Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:1249

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
13-02-2017
Datum publicatie
17-02-2017
Zaaknummer
C/15/254463 HA RK 17/22
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingszaak. Verzoeker wraakt rechter, omdat die als voorzieningenrechter eerder een beslagverlof had verleend. Daarnaast heeft de rechter niet toegestaan dat verzoeker de zitting op zijn telefoon opnam.

Beide gronden slagen niet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]

Wrakingskamer

zaaknummer / rekestnummer: C/15/254653 / HA RK 17/22

Beslissing van 13 februari 2017

Op het verzoek tot wraking ingediend door:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker.

Het verzoek is gericht tegen:

mr. J. Blokland,

hierna te noemen: de rechter.

1 Procesverloop

1.1

De verzoeker heeft bij brief van 2 februari 2017 de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, afdeling privaatrecht, sectie kort geding, locatie Alkmaar aanhangige zaak met als zaaknummer C/15/253681 / KG ZA 17/36, hierna ook te noemen: de hoofdzaak.

1.2

De rechter heeft niet in de wraking berust en heeft bij schrijven van 8 februari 2017 op het verzoek gereageerd.

1.3

Het verzoek is vervolgens behandeld ter openbare zitting van de wrakingskamer van 13 februari 2017. Verzoeker en de rechter zijn in de gelegenheid gesteld te worden verschenen en gehoord. Daarnaast is de wederpartij in de hoofdzaak verschenen.

2 Standpunten

2.1

Verzoeker heeft ter onderbouwing van het verzoek -samengevat- het volgende aangevoerd.

2.2

Het verzoek bevat een drietal wrakingsgronden. Als eerste grond voert de verzoeker aan dat de rechter op 26 januari 2017 toestemming heeft verleend aan Lecc Exploitatie De Horn B.V. tot het leggen van conservatoir beslag op de woning van verzoeker terzake van verschuldigde parkbijdragen. Op 31 januari 2017 heeft vervolgens een zitting in een kort geding procedure (hoofdzaak) plaatsgevonden die [de eiseres in kort geding] tegen verzoeker heeft aangespannen. Zij neemt daarin het standpunt in dat zij niet aansprakelijk is voor de facturen die zij maakt in opdracht van Lecc Exploitatie De Horn B.V. Verzoeker stelt zich op het standpunt dat voornoemde procedures sterk met elkaar verweven zijn en dat de rechter bovendien de beschikking heeft gehad over inhoudelijke stukken die zich in het dossier bevonden aangaande het conservatoir beslag op zijn woning. De rechter heeft de stellingen in het beslagrekest - die volgens verzoeker in elk geval deels zijn gebaseerd op leugens - voor waar aangenomen en de vraag van verzoeker ter zitting of de rechtbank de leugens van de eisende partij accepteert, onbeantwoord gelaten. Dit geeft volgens verzoeker blijk van vooringenomenheid en onpartijdigheid van de rechter die naar zijn mening thans geen onpartijdige uitspraak meer kan doen in de aanhangige kort geding procedure.

Als tweede grond voor wraking heeft verzoeker gesteld dat de rechter op de zitting van 31 januari 2017 zijn verzoek om de zitting door middel van audio apparatuur op te mogen nemen, heeft afgewezen. Dit terwijl het een openbare zitting betrof.

Tot slot heeft verzoeker gesteld dat op de zitting van 31 januari 2017 geen griffier aanwezig is geweest, er geen zittingsaantekeningen zijn gemaakt en dat hem geen proces-verbaal van de zitting ter beschikking is gesteld.

2.3

De rechter heeft in zijn schriftelijke reactie -samengevat- het volgende aangevoerd.

Vooropgesteld wordt dat de rechter zich van geen enkele vooringenomenheid bewust is. De hoofdzaak is door [eiseres in kort geding] aangespannen, omdat zij stelde dat door verzoeker een inbreuk werd gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer. [eiseres in kort geding] heeft onder meer een contactverbod jegens verzoeker gevorderd en verwijdering van grievende uitlatingen in een You Tube filmpje dat is geplaatst op de website van verzoeker. Bij deze procedure is Lecc Exploitatie De Horn B.V. geen partij. Anders dan door verzoeker is gesteld ging het door [eiseres in kort geding] jegens hem aangespannen kort geding dan ook niet over de (on)juistheid van de parkbijdragen die verzoeker aan Lecc Exploitatie De Horn B.V. verschuldigd is, maar enkel over het gedrag en de handelwijze van verzoeker jegens [eiseres in kort geding] . Nu de vordering in kort geding een geheel andere procedure betreft en de (on)juistheid van de parkbijdragen niet ter beoordeling staat
-maar het gedrag van verzoeker jegens [eiseres in kort geding] - voert de rechter aan dat hij door het verlenen van verlof voor het leggen van conservatoir beslag niet de schijn van vooringenomenheid op zich heeft geladen. De door verzoeker aan het begin van de zitting gestelde vraag heeft de rechter naar zijn mening terecht niet beantwoord, omdat deze niet ter zake deed. Ook uit het verbieden van een opname op de zitting kan niet de objectieve vrees voor onpartijdigheid of vooringenomenheid worden afgeleid, nu dit een procedurele beslissing betreft die niet de inhoud raakt.

3 De beoordeling

3.1

Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert (de zogenaamde subjectieve toets). Daarnaast kan de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd zijn indien sprake is van feiten of omstandigheden die, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de rechter in de hoofdzaak, grond geven om te vrezen dat een rechter niet onpartijdig is, waarbij ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid van belang is. Die feiten of omstandigheden moeten zwaarwegende redenen opleveren voor objectiveerbare twijfel aan de onpartijdigheid (de zogenaamde objectieve toets).

Het subjectieve oordeel van verzoeker is voor de beoordeling van beide toetsen wel belangrijk maar niet doorslaggevend.

3.2

Uit het schriftelijke wrakingsverzoek en de toelichting daarop ter terechtzitting blijkt niet dat er aanwijzingen zijn voor het oordeel dat de rechter jegens verzoeker enige vooringenomenheid koestert dan wel dat zijn handelen grond heeft gegeven voor de vrees dat het hem aan onpartijdigheid ontbreekt. Daartoe wordt het volgende overwogen.

3.3

De grondslag van het wrakingsverzoek is onder meer gelegen in de vrees dat de rechter vooringenomenheid koestert, nu hij in een andere procedure op 26 januari 2017 verlof heeft verleend aan Lecc Exploitatie De Horn B.V. voor het leggen van conservatoir beslag op de woning van verzoeker. De rechtbank overweegt dat in dergelijke zaken de rechter slechts een summiere toets doet aan de hand van de stellingen van de verzoekende partij, om vast te stellen of die partij voldoende gronden aanvoert om het verzochte verlof te kunnen verlenen. In een eventueel daarop volgend opheffings-kort geding wordt het standpunt van de beslagene gehoord en beoordeeld. Het verlenen van verlof betekent dus niet dat de rechter de stellingen van de verzoekende partij in die procedure als vaststaand aanneemt. Daarom kan de beslissing van de rechter om verlof voor beslaglegging te verlenen naar het oordeel van de rechtbank niet leiden tot de conclusie dat hiermee vooringenomenheid is getoond. Daarbij komt in dit geval ook nog dat het verlof voor beslaglegging is verleend aan Lecc Exploitatie De Horn B.V. in verband met gestelde verschuldigde parkbijdragen, terwijl de hoofdzaak ziet op het verzoek van [eiseres in kort geding] aangaande een inbreuk op haar persoonlijk levenssfeer door verzoeker. Het betreffen derhalve twee verschillende juridische procedures met verschillende te beoordelen feiten. Naar het oordeel van de rechtbank levert deze onderbouwing van verzoeker derhalve geen grond op voor wraking.

3.4

Daarnaast is het aan de behandelend rechter om het maken van beeld- en geluidsopnames al of niet toe te staan. Deze beslissing betreft een ordemaatregel. Op grond van het reglement dient een dergelijk verzoek voorafgaand aan de zitting bij de desbetreffende rechter ingediend te worden. Dat is in deze zaak niet gebeurd. Overigens is de enkele omstandigheid dat een rechter niet toelaat dat dergelijke opnamen van de zitting worden gemaakt, onvoldoende om partijdigheid aan te nemen.

3.5

Tot slot heeft de rechtbank bij haar oordeel meegewogen dat ter terechtzitting van de wrakingskamer is gebleken dat op de zitting van 31 januari 2017 -anders dan verzoeker aanvankelijk heeft gesteld- wel een griffier aanwezig is geweest. Dat verzoeker vooralsnog niet het proces-verbaal van voornoemde zitting heeft ontvangen, kan ook niet tot een ander oordeel leiden, mede gezien het spoedkarakter van de onderhavige wrakingszaak.

3.6

Gelet op hetgeen is overwogen, komt de wrakingskamer tot de conclusie dat niet is gebleken van feiten en omstandigheden op grond waarvan aannemelijk is dat de rechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, ook niet wanneer deze feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang worden beschouwd.

4 Beslissing

De rechtbank

4.1

wijst het verzoek tot wraking van de rechter af,

4.2

beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de rechter en wederpartij in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden,

4.3

beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek en beveelt dat die zaak daartoe in handen wordt gesteld van de voorzitter van de sectie kort geding, locatie Alkmaar.

Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Saarloos, voorzitter, mr. J.L. Roubos, en mr. M.A.J. Berkers, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Nourozi Oranje, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2017.[concipiënt_initialen]

griffier voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.