Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:1179

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-02-2017
Datum publicatie
20-02-2017
Zaaknummer
15.700134.16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Rekestprocedure
Beschikking
Inhoudsindicatie

bezwaarschrift 182 Sv. gegrond nu blijkt dat de auditieve registratie verhoor geen alternatief is voor verdediging om verklaring getuige te toetsen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Registratienummer: 17.16

Parketnummer: 15.700134.16

Uitspraakdatum: 17 februari 2017

Beschikking (ex art. 182 lid 6 Sv.)

1 Ontstaan en loop van de procedure

Op 27 januari 2017 is op de griffie van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, ingekomen een door mr. N. Hendriksen, advocaat, ingediend bezwaarschrift, van:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

te dezer zake woonplaats kiezende te [woonplaats] ,

ten kantore van zijn raadsman mr. N. Hendriksen, hierna verdachte.

Het bezwaarschrift is op 13 februari 2017 achter gesloten deuren in raadkamer behandeld. Hierbij waren aanwezig mr. N. Hendriksen voornoemd, en de officier van justitie,

mr. M.G.T. Kramer.

2 De beoordeling

De raadsman heeft namens verdachte op grond van artikel 182 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) bij brief van 29 november 2016 de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank verzocht om onderzoekshandelingen te verrichten, bestaande uit:

  1. het oproepen van [getuige 1] en [getuige 2] als getuigen;

  2. toegang tot de opnames van studioverhoren die zijn afgenomen met [slachtoffers] ;

  3. [getuige 3] en [getuige 4] horen als getuigen;

  4. het laten uitvoeren van een schouw;

  5. het laten uitvoeren van een reconstructie.

De rechter-commissaris heeft een deel van dit verzoek, te weten het horen van de [getuige 1]

, bij beschikking van 16 januari 2017 afgewezen onder de motivering dat in het proces-verbaal van verhoor [getuige 1] (pagina 37 t/m 42) staat dat zij heeft verklaard dat zij verdachte had gesproken, dat hij begon te huilen en zei dat het door ‘al die klerezooi kwam’ en dat dit voor haar een bekentenis was (pagina 40). Deze verklaring is auditief geregistreerd. Indien de raadsman twijfelt aan de juiste weergave van het door de getuige ondertekende proces-verbaal van verhoor kan hij de officier van justitie verzoeken het verhoor uit te luisteren. Het horen van [getuige 1] daaromtrent is aldus niet nodig.

Op 27 januari 2017 heeft de raadsman tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.

Het bezwaarschrift is, overeenkomstig de wettelijke voorschriften, binnen veertien dagen na de beslissing van de rechter-commissaris en dus tijdig ingediend.

De raadsman heeft in het bezwaarschrift kort samengevat dat [getuige 1] voor verdachte een belastende verklaring heeft afgelegd. [getuige 1] is de ex-partner van verdachte. Haar verklaring in de processtukken kan op verschillende manieren uitgelegd worden. De verdediging wil van [getuige 1] onder andere weten wat er precies is gezegd tijdens het telefoongesprek met verdachte, wat ze van verdachte heeft begrepen, wat ze tegen de politie heeft gezegd, of verdachte echt tegen haar heeft gezegd dat hij het heeft gedaan of dat zij het zo heeft uitgelegd. Ook wil de verdediging de betrouwbaarheid van [getuige 1] toetsen.

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het verzoek tot het horen van [getuige 1]

afgewezen dient te worden en de door de rechter-commissaris gegeven beschikking, d.d. 17 januari 2017, gehandhaafd moet blijven. Uit de stukken in het dossier blijkt voldoende waardoor [getuige 1] de verklaring van verdachte als een bekentenis heeft opgevat.. Het horen van [getuige 1] is daarom niet nodig.

De rechtbank komt tot het volgende oordeel.

Gelet op de belastende verklaring van [getuige 1] jegens verdachte en de door de verdediging – reeds ten overstaan van de rechter-commissaris –gegeven onderbouwing voor het horen van deze getuige, is de rechtbank van oordeel dat de rechter-commissaris niet in redelijkheid tot haar beslissing heeft kunnen komen dat het horen van [getuige 1] niet kan bijdragen aan enige in deze zaak te nemen beslissing.

Auditieve registratie verhoor

In de aangevallen beslissing overweegt de rechter-commissaris dat de verklaring van de te horen getuige auditief is geregistreerd. Indien de raadsman twijfelt aan de juiste weergave van het verhoor in het proces-verbaal, dan zou hij de officier van justitie kunnen verzoeken om het verhoor uit te luisteren.

Voorafgaande aan de raadkamerzitting heeft de rechtbank verzocht om deze auditieve registratie toe te zenden. De officier van justitie heeft de politie verzocht om de opnames digitaal vast te leggen, aan welk verzoek is voldaan. Ter zitting is het desbetreffende onderdeel van het verhoor afgespeeld, op maximale geluidssterkte van de apparatuur. Ondanks serieuze inspanning van de officier van justitie, de raadsman en de leden van de rechtbank was het niet mogelijk om de verklaring van de getuige te horen, afgezien van een enkel woord. Wel waren de aanslagen op het toetsenbord van de typende verbalisant heel duidelijk hoorbaar.

Onder deze omstandigheden kan niet gezegd worden dat het beluisteren van de opnamen een alternatief is voor de verdediging om de verklaring van de getuige te toetsen.

Het bezwaarschrift zal daarom gegrond worden verklaard en het verzoek van de raadsman tot het horen van de [getuige 1] zal alsnog worden toegewezen.

3 De beslissing

Verklaart het bezwaarschrift van verdachte tegen de beschikking van de rechter-commissaris d.d. 16 januari 2017 gegrond;

Vernietigt de bestreden beschikking;

Draagt de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, op alsnog over te gaan tot het horen [getuige 1] als getuige.

4 Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Deze beslissing is op 17 februari 2017 gegeven en uitgesproken in raadkamer door

mr. L.J. Saarloos, voorzitter,

mr. A.S. van Leeuwen en mr. J. van Beek, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier M. Dambrink,

en ondertekend door de voorzitter en de griffier.