Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:11734

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15-02-2017
Datum publicatie
21-12-2021
Zaaknummer
5301983 / CV EXPL 16-7810
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Effectenlease. Beroep op vernietiging ex art. 1:88/89 BW. Nadere bewijslevering van huwelijk ten tijde van aangaan overeenkomst. Screenshot "mijnoverheid.nl" onvoldoende.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton – locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 5301983 / CV EXPL 16-7810

datum uitspraak: 15 februari 2017

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

Inzake

[eiser]

te [woonplaats]

eiser in conventie

verweerder in reconventie

hierna te noemen [eiser]

gemachtigde mr. G. van Dijk (Leaseproces)

tegen

DEXIA NEDERLAND B.V

te Amsterdam

gedaagde in conventie

eiseres in reconventie

hierna te noemen Dexia

gemachtigde mr. T.R. van Ginkel

In conventie en in reconventie

De procedure

[eiser] heeft Dexia op 8 augustus 2016 gedagvaard. Voorheen werden bij alle locaties van de rechtbank Noord-Holland soortgelijke zaken behandeld. De desbetreffende bij de locaties Alkmaar en Zaandam dienende zaken zijn overgedragen aan de locatie Haarlem om de behandeling te bespoedigen.

Dexia heeft geantwoord en een tegenvordering ingediend. Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, heeft [eiser] schriftelijk op het antwoord in conventie en de eis in reconventie gereageerd. Partijen hebben over en weer nog gereageerd, [eiser] als laatste.

De feiten

a. Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V., alsmede van Legio-Lease B.V. (hierna: Labouchere of Legio-Lease) en Dexia Bank Nederland N.V.. Waar hierna sprake is van Dexia worden haar rechtsvoorgangsters daaronder mede begrepen.

[eiser] heeft de volgende effectenleaseovereenkomst met Dexia gesloten, te weten
I. Korting Kado met contractnummer [contractnummer] van 12 april 2000,

hierna te noemen de Overeenkomst.

Bij brief van 12 mei 2006 heeft [Y] gemeld dat zij de nietigheid van de Overeenkomst inroept op grond van de artikelen 1:88 lid 1 sub d en 89 BW.

Bij brief van 3 mei 2006 heeft de gemachtigde van [eiser] namens [eiser] onder meer een beroep gedaan op voormelde nietigheid en Dexia aangemaand tot terugbetaling van al wat [eiser] Dexia heeft betaald.

De gemachtigde van [eiser] heeft tijdig in 2007 een opt-out verklaring namens hem ingediend, waarmee [eiser] heeft aangegeven niet gebonden te willen zijn aan de “Duisenberg-regeling” in het kader van de WCAM.

De vordering in conventie

[eiser] vordert bij dagvaarding samengevat een verklaring voor recht dat de Overeenkomst rechtsgeldig is vernietigd met veroordeling van Dexia tot terugbetaling van al hetgeen ten behoeve van hem krachtens die Overeenkomst aan Dexia is betaald.

Ook vordert [eiser] veroordeling van Dexia tot betaling van rente over de aan Dexia betaalde bedragen vanaf de onderscheiden betaaldata althans vanaf de door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum.

Daarnaast wordt gevorderd dat Dexia bewerkstelligt dat elke registratie bij het Bureau Kredietregistratie in Tiel wordt doorgehaald binnen twee weken na betekening van het vonnis en dat de aan die registratie gekoppelde achterstandscodering ongedaan wordt gemaakt, op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat Dexia hiermee in gebreke blijft met een maximum van € 20.000,00.


Ten slotte vordert [eiser] veroordeling van Dexia tot vergoeding van de door hem aan Leaseproces verschuldigde buitengerechtelijke kosten conform de offerte van zijn gemachtigde althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag en van de kosten van het geding, waarvan het salaris gemachtigde voorwaardelijk wordt gevorderd voor het geval Dexia niet zou worden veroordeeld om de volledige gevorderde buitengerechtelijke kosten te voldoen.

