Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:1736

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29-03-2017
Datum publicatie
09-11-2017
Zaaknummer
C/15/246065 / HA ZA 16-465
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Essentie:

Tussenvonnis in IE-zaak.

Vraag of op bepaalde onderdelen van lesprogramma’s van gedaagde (een gedeeld) makerschap van (één van) partijen rust grotendeels beantwoord. Gedaagde mag de onderdelen waarop gedeeld makerschap rust blijven gebruiken.

Zaak wordt naar de rol verwezen met opdracht aan partijen om te gaan onderhandelen over een redelijke vergoeding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/246065 / HA ZA 16-465

Vonnis van 29 maart 2017

in de zaak van

[eiser/verweerder]; H.O.D.N. ZENSE,

wonende te [woonplaats],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. A.J. Verbeek te Haarlem,

tegen

[gedaagde/eiseres]; T.H.O.D.N. LESKRACHT,

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. E.E. de Vos te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser/verweerder] dan wel Zense en [gedaagde/eiseres] dan wel Leskracht genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 21 september 2016

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 10 februari 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser/verweerder] voert een eenmanszaak onder de naam ‘Zense’ en houdt zich blijkens de omschrijving in de Kamer van Koophandel bezig met organisatieadvies en projectmanagement, coaching en videoproducties.

2.2.

[gedaagde/eiseres] voert een eenmanszaak onder de naam ‘Leskracht’ en houdt zich blijkens de omschrijving in de Kamer van Koophandel bezig met ontwikkeling van en groothandel in lesmateriaal voor wereldoriëntatie, gericht op het basisonderwijs.

Vanuit Leskracht heeft [gedaagde/eiseres] de Regenboog Wereldkist ontwikkeld, een lesmethode bedoeld voor kinderen in de groepen 3 t/m 5 van het basisonderwijs en de Spectrumbox, een lesmethode bedoeld voor kinderen in de groepen 6 t/m 8 van het basisonderwijs.

2.3.

In 2011 zijn partijen met elkaar in contact gekomen omdat [gedaagde/eiseres] een promotiefilm wilde laten maken voor de Regenboog Wereldkist. Vervolgens is tussen partijen een samenwerking ontstaan, die verliep op basis van vrijwilligheid en wederzijdse vriendschap en in welk verband [eiser/verweerder] filmmateriaal maakte naar aanleiding van de ideeën die [gedaagde/eiseres] in de Regenboog Wereldkist had verwerkt. Het filmmateriaal voor de Regenboog Wereldkist bestaat uit twee promotiefilms en vijf procesfilms. In verband met de penibele financiële situatie van Leskracht werd overeengekomen dat aan [eiser/verweerder] geen honorarium zou worden betaald, maar dat wel de out of pocket kosten zouden worden vergoed.

2.4.

[gedaagde/eiseres] was op dat moment ook bezig met de ontwikkeling van de Spectrumbox. Ook voor deze box heeft [eiser/verweerder] het filmmateriaal, bestaande uit 21 introductie– en instructiefilms, gemaakt. Deze werkzaamheden vonden opnieuw plaats zonder dat aan [eiser/verweerder] honorarium werd betaald. Wel werden de gemaakte out of pocket kosten aan hem vergoed. De Spectrumbox was eind 2011 in de voorverkoop en is in september 2013 groots op de markt gebracht.

2.5.

Omdat de samenwerking tussen partijen prima verliep werd gesproken over een verdergaande samenwerking waarbij Leskracht van een eenmanszaak zou worden omgezet naar een vennootschap onder firma, met de bedoeling die rechtsvorm later om te zetten naar een besloten vennootschap. Partijen achtten dit fiscaal gunstiger indien Leskracht in de toekomst een succes zou worden. Ook zouden dan aan de vennoten ([gedaagde/eiseres], haar echtgenoot [A.] en [eiser/verweerder]) vergoedingen kunnen worden betaald voor in het verleden geïnvesteerde arbeid.

2.6.

In 2014 is in dat verband tussen partijen en [A.] gesproken over het oprichten van een vennootschap onder firma. In deze vof zou [gedaagde/eiseres] een aandeel van 50% hebben, [A.] een aandeel van 23% en [eiser/verweerder] een aandeel van 22%. In 2015 kregen deze gesprekken een meer definitieve vorm. In februari 2015 werd er over gesproken om de vof met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2015 van start te laten gaan.

2.7.

De samenwerking tussen partijen komt in de loop van 2014 geleidelijk aan in moeizamer vaarwater. Dat resulteert in een e-mail van 23 maart 2015 van [eiser/verweerder] aan [gedaagde/eiseres], waarin [eiser/verweerder] haar het volgende meedeelt:

Om maar meteen met de boodschap te komen van de essentie van deze e:mail: [eiser/verweerder] heeft zichzelf vanavond ontslagen bij Leskracht.

Ik wil al mijn taken en verantwoordelijkheden gedegen overdragen en ben vanuit mijn volle verantwoordelijkheid bereid om daar de tijd voor te nemen die nodig is om alles af te ronden. Nieuwe zaken binnen Leskracht zal ik niet meer aangaan.

Ik stel voor dat we in een gezamenlijk gesprek mijn afronding plannen en een periode vastleggen die daar voor nodig is. Ik zie een voorstel voor een datum tegemoet.

(…)

Met de discussies die we eind december en begin januari met z’n allen hebben doorgemaakt, ben ik momenteel (nog) niet bereikbaar om de achtergronden met opnieuw alle details te bespreken.

2.8.

In een e-mail van 27 april 2015 heeft [eiser/verweerder] een voorstel gedaan voor een afwikkeling van de eerdere samenwerking: een licentieovereenkomst tussen Leskracht en Zense op basis van gefactureerde omzet van verkochte Spectrumboxen, waarbij aan Zense een licentiepercentage zou toekomen van 15% van de verkoopprijs van elke verkochte Spectrumbox.

2.9.

[gedaagde/eiseres] is met dit voorstel niet akkoord gegaan. Zij heeft [eiser/verweerder] een tegenvoorstel gedaan: een afkoopsom van € 4.400,-- zijnde 22% van het saldo dat op dat moment op de bankrekening van Leskracht stond. Dit saldo van circa € 20.000,-- wilde ze gelijkelijk verdelen onder de vijf mensen die zich de voorgaande jaren in belangrijke mate als vrijwilliger hadden ingespannen voor Leskracht.

2.10.

[eiser/verweerder] is niet akkoord gegaan met dat voorstel. In een brief van 9 juni 2015 heeft [eiser/verweerder] een overzicht gegeven van zijn werkzaamheden voor Leskracht gedurende ruim 3 jaar, een beroep gedaan op het hem toekomende auteursrecht op de (mede) door zijn toedoen ontstane werken en de waarde van die werken voor Leskracht en Leskracht voorgesteld hetzij akkoord te gaan om naast de aangeboden € 4.400,-- ex btw aan hem een royalty te betalen van 11% op de verkoopprijs van elke verkochte Spectrumbox, hetzij akkoord te gaan met het betalen van een royalty van 13% op de verkoopprijs van elke verkochte Spectrumbox.

2.11.

Partijen hebben geen overeenstemming bereikt.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiser/verweerder] vordert samengevat - dat de rechtbank, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. voor recht zal verklaren dat Zense auteursrechthebbende is op de Werken zoals omschreven in de dagvaarding dan wel, subsidiair dat Zense mede-auteursrechthebbende is op de Werken zoals omschreven in de dagvaarding;

  2. Leskracht zal bevelen om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis iedere (directe en indirecte) inbreuk op de auteursrechten van Zense die rusten op de Werken zoals omschreven in de dagvaarding, te staken en gestaakt te houden, waaronder mede begrepen maar niet beperkt tot, ieder verveelvoudigen, openbaar maken, (doen) produceren, aanbieden, afbeelden, verhandelen, verkopen, leveren, importeren en exporteren, in voorraad houden;

  3. Leskracht zal bevelen om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis aan de raadsman van Zense op haar kosten ter vernietiging af te geven alle Werken nog in voorraad waarmee inbreuk wordt gemaakt op de auteursrechten van Zense dan wel waarmee jegens Zense onrechtmatig is gehandeld, waaronder, in ieder geval, moet worden verstaan de in het lichaam van de dagvaarding omschreven Werken (in het bijzonder de werken/films vervat in Spectrumbox en de Regenboog Wereldkist en Leskracht;

  4. Leskracht zal bevelen om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis alle films (als onderdeel van Spectrumbox, Regenboog Wereldkist en Leskracht) te (doen) verwijderen van de website van Leskracht, van het YouTube kanaal van Leskracht, en van de besloten websites van de Regenboog Wereldkist en de Spectrumbox.

  5. Leskracht zal bevelen om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan Zense of haar raadsman, één en ander zover mogelijk gestaafd door facturen of andere bescheiden, een schriftelijke en door een registeraccountant (niet zijnde de huisaccountant) gecontroleerde en gewaarmerkte opgave te verstrekken van:

(a) het aantal en de aard van alle door of vanwege Leskracht geproduceerde, bestelde, afgenomen en in voorraad gehouden Spectrumboxen en Regenboog Wereldkisten voor zover deze de filmwerken Regenboog Wereldkist en – Spectrumbox en/of ander grafisch materiaal bevatten zoals genoemd in de dagvaarding, waarmee inbreuk wordt gemaakt op de auteursrechten van Zense;

(b) de aantallen Spectrumboxen en Regenboog Wereldkisten die Leskracht aan derden heeft verkocht en/of geleverd, de verkoopprijzen daarvan alsmede de periode waarin dit is gebeurd voor zover deze de filmwerken Regenboog Wereldkist en – Spectrumbox en/of ander grafisch materiaal bevatten zoals genoemd in het lichaam van de dagvaarding, waarmee inbreuk wordt gemaakt op de auteursrechten van Zense;

(c) de namen, (e-mail)adressen, telefoon/faxnummers van de fabrikant(en) en toeleveranciers van de Spectrumboxen en Regenboog Wereldkisten voor zover deze de filmwerken Regenboog Wereldkist en – Spectrumbox en/of ander grafisch materiaal bevatten zoals genoemd in de dagvaarding, waarmee inbreuk wordt gemaakt op de auteursrechten van Zense;

(d) de aantallen inbreukmakende Spectrumboxen en Regenboog Wereldkisten die Leskracht heeft afgenomen / dan wel geproduceerd alsmede de inkoopprijzen daarvan, voor zover deze de filmwerken Regenboog Wereldkist en – Spectrumbox en/of ander grafisch materiaal bevatten zoals genoemd in de dagvaarding, waarmee inbreuk wordt gemaakt op de auteursrechten van Zense;

(e) de namen en (e-mail)adressen, telefoon/faxnummers van al Leskracht haar afnemers van Spectrumboxen en Regenboog Wereldkisten voor zover deze de filmwerken Regenboog Wereldkist en – Spectrumbox en/of ander grafisch materiaal bevatten zoals genoemd in de dagvaarding, waarmee inbreuk wordt gemaakt op de auteursrechten van Zense;

(f) de namen en (e-mail)adressen, telefoon/faxnummers van alle partijen aan wie Leskracht een mailing en/of informatie heeft verstuurd met daarin de informatie over de Spectrumboxen en Regenboog Wereldkisten voor zover deze de filmwerken Regenboog Wereldkist en – Spectrumbox en/of ander grafisch materiaal bevatten zoals genoemd in de dagvaarding, waarmee inbreuk wordt gemaakt op de auteursrechten van Zense;

(g) de door Leskracht met de verkoop van de Spectrumboxen en Regenboog Wereldkisten behaalde omzet en winst, voor zover deze de Filmwerken Regenboog Wereldkist en – Spectrumbox en/of ander Grafisch materiaal bevatten zoals genoemd in de dagvaarding, waarmee inbreuk wordt gemaakt op de auteursrechten van Zense;

(h) het aantal workshops en leerkrachtentrainingen waarin gebruik is gemaakt van de inbreukmakende filmwerken Regenboog Wereldkist, - Spectrumbox en – Leskracht en/of ander grafisch materiaal bevatten zoals genoemd in de dagvaarding, waarmee inbreuk wordt gemaakt op de auteursrechten van Zense alsmede opgave van het aantal deelnemers dat deze workshops heeft gevolgd alsook de met deze workshops behaalde omzet en winst;

