december 2016 en 6 april 2017 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres]

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. P. van Lennep en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. D.E. Wiersum, advocaat te Amsterdam, op voorhand schriftelijk naar voren hebben gebracht in een brief gedateerd 4 april 2017.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op om omstreeks 11 juli 2016 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, op de luchthaven Schiphol in een aangewezen gebied (te weten het Jan Dellaertplein) waar een verbod geldt op het aanbieden van taxidiensten door anderen dan de bestuurder van het voertuig waarmee de beoogde taxidienst uitgevoerd wordt, taxidiensten heeft aangeboden terwijl hij niet

de bestuurder was van het voertuig waarmee de beoogde taxidienst uitgevoerd zou worden.

2. Beroep op niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging

De raadsman heeft naar voren gebracht dat de officier van justitie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard in de vervolging wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel. Immers, zo schrijft de raadsman, op Schiphol bieden vele personen taxidiensten aan zonder deze zelf uit te voeren. Als voorbeelden noemt de raadsman de verwijzingen naar specifieke taxistandplaatsen die namens Schiphol NV middels stickers en omroepberichten worden gedaan en waarvoor KLM, Schiphol NV en Fred Beveiligt werknemers inzet. Al deze personen worden hier niet voor vervolgd, zodat de vervolging van verdachte wegens vergelijkbare handelingen in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, aldus de raadsman.

De kantonrechter overweegt hiertoe het volgende.

Schiphol is in artikel 8.1b, lid 1, van de Wet Luchtvaart aangewezen als exploitant van de luchthaven Schiphol. Ingevolge artikel 8.25a van die wet treft zij daartoe de voorzieningen die nodig zijn voor een goede afwikkeling van het luchthavenverkeer en het daarmee samenhangende personen- en goederenvervoer op de luchthaven. Schiphol heeft in dat kader het taxivervoer op de luchthaven – kort en zakelijk samengevat – als volgt georganiseerd. Het taxiaanbod op Schiphol is gesitueerd op de zogeheten A-baan bij de aankomstpassage, waar 14 plekken aanwezig zijn voor het aanbieden van taxidiensten aan passagiers van de luchthaven. Het taxivervoer wordt hier aangeboden door taxibedrijven met wie Schiphol op basis van een aanbesteding een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten (de zogeheten concessiehouders) alsmede door taxiorganisaties die door de Stichting Taxi Controle (STC) op basis van kwaliteitseisen zijn geaccepteerd (de zogeheten Geaccepteerde Taxi Organisaties: GTO’s). De taxi’s dienen in een daarvoor bestemde bufferzone te wachten tot zij een plek kunnen innemen op de A-baan.

In het hiervoor geschetste kader is Schiphol bevoegd om binnen het door haar georganiseerde taxisysteem te bewerkstelligen dat reizigers naar binnen dat systeem opererende taxi’s worden geleid. Het voorgaande laat onverlet, dat het op grond van artikel 5:14E van de APV Haarlemmermeer 2016 (hierna: artikel 5:14E APV 2016) niet is toegestaan voor anderen dan de bestuurder van de taxi om, in het Aanwijzingsbesluit aangewezen gebied, taxidiensten aan te bieden en dat binnen het terminal complex een algeheel verbod daartoe geldt. De vervolging van verdachte, een buiten het taxisysteem van Schiphol opererend persoon, wegens overtreding van genoemde bepaling, levert naar het oordeel van de kantonrechter dan ook geen strijd op met het gelijkheidsbeginsel zodat het verweer van de raadsman wordt verworpen.

2 Overige voorvragen

De dagvaarding is geldig en de kantonrechter is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

3.2.