[eiser] heeft onder meer gesteld dat zijn echtgenote, [Y] (hierna: [Y] ), de Overeenkomst tijdig en rechtsgeldig heeft vernietigd. De bevoegdheid tot vernietiging was niet verjaard voordat bij dagvaarding van 13 maart 2003 de collectieve vordering door de Stichting Eegalease werd ingesteld, wat een stuitend effect had op de verjaring.

[eiser] betwist voorts het standpunt van Dexia dat er sprake is van afstand van recht waardoor hij geen aanspraak op stuiting van verjaring zou kunnen doen.


Dexia dient de betaalde bedragen aan [eiser] als onverschuldigd betaald terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de betreffende betaaldata. De A-codering bij de Stichting BKR is ten onrechte geschied en dient ongedaan te worden gemaakt.

Het verweer in conventie en de vordering in reconventie

Dexia heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering, waarop voor zover van belang, hierna zal worden ingegaan.
Dexia vordert in reconventie dat voor recht wordt verklaard dat de Overeenkomst rechtsgeldig tot stand is gekomen, niet is vernietigd en niet bloot staat aan vernietiging op enige grond waarop van de zijde van [eiser] een beroep kan worden gedaan. Dexia betwist bij gebrek aan wetenschap dat [eiser] ten tijde van het aangaan van de overeenkomst met [Y] was gehuwd dan wel een geregistreerd partnerschap was aangegaan, aangezien [eiser] heeft nagelaten een gewaarmerkt uittreksel uit de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) over te leggen.

Dexia stelt verder onder meer dat de vernietigingsbevoegdheid van [Y] al was verjaard op het moment dat zij de vernietiging van de Overeenkomst inriep.

De beoordeling

1. De vorderingen in conventie en in reconventie lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

2. Het meest verstrekkende verweer van Dexia in conventie is dat zij bij gebrek aan wetenschap betwist dat [eiser] ten tijde van het aangaan van de overeenkomst met [Y] was gehuwd dan wel een geregistreerd partnerschap was aangegaan, aangezien [eiser] heeft nagelaten een gewaarmerkt uittreksel uit de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) over te leggen.

3. [eiser] heeft als productie bij de dagvaarding een screenshot van “mijnoverheid.nl” overgelegd. Hij stelt dat deze productie voldoende aantoont dat [eiser] en [Y] ten tijde van het aangaan van de Overeenkomst waren gehuwd, maar hij heeft uitdrukkelijk aangeboden om nader bewijs te leveren, waaronder het overleggen van een GBA-uittreksel, indien de rechtbank daar anders over mocht oordelen.

4. Dexia heeft betwist dat een screenshot van “mijnoverheid.nl” kan volstaan als bewijs van het huwelijk tussen [eiser] en [Y] . Dexia heeft er op gewezen dat een persoon weliswaar niet eigenhandig wijzigingen kan aanbrengen in de gegevens op “mijnoverheid.nl”, maar dat wel voorstelbaar is dat een screenshot wordt gemanipuleerd.

5. Naar het oordeel van de kantonrechter kan [eiser] tegenover de uitdrukkelijke en gemotiveerde betwisting door Dexia van het feit dat [eiser] en [Y] ten tijde van het aangaan van de Overeenkomst gehuwd waren, niet volstaan met het overleggen van een screenshot van “mijnoverheid.nl”, aangezien deze niet voldoende duidelijk is en – in zijn algemeenheid - inderdaad voorstelbaar is dat een screenshot wordt gemanipuleerd. Nu [eiser] uitdrukkelijk heeft aangeboden nader bewijs te leveren in de vorm van een uittreksel uit de Gemeentelijke Basis Administratie, zal hij tot nadere bewijslevering worden toegelaten.

6. De kantonrechter zal de zaak naar de rolzitting verwijzen voor het nemen van een akte door [eiser] waarbij hij een gewaarmerkt GBA-uittreksel als hiervoor bedoeld in het geding kan brengen.

7. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

De beslissing

De kantonrechter:

In conventie en in reconventie

- verwijst de zaak naar de rolzitting van 15 maart 2017 te 10.00 uur voor het nemen van een akte door [eiser] als hiervoor bedoeld;

- bepaalt dat geen uitstel zal worden verleend;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

Coll.