6. Leskracht zal bevelen om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan al haar afnemers / gebruikers van de Spectrumboxen en Regenboog Wereldkisten voor zover deze filmwerken Regenboog Wereldkist en – Spectrumbox en/of ander grafisch materiaal bevatten zoals genoemd in de dagvaarding, waarmee inbreuk wordt gemaakt op de auteursrechten van Zense een brief te sturen, met gelijktijdige verzending aan de advocaat van Zense van een kopie van iedere brief, welke brief uitsluitend de voglende mededeling bevat:

“Geachte [naam contactpersoon},

Langs deze weg berichten wij u dat door u bij ons bestelde en afgenomen lesmethoden Regenboog Wereldkist en Spectrumbox alsmede daarmee verbonden (aanvullende) lesmaterialen films en/of grafische werken bevatten waarop de auteursrechten toekomen aan het bedrijf Zense.

Doordat wij van Zense geen toestemming hebben gekregen om deze werken openbaar te maken en/of te verveelvoudigen, hebben wij in strijd gehandeld met de auteursrechten van Zense. Om deze reden is het dan ook u niet toegestaan om deze inbreukmakende films en/of andere auteursrechtelijk beschermde materialen – die onderdeel zijn van genoemde lesmethoden Regenboog Wereldkist en Spectrumbox of daarmee verbonden zijn – nog verder te gebruiken.

Vriendelijk verzoek ik u dan ook het gebruik van de aan uw geleverde lespakketten Regenboog Wereldkist en Spectrumbox cq de daarmee verbonden aanvullende lesmethoden en/of grafische werken te staken en gestaakt te houden en, voor zoveer mogelijk, deze pakketten retour te sturen. Uiteraard zullen wij u het aankoopbedrag daarvan vergoeden.

Hoogachtend,

Leskracht

[gedaagde/eiseres]”

7. zal bepalen dat voor iedere dag dat Leskracht met de naleving van de onder 1 t/m 6 uitgesproken verbod en/of bevel in gebreke blijft, zij aan Zense een dwangsom van € 5.000,-- (…) zal verbeuren voor iedere dag of gedeelte van een dag dat Leskracht in gebreke blijft met de naleving van ieder afzonderlijk gevraagd verbod, c.q. bevel, dan wel – zulks ter keuze van Zense – dat Leskracht een dwangsom zal verbeuren van € 2.500,- (…) per gehele of gedeeltelijke overtreding van één van de uitgesproken verboden c.q. bevelen;

8. voor recht zal verklaren dat Leskracht aansprakelijk is voor alle schade die het gevolg is van de inbreuken door haar gepleegd op de auteursrechten van Zense die rusten op de Werken van Zense, althans de door Leskracht gepleegde onrechtmatige daad;

9. Leskracht zal veroordelen tot het vergoeden van alle, als gevolg van de hier genoemde inbreuken, door Zense geleden immateriële en materiële schade nader op te maken bij staat;

10. Leskracht zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 50.000,- (…) bij wijze van voorschot op vergoeding van de door Zense geleden en te lijden immateriële en materiële schade, c.q. de door Leskracht af te dragen winst, dan wel een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;

11. Leskracht zal veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding, overeenkomstig artikel 1019h Rv, te vermeerderen met alle nog te maken daadwerkelijke proceskosten alsmede de (na)kosten en – voor het geval voldoening van de nakosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf de bedoelde termijn tot voldoening.

3.2.

Bij akte heeft [eiser/verweerder] zijn eis voorwaardelijk vermeerderd, voor het geval de rechtbank zal oordelen dat aan hem geen auteursrechten op de Werken toekomen. Hij vordert voor dat geval dat aan hem loon wordt vergoed voor de werkzaamheden die hij gedurende drie jaar in opdracht van Leskracht heeft verricht, welke vergoeding hij begroot op € 75.000,-- exclusief btw, te vermeerderen met wettelijk rente.

3.3.

[gedaagde/eiseres] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5.

[gedaagde/eiseres] vordert samengevat – dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [eiser/verweerder] zal veroordelen om op zijn kosten alle bestanden – waaronder begrepen de filmwerken, het bewerkte- en het onbewerkte filmmateriaal, alle elektronische versies van grafische werken van Leskracht, (delen van) het CRM althans het klantenbestand van Leskracht, en (delen van) de boekhouding – en de stoffelijke dragers waarop zij zich bevinden binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis aan Leskracht te overhandigen, waarbij hij alle bestanden van zijn eigen computers dient te verwijderen en geen kopieën zal achterhouden op enige drager, waaronder in ieder geval begrepen losse harde schijven, USB-sticks en/of externe dataopslag ‘in de cloud’.

Voorts vordertTimmermans dat [eiser/verweerder] wordt veroordeeld op zijn kosten binnen 14 dagen na betekening van het vonnis een nader door Leskracht aan te wijzen forensisch expert of gespecialiseerde deurwaarder te laten controleren dat alle betreffende bestanden van de computers en harde schjven van [eiser/verweerder] gewist zijn en dat [eiser/verweerder] geen kopieën van enig onderdeel van de bedrijfsvoering van Leskracht heeft achtergehouden.

Een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van [eiser/verweerder] in de volledige proceskosten in conventie en in reconventie, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.6.

[eiser/verweerder] voert verweer op de gronden als in conventie aangevoerd.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1.

Partijen stellen over en weer dat zij auteursrechthebbende zijn op dezelfde werken en vorderen onder meer afgifte van de werken die de ander nog onder zich heeft. Gelet op de onderlinge samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zal de rechtbank deze vorderingen gezamenlijk behandelen en beoordelen.

4.2.

De kernvraag van het geschil tussen partijen is de vraag aan wie het auteursrecht toekomt op de films en de grafische ontwerpen die in de dagvaarding zijn genoemd.

Partijen beroepen zich er allebei op dat het auteursrecht op die werken aan hen toekomt.

Standpunt [eiser/verweerder]

4.3.

[eiser/verweerder] legt aan zijn vorderingen onder meer ten grondslag dat inbreuk wordt gemaakt op het auteursrecht dat hij heeft op de door hem gemaakte werken. Hij voert aan dat hij voor de Regenboog Wereldkist twee promotiefilms en vijf procesfilms heeft gemaakt en dat hij daarnaast de vormgeving van de homepagina en de indeling en grafische vormgeving van de Yurls pagina’s (de Bibliotheekboxen (Biebboxen)) heeft verzorgd. Verder voert hij aan dat hij voor de Spectrumbox 21 films en 2 promotiefilms heeft gemaakt en dat hij de grafische vormgeving heeft verzorgd van het Logo RAS (Regels en Afspraken Spectrumbox), het knieboek, de kaften voor de voor- en achterkant van de handleiding, de kopieermap, alle stickers, 30 Lichtpuntjes kaarten, het projectbord, de portfoliomap met businesskaartjes voor de kinderen, de flowchart, de magneetstickers, de voor- en achtercover van de leerkrachtentraining, de homepages, de indeling en grafische vormgeving van de Spectrumbox Yurls pagina’s (Biebboxen). Hij verklaart dat hij daarnaast nog videoproducties en grafische werken heeft gemaakt voor de promotie van Leskracht. In zijn conclusie van antwoord in reconventie voegt [eiser/verweerder] daar aan toe dat hij zich niet beroept op enig auteursrecht op de inrichting van de Yurls website, de folders en de nieuwsbrief en noemt hij de werken waarop hij wel een auteursrecht claimt.

[eiser/verweerder] stelt dat hij zich vanaf januari 2012 actief heeft bezig gehouden met de professionalisering van Leskracht als bedrijf, met de doorontwikkeling van de Regenboog Wereldkist en met de ontwikkeling en totstandkoming van de lesmethode ‘Spectrumbox’. Hij wijst er op dat partijen getracht hebben via subsidieaanvragen de benodigde financiële middelen te genereren, maar dat dit niet is gelukt en dat hij er toen voor heeft gekozen om als compensatie voor zijn werkzaamheden op enig moment in de toekomst een belang te krijgen in Leskracht of compensatie te verkrijgen door bijvoorbeeld het afsluiten van een gebruikslicentie. Hij benadrukt dat het zijn idee is geweest om bij de lesmethode van de Spectrumbox meer met films te werken om een en ander een meer stoere uitstraling te geven. Hij wijst er op dat hij daarbij heeft gewerkt met veel animaties en de films een Walt Disney-achtige uitstraling heeft gegeven. Ook stelt [eiser/verweerder] dat hij het beloningssysteem heeft bedacht voor de Spectrumbox.

Hij voert aan dat Leskracht, mede door de ontwikkeling van de Spectrumbox, een serieuze marktpositie heeft weten te veroveren en dat zij nu dus omzet maakt, terwijl hij voor zijn inspanningen nooit enige vergoeding heeft ontvangen. Hij wijst er op dat hij zijn werkzaamheden zag als een investering in de toekomst omdat hij geloofde in de lesmethoden die zijn ontwikkeld en dat hij had verwacht dat hij in de toekomst voor zijn inspanningen zou worden beloond. Hij verklaart dat het na de beëindiging van de samenwerking in het geheel niet is gekomen tot enige vergoeding, terwijl [gedaagde/eiseres] (zonder zijn toestemming) nog altijd gebruik maakt van zijn films en andere grafische werken. Hij voert aan dat [gedaagde/eiseres] beschikt over de eindversies van de films en de andere grafische werken die hij heeft ontworpen en gemaakt en dat zij deze zonder zijn toestemming verveelvoudigt zonder daarvoor aan hem een vergoeding te betalen, hetgeen onrechtmatig is jegens hem. Hij benadrukt dat zij geen recht heeft op het ruwe filmmateriaal of de originele grafische werken, voordat partijen het eens zjin over een passende vergoeding. Hij betwist dat hij beschikt over het klantenbestand van Leskracht.

Standpunt [gedaagde/eiseres]

4.4.

[gedaagde/eiseres] betwist dat [eiser/verweerder] auteursrecht heeft op de genoemde werken en stelt zich op het standpunt dat dit auteursrecht uitsluitend aan haar toekomt. Zij benadrukt dat de ideeën die verwerkt zijn in de Regenboog Wereldkist en de Spectrumbox door haar zijn bedacht vanuit haar ervaring als docent en dat deze ideeën door haar zijn uitgewerkt in nauwe samenwerking met haar man, [A.], en haar dochter, Hoetmer. Zij stelt dat [eiser/verweerder] alleen op haar aanwijzingen en aan de hand van door haar aangeleverde scripts, door [A.] aangeleverde teksten en door Hoetmer aangeleverde tekeningen de films en/of grafische werken heeft gemaakt. Zij voert aan dat ook de eindmontage van de films plaatsvond op basis van haar aanwijzingen.

4.5.

Voor zover [eiser/verweerder] als (feitelijke) maker van de werken moet worden aangemerkt voert [gedaagde/eiseres] aan dat de werken als afkomstig van Leskracht openbaar gemaakt zijn en dat [eiser/verweerder] daarbij niet als maker vermeld is, zodat zij als maker van de werken dient te

gelden.

4.6.

[gedaagde/eiseres] voert verder aan dat [eiser/verweerder] zijn bijdrage heeft geleverd onder haar toezicht en dat hij op de voet van artikel 45d lid 1 van de Auteurswet (Aw) geacht moet worden zijn eventuele auteursrecht aan haar te hebben overgedragen. Zij betwist dat [eiser/verweerder] als producent van de films moet worden aangemerkt en wijst op de feitelijke werkzaamheden van [eiser/verweerder] en het ontbreken van enige financiële inbreng door [eiser/verweerder].

4.7.

Ook voert [gedaagde/eiseres] verweer tegen de stelling van [eiser/verweerder] dat hij (mede) verantwoordelijk was voor de professionalisering van Leskracht en voor de (verdere) ontwikkeling van de lesmaterialen en lesmethoden. Zij betwist dat [eiser/verweerder] enige expertise heeft op het gebied van lesmaterialen en lesmethoden. Zij wijst er daarnaast op dat er binnen Leskracht tot eind 2014 geen sprake was van een mogelijkheid tot het betalen van enige beloning of voor een dienstverband op korte termijn of voor iets meer dan het vergoeden van gemaakte onkosten en dat dit bij alle vrijwilligers bekend was. Zij erkent dat eind 2014, toen de financiële situatie van Leskracht verbeterde, gesproken is over de oprichting van een gezamenlijke rechtspersoon met daarin een aandeel voor [eiser/verweerder], mede als beloning voor zijn eerdere inspanningen. Zij wijst er op dat [eiser/verweerder] echter zelf uit die onderhandelingen is gestapt, waarna het overleg over de mogelijkheid van enige financiële betrokkenheid van [eiser/verweerder] bij Leskracht is geëindigd, terwijl [eiser/verweerder] het door haar, [gedaagde/eiseres], gedane aanbod voor een vergoeding ter compensatie van € 4.400,-- van de hand heeft gewezen.

4.8.

Met betrekking tot de Regenboog Wereldkist voert [gedaagde/eiseres] aan dat zij deze heeft ontwikkeld en dat zij met deze methode in 2009 al de Onderwijspioniers prijs heeft gewonnen. Zij voert aan dat zij met het prijzengeld dat zij daarbij heeft ontvangen haar methode verder heeft geprofessionaliseerd. Zij wijst er verder op dat zij ook in 2010 al kinderen heeft laten filmen in de klas tijdens hun bezigheden met de Regenboog Wereldkist, zodat het idee van film niet helemaal nieuw was zoals door [eiser/verweerder] is gesteld. Zij voert aan dat ook de ideeën voor de ontwikkeling van de Spectrumbox al in ontwikkeling waren en dat eind 2011 de Spectrumbox in de voorverkoop is gegaan. Zij betwist het grote aandeel dat [eiser/verweerder] stelt te hebben gehad in de ontwikkeling van de Spectrumbox en stelt dat zijn inbreng slechts minimaal is geweest.

4.9.

De rechtbank oordeelt over een en ander als volgt.

De Spectrumbox

4.10.

Uit hetgeen [eiser/verweerder] heeft gesteld blijkt dat het zwaartepunt van zijn vorderingen is gericht op de Spectrumbox. Hij heeft gesteld dat hij in belangrijke mate heeft bijgedragen aan de ontwikkeling en vormgeving van de Spectrumbox.

Uit de stukken blijkt dat [eiser/verweerder] vanaf begin 2012 tot de kick off in september 2013 in ieder geval betrokken is geweest bij de (verdere) vormgeving met behulp van films en de vormgeving van andere materialen voor de Spectrumbox.

De rechtbank stelt op grond van de stukken en van hetgeen over en weer is aangevoerd vast dat die films in nauwe samenwerking tussen [eiser/verweerder] en [gedaagde/eiseres] tot stand zijn gebracht. Weliswaar blijkt uit de overgelegde stukken dat [gedaagde/eiseres], toen zij met [eiser/verweerder] in contact kwam over de promotiefilm voor de Regenboog Wereldkist, reeds bezig was met de ontwikkeling van de Spectrumbox, maar de rechtbank acht onvoldoende weersproken dat het idee om de Spectrumbox uit te rusten met films waarin kinderen de (les)onderdelen uitleggen aan kinderen van [eiser/verweerder] afkomstig is. Daarbij wordt in overweging genomen dat uit de producties blijkt dat [gedaagde/eiseres] aanvankelijk geen idee had van wat er met film allemaal mogelijk zou zijn. De rechtbank acht verder aannemelijk dat de aard van de verhouding waarin partijen toen met elkaar samenwerkten er niet één was van gezag en ondergeschiktheid, maar van vriendschap en respect (wellicht zelfs bewondering) over en weer voor elkaars expertise en bijdrage. Die bijdrage bestond over en weer ook uit elementen waarmee een persoonlijk stempel werd gedrukt op het geheel. Het persoonlijk stempel van [gedaagde/eiseres] bestond eruit dat zij de inhoud van de film (het script bestaande uit teksten en tekeningen van de avatars) aanleverde, dat zij zorgde voor de selectie van de kinderen die een rol speelden in de films, en wat daarmee verband hield, zoals de toestemming van de ouders en de afspraken met die kinderen en tot slot dat zij de locatie regelde waar gefilmd kon worden, meestal de school waar zij zelf werkzaam was. Het persoonlijk stempel van [eiser/verweerder] bestond uit de filmische verwerking van de scripts/teksten en tekeningen, het verzorgen van speciale effecten, en samenwerking met [gedaagde/eiseres] bij de montage. De gebruikte apparatuur was professioneel van aard en is door [eiser/verweerder] ter beschikking gesteld en bediend.

De rechtbank is van oordeel dat partijen aldus beide een persoonlijk stempel hebben gedrukt op en creatieve inbreng hebben gehad bij het eindproduct van de films, hetgeen in beginsel meebrengt dat er sprake is van een gedeeld makerschap van de films, zoals bedoeld in artikel 45a lid 2 Aw.

4.11.

Het auteursrecht op de films zou niettemin bij [gedaagde/eiseres] liggen indien [gedaagde/eiseres], zoals zij stelt, moet worden gezien als de producent. In dat geval zou ervan uitgegaan moeten worden dat [eiser/verweerder] zijn rechten aan haar heeft overgedragen. De rechtbank is evenwel van oordeel dat [gedaagde/eiseres] niet kan worden gezien als producent. Om als producent te worden aangemerkt dient sprake te zijn van het verschaffen van kapitaal en het dragen van risico, alsmede het engageren van de makers. Leskracht ([gedaagde/eiseres]) had geen financiële armslag om enig kapitaal te verschaffen voor het maken van de films. Van tevoren stond niet vast dat hun inspanningen zich zouden vertalen in enig financieel succes. De films zijn gemaakt in de context van een samenwerking die door [gedaagde/eiseres] en [eiser/verweerder] werd gezien als een gezamenlijke investering in de uitwerking van een idee omtrent de Spectrumbox. Het was de bedoeling van partijen dat de samenwerking voor de toekomst nader vorm gegeven zou worden op een wijze waarin het samenwerkingsverband aan [eiser/verweerder], [gedaagde/eiseres] en [A.] in een tussen partijen op enig moment overeengekomen verhouding ten goede moest komen. In aanmerking genomen de aanzienlijke hoeveelheid arbeid die door beide partijen in het project is gestoken, werd het risico van dit project door partijen gezamenlijk gedragen.

Dat neemt echter niet weg dat de films waren bestemd om in de eenmanszaak van [gedaagde/eiseres] commercieel te worden gebruikt. De specifieke kenmerken van deze zaak ([eiser/verweerder] stelde de apparatuur ter beschikking; buiten de aan [eiser/verweerder] vergoede out-of-pocket expenses had [gedaagde/eiseres] geen kosten; [eiser/verweerder] werd niet betaald voor zijn aanzienlijke inspanningen en werkte op basis van in het vooruitzicht gestelde participatie) zijn onvoldoende om aan dat fundamentele gegeven afbreuk te doen. De belangen waarvoor [eiser/verweerder] het onderhavige geding voert, te weten erkenning van zijn creatieve bijdrage aan de films en een redelijke compensatie daarvan, worden op maat gediend door het oordeel dat er sprake is van een gezamenlijk makerschap. In verband daarmee zal aan [gedaagde/eiseres] analoog aan het bepaalde in artikel 45d eerste lid Aw de verplichting worden opgelegd tot betaling van een billijke vergoeding voor de overdracht door [eiser/verweerder] van de rechten en de exploitatie van de films.

Films Regenboog Wereldkist

4.12.

Ten aanzien van de Regenboog Wereldkist stelt de rechtbank op grond van de stukken en van hetgeen over en weer is aangevoerd vast dat dit werk reeds openbaar gemaakt was op het moment dat [gedaagde/eiseres] in 2011 met [eiser/verweerder] in contact kwam. [gedaagde/eiseres] had reeds in 2009 een prijs ontvangen voor deze methode. Om die reden wordt geoordeeld dat de Regenboog Wereldkist reeds een afgerond geheel was. Mede gelet op het registratieve karakter van de proces- en instructiefilms die ter ondersteuning van de Regenboog Wereldkist zijn gemaakt -de rechtbank heeft de beelden bekeken- wordt geoordeeld dat onvoldoende is gesteld om aan te nemen dat deze het persoonlijk stempel van [eiser/verweerder] als maker dragen. Het auteursrecht op deze films komt toe aan [gedaagde/eiseres].

4.13.

Ten aanzien van de promotiefilms voor de Regenboog Wereldkist wordt overwogen dat [gedaagde/eiseres] [eiser/verweerder] gevraagd heeft om die voor haar te maken voor vertoning op haar website. Uit hetgeen partijen hebben aangevoerd en op grond van de stukken is voldoende komen vast te staan dat [gedaagde/eiseres] een afgerond idee had wat zij wilde laten zien in de promotiefilms, zodat ook van deze -eveneens door de rechtbank bekeken- films wordt geoordeeld dat er geen ruimte overbleef voor [eiser/verweerder] om een zodanig persoonlijk stempel op deze films te drukken dat gesproken moet worden van een gedeeld makerschap. Het auteursrecht van deze promotiefilms komt derhalve eveneens toe aan [gedaagde/eiseres].

Films Leskracht

4.14.

Door [eiser/verweerder] wordt tevens auteursrecht geclaimd met betrekking tot een videopresentatie die hij voor Leskracht gemaakt heeft. De rechtbank is echter van oordeel (na het bekijken van deze beelden) dat de inhoud van deze film zozeer bepaald is door het persoonlijk stempel en de creatieve keuzes van [gedaagde/eiseres], dat ook van deze film wordt geoordeeld dat het auteursrecht aan haar toekomt.

Grafische werken

4.15.

Naast het auteursrecht op de films stellen partijen ook ieder dat zij auteursrechthebbende zijn met betrekking tot de overige grafische werken die zijn vervaardigd voor de Regenboog Wereldkist, de Spectrumbox en voor Leskracht.

In de dagvaarding heeft [eiser/verweerder] heel veel grafische materialen genoemd waarvan hij stelt dat hij deze ontworpen heeft. In de conclusie van antwoord in reconventie heeft hij dit in zoverre beperkt dat hij heeft aangevoerd dat hij in deze procedure het auteursrecht claimt ten aanzien van

  • -

    de grafische werken Spectrumbox (zoals getoond in productie 7 bij dagvaarding)

  • -

    de grafische werken Leskracht (zoals getoond in producties 13 t/m 17 bij dagvaarding).

4.16.

Met betrekking tot de grafische werken Spectrumbox, zoals deze zijn weergegeven in productie 7 bij de dagvaarding, wordt overwogen dat naar het oordeel van de rechtbank de afbeeldingen en de inhoud van deze werken zodanig samenhangen met of ontleend zijn aan de filmbeelden dat ook voor deze werken sprake is van gedeeld makerschap van [eiser/verweerder] en [gedaagde/eiseres].

4.17.

Met betrekking tot de grafische werken Leskracht wordt het volgende overwogen.

Productie 13 bij de dagvaarding bestaat uit de Leskracht educatiecirkel, de business cards, de roll-up banner Spectrumbox, de roll-up banner Regenboog Wereldkist, banners voor Twitter en Yurls en de tijdstripposter.

  • -

    De Leskracht Educatiecirkel is naar het oordeel van de rechtbank een weergave van het idee van [gedaagde/eiseres] over de inhoud van de lesmethoden met tekeningen van Hoetmer. Om die reden wordt geoordeeld dat in deze sprake is van het persoonlijk stempel en de eigen creatieve keuzes van Leskracht ([gedaagde/eiseres]) terwijl onvoldoende is gebleken van een eigen persoonlijk stempel van [eiser/verweerder], zodat het auteursrecht op deze Leskracht Educatiecirkel toekomt aan [gedaagde/eiseres].

  • -

    De business cards zijn de kaartjes die ontworpen zijn voor [gedaagde/eiseres], [eiser/verweerder] en Van Zelm om uit te delen. Door [gedaagde/eiseres] is betwist dat het ontwerp van de kaartjes van [eiser/verweerder] afkomstig is en is aangevoerd dat de inbreng van [eiser/verweerder] geen andere is geweest dan de keus om het ontwerp groter/kleiner of smaller/breder te maken en enkele toevoegingen van ondergeschikt belang. Door [eiser/verweerder] is hiertegen geen nader verweer gevoerd, zodat van de juistheid van het betoog van [gedaagde/eiseres] wordt uitgegaan. Om die reden wordt geoordeeld dat het ontwerp van de kaartjes het persoonlijk stempel en de creatieve keuzes van [gedaagde/eiseres] dragen en dat het auteursrecht op de businesscards [gedaagde/eiseres] toekomt.

  • -

    Met betrekking tot de roll-up banner Spectrumbox is door [gedaagde/eiseres] betoogd dat het ontwerp van haar afkomstig is en dat de inbreng van [eiser/verweerder] niet meer is geweest dan de keus om het ontwerp groter/kleiner of smaller/breder te maken en enkele toevoegingen van ondergeschikt belang. Hiertegen is door [eiser/verweerder] geen nader verweer gevoerd, zodat van de juistheid van het betoog van Timmrmans wordt uitgegaan. De rechtbank is van oordeel dat voldoende vaststaat dat de getoonde tekening afkomstig is van Hoetmer en dat de teksten afkomstig zijn van [A.]/[gedaagde/eiseres], zodat sprake is van een persoonlijk stempel en creatieve keuzes van Leskracht. Het auteursrecht op deze banner berust derhalve bij [gedaagde/eiseres].

  • -

    De roll-up banner Regenboog Wereldkist is naar het oordeel volledig gebaseerd op de ideeën en de vormgeving die door [gedaagde/eiseres] reeds aan de Regenboog Wereldkist was gegeven. Ten aanzien van deze banner is niet gebleken van een persoonlijk stempel of enige creatieve inbreng van [eiser/verweerder]. Het auteursrecht op deze banner komt toe aan [gedaagde/eiseres].

  • -

    De banners voor Twitter en YurlsHet auteursrecht zijn naar het oordeel van de rechtbank een weergave van de ideeën en tekeningen van [gedaagde/eiseres] en [eiser/verweerder] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt waaruit zijn persoonlijk stempel en zijn creatieve inbreng ten aanzien van deze banners hebben bestaan.

Het auteursrecht op deze banners komt toe aan [gedaagde/eiseres].

 Ten aanzien van de Tijdstripposter heeft Timmersmans gesteld dat zij deze heeft ontworpen en vormgegeven en dat de bijdrage van [eiser/verweerder] niet meer heeft bedragen dan het aanpassen van het eerdere ontwerp voor een specifiek gebruik door het formaat aan te passen. Dit is door [eiser/verweerder] niet weersproken, zodat de rechtbank van de juistheid van dit betoog van [gedaagde/eiseres] uitgaat. Naar het oordeel van de rechtbank is derhalve in het licht van de betwisting van [gedaagde/eiseres] door [eiser/verweerder] onvoldoende gesteld waaruit zijn persoonlijk stempel en zijn creatieve inbreng hebben bestaan. Het auteursrecht op deze tijdstripposter komt toe aan [gedaagde/eiseres].

4.18.

Productie 14 bij de dagvaarding betreft de Leerkrachtentraining Regenboog Wereldkist met handouts. Door [gedaagde/eiseres] is betwist dat hierbij sprake is van enige creatieve inbreng van [eiser/verweerder]. Dit is door [eiser/verweerder] niet verder weersproken. De rechtbank is van oordeel dat ook in dit geval sprake is van een weergave van de ideeën en de vormgeving (tekeningen) van [gedaagde/eiseres] zodat sprake is van haar persoonlijk stempel en creatieve inbreng. Het auteursrecht op deze leerkrachtentraining komt aan [gedaagde/eiseres] toe.

4.19.

Productie 15 bij de dagvaarding betreft de Leerkrachtentraining en de handouts voor de Spectrumbox. Ook ten aanzien van deze leerkrachtentraining is door [gedaagde/eiseres] betwist dat hierbij sprake is geweest van enige creatieve inbreng van [eiser/verweerder]. Dit is door [eiser/verweerder] niet verder weersproken. De rechtbank is van oordeel dat de inhoud van deze leerkrachtentraining een weergave is van de ideeën en de vormgeving (tekeningen) van [gedaagde/eiseres] zodat sprake is van haar persoonlijk stempel en creatieve inbreng en het auteursrecht op de inhoud van deze leerkrachtentraining aan [gedaagde/eiseres] toekomt.

Ten aanzien van het voorblad is door [gedaagde/eiseres] aangevoerd dat de tekeningen afkomstig zijn van Hoetmer, dat de opstelling van de figuurtjes in een v-opstelling is gedaan op verzoek van [A.] en dat de figuurtjes ieder staan voor een stap in het lesprogramma en dat de volgorde van de figuurtjes dwingend is voorgeschreven. Hiertegen is door [eiser/verweerder] geen nader verweer gevoerd. Om die reden wordt geoordeeld dat ook het voorblad het persoonlijk stempel en de creatieve keuzes van Leskracht draagt zodat ook het auteursrecht op het voorblad toekomt aan [gedaagde/eiseres].

4.20.

Productie 16 bij de dagvaarding betreft een workshop handout Wereldoriëntatie & Taal in de 21ste eeuw. Deze handout heeft een voorblad met foto’s die ontleent zijn aan filmbeelden voor de Spectrumbox. Ook op bladzijde 11 van de handout is een foto afgedrukt die is ontleent aan de filmbeelden van de Spectrumbox. De rechtbank is van oordeel dat aangezien met betrekking tot de films sprake is van een gedeeld makerschap op deze foto’s een gezamenlijk auteursrecht rust voor [eiser/verweerder] en [gedaagde/eiseres]. De verdere inhoud van de handout berust echter zozeer op de ideeën van [gedaagde/eiseres] over de lesmethode dat hier sprake is van haar persoonlijk stempel en haar creatieve keuzes. Aangezien hier echter sprake is van één werk, wordt geoordeeld dat het auteursrecht toekomt aan [gedaagde/eiseres], maar dat zij voor het gebruik van de daarin afgebeelde foto’s toestemming van [eiser/verweerder] nodig heeft.

4.21.