Redengevende feiten en omstandigheden 1

De kantonrechter komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Verbalisant [verbalisant] bevindt zich op 11 juli 2016 op het Jan Dellaertplein, op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en ziet aldaar dat een man een vrouw aanspreekt. De verbalisant ziet dat de man samen met de vrouw richting de Kiss and

Ride bij de aankomstpassage loopt en dat zij stoppen bij een taxi die te wachten staat bij de Kiss and Ride. De verbalisant ziet dat de chauffeur van de taxi uitstapt en de koffer van de vrouw in de achterbak doet, waarop de man die de dienst had aangeboden aan de vrouw op het Jan Dellaertplein, terugloopt richting het plein. De taxi die stond te wachten rijdt weg met de vrouw. Vervolgens heeft de verbalisant de man die de dienst had aangeboden staande gehouden wegens overtreding van artikel 5:14E lid 2 Algemene Plaatselijke Verordening Haarlemmermeer (de kantonrechter begrijpt: 2016). Hij gaf op te zijn genaamd: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] en wonende te [adres] .2

In de Aanwijzing verbodsgebied aanbieden taxidiensten Schiphol op basis van artikel 5:14E APV 2016 is op 20 april 2016 door Burgemeester drs. Theo Weterings onder meer het Jan Dellaertplein op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, aangewezen als gebied waarvoor een verbod geldt op het aanbieden van taxidiensten door anderen dan de bestuurder van het voertuig waarmee de beoogde taxidienst uitgevoerd wordt.3

3.3

Bewijsoverweging

Uit het gedrag van verdachte leidt de kantonrechter af dat het niet anders kan dan dat verdachte voor een ander taxidiensten heeft aangeboden.

3.4.

Bewezenverklaring

De kantonrechter acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 11 juli 2016 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, op de luchthaven Schiphol in een aangewezen gebied (te weten het Jan Dellaertplein) waar een verbod geldt op het aanbieden van taxidiensten door anderen dan de bestuurder van het voertuig waarmee de beoogde taxidienst uitgevoerd wordt, taxidiensten heeft aangeboden terwijl hij niet

de bestuurder was van het voertuig waarmee de beoogde taxidienst uitgevoerd zou worden.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van het bepaalde in artikel 5:14E van de Algemene Plaatselijke Verordening Haarlemmermeer 2016

Ten aanzien van de strafbaarheid van het feit, overweegt de kantonrechter het volgende.

Deze zaak heeft betrekking op het aanwijzingsbesluit dat is gebaseerd op artikel 5:14E APV 2016. Voornoemd artikel luidt als volgt:

Artikel 5:14E Het aanbieden van taxidiensten

1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, gebieden aanwijzen waar het verboden is om taxidiensten met een vergunning zoals bedoeld in de Wet personenvervoer 2000 aan te bieden op openbare, in de open lucht gelegen plaatsen en openbaar toegankelijke gebouwen.

2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor het aanbieden op de weg van taxidiensten met een vergunning zoals bedoeld in de Wet personenvervoer 2000 door de bestuurder van het voertuig waarmee de beoogde taxidienst uitgevoerd zal worden

Op verzoek van de kantonrechter, heeft de officier van justitie zich door de gemeente Haarlemmermeer nader laten informeren over de totstandkoming van genoemd artikel. Dat heeft geresulteerd in een brief van de gemeente gedateerd 16 januari 2017, waarin onder meer het volgende is te lezen:

Dit artikel [artikel 5:14E APV 2016, zo begrijpt de kantonrechter] biedt de mogelijkheid aan de burgemeester om, in het belang van de openbare orde, de wijze waarop taxidiensten worden aangeboden nader te regelen in de gemeente. Er is sinds enige tijd sprake van (ernstige) overlast van bepaalde vormen van aanbod van taxidiensten met name op de luchthaven Schiphol. Het gaat hier met name om derden, die ten behoeve van de taxichauffeurs, in de aankomsthal en op het daarvoor gelegen terrein op een ongewenste wijze aan de passagiers c.q. bezoekers op Schiphol taxidiensten aanbieden. Met deze ongewenste wijze van aanbieden wordt bedoeld dat de passagiers op Schiphol op een intimiderende wijze worden benaderd.

Deze handelwijze heeft een nadelig effect op het veiligheidsgevoel van de passagiers c.q. bezoekers in de gemeente en op de luchthaven Schiphol in het bijzonder. Op grond van het eerste lid van dit artikel kan de burgemeester gebieden aanwijzen waar het dan in beginsel verboden wordt om taxidiensten zoals bedoeld in de Wet personenvervoer 2000 aan te bieden. Dit verbod is enkel van toepassing op openbare en in de open lucht gelegen plaatsen en in openbaar toegankelijke gebouwen. Het tweede lid geeft een uitzondering op dit verbod. Dit verbod is niet van toepassing indien de bestuurder zélf de taxidienst aanbiedt. Deze taxidiensten mogen bovendien slechts op de voor het openbaar verkeer openstaande weg (in de zin van de Wegenverkeerswet 1994) worden aangeboden. In feite komt dit er op neer dat het in de aangewezen gebieden verboden wordt voor anderen dan de bestuurder van een taxivoertuig, om taxidiensten aan te bieden. In die gebieden mogen de taxidiensten voorts louter op de voor het openbaar verkeer openstaande weg aangeboden worden.

De huidige aanbieders zullen zich naar verwachting slechts aandienen in gebieden waar het, vanwege het hoge aanbod van passagiers, winstgevend is om derden in te schakelen die voor bestuurders van taxivoertuigen passagiers proberen te krijgen. Door in die specifieke gebieden te verbieden dat de taxidiensten door anderen dan de bestuurders aangeboden worden, kunnen de praktijken van de taxironselaars en de vaak daarmee gepaard gaande ordeverstoringen aldaar tegengegaan worden.

De burgemeester heeft vervolgens het gebied aangewezen […] waar onder andere het Jan Dellaertplein en Schiphol Plaza zijn aangewezen. Op deze plaatsen is het dus verboden taxidiensten aan te bieden tenzij het door de taxichauffeur die de dienst gaat uitvoeren zelf geschiedt.

De kantonrechter overweegt met betrekking tot het voorgaande het volgende.

Uit het hiernavolgende moge blijken dat de kantonrechter niet de mening deelt van de verdediging dat de gemeente Haarlemmermeer heeft nagelaten om afdoende informatie te verschaffen over de achtergrond van het bepaalde in artikel 5:14E APV 2016. De verzoeken die de raadsman aan zijn stelling verbindt, worden dan ook afgewezen.

Vooropgesteld wordt, dat ingevolge artikel 172, eerste lid, van de Gemeentewet de burgemeester belast is met de handhaving van de openbare orde. De Gemeentewet geeft de raad daarnaast de bevoegdheid om middels verordeningen aanvullende regelingen te treffen. De APV is een verordening als bedoeld in de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet.

Gelet op de tekst van artikel 5:14E APV 2016 en gezien voornoemd schrijven van de gemeente Haarlemmermeer, heeft de raad - met gebruikmaking van zijn bij de Gemeentewet gegeven bevoegdheden - een regeling gegeven voor het in het belang van de openbare orde aanwijzen van specifieke gebieden waar het aanbieden van taxidiensten, al dan niet door derden, wordt verboden. Door de bepaling te rubriceren in de APV in Hoofdstuk 5 “Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente”, onder 3 “Goederen en diensten” is kennelijk aangesloten bij de activiteiten waar de bepaling op ziet. Dat is een keuze die aan het voorgaande niet afdoet.

Voorts is uit de stukken van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting genoegzaam gebleken - zoals ook in het schrijven van de gemeente wordt vermeld - dat in de meeste gevallen derden, die namens taxichauffeurs taxidiensten aanbieden op Schiphol in bepaalde delen van de luchthaven ernstige overlast veroorzaken door onder meer op hinderlijke wijze reizigers te benaderen en de confrontatie te zoeken met beveiligers en ander luchthavenpersoneel.

Gelet op al het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de raad, door gebruik te maken van de hem op grond van de Gemeentewet toekomende bevoegdheden, gerechtigd was tot feitelijke handhaving van de openbare orde middels een bepaling in de APV 2016 waarin het aanbieden van taxidiensten, al dan niet door derden, in bepaalde gebieden wordt verboden, wegens het veroorzaken van ernstige overlast.

Waar de verdediging heeft betoogd dat artikel 5:14E APV 2016 onverbindend moet worden verklaard omdat deze bepaling gebaseerd is op de Wet Personenvervoer 2000 (hierna: Wpv 2000) en die wet de Gemeente niet de bevoegdheid biedt in het kader van de openbare orde in te grijpen, faalt het verweer, reeds omdat de gewraakte bepaling van de APV 2016 aldus zijn basis vindt in de Gemeentewet. De Wpv 2000 staat hieraan overigens niet in de weg. Met de artikelen 82 tot en met 82b van de Wpv 2000, die zien op aanvullende bevoegdheden voor gemeenten om regels te stellen voor taxivervoer, is – zoals uitdrukkelijk in de memorie van toelichting staat vermeld – “niet beoogd om veranderingen in de bestaande gemeentelijke bevoegdheden aan te brengen”. Daaruit volgt dat de wetgever met de Wpv 2000 niet heeft beoogd om afbreuk te doen aan de aan de burgemeester in het kader van de openbare orde in de Gemeentewet of in de APV gegeven bevoegdheden.

Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de kantonrechter zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de kantonrechter het volgende in aanmerking genomen.

Ingevolge artikel 5:14E APV 2016 is het voor een ieder verboden om binnen het terminal complex van de luchthaven Schiphol, taxidiensten aan te bieden. Buiten dit terminalcomplex is het eveneens verboden taxidiensten aan te bieden tenzij het op de weg door de taxichauffeur die de dienst gaat uitvoeren zelf geschiedt. De burgemeester heeft in een aanwijzingsbesluit aangegeven op welke gebieden artikel 5:14E APV 2016 ziet. Voornoemde regelgeving is gemaakt in het belang van de openbare orde; er was op Schiphol, mede als gevolg van onderlinge concurrentie, sprake van ernstige overlast van zogenoemde taxironselaars die in grote getale op ongewenste wijze aan passagiers taxidiensten aanboden. Uit onderzoek is onder meer gebleken dat gevallen bekend zijn van oplichting van reizigers doordat hen te hoge bedragen werden berekend en gevallen waarin reizigers zijn bedreigd en/of beledigd.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het – als derde, niet zijnde de bestuurder van een taxi - aanbieden van taxidiensten in een door de burgemeester aangewezen verbodsgebied. Door zijn handelen heeft verdachte een bijdrage geleverd aan het in stand houden van voornoemde overlast en onrust.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op

het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 17 maart 2017, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder terzake van verschillende misdrijven en overtredingen onherroepelijk tot straf is veroordeeld.

Alles afwegende is de kantonrechter van oordeel dat een geldboete moet worden opgelegd.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

de artikelen 5:14E en 6:1 Algemene Plaatselijke Verordening Haarlemmermeer 2016,

de artikelen 23 en 24c van het Wetboek van Strafrecht.

8 Beslissing

De kantonrechter:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.3 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot het betalen van een geldboete van € 300,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 dagen hechtenis.

Indien in deze zaak hoger beroep wordt ingesteld is het verlofstelsel van toepassing.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. I.A.M. Tel, politierechter,

in tegenwoordigheid van de griffier P. Kruijver,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 april 2017.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Proces-verbaal met nummer 11-07-2016 - 07:02 - K0705 van 11 juli 2016 inhoudende de bevindingen van verbalisant [verbalisant] , pagina 1-4.

3 Een geschrift, gevoegd als bijlage bij voornoemd proces-verbaal, inhoudende een Aanwijzing verbodsgebied aanbieden taxidiensten Schiphol op basis van artikel 5:14E APV, gepubliceerd op 20 april 2016, pagina 8.