Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:1374

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21-02-2017
Datum publicatie
22-02-2017
Zaaknummer
C/15/225412 HA RK 17-34
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

wrakingverzoek kennelijk niet ontvankelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Wrakingskamer

zaaknummer: C/15/225412 HA RK 17-34

Datum uitspraak : 21 februari 2017

BESLISSING op het schriftelijk verzoek tot wraking van:

[verzoeker]

[adres] ,

hierna te noemen: verzoeker.

1 PROCESVERLOOP

Bij brief van 20 februari 2017 heeft verzoeker een verzoek gedaan tot wraking van mr. M. Wouters (hierna te noemen: de rechter) als behandelend rechter-commissaris van de bij deze rechtbank, locatie Alkmaar, aanhangige zaak met insolventienummer C/15/16/273, hierna te noemen de hoofdzaak.

Het betreft hier een tweede verzoek tegen de rechter in deze hoofdzaak.
Bij beslissing van 26 januari 2017 is een eerste verzoek door de meervoudige wrakingskamer afgewezen.


De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek.

2 BEOORDELING VAN HET VERZOEK

Verzoeker heeft in zijn verzoek voorop gesteld dat zijn grieven zich primair richten tegen [curator] als curator in het faillissement van verzoeker.
Het wrakingsverzoek bevat inderdaad slechts grieven tegen [curator] voornoemd.
Verzoeker meent dat een wrakingsverzoek de – enige – weg is om zijn klachten aan de orde te stellen.


Naar het oordeel van de wrakingskamer dient het verzoek wegens kennelijke
niet-ontvankelijkheid buiten behandeling te worden gesteld.

Bij beslissing van 26 januari 2017 heeft de wrakingskamer als oordeel uitgesproken dat inhoudelijke beslissingen van de rechter in de hoofdzaak zich in beginsel niet lenen voor toetsing door de wrakingskamer.

Onder verwijzing naar paragraaf 4.1. van het hierna te noemen wrakingsprotocol stelt de rechtbank voorop dat een verzoek tot wraking gemotiveerd dient te zijn. De verzoekende partij dient opgave te doen van de feiten en omstandigheden die het vermoeden wettigen dat de rechter bij de behandeling van de zaak niet onpartijdig of onafhankelijk zal zijn.

Verzoeker heeft aan dit vereiste niet voldaan. Verzoeker heeft zich nu immers opnieuw met inhoudelijke bezwaren tot de wrakingskamer gewend. Een dergelijk verzoek dient reeds op grond van de wet (artikel 37 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering) buiten behandeling te blijven. In dit geval zijn de grieven bovendien niet gericht tegen inhoudelijke beslissingen van de rechter maar tegen beslissingen of handelingen van de curator.

Het wrakingsverzoek mist iedere onderbouwing met betrekking tot een grond voor een vermoeden als hierboven bedoeld, zodat het zich niet leent voor inhoudelijke beoordeling.
Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1, in samenhang met paragraaf 4.1. van het wrakingsprotocol van deze rechtbank – op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: www. rechtspraak.nl/Rechtbank Noord-Holland/Regels en procedures/meer regels en procedures – zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling stellen.

3 BESLISSING

De rechtbank:


-verklaart het gedane verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk;
- stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling;

Deze beslissing is gegeven door mr. P.H.B. Littooy als voorzitter van de wrakingskamer en uitgesproken in tegenwoordigheid van D.H. Geuze, griffier, ter openbare terechtzitting van 21 februari 2017.