Productie 17 bij de dagvaarding toont het certificaat dat wordt uitgereikt na een positieve afronding van de leerkrachtentrainingen. [eiser/verweerder] heeft gesteld dat hij dit ontworpen heeft. [gedaagde/eiseres] heeft aangevoerd dat de vormgeving dit certificaat triviaal is en een onbeschermde stijl betreft, zodat dit niet in aanmerking komt voor enige auteursrechtelijke bescherming. Zij heeft er op gewezen dat op het internet eenvoudig vrijwel identieke certificaten te vinden zijn. In reactie op dit betoog heeft [eiser/verweerder] geen nader verweer gevoerd. De rechtbank is van oordeel dat het betoog van [gedaagde/eiseres] slaagt. Het certificaat heeft niet een dusdanige vormgeving dat deze voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Aan geen van partijen komt een auteursrecht toe met betrekking tot dit certificaat.

4.22.

Uit hetgeen hiervoor onder rechtsoverweging 4.16 en 4.20 is overwogen volgt dat een gedeeld makerschap toekomt aan [eiser/verweerder] en [gedaagde/eiseres] met betrekking tot de grafische materialen van de Spectrumbox en de foto’s die gebruikt zijn in de handout workshop Wereldoriëntatie & Taal in de 21ste eeuw. Ten aanzien van deze materialen zal aan [gedaagde/eiseres] analoog aan het bepaalde in artikel 45d eerste lid Aw de verplichting worden opgelegd tot betaling van een billijke vergoeding voor de overdracht door [eiser/verweerder] van de rechten en de exploitatie van deze materialen.

De vorderingen

4.23.

Op grond van hetgeen hierboven is overwogen en beslist wordt geoordeeld dat in conventie de sub 1 primaire vordering wordt afgewezen, maar dat de subsidiair door [eiser/verweerder] gevorderde verklaring voor recht dat hij mede auteursrechthebbende is gedeeltelijk toewijsbaar is in die zin dat [eiser/verweerder] mede auteursrechthebbende is op de films vervaardigd voor of met betrekking tot de Spectrumbox, de grafische werken van de Spectrumbox zoals getoond in productie 7 bij de dagvaarding en de foto’s gebruikt in de handout workshop Wereldoriëntatie & Taal in de 21ste eeuw zoals getoond in productie 16 bij de dagvaarding.

4.24.

De vorderingen sub 2, 3 en 4 die ertoe strekken Leskracht te bevelen het gebruik van alle genoemde werken te staken en gestaakt te houden en deze ter vernietiging aan [eiser/verweerder] af te dragen worden afgewezen. Er is (uitsluitend) met betrekking tot de hiervoor in 4.23 genoemde werken immers sprake van een gedeeld makerschap. Dit houdt in dat [gedaagde/eiseres] naast [eiser/verweerder] gerechtigd is tot het gebruik van deze materialen. Hieruit volgt tevens dat ook de vorderingen die gebaseerd zijn op een volledig aan [eiser/verweerder] toekomend auteursrecht niet toewijsbaar zijn. Partijen dienen het alleen eens te worden over een billijke vergoeding voor de overdracht van de rechten en de exploitatie van de genoemde werken door [eiser/verweerder] aan [gedaagde/eiseres], zoals bedoeld in artikel 45d Aw.

4.25.

Naar het oordeel van de rechtbank kan voor het recht op die vergoeding de grondslag onrechtmatige daad in de geschetste omstandigheden niet tot verdergaande aanspraken leiden dan de aanspraken die uit genoemde bepaling volgen. Ook de grondslag van de voorwaardelijke eis van [eiser/verweerder], te weten opdracht, is niet deugdelijk, nu uit de eigen stellingen van [eiser/verweerder] voldoende volgt dat van opdracht geen sprake was. Nu de vordering van [eiser/verweerder] er in wezen toe strekt een billijke vergoeding te verkrijgen voor de exploitabele vruchten van zijn arbeid zal de rechtbank aan de berekening van de vergoeding artikel 45d Aw ten grondslag leggen.

4.26.

Ten aanzien van de vorderingen in reconventie wordt overwogen dat beide vorderingen in beginsel toewijsbaar zijn.

4.27.

Ten overvloede overweegt de rechtbank dat partijen er - gelet op de aard van de zaak - goed aan zouden doen om de regie over hun geschil terug te nemen en gezamenlijk in een redelijk gesprek, op basis van de in dit vonnis vastgestelde uitgangspunten, te trachten te komen tot de-escalatie van hun geschil en tot vaststelling van de redelijke vergoeding aan die [gedaagde/eiseres] aan [eiser/verweerder] is verschuldigd.

[eiser/verweerder] dient zich bij het voeren van dat gesprek te realiseren dat [gedaagde/eiseres] niet verplicht is om het exploitatierecht van de werken waarop een gedeeld makerschap rust langer uit te oefenen dan als reactie op de (mogelijk aan mode onderhevige) vraag uit de markt commercieel mogelijk of wenselijk is. [gedaagde/eiseres] dient zich te realiseren dat een niet zakelijk gemotiveerde (bijvoorbeeld op rancune gebaseerde) beslissing om een op zichzelf genomen florerende exploitatie van de werken ten aanzien waarvan [eiser/verweerder] een vergoedingsrecht heeft stop te zetten en met een nieuw product door te gaan, onzorgvuldig zou kunnen zijn.

4.28.

Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte uit te laten over de wijze waarop de redelijke vergoeding moet worden berekend. De rechtbank acht het voor de hand liggen om bij die berekening uit te gaan van 22% van de winst voor zover die is toe te rekenen aan de Spectrumbox-werken waarop gedeeld auteursrecht rust. Het debat zou dan met name moeten gaan over de vraag hoe die vergoeding is vast te stellen zonder dat deze op zichzelf een nieuwe bron van geschillen gaat vormen. Uiteraard staat het partijen vrij ook in dit stadium van de procedure in onderling overleg tot een regeling in der minne te komen.

4.29.

De rechtbank hecht er aan partijen reeds op dit moment te laten weten dat in het eindvonnis zal worden beslist dat de proceskosten worden gecompenseerd en dat iedere partij de eigen kosten zal dragen.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 26 april 2017 voor akte uitlating aan de zijde van partijen overeenkomstig hetgeen in rechtsoverweging 4.28 is overwogen en beslist.

in conventie en in reconventie

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2017.1

1 type: 1155 coll: