Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:1756

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
13-03-2017
Datum publicatie
08-05-2017
Zaaknummer
5733606 KG EXPL 17-17
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

In kort geding wordt vastgesteld dat de vrouw ex art. 7:267 lid 7 BW in de huurwoning mag blijven wonen, met uitsluiting van de man. De belangen van minderjarig kind worden doorslaggevend geoordeeld. In reconventie wordt een omgangsregeling vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2017/152
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr/rolnr.: 5733606 KG EXPL 17-17

Uitspraakdatum: 13 maart 2017

Vonnis in kort geding in conventie en in reconventie

De kantonrechter als voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding, heeft het volgende vonnis gewezen in de zaak van:

[X]

wonende te [Woonplaats]

eisende partij in kort geding, tevens verweerster in reconventie

verder ook te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. L.N. Hermes, advocaat te Noord-Scharwoude

[Toevoeging nr. [nummer] ]

tegen

[Z] ,

wonende te [Woonplaats]

gedaagde partij in kort geding, tevens eiser in reconventie

verder ook te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. T.J.E. op de Weegh, advocaat te Alkmaar.

Het procesverloop

[eiseres] heeft bij dagvaarding d.d. 17 februari 2017 een voorziening gevorderd.

De zaak is behandeld op de terechtzitting van 27 februari 2017, alwaar zijn verschenen [eiseres] en [gedaagde] ; partijen werden bijgestaan door hun gemachtigden.

[gedaagde] heeft een eis in reconventie ingesteld.

[eiseres] heeft daartegen verweer gevoerd.

[eiseres] heeft de vordering en haar verweer bij monde van haar gemachtigde toegelicht aan de hand van pleitnotities.

De griffier heeft aantekeningen gemaakt van het verhandelde.

De inhoud van deze processtukken geldt als hier ingelast.

Na afloop van de behandeling is heden uitspraak bepaald.

De uitgangspunten

  1. Partijen hebben een affectieve relatie gehad.

  2. Uit deze relatie is op 10 maart 2013 een zoon, [Y] , geboren.

  3. [gedaagde] heeft zijn zoon erkend. [eiseres] heeft het gezag.

  4. Partijen huren sedert oktober 2012 de woning gelegen te [Woonplaats] aan de [(adres)] .

  5. In januari 2017 is de relatie tussen partijen verbroken. [eiseres] heeft de woning met haar zoontje verlaten en verblijft bij familie.

  6. Tussen partijen is een zorgregeling afgesproken waarbij is afgesproken dat [y] op dinsdag en woensdag bij [gedaagde] zou verblijven. Deze regeling gold voor een periode van drie weken. Thans bestaat geen overeengekomen zorgregeling meer.

  7. De relatie tussen partijen is zodanig verstoord dat een gezamenlijke bewoning van het gehuurde geen optie is.

  8. Pogingen om het geschil middels mediation op te lossen hebben geen positief resultaat gehad.

Het geschil

[eiseres] vordert bij wege van voorziening ex artikel 254 lid 5 BRv bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat [eiseres] met uitsluiting van [gedaagde] bevoegd is tot het voorlopig genot en gebruik van de woning aan de [(adres)] te [Woonplaats] en dat [gedaagde] deze woning binnen drie dagen na betekening van het vonnis dient te verlaten met de verplichting van [gedaagde] om alle sleutels aan [eiseres] te overhandigen totdat de kantonrechter in een bodemprocedure ter zake een beslissing heeft genomen.

Zij baseert haar vordering op het bepaalde in artikel 7:267 lid 7 BW.

Zij stelt ter onderbouwing van haar vordering, zakelijk weergegeven, het volgende.

Zij heeft ten tijde van de samenwoning merendeels de dagelijkse zorg voor [y] op zich genomen. Zij acht zich voor die zorgtaken ook beter geschikt dan [gedaagde] . [eiseres] heeft geen werk en geen mogelijkheden om elders woonruimte te vinden. [y] gaat binnenkort naar de kleuterschool [School] in [Woonplaats] en [eiseres] zal hem dagelijks halen en brengen. Zij is niet in het bezit van een rijbewijs en zal er voor moeten zorgen dat [y] om 8.30 uur op school is.

Het belang van [eiseres] bij voortgezet gebruik van de woning acht zij zwaarder wegen dan het belang van [gedaagde] .

[gedaagde] concludeert in zijn verweer tot afwijzing van de vordering en voert hiertoe, zakelijk weergegeven, het volgende aan.

[gedaagde] is in staat en bereid de zorg voor [y] op zich te nemen. Hij heeft parttime werk en heeft de werktijden in overleg met zijn werkgever kunnen aanpassen. [gedaagde] heeft geen mogelijkheden elders onderdak te vinden. [eiseres] zal eerder dan hij in aanmerking komen voor een vervangende woning, aldus [gedaagde] .

[gedaagde] heeft zelf de navolgende tegenvordering ingesteld:

I. te bepalen dat tussen [gedaagde] en [y] een voorlopige zorgregeling wordt bepaald waarbij [y] iedere week van zondagochtend 10.00 uur tot woensdagochtend tot school, alsmede gedurende de helft van vakanties en feestdagen, in overleg tussen ouders vast te stellen, bij [gedaagde] verblijft, en;

II. voor wat betreft de woning primair te bepalen dat [gedaagde] met uitsluiting van [eiseres] bevoegd is tot het voorlopig gebruik van de gezamenlijke huurwoning gelegen aan de [(adres)] te [Woonplaats] met de verplichting van [eiseres] om alle sleutels van de woning aan [gedaagde] te overhandigen binnen drie dagen na betekening van het vonnis dan wel subsidiair te bepalen dat die partij die volgens de zorgregeling de zorg heeft voor [y] met uitsluiting van de andere partij bevoegd is tot het uitsluitend gebruik van de gezamenlijke huurwoning.

Met betrekking tot de door [gedaagde] ingestelde vordering tot vaststelling van een zorgregeling betoogt [eiseres] dat de kantonrechter niet bevoegd is daarvan kennis te nemen.

Voor zover de kantonrechter anders oordeelt stelt [eiseres] de navolgende omgangsregeling voor: de woensdagmiddag en één maal in de twee weken een weekeinde.

De beoordeling

De spoedeisendheid van de zaak vloeit uit het gestelde voort en is in voldoende mate gebleken.

Uit het over en weer betoogde, de overgelegde stukken en de omstandigheid dat de onderhavige procedure zich niet leent voor (nadere) bewijsvoering is de kantonrechter voorshands, rekening houdende met de vermoedelijke beslissing in de eventueel te entameren bodemzaak, het volgende van oordeel.

Voorop staat dat naar het oordeel van de kantonrechter beide partijen een nagenoeg even groot belang hebben bij voortzetting van het gebruik van het gehuurde. Niet is komen vast te staan dat één van hen eerder dan de ander in aanmerking zal komen voor vervangende woonruimte.

Van doorslaggevende betekenis acht de kantonrechter het belang van [y] . Omdat de vraag wie de zorg voor [y] op zich zal nemen van doorslaggevend belang is bij de beoordeling van de vraag aan wie het voorlopig genot van het gehuurde toekomt, acht de kantonrechter zich ook bevoegd van de eis van [gedaagde] kennis te nemen. De vorderingen zijn voldoende aan elkaar verbonden. De samenhang tussen de vorderingen verzet zich naar het oordeel van de kantonrechter tegen een afzonderlijke behandeling.

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk geworden dat [eiseres] ten tijde van de samenwoning voor het overgrote deel de zorg voor [y] heeft gehad, alsmede voor het huishouden. Zij stond gelijk met hem op, zorgde ervoor dat hij zijn kleding aankreeg en zorgde voor het ontbijt. Ook schoonmaakwerkzaamheden en koken werden door [eiseres] gedaan. Ook thans verblijft [y] bij [eiseres] .

De kantonrechter acht het voor de stabiliteit van [y] van belang dat hij een eigen stek en dezelfde verzorger houdt. Dit geldt temeer nu hij binnenkort de kleuterschool gaat bezoeken in het dorp waar partijen wonen. Dat is al een grote verandering. Overige wijzigingen in de thuissituatie zijn voorlopig niet in het belang van [y] .

Dit betekent dat de woning voorlopig aan de vrouw zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de zorgregeling is niet komen vast te staan welke regeling nu in het belang van [y] is. Mogelijk zal nader onderzoek geïndiceerd zijn. De periode waarin partijen gescheiden leven is nog kort. Dit is de reden dat in het kader van dit geding de door [eiseres] voorgestelde regeling zal worden vastgesteld. Deze geldt min of meer als gebruikelijk.

De kantonrechter wijst er ten overvloede op dat beide voorzieningen naar hun aard een voorlopig karakter hebben.

Allerminst is uitgesloten dat in de toekomst een uitgebreidere regeling zal blijken in het belang van [y] te zijn.

De vordering van [eiseres] zal derhalve te worden toegewezen en de door haar voorgestelde zorgregeling bepaald. Wel zal aan [gedaagde] een termijn van een week worden gegund teneinde de woning te verlaten.

Nu partijen een affectieve relatie hebben gehad zullen de proceskosten worden gecompenseerd aldus dat ieder de eigen kosten draagt.

Alle overige stellingen van [gedaagde] leiden niet tot een andere beslissing en behoeven derhalve geen bespreking meer.

De beslissing in kort geding

De kantonrechter:

In conventie

Bepaalt dat [eiseres] tijdelijk, met uitsluiting van [gedaagde] , bevoegd is tot het voorlopig genot en gebruik van de woning aan de Saskerstraat nr. 10 te [Woonplaats] en veroordeelt [gedaagde] om deze woning binnen een week na betekening van dit vonnis te verlaten met afgifte van de sleutels aan [eiseres] , totdat in een bodemprocedure ter zake wordt beslist.

Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.

Compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

In reconventie

Stelt voorlopig, totdat in een bodemprocedure anders zal zijn beslist of partijen anders zijn overeengekomen, de omgangsregeling tussen [gedaagde] en [y] als volgt vast:

  • -

    iedere woensdagmiddag na school tot donderdagochtend voor school;

  • -

    één maal in de veertien dagen een weekeinde van vrijdag na school tot zondag 17.30 uur.

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.B. Rip, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2017.

De griffier

De kantonrechter