Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:11433

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-10-2017
Datum publicatie
29-01-2018
Zaaknummer
6144635
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Vernietiging ontslag op staande voet wegens weggeven proefjes en gifts. Reglementen onduidelijk; economische waarde gering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2018/529
RAR 2018/71
AR-Updates.nl 2018-0175
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 6144635 \ AO VERZ 17-87 (rvk)

Uitspraakdatum: 4 oktober 2017

Beschikking in de zaak van:

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: [verzoekster]

gemachtigde: mr. C.J.M. Wever, advocaat te Wognum

[toevoegingsnr.: 4MN1499]

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid A.S. Watson (Health & Beauty Continental Europe B.V.),

gevestigd en kantoorhoudende te Renswoude

verwerende partij

verder te noemen: A.S. Watson

gemachtigde: mr. D. Maats, advocaat te Utrecht

1 Het procesverloop

1.1.

[verzoekster] heeft een verzoek gedaan om het door A.S. Watson gegeven ontslag op staande voet te vernietigen. A.S. Watson heeft een verweerschrift ingediend en een tegenverzoek gedaan tot (voorwaardelijke) ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

1.2.

Op 30 augustus 2017 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

2 De feiten

2.1.

[verzoekster], geboren [geboortedag] 1997, is op 18 oktober 2014 in dienst getreden bij A.S. Watson. De laatste functie die [verzoekster] vervulde, is die van Aankomend Verkoopmedewerker, met een salaris van € 162,28 bruto per maand inclusief vakantiegeld.

2.2.

[verzoekster] verrichtte haar werkzaamheden in het filiaal van ICI PARIS XL (een winkelketen die onderdeel uitmaakt van A.S. Watson Benelux) in Hoorn.

2.3.

[verzoekster] heeft op 20 mei 2017 aan haar broer proefjes en gifts meegegeven naar aanleiding van de aankoop van een parfum.

2.4.

Op 25 mei 2017 is [verzoekster] door A.S. Watson (telefonisch) op staande voet ontslagen. A.S. Watson heeft het ontslag bij brief van 30 mei 2017 bevestigd.

2.5.

[verzoekster] heeft op 15 juni 2017 schriftelijk geprotesteerd tegen het ontslag op staande voet.

2.6.

A.S. Watson heeft een reglement opgesteld, waarin, voor zover van belang, het volgende is opgenomen:

‘(…)

Gifts

Gifts zijn door leveranciers beschikbaar gestelde artikelen ter stimulering van de verkoop tijdens acties of gedurende promoties. Deze gifts zijn alleen bedoeld voor de klant en worden verstrekt als aan een bepaalde voorwaarde (aanschaf aantal artikelen of bepaald bedrag) wordt voldaan. Gifts kunnen zowel fysieke artikelen zijn van het betreffende merk (al dan niet in afwijkend formaat) als speciale premiums zoals toilettassen, tassen, make up tasjes etc.

Voor de volledigheid, als een medewerker een aankoop doet en voldoet aan de voorwaarde voor het verkrijgen van de gift, mag zij deze gift wel in ontvangst nemen.

Regels

  • -

    Gifts mogen alleen aan klanten worden meegegeven.

  • -

    Gifts dienen te worden meegegeven op basis van de van te voren bepaalde voorwaarde door de leverancier.

  • -

    Mochten er aan het einde van de promotie periode gifts over zijn dan dienen deze ook te worden ingezet om de omzet te bevorderen en de klant tevredenheid te verhogen.

(…)

Proefjes

Proefjes zijn door de leveranciers beschikbaar gestelde miniverpakkingen van artikelen met als doel de klant thuis kennis te laten met het product. Naast de door de leverancier vervaardigde proefjes kunnen er in het filiaal ook zelf proefjes worden gemaakt door het vullen van geurbuisjes of potjes. De buisjes of potjes dienen te worden gevuld met testers.

Regels

  • -

    Proefjes zijn primair bestemd voor klanten.

  • -

    Proefjes kunnen aan medewerkers worden meegegeven om ze met een product kennis te laten maken.

  • -

    Proefjes mogen alleen worden meegenomen na goedkeuring van de Filiaalmanager. De proefjes dienen in een envelop te worden gedaan en de envelop dient te worden afgetekend door de Filiaalmanager.

  • -

    Proefjes voor medewerkers dienen bij voorkeur zelf gemaakte proefjes te zijn.

(…)

  • -

    Aan het niet naleven van bovenstaande regels en bepalingen zullen passende disciplinaire maatregelen verbonden worden.

  • -

    Het op persoonlijke titel verhandelen van testers of incentives is niet toegestaan. Het niet naleven van deze regel kan worden beschouwd als dringende reden voor ontslag op staande voet.

(…)’

2.7.

Op 28 oktober 2016 is een Whatsapp-bericht verzonden aan de medewerkers van het filiaal Hoorn, met daarin een nadere uitleg over het reglement.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoekster] verzoekt de kantonrechter het ontslag op staande voet te vernietigen en A.S. Watson te veroordelen tot doorbetaling van loon. Aan dit verzoek legt [verzoekster] ten grondslag – kort weergegeven – dat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet en dat dit ontslag niet onverwijld is gegeven. Daarnaast verzoekt [verzoekster] de kantonrechter A.S. Watson, op straffe van een dwangsom te bevelen haar weer toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden met veroordeling van A.S. Watson om [verzoekster] het gemiddeld salaris over de zes maanden voorafgaand aan het ontslag ad € 288,73 bruto per maand te betalen, vanaf het moment dat A.S. Watson is opgehouden te betalen, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente.

4 Het verweer en het tegenverzoek

4.1.

A.S. Watson verweert zich tegen het verzoek. Zij voert aan – samengevat – dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. [verzoekster] heeft in strijd met de geldende regels afgerekend met een familielid (haar broer) en aan hem eigendommen van A.S. Watson meegegeven. Dat levert een dringende reden op. De opzegging heeft bovendien onverwijld plaatsgevonden.

4.2.

In de zaak van het tegenverzoek verzoekt A.S. Watson voorwaardelijk, voor het geval het ontslag op staande voert vernietigd wordt, de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, Burgerlijk Wetboek (BW), in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel e BW en daarbij geen rekening te houden met de opzegtermijn en voorts te verklaren voor recht dat [verzoekster] geen recht heeft op de transitievergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen. Voorts verzoekt A.S. Watson in dat geval de loonvordering af te wijzen, dan wel te matigen; de wettelijke verhoging op nihil te stellen, dan wel te matigen en de gevorderde wedertewerkstelling af te wijzen.

4.3.

A.S. Watson verzoekt voorts veroordeling van [verzoekster] tot betaling van de vergoeding ex art. 7:677 lid 2 en 3 BW ad € 194,74 netto. Deze vergoeding is [verzoekster] verschuldigd omdat zij een dringende reden voor het ontslag heeft gegeven.

4.4.

[verzoekster] heeft daartegen verweer gevoerd en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. [verzoekster] voert aan dat het niet-naleven van het reglement slechts tot een disciplinaire maatregel kan leiden, zodat een ontbinding niet aan de orde is. Indien het verzoek van A.S. Watson wordt toegewezen dan verzoekt [verzoekster] om toepassing van de wettelijke opzegtermijn ex artikel 7:672 lid 1 en lid 2 BW. Voorts verzoekt [verzoekster] om een billijke vergoeding en een transitievergoeding ex artikel 7:673 lid 7 sub c, met vermeerdering van de wettelijke verhoging ex. artikel 7:625 BW over het achterstallige loon en met een veroordeling van A.S. Watson in de proceskosten, nu niet is gebleken dan wel is aangetoond dat A.S. Watson in alle redelijkheid tot dit besluit heeft kunnen komen dan wel geen zelf blaam treft.

5 De beoordeling

het verzoek

5.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontslag op staande voet moet worden vernietigd en of A.S. Watson moet worden veroordeeld tot doorbetaling van loon.

5.2.

[verzoekster] heeft het verzoek tijdig ingediend, omdat het is ontvangen binnen twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

5.3.

Op grond van het bepaalde in artikel 7:677 lid 1 BW is ieder der partijen bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Op grond van artikel 7:678 lid 1 BW worