Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:1780

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15-03-2017
Datum publicatie
20-02-2018
Zaaknummer
C/15/243385 / HA ZA 16-319
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vorderingen ingesteld door borg jegens hoofdschuldenaar en medeborgen. Verjaring regresvordering en geen omslag over medeborg ex artikel 7:869 BW omdat onvoldoende is gebleken dat vordering op hoofdschuldenaar onverhaalbaar was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer / rolnummer: C/15/243385 / HA ZA 16-319

Vonnis van 15 maart 2017

in de zaak van

naamloze vennootschap

ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. R. Dijkema te Hilversum,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MAEDILON QUALITY SERVICE B.V.,

gevestigd te Middenmeer, gemeente Hollands Kroon,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MAEDILON BEHEER B.V.,

gevestigd te Middenmeer, gemeente Hollands Kroon,

3. [gedaagde],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. R.P. Groot te Alkmaar.

Partijen zullen hierna ABN AMRO en Maedilon Quality Service c.s. en gedaagde 1 Maedilon Quality Service, gedaagde 2 Maedilon Beheer en gedaagde 3 [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 3 augustus 2016

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 1 februari 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op of omstreeks 15 augustus 2006 hebben ABN AMRO en Maedilon Quality Service een financieringsovereenkomst gesloten, waarbij in de vorm van een rekening-courant een krediet is verstrekt tot een bedrag van € 25.000,00 en een borgstellingskrediet is verstrekt in de vorm van een 6-jarige lening van € 75.000,00, hierna: de financieringsovereenkomst.

2.2.

Het borgstellingskrediet is verstrekt onder borgstelling door de Staat der Nederlanden, hierna: de Staat.

2.3.

Onder het kopje ‘Zekerheden en verklaringen’ in de financieringsovereenkomst staat onder meer:

Hoofdelijke mede-aansprakelijkheid van de heer [gedaagde] .

Hoofdelijke mede-aansprakelijkheid van Maedilon Beheer B.V.’

2.4.

De financieringsovereenkomst is op 26 juni 2009 door ABN AMRO opgezegd.

2.5.

Op 26 april 2010 heeft de Staat als borg een bedrag van € 45.125,31 aan ABN AMRO betaald.

2.6.

Op 20 juni 2014 is door Maedilon Quality Service een bedrag van € 19.900,00 op de rekening-courantrekening betaald.

2.7.

Op 4 april 2016 staat op de rekening-courantrekening van Maedilon Quality Service een creditsaldo van € 21,56.

2.8.

De Staat heeft een last tot incasso op eigen naam aan ABN AMRO verstrekt en heeft haar gemachtigd om namens de Staat tot incasso van de vordering op Maedilon Quality Service over te gaan, als ook op Maedilon Beheer en [gedaagde] .

3 Het geschil

3.1.

ABN AMRO vordert samengevat - veroordeling van Maedilon Quality Service tot betaling van € 45.103,75, en veroordeling van Maedilon Beheer en [gedaagde] tot betaling van ieder € 15.004,58, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

ABN AMRO voert deze procedure onder een last tot incasso van de Staat der Nederlanden, op grond waarvan ABN AMRO op eigen naam de vorderingen van de Staat heeft ingesteld. De Staat heeft als borg op 26 april 2010 voor Maedilon Quality Service een bedrag van € 45.125,31 betaald aan de ABN AMRO. ABN AMRO vordert in deze procedure voor de Staat dit bedrag verminderd met een creditsaldo van € 21,56 op de hoofdschuldenaar, te weten op Maedilon Quality Service. Verder stelt ABN AMRO dat het door de Staat als borg betaalde bedrag op grond van artikel 7:869 BW moet worden omgeslagen over de medeborgen, op grond waarvan zij van Maedilon Beheer en [gedaagde] een bedrag van € 15.004,58 vordert. De rente is verschuldigd vanaf de dag waarop de Staat het bedrag heeft betaald, te weten op 26 april 2010.

3.3.

Maedilon Quality Service c.s. voert verweer met als conclusie dat de vorderingen moeten worden afgewezen, onder veroordeling van ABN AMRO in de proceskosten van dit geding, waaronder de nakosten.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.

Partijen zijn het erover eens dat onder de financieringsovereenkomst Maedilon Quality Service als hoofdschuldenaar geldt en de Staat zich borg heeft gesteld voor het borgstellingskrediet. Partijen zijn het er ook over eens dat in de financieringsovereenkomst weliswaar wordt gesproken over ‘hoofdelijke mede-aansprakelijkheid’ van Maedilon Beheer en [gedaagde] maar dat zij als borgen hebben te gelden. Partijen zijn het er niet over eens of zij zich alleen hebben borg gesteld voor de rekening-courant schuld (verweer Maedilon Beheer en [gedaagde] ) of ook voor het borgstellingskrediet (stelling ABN AMRO). Allereerst zal de rechtbank ingaan op de vorderingen ingesteld tegen Maedilon Quality Service en Maedilon Beheer en vervolgens op de vordering ingesteld tegen [gedaagde] .

Maedilon Quality Service en Maedilon Beheer - verjaringsverweer

4.2.

Maedilon Quality Service en Maedilon Beheer stellen onder meer dat de regresvordering van de Staat op hen is verjaard omdat zij nooit door of namens de Staat zijn aangeschreven om tot betaling over te gaan. Niet eerder dan bij dagvaarding van 11 mei 2016 heeft de Staat hen tot betaling aangesproken, ruim een jaar nadat de verjaringstermijn van vijf jaar is verstreken.

4.3.

ABN AMRO heeft aangevoerd dat uitgaande van een verjaringstermijn van vijf jaar de vorderingen jegens hen beiden inderdaad zijn verjaard. Volgens de ABN AMRO is deze termijn echter niet van toepassing. Volgens haar geldt op grond van artikel 3:306 BW een verjaringstermijn van twintig jaar en is deze termijn nog niet verstreken.

4.4.

Partijen zijn het erover eens dat de verjaringstermijn is gaan lopen vanaf 26 april 2010, te weten de datum waarop de Staat een bedrag van € 45.125,31 heeft betaald aan ABN AMRO. De vraag die partijen verdeeld houdt is welke verjaringstermijn geldt, die van vijf of twintig jaar. De verjaringstermijn van vijf jaar die is opgenomen in artikel 3:310 lid 1 BW geldt naar de tekst van dit artikel voor rechtsvorderingen tot vergoeding van schade en tot betaling van bedongen rente. Het begrip “vergoeding van schade” heeft in dit artikel een ruime strekking. De Hoge Raad heeft bepaald in haar arrest van 4 juni 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AO6210) dat een regresvordering van een borg beschouwd kan worden als een rechtsvordering tot vergoeding van schade in de zin van art. 3:310 lid 1 BW. Deze rechtsvordering strekt er namelijk toe te voorkomen dat de niet aangesproken schuldenaar ten koste van de aangesproken borg ongerechtvaardigd wordt verrijkt doordat laatstgenoemde het verschuldigde heeft voldaan voor meer dan het gedeelte dat hem aangaat. Dit betekent dat een verjaringstermijn van vijf jaar van toepassing is en de vorderingen van de ABN AMRO (voor de Staat) op Maedilon Quality Service en Maedilon Beheer zijn verjaard en om die reden worden afgewezen.

[gedaagde]

4.5.

Door [gedaagde] is – naast een verjaringsverweer en het verweer dat hij zich niet borg heeft gesteld voor het borgstellingskrediet – onder meer als verweer gevoerd dat de Staat haar regresvordering niet over hem als medeborg kan omslaan, omdat niet voldaan is aan de voorwaarde dat de vordering op de hoofdschuldenaar onverhaalbaar is gebleken. Volgens [gedaagde] was de regresvordering van de Staat op Maedilon Quality Service verhaalbaar en blijkt dit onder meer uit de betaling van € 19.900,00 die door haar op 20 juni 2014 op de rekening-courantrekening is gedaan. ABN AMRO heeft hiertegenover gesteld dat van onverhaalbaarheid afdoende is gebleken, onder meer omdat de vordering op Maedilon Quality Service inmiddels is verjaard.

4.6.

Artikel 7:869 BW bepaalt dat de borg die de schuld heeft voldaan, met overeenkomstige toepassing van artikel 6:152 BW het (op de hoofdschuldenaar) onverhaalbaar gebleken gedeelte kan omslaan over zichzelf, zijn medeborgen en de niet-schuldenaren die voor de verbintenis aansprakelijk waren. De regresvordering van de Staat op [gedaagde] is gegrond op dit wetsartikel. Het is aan ABN AMRO om voor de Staat voldoende onderbouwd te stellen dat sprake is van onverhaalbaarheid, omdat door [gedaagde] is aangevoerd dat verhaal op Maedilon Quality Service als hoofdschuldenaar mogelijk is (of althans was, voordat sprake was van verjaring). Uit het feit dat in deze procedure een vordering is ingesteld tegen Maedilon Quality Service kan worden afgeleid dat ABN AMRO van mening is dat deze verhaalbaar kan zijn op Maedilon Quality Service. Daarnaar ter zitting gevraagd, heeft ABN AMRO verklaard dat er bij een vennootschap altijd wel iets te halen kan zijn. ABN AMRO heeft niet betwist dat Maedilon Quality Service na opzegging van de financieringsovereenkomst op 20 juni 2014 een bedrag op de rekening-courantrekening heeft betaald van € 19.900,00, zodat dit vaststaat. Dit onderschrijft het verweer van [gedaagde] dat van onverhaalbaarheid geen sprake was. Door ABN AMRO is verder ter zitting verklaard dat de onverhaalbaarheid blijkt uit de verjaring van de regresvordering van de Staat op Maedilon Quality Service. De rechtbank overweegt dat uit de strekking van artikel 7:869 BW volgt dat van een borg enige inspanning mag worden verwacht om betaling gedaan te krijgen van de hoofdschuldenaar of althans inzichtelijk te krijgen of verhaal op de hoofdschuldenaar mogelijk is voordat zij overgaat tot omslag op haar medeborgen. Niet gesteld of gebleken is dat de Staat (of de ABN AMRO voor haar) vanaf 26 april 2010 een dergelijke inspanning heeft verricht. Er is geen enkele (sommatie-)brief gestuurd aan Maedilon Quality Service en niet gesteld of gebleken is dat (summier) is onderzocht wat de verhaalsmogelijkheden waren op Maedilon Quality Service. Onder deze omstandigheden kan de verjaring van de regresvordering op de hoofdschuldenaar niet worden gebruikt ter invulling van het onverhaalbaarheidscriterium.

4.7.

Omdat door ABN AMRO, gelet op de betwisting door [gedaagde] , onvoldoende onderbouwd is gesteld dat Maedilon Quality Service geen verhaal biedt en de verjaring niet kan worden tegengeworpen aan [gedaagde] , is niet gebleken van een op de hoofdschuldenaar onverhaalbare schuld als bedoeld in artikel 7:869 BW. Hierop stuit het gevorderde op [gedaagde] af.

4.8.

Hetgeen verder door partijen in deze procedure is aangevoerd, behoeft geen bespreking meer, omdat dit het voorgaande niet anders maakt.

4.9.

ABN AMRO zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Maedilon Quality Service c.s. worden begroot op:

- griffierecht 1.929,00

- salaris advocaat 1.788,00 (2,0 punten × tarief € 894,00)

Totaal € 3.717,00

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt ABN AMRO in de proceskosten, aan de zijde van Maedilon Quality Service c.s. tot op heden begroot op € 3.717,00,

5.3.

veroordeelt ABN AMRO in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat ABN AMRO niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.K. Korteweg en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2017.1

1 type: CK coll: ST