Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:1972

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
22-03-2017
Datum publicatie
26-04-2017
Zaaknummer
5431303 CV EXPL 16-9192
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verzekeringsovereenkomst: contract voor 1 jaar, maar wordt op grond van art. 7:940 BW stilzwijgend verlengd. Gedaagde wilde voor 1 jaar afsluiten, maar heeft niet opgezegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/2219
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 5431303 \ CV EXPL 16-9192

Uitspraakdatum: 22 maart 2017

Vonnis in de zaak van:

Unigarant N.V. mede handelende onder de naam ANWB Verzekeren

gevestigd te 's-Gravenhage

eiseres

verder te noemen: Unigarant

gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor De Klerk & Vis B.V.

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

1 Het procesverloop

1.1.

Unigarant heeft bij dagvaarding van 13 september 2016 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord.

1.2.

Unigarant heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

Op 22 december 2014 heeft [gedaagde] samen met een verkoper in een ANWB-winkel een polisaanvraagformulier ingevuld met betrekking tot een doorlopende reis-en/of annuleringsverzekering voor de duur van een jaar.

2.2.

[gedaagde] heeft daarop het eerste polisblad “ANWB Doorlopende Reisverzekering” ontvangen. Hij heeft de hem gegeven bedenktijd voor het aangaan van de verzekering laten verstrijken.

2.3.

[gedaagde] heeft de premie over het jaar 2014/2015 betaald.

2.4.

Op 22 november 2015 heeft Unigarant in verband met de verlenging van de verzekering voor de periode 22 december 2015 tot en met 21 december 2016 (het jaar 2015/2016) aan [gedaagde] en nieuw polisblad en een factuur van € 67,21 gezonden.

2.5.

[gedaagde] heeft de premie voor de onder 2.4 genoemde periode onbetaald gelaten.

3 De vordering

3.1.

Unigarant vordert (samengevat) dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 67,21 aan hoofdsom en € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf datum verzuim.

3.2.

Unigarant legt aan de vordering ten grondslag - kort weergegeven - dat [gedaagde] zich niet houdt aan zijn betalingsverplichting voortvloeiende uit de verzekeringsovereenkomst tussen partijen. Ondanks aanmaning heeft [gedaagde] de premie over het jaar 2015/2016 niet betaald. Zowel de door Unigarant noodzakelijk gemaakte buitengerechtelijke incassokosten als de gevorderde wettelijke rente komen primair op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden en subsidiair op grond van de wet voor rekening van [gedaagde] .

4 Het verweer

4.1.

[gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat hij geen doorlopende reis- en annuleringsverzekering heeft afgesloten, maar slechts een verzekering voor de duur van één jaar. Dit heeft hij de verkoper bij ANWB te kennen gegeven.

5 De beoordeling

5.1.

Vooropstaat dat de overeenkomst een verzekeringsovereenkomst is waarop de wettelijke bepalingen van artikel 7:925 en verder Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing zijn. Verder staat tussen partijen vast dat de aanvangsdatum van de verzekeringsperiode 22 december 2014 is.

5.2.

De kern van de zaak is of de verzekeringsperiode automatisch per 22 december 2015 is verlengd en [gedaagde] over het jaar 2015/2016 verzekeringspremie is verschuldigd.

5.3.

Volgens Unigarant heeft [gedaagde] een doorlopende verzekering afgesloten. Dit heeft [gedaagde] geweten of hij had dit moeten weten gelet op de benaming van de verzekering. Een doorlopende verzekering moet worden opgezegd. [gedaagde] heeft de verzekering niet opgezegd en moet daarom de onderhavige premie betalen. Unigarant verwijst ter ondersteuning van haar stellingen naar het polisaanvraagformulier en de polis.

[gedaagde] voert daartegen aan dat het niet mogelijk was om een eenmalige verzekering af te sluiten voor de door hem gewenste periode van 29 januari 2015 tot 27 februari 2015 en dat hij toen een doorlopende verzekering heeft afgesloten. Die verzekering zou echter slechts één jaar geldig zijn. Zowel op het aanvraagformulier als op het polisblad staat dat deze verzekering een contractduur heeft van één jaar.

5.4.

Uit het verweer van [gedaagde] maakt de kantonrechter op dat hij bij het aangaan van de overeenkomst wist dat het om een doorlopende verzekeringsovereenkomst zou gaan.
Deze benaming staat ook op de polisaanvraag en het polisblad. Naar het oordeel van de kantonrechter duidt de benaming van de overeenkomst alleen op het feit dat het gaat om een overeenkomst die na verloop van de overeengekomen termijn stilzwijgend wordt verlengd. De kantonrechter volgt [gedaagde] dan ook niet in zijn argument dat uit het polisblad moet worden opgemaakt dat de verzekering slechts voor een periode van een jaar was afgesloten en - zo begrijpt de kantonrechter - van rechtswege zou eindigen. Het verweer van
faalt daarom.

5.5.

Uit artikel 7:940 BW volgt dat verzekeringen behoudens tijdige opzegging stilzwijgend doorlopen, waarbij een opzegtermijn van twee maanden geldt. Vast staat dat [gedaagde] de verzekeringsovereenkomst in 2015 niet of niet tijdig heeft opgezegd, zodat hij voor het jaar 2015/2016 de verzekeringspremie is verschuldigd. De vordering is dan ook in zoverre toewijsbaar net als de daarover gevorderde, niet weersproken wettelijke rente vanaf
22 december 2015 (de datum van verzuim).

5.6.

Unigarant maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.
De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. De gevorderde vergoeding komt echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu niet gebleken is dat in de aanmaning aan [gedaagde] een betalingstermijn van 14 dagen na ontvangst van die brief is gegeven, zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 BW.

5.7.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] omdat hij grotendeels ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt [gedaagde] aan Unigarant te betalen € 67,21 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 december 2015 tot de dag van algehele voldoening;

6.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Unigarant worden vastgesteld op de volgende bedragen:
dagvaarding € 97,10 ;
griffierecht € 117,--;
salaris gemachtigde € 60,--;

6.3.

verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. van Dijk en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter