Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:1250

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
09-02-2017
Datum publicatie
17-02-2017
Zaaknummer
15/700403-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Dodelijk ongeval

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700403-15 (P)

Uitspraakdatum: 9 februari 2017

Tegenspraak (gemachtigd raadsman)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 januari 2017 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. A.S. Heij en van hetgeen de raadsman van verdachte, mr. A.J.J. van der Heiden, advocaat te Den Helder, naar voren heeft gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Primair

hij op of omstreeks 28 augustus 2015 te 't Zand, gemeente Schagen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bestelbus, merk Volkswagen, [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, de Parallelweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

-terwijl hij ter plaatse goed bekend is- aldaar te rijden:

- met een (veel) hogere snelheid dan ter plaatse (gelet op de toen geldende omstandigheden) toegestaan en/of verantwoord was en/of

- met een snelheid die zo hoog was dat hij niet in staat is gebleken om (a) zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of (b) zijn motorrijtuig voortdurend onder controle te houden en/of (c) zoveel mogelijk rechts te houden,

immers verdachte is -rijdend als hiervoor omschreven- (na een scherpe bocht (chicane) in de weg van -gezien zijn rijrichting- links naar rechts) met dat motorrijtuig zodanig op de rijbaan van die (smalle) weg gaan rijden, dat hij terecht is gekomen op het weggedeelte bestemd voor het tegemoetkomende verkeer en/of (vervolgens) niet in staat geweest is een hem op diezelfde rijbaan tegemoet komende, zich op skeelers verplaatsende, voetganger te ontwijken, waarna een botsing of aanrijding gevolgd is tussen het door hem, verdachte,

bestuurde motorrijtuig en voornoemde voetganger, waardoor die voetganger, [slachtoffer] , werd gedood.

Subsidiair

hij op of omstreeks 28 augustus 2015 te 't Zand, gemeente Schagen, als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto (bestelbus) merk Volkswagen, [kenteken] ), daarmee rijdende op de weg, de Parallelweg,

- met een (veel) hogere snelheid dan ter plaatse (gelet op de toen geldende omstandigheden) toegestaan en/of verantwoord was en/of

- met een snelheid die zo hoog was dat hij niet in staat is gebleken om (a) zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of (b) zijn voertuig voortdurend onder controle te houden en/of (c) zoveel mogelijk rechts te houden,

immers verdachte is -rijdend als hiervoor omschreven- (na een scherpe bocht (chicane) in de weg van -gezien zijn rijrichting- links naar rechts) met dat voertuig zodanig op de rijbaan van die (smalle) weg gaan rijden, dat hij terecht is gekomen op het weggedeelte bestemd voor het tegemoetkomende verkeer en/of (vervolgens) niet in staat geweest is een hem op diezelfde rijbaan tegemoet komende, zich op skeelers verplaatsende, voetganger te ontwijken, waarna een botsing of aanrijding gevolgd is tussen het door hem, verdachte, bestuurde voertuig en voornoemde voetganger,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

3.1.

Inleiding
Op 28 augustus 2015 heeft op de Parallelweg, gelegen naast de Rijksweg N9, in ’t Zand, gemeente Schagen, een verkeersongeval plaatsgevonden. Verdachte is daarbij met de door hem bestuurde bestelbus tegen een skeeleraar, [slachtoffer] aangereden. Als gevolg van dit ongeval is [slachtoffer] ter plekke overleden.

De rechtbank dient te beoordelen of het aan de schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 (WVW) van verdachte te wijten is dat het verkeersongeval met als gevolg het overlijden van [slachtoffer] heeft plaatsgevonden. Indien de rechtbank tot de slotsom zou komen dat dit niet het geval is, moet de rechtbank beoordelen of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in gevaar brengen van het verkeer als bedoeld in artikel 5 Wegenverkeerswet 1994.

3.2.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit, met dien verstande dat zij verdachte verwijt zeer onvoorzichtig te hebben gehandeld.

3.3.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Op grond van het voorhanden dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte met een (veel) te hoge snelheid heeft gereden en kan het rijgedrag van verdachte niet worden gekwalificeerd als roekeloos of zeer dan wel aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend. Het voertuig waarin verdachte reed was in goede conditie. Bovendien reed verdachte niet te hard, was hij in het bezit van een rijbewijs en verkeerde hij niet onder invloed van alcohol of drugs.

Met betrekking tot het subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte niet het opzet, ook niet in voorwaardelijke vorm, heeft gehad om een aanrijding te veroorzaken. Verdachte was zich geenszins bewust van de aanmerkelijke kans dat hij een dodelijk ongeval kon veroorzaken, nog daargelaten dat hij die kans bewust heeft aanvaard.

3.4.

