Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:11574

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
05-12-2017
Datum publicatie
06-03-2018
Zaaknummer
27613 HA RK 17-222
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

wraking, verzoek afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]

Locatie Haarlem

Wrakingskamer

zaaknummer: 27613 HA RK / 17-222

Beslissing van 5 december 2017

Op het verzoek tot wraking ingediend door:

[verzoeker] (hierna: verzoeker),

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres:

[adres]

Thans gedetineerd in Forensisch Centrum Teylingereind.

raadslieden: mr. R.T. Poort en mr. H.J.G. Dudink.

Het verzoek is gericht tegen:

mr. E.C. Smits,

mr. P.H. Lauryssen en

mr. M. Goedhuis-Visser,

hierna te noemen: de rechters.

1 Procesverloop

1.1

Verzoeker heeft op 5 december 2017 ter zitting de wraking verzocht van de rechters in de bij deze rechtbank, Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf, locatie Haarlem, aanhangige zaak met als parketnummer 15/870575-17, hierna te noemen: de hoofdzaak.

1.2

De rechters hebben niet in de wraking berust.

1.3

Het verzoek is behandeld ter openbare zitting van de wrakingskamer van 5 december 2017. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn raadslieden mr. H.J.G. Dudink en mr. R.T. Poort. Voorts zijn verschenen de rechters en de officier van justitie, mr. D. Sarin.

1.4

Verzoeker, de rechters en de officier van justitie zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord.

2 Het standpunt van verzoeker

Verzoeker heeft ter onderbouwing van het verzoek – samengevat – het volgende aangevoerd.

Op de vorige zitting van de hoofdzaak, op 5 oktober 2017, heeft de verdediging verzocht om ongeveer vijftien getuigen te horen, hetgeen toen door de rechtbank is afgewezen. Op de zitting van vandaag heeft de verdediging aangegeven een hernieuwd verzoek te willen doen tot het horen van zeven van de voormelde getuigen, waarbij de verdediging heeft aangegeven dat zij gemotiveerd wil reageren op de argumenten die door de rechtbank aan de afwijzing van het verzoek op 5 oktober 2017 ten grondslag zijn gelegd. Hierop is de zitting kort onderbroken en weer hervat en is als beslissing van de rechters meegedeeld dat het verzoek werd afgewezen. De verdediging mocht het verzoek niet verder toelichten. Op deze wijze hebben de rechters de verdediging belet een (gemotiveerd) verzoek te doen tot het horen van getuigen, hetgeen niet is toegestaan. Onder de voormelde omstandigheden is de schijn van vooringenomenheid van de rechters gewekt, omdat de beslissing onbegrijpelijk is.

3 De reactie van de rechters

De rechters hebben – desgevraagd – het volgende verklaard.

Het klopt dat de raadslieden voorafgaand aan de afwijzing van het verzoek tot het horen van de getuigen niet in de gelegenheid zijn gesteld om het verzoek inhoudelijk nader te motiveren. Voormelde beslissing is ingegeven door de feitelijke voorgeschiedenis van het verzoek. Een eerste verzoek tot het horen van zestien getuigen is afgewezen door de rechter-commissaris, omdat dit onvoldoende was gemotiveerd. Het verzoek is vervolgens opnieuw afgewezen ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank d.d. 5 oktober 2017. De rechtbank heeft toen een motivering gegeven. Vandaag heeft de verdediging zonder aankondiging vooraf opnieuw verzocht om zeven van de zestien eerder verzochte getuigen te horen. De rechtbank heeft bij de beslissing vandaag meegewogen dat de zaak vandaag inhoudelijk verder wordt behandeld in de stand waarin het geding zich op en na 5 oktober 2017 bevond, waaronder het gegeven dat al eerder op het verzoek om dezelfde getuigen was beslist. Er is sprake van een proces-beslissing die een rechtbank moet kunnen nemen, zodat de procedure voortgang kan vinden. Het wrakingsmiddel leent zich niet om op te komen tegen proces-beslissingen.

4 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het volgende standpunt gesteld.

Het wrakingsverzoek moet worden afgewezen. Gelet op de eerdere gang van zaken was de beslissing van de rechtbank gerechtvaardigd. Het nemen van een voor de verdediging nadelige of zelfs onjuiste proces-beslissing is niet voldoende om tot wraking over te gaan. De beslissing is begrijpelijk. De verdediging kan hiertegen in hoger beroep gaan.

5 De beoordeling

5.1.

Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd zijn indien sprake is van feiten of omstandigheden die, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de rechter in de hoofdzaak, grond geven om te vrezen dat een rechter niet onpartijdig is, waarbij ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid van belang is. Die feiten of omstandigheden moeten zwaarwegende redenen opleveren voor objectiveerbare twijfel aan de onpartijdigheid. Het subjectieve oordeel van verzoeker is voor de beoordeling van beide toetsen wel belangrijk maar niet doorslaggevend.

5.2

Het verzoek tot wraking van de rechters is gegrond op hun afwijzende beslissing ter terechtzitting van 5 december 2017 op het verzoek van de verdediging om een deel van de getuigen waarvan het verzoek om deze te horen eerder tweemaal werd afgewezen, alsnog te (doen) horen en de omstandigheid dat de verdediging op de zitting geen gelegenheid is geboden het verzoek (nader) toe te lichten. De beslissing op een dergelijk verzoek en de beslissing om de (raadsman van de) verdachte geen nadere gelegenheid voor toelichting te geven, zijn procesbeslissingen. Dergelijke beslissing vormen, ook al vallen die negatief uit voor een partij, op zichzelf geen grond voor wraking omdat de rechters dergelijke beslissingen moeten (kunnen) nemen voor de voortgang van de zaak. De juistheid van een dergelijke beslissing kan ook niet in het kader van een verzoek om wraking, maar alleen in hoger beroep worden getoetst. Dat is slechts anders als uit de beslissing of de omstandigheden waaronder die beslissing is genomen, blijkt dat die beslissing is ingegeven door vooringenomenheid. In deze zaak zijn dergelijke omstandigheden niet gesteld of gebleken.

5.3

De feiten en omstandigheden die namens verzoeker ter onderbouwing van zijn verzoek naar voren zijn gebracht, leveren dus geen grond op voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden en vormen derhalve geen grond voor wraking. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.

6 Beslissing

De rechtbank

6.1

wijst het verzoek tot wraking van de rechters af;

6.2

beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de rechters en de officier van justitie in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;

6.3

beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek en deelt verzoeker, zijn raadslieden en de officier van justitie mee dat het onderzoek ter terechtzitting in de zaak hedenmiddag 5 december 2017 aanstonds zal worden voortgezet.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.J. van Andel, voorzitter, mr. R.H.M. Bruin en mr. drs. W. Aardenburg, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. S.S. Clements, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2017.

griffier voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.