Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:2316

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24-03-2017
Datum publicatie
31-03-2017
Zaaknummer
AWB - 15 _ 4267
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

“De beroepen tegen de informatiebeschikkingen zijn ongegrond. Belastingplichtigen hebben niet voldaan aan de administratieplicht (artikel 52 van de AWR). De primaire bescheiden zijn grotendeels niet bewaard gebleven, terwijl die bescheiden een wezenlijk deel van de administratie van een onderneming vormen. Voorts zijn er geen voorraadlijsten bijgehouden en kan de omzet niet worden geverifieerd. Voor zover belastingplichtigen een beroep doen op overmacht, slaagt dat niet.”

Wetsverwijzingen
Algemene wet inzake rijksbelastingen 52a
Algemene wet inzake rijksbelastingen 52
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2017/758
FutD 2017-0866
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummers: HAA 15/4267, 15/4286 en 15/4287

uitspraak van de meervoudige kamer van 24 maart 2017 in de zaken tussen

1. [X]gevestigd te [Z] , eiseres 1,

(gemachtigde: [X1] ),

2. [X1]wonende te [Z] , eiser,

3. [X2]wonende te [Z] , eiseres 2,

(gemachtigde: [X1] ),

hierna gezamenlijk te noemen: eisers,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft met dagtekening 23 september 2014 ten name van [X] , ter attentie van eiseres 2, een informatiebeschikking in de zin van artikel 52a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) genomen betreffende op te leggen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: ib/pvv) en omzetbelasting voor de jaren 2009 en 2010.

Verweerder heeft met dagtekening 23 september 2014 ten name van eiseres 2, ter attentie van eiser en eiseres 2, een informatiebeschikking in de zin van artikel 52a van de AWR genomen betreffende op te leggen aanslagen ib/pvv en omzetbelasting voor de jaren 2011 en 2012.

Verweerder heeft de informatiebeschikkingen bij afzonderlijke uitspraken op bezwaar gehandhaafd.

Eisers hebben daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2016 te Haarlem.

Eiser en eiseres 2 zijn verschenen. Eiser is tevens aanwezig als gemachtigde van eiseressen 1 en 2. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. B.J.E. Lodder en T.B. van Brederode.

Ter zitting is het onderzoek geschorst en is bepaald dat het vooronderzoek zal worden hervat om verweerder in de gelegenheid te stellen alle op de zaken betrekking hebbende stukken in te zenden.

Verweerder heeft bij brief van 13 oktober 2016 stukken ingediend. Eisers hebben bij brief van 30 oktober 2016 gereageerd.

Nadat partijen te kennen hebben gegeven geen behoefte te hebben aan een nadere zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Feiten

1. Japans restaurant [X] was in de onderhavige jaren gevestigd aan de [A] . Tot 1 januari 2011 werd [X] door eiseres 2 in de vorm van een eenmanszaak gedreven, en sinds 1 januari 2011 als een vennootschap onder firma waarvan eiseres 2 en eiser de vennoten zijn.

2. In september 2013 is verweerder een onderzoek gestart naar de aanvaardbaarheid van de aangiften ib/pvv 2008 tot en met 2012 en omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2008 tot en met 31 december 2012. Het rapport van het boekenonderzoek is op 10 juli 2014 verschenen. Het rapport vermeldt, voor zover van belang:

“4.1.8 Gebreken in de administratie

Samengevat zijn de volgende gebreken vastgesteld:

- er is geen kasboek bijgehouden;

- alle afstortingen vanuit de kas naar de zakelijke [B] rekening en naar de diverse privé [B] rekeningen (zie § 4.1.5) zijn niet verantwoord;

- in de kasopstelling komen structureel negatieve kassaldi voor;

- de uitkomsten van de privé vermogensvergelijkingen over 2009 tot en met 2012 leiden tot een negatief netto-privé (zie § 4.1.6);

- de digitale databestanden (detailgegevens) van het kassasysteem zijn niet bewaard gebleven;

- de dagelijkse kassarapporten (Payments by method), de maandelijkse kassarapporten (Report Category Sales) en de dag afsluitingsrapporten van de pinbetalingen (Equens) met uitzondering van het vierde kwartaal 2009 en het eerste kwartaal 2010 zijn niet bewaard gebleven;

- er worden geen voorraadlijsten bijgehouden;

- er kan geen aansluiting worden gemaakt tussen de maandelijkse kassarapporten en de verantwoorde creditcard bedragen op de uitdraaien van de Excelbladen.

Met de digitale bestanden en de overzichten zijn de vennoten in staat het personeel te controleren. Voor de Belastingdienst is het zonder de digitale bestanden en de overzichten niet mogelijk om de volledigheid van de omzet te controleren. De niet bewaarde stukken zijn hiervoor essentieel.

Doordat de digitale bestanden niet bewaard zijn gebleven zijn alle detailgegevens betreffende de bestellingen, betalingen en correctieboekingen verloren gegaan. Door het ontbreken van de detailgegevens van de bestellingen, zoals o.a. tafelnummers, tijdstip bestelling, doorlopende nummering bestelling, omschrijving bestelling, aantal verkopen per product en verkoopprijs van het product, is een efficiënte en effectieve controle op de volledigheid van de geboekte omzet onmogelijk gemaakt. Eveneens kan er geen goederenbeweging worden gemaakt. De verkochte maaltijden en dranken kunnen niet worden aangesloten met de ingekochte goederen. Ook het niet bewaren van de gemaakte correctieboekingen brengt mee dat geen zekerheid omtrent de volledigheid van de geboekte omzet wordt verkregen.

Nu ook de overzichten niet bewaard zijn gebleven is de omzet niet meer te controleren met de door de belastingplichtige aangegeven omzet. Er is niet meer na te gaan of er verschillen zijn opgetreden.”

Geschil
3.In geschil is of verweerder de informatiebeschikkingen terecht heeft vastgesteld, meer in het bijzonder of eisers hebben voldaan aan de verplichtingen voortvloeiende uit artikel 52 van de AWR.

4. Eisers stellen dat verweerder de informatiebeschikkingen ten onrechte heeft vastgesteld en voeren daartoe het volgende aan. Eiser hield de administratie bij. Verweerder heeft terecht geconstateerd dat privé en zakelijk door elkaar liepen. Van derden contant ontvangen gelden werden op de privérekening gestort en vervolgens overgeboekt naar de zakelijke rekening, waarna deze werden overgemaakt naar een Indonesisch bankrekeningnummer. In Indonesië werden de gelden weer opgenomen en afgegeven aan de rechthebbenden. Eiser wist welk gedeelte zakelijk was en daarover werd afgedragen. De voorraden werden niet bijgehouden, want dat is moeilijk bij een restaurant. Van dag tot dag werd gekeken wat besteld moest worden. De waarde van de voorraad aan het einde van het boekjaar werd elk jaar op € 3.000 geschat. De berekeningen van verweerder zijn niet juist. Eiser weet zeker dat zijn eigen administratie klopt, maar kan dat niet bewijzen. Achteraf is het niet meer te reconstrueren. In maart 2013 heeft het geautomatiseerde afrekensysteem het begeven. Het is niet gelukt de bestanden veilig te stellen. De omzetgegevens, contante ontvangsten, pin- en creditcardontvangsten en de kleine uitgaven werden dagelijks vastgelegd in een Excel-sheet. Deze werden op datum in een ordner gearchiveerd. De ordners met dagrapporten zijn opgeslagen in een schuur en de stukken zijn door een storm en regen bijna allemaal onleesbaar geworden. De Excel-sheets werden met de overige kastransacties zoals afstortingen, privéopnames en salarisbetalingen met bijlagen aangevuld en naar de boekhouder gezonden. Deze gegevens vormden het kasboek. In het kasboek werden het beginsaldo, het eindsaldo, uitgaven, ontvangsten, salarisbetalingen en privéopnames onder vermelding van het bedrag, de omschrijving en extra toelichting op datum geregistreerd.

Eisers concluderen tot gegrondverklaring van de beroepen, vernietiging van de uitspraken op bezwaar en vernietiging van de informatiebeschikkingen.

6. Verweerder stelt dat de informatiebeschikkingen terecht zijn vastgesteld en voert daartoe het volgende aan. De stortingen vanuit de kas naar de zakelijke bankrekening en diverse privéuitgaven zijn niet verantwoord. Er zijn negatieve kassaldi. De vermogensvergelijking voor de jaren 2009 tot en met 2012 leidt tot een negatief netto privé. Er kan geen aansluiting worden gemaakt tussen de maandelijkse kassarapporten en de verantwoorde creditcard bedragen op de uitdraaien van de Excel-bestanden. Het kasboek, de voorraadlijsten en de digitale bestanden van het kassasysteem vormen een wezenlijk onderdeel van de administratie van de onderneming. Eisers hebben deze primaire gegevens niet bewaard. Zonder deze gegevens kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat in het kasboek alle bestellingen per dag zijn verantwoord en kan geen goederenbeweging worden gemaakt. Hierdoor is het niet mogelijk op het niveau van bestellingen per dag de volledigheid van de omzet te controleren. Het ontbreken van deze gegevens kan niet worden beschouwd als een gebrek van ondergeschikte aard. Eisers dienen te zorgen voor een deugdelijke back-up en het goed beveiligen en bewaren van kopieën van administratieve bescheiden. Omdat zij dit niet hebben gedaan komt eisers geen beroep op overmacht toe. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van de beroepen.

Beoordeling van het geschil

7. Op grond van artikel 52a, eerste lid, van de AWR kan de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking vaststellen dat met betrekking tot een op te leggen aanslag, navorderingsaanslag of naheffingsaanslag of een te nemen beschikking niet of niet volledig aan de verplichtingen van onder meer artikel 52 van de AWR is voldaan.

8. Artikel 52, eerste lid, van de AWR bepaalt - voor zover thans van belang - dat administratieplichtigen gehouden zijn van hun vermogenstoestand en van alles betreffende hun bedrijf op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde hun rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van belasting overigens van belang zijnde gegevens hieruit duidelijk blijken. Op grond van artikel 52, vierde lid, van de AWR zijn administratieplichtigen verplicht deze gegevensdragers gedurende zeven jaar te bewaren. Op grond van artikel 52, vijfde lid, van de AWR kunnen de op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met de juiste en volledige weergave van de gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt. Artikel 52, zesde lid, van de AWR bepaalt dat de administratie zodanig dient te zijn ingericht en te worden gevoerd en de gegevensdragers zodanig dienen te worden bewaard, dat controle daarvan door de inspecteur binnen een redelijke termijn mogelijk is. Daartoe verleent de administratieplichtige de nodige medewerking met inbegrip van het verschaffen van het benodigde inzicht in de opzet en de werking van de administratie.

9. Eisers hebben ter zitting de bevindingen aangaande de gebreken in de administratie, zoals vermeld in het rapport van het boekenonderzoek, en de stellingen van verweerder niet meer, althans onvoldoende, weersproken. Vaststaat dat de primaire bescheiden als de dagelijkse en maandelijkse kassarapporten en dagafsluitingsrapporten van de pinbetalingen, de in- en verkoopfacturen, de bankafschriften en de onderliggende bescheiden grotendeels niet bewaard zijn gebleven, terwijl die bescheiden een wezenlijk deel van de administratie van een onderneming vormen. Vaststaat dat zich in de onderzochte jaren negatieve privévermogens hebben voorgedaan van -/- € 106.461 (2009), -/- € 66.110 (2010), -/- € 81.030 (2011) en -/- € 69.136 (2012). Eisers hebben hiervoor geen afdoende verklaring gegeven. Vaststaat voorts dat zich in alle jaren aanzienlijke negatieve kassen hebben voorgedaan als gevolg van niet verantwoorde structurele contante afstortingen naar privé. Eisers hebben daarvoor als verklaring gegeven dat derden contant geld hebben gestort ten behoeve van familie in Indonesië. Bij gebreke van enige onderbouwing acht de rechtbank deze verklaring niet geloofwaardig en gaat zij daarom daaraan voorbij. Voorts is ter zitting erkend dat er geen voorraadlijsten werden bijgehouden. De rechtbank concludeert uit dit een en ander dat geen aansluiting tussen omzet in geld en goederen kan worden gemaakt en dat het niet mogelijk is de volledigheid van de verantwoording van de omzet te verifiëren. Dit rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank de conclusie dat eisers niet hebben voldaan aan de in artikel 52 van de AWR gestelde eisen. Gelet hierop heeft verweerder terecht de informatiebeschikkingen vastgesteld.

10. Eisers hebben betoogd dat het geautomatiseerde afrekensysteem het heeft begeven, dat het niet gelukt is de bestanden veilig te stellen en dat de papieren administratie in een schuur werd bewaard en door storm en regen onleesbaar is geworden. Voor zover zij hiermee een beroep doen op overmacht, kan dit betoog hun niet baten. Van eisers mag immers worden verwacht dat zij de digitale en de papieren administratie op een deugdelijke manier bewaren en dat zij zo nodig zorgdragen voor het maken van kopieën. Het bewaren van een papieren administratie in een schuur die kennelijk onvoldoende tegen weersinvloeden beschermt en het verzuim kopieën te maken moeten voor rekening van eisers blijven en rechtvaardigen daarom niet een beroep op overmacht.

11. De rechtbank ziet geen aanleiding om ingevolge artikel 27e, tweede lid, van de AWR een (nieuwe) termijn te stellen voor het voldoen aan de in de informatiebeschikking bedoelde verplichtingen. Het betreft hier immers niet een situatie waarin daaraan nog gevolg kan worden gegeven door eisers.

12. Gelet op het vorenoverwogene dienen de beroepen ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. Koenis, voorzitter, en mr. M.H.L.C. Bijvoet en

mr. S.K.A. Efstratiades, leden, in aanwezigheid van mr. M.R. Marinus, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2017.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.