Redengevende feiten en omstandigheden 1

Op 28 augustus 2015 heeft op de Parallelweg langs de N9 in ’t Zand, gemeente Schagen, een verkeersongeval plaatsgevonden.2 De Parallelweg is een weg die door middel van een onderbroken asstreep verdeeld is in twee rijstroken en bestemd is voor verkeer in beide richtingen. In het wegverloop van de Parallelweg bevindt zich een chicane. Aan de westelijke zijde van de rijbaan bevinden zich in deze chicane bosschages. De Parallelweg is gelegen buiten de bebouwde kom. Ter plaatse geldt een maximumsnelheid van 60 km/u.3


Wegsituatie Parallelweg, vanuit het noorden gezien

Bij dit verkeersongeval waren betrokken:

- een bestelbus van het merk Volkswagen, voorzien van [kenteken] , bestuurd door verdachte en

- een persoon op skeelers: [slachtoffer] .4

Verdachte reed als bestuurder van de bestelbus over de Parallelweg in zuidelijke richting. [slachtoffer] verplaatste zich eveneens over de Parallelweg, zij het in noordelijke richting. Ter hoogte van hectometerpaal 106,5 reed verdachte met zijn voertuig door de chicane en kwam in de uitkomende bocht van deze chicane in botsing met de hem op skeelers tegemoetkomende [slachtoffer] .5 Verdachte raakte [slachtoffer] frontaal met de linker voorzijde van zijn bestelbus,6 ten gevolge waarvan laatstgenoemde is gelanceerd en 24 meter verderop in de berm is terechtgekomen.7 [slachtoffer] is als gevolg van de botsing ter plekke overleden.8

Door verkeersdeskundigen van de politie is onderzoek ingesteld naar de toedracht van het ongeval. Op het wegdek is op de weghelft van [slachtoffer] een van het voertuig van verdachte afkomstig driftspoor met een lengte van 20,15 meter aangetroffen.9 Voorts is komen vast te staan dat het botspunt is gelegen op de linkerzijde van de rijbaan10(dus op de weghelft van de skeeleraar – opm. rb)

Aan de hand van het driftspoor kon de gereden snelheid niet worden berekend. Wél wezen rijproeven uit dat het aangetroffen driftspoor niet kon worden nagebootst met een rijsnelheid van 60 km/u. Daarbij kon het voertuig ruimschoots eerder tot stilstand worden gebracht dan de afstand die verdachte nodig had. Zelfs bij 90 km/u stond het voertuig bij de rijproeven eerder stil.11

Uit onderzoek is voorts gebleken dat verdachte 41,36 meter vanaf het botspunt en vanaf aanvang remmen 23,46 meter nodig heeft gehad om zijn voertuig tot stilstand te brengen.12 Daarnaast is het GPS-trackingsysteem van het voertuig van verdachte uitgelezen. Daaruit is komen vast te staan dat het voertuig 29 seconden vóór de botsing met 93 km/u over de Parallelweg reed.13

Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer] eerst toen hij in de bocht (de rechtbank begrijpt: de chicane) reed, heeft gezien14 en een botsing toen onvermijdelijk was.15 Na het moment van de botsing begon verdachte te remmen. Verdachte reed vanwege zijn werk vaker over de Parallelweg.16

3.5.

Bewijsoverwegingen

Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van schuld aan het ontstane verkeerongeval in de zin van artikel 6 WVW, komt het volgens vaste rechtspraak aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Voorts verdient opmerking dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW (vgl. HR 1 juni 2004, NJ 2005/252).

Tegen deze achtergrond overweegt de rechtbank als volgt.

Op grond van bovenstaande feitelijke omstandigheden van het geval staat vast dat verdachte, als bestuurder van een bestelbus, op de openbare weg door een chicane heeft gereden. Ofschoon de exact gereden snelheid niet is komen vast te staan, staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte tijdens de manoeuvre met een veel hogere snelheid heeft gereden dan ter plaatse toegestaan en verantwoord was. De rechtbank kent daarbij betekenis toe aan het gegeven dat verdachte een halve minuut vóór de botsing met 93 km/u over dezelfde weg reed, alsmede aan het van het voertuig van verdachte afkomstige driftspoor. Immers, een driftspoor ontstaat slechts ingeval de bestuurder zijn voertuig met hoge snelheid in een vloeiende zijdelingse beweging dwars door een bocht stuurt. Deze omstandigheden in onderling verband en in samenhang bezien met het feit dat het slachtoffer 24 meter is weggeslingerd, alsmede het feit dat verdachte ruim 23 meter heeft moeten remmen om zijn voertuig tot stilstand te kunnen brengen, maken dat het niet anders kan dat verdachte met een zeer forse snelheid door de chicane heeft gereden. Als gevolg daarvan heeft hij zijn auto niet goed onder controle weten te houden en is daarmee op de verkeerde weghelft terechtgekomen, waar hij in de uitkomende bocht van die chicane de hem tegemoet skeelerende [slachtoffer] niet tijdig heeft gezien om vervolgens zijn snelheid te kunnen aanpassen en tot stilstand te komen, dan wel om uit te wijken. Een botsing was onvermijdelijk.

Deze omstandigheden in aanmerking genomen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden en dus schuld heeft aan het ongeval in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet.

3.6.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 28 augustus 2015 te 't Zand, gemeente Schagen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bestelbus, merk Volkswagen), daarmede rijdende over de weg, de Parallelweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend, -terwijl hij ter plaatse goed bekend is- aldaar te rijden:

- met een veel hogere snelheid dan ter plaatse (gelet op de toen geldende omstandigheden) toegestaan en verantwoord was en

- met een snelheid die zo hoog was dat hij niet in staat is gebleken om
(a) zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en
(b) zijn motorrijtuig voortdurend onder controle te houden en
(c) zoveel mogelijk rechts te houden,

immers verdachte is -rijdend als hiervoor omschreven- (na een scherpe bocht (chicane) in de weg) met dat motorrijtuig zodanig op de rijbaan van die weg gaan rijden, dat hij terecht is gekomen op het weggedeelte bestemd voor het tegemoetkomende verkeer en vervolgens niet in staat geweest is een hem op diezelfde rijbaan tegemoet komende, zich op skeelers verplaatsende, voetganger te ontwijken, waarna een botsing gevolgd is tussen het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig en voornoemde voetganger, waardoor die voetganger, [slachtoffer] , werd gedood.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de straf

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duurt van 6 maanden, alsmede tot een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee jaren.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de strafeis te hoog is en heeft verzocht de gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm op te leggen.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft als bestuurder van een bestelbus, door zeer onvoorzichtig en onoplettend te rijden, een botsing met een hem tegemoetkomende skeeleraar veroorzaakt. Deze skeeleraar, de 30-jarige [slachtoffer] , is aan de gevolgen van dit ongeval overleden. Door het ongeval is [slachtoffer] in het midden van zijn leven uit dat leven weggerukt en is groot en onherstelbaar leed toegebracht aan de nabestaanden van [slachtoffer] . De rechtbank beseft dat geen enkele straf recht zal doen aan het gemis dat de nabestaanden van het slachtoffer hun leven lang nog zullen ervaren.

Het valt verdachte aan te rekenen dat hij zijn verantwoordelijkheid voor de veiligheid van zijn medeweggebruikers niet in acht heeft genomen als gevolg waarvan een zwakkere verkeersdeelnemer van het leven is beroofd.

De rechtbank houdt voorts rekening met het op naam van verdachte staand uittreksel uit de Justitiële Documentatie, gedateerd 2 januari 2017, waaruit blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor een verkeersdelict, noch voor enig ander strafbaar feit.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat onder deze omstandigheden uitsluitend een vrijheidsbenemende straf op zijn plaats is.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte tevens de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen dient te worden ontzegd. Gelet op het gegeven dat verdachte zich na dit feit niet opnieuw schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit, kan worden volstaan met de oplegging van een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

8 Beslissing

De rechtbank:

 Verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.6. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

 Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert en verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

 Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

 Veroordeelt verdachte ter zake van het bewezenverklaarde tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 (één) jaar, met aftrek overeenkomstig artikel 179, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. L.J. Saarloos, voorzitter,

mr. A.S. van Leeuwen en mr. W. Geelhoed, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. D. Ince,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 februari 2017.

mr. Geelhoed is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Het proces-verbaal van aanrijding misdrijf van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 23 november 2015, dossierpagina 3.

3 Het proces-verbaal van Verkeersongevalsanalyse van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] d.d. 26 november 2015 (hierna: VOA), dossierpagina 13.

4 VOA, dossierpagina 11.

5 VOA, dossierpagina 32.

6 VOA, dossierpagina 32.

7 VOA, dossierpagina 24.

8 Een schriftelijk bescheid, te weten een door [forensisch arts] opgemaakt schouwverslag d.d. 28 augustus 2015, dossierpagina 36.

9 VOA, dossierpagina 16.

10 VOA, dossierpagina 32.

11 VOA, dossierpagina 32.

12 VOA, dossierpagina 18.

13 Het proces-verbaal van bevindingen ‘Onderzoek verkeersongeval’ van verbalisanten [verbalisant 4] , [verbalisant 5] en [verbalisant 6] d.d. 26 november 2015, dossierpagina 42.

14 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 28 augustus 2015, dossierpagina 62.

15 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 29 augustus 2015, dossierpagina 66.

16 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 29 augustus 2015, dossierpagina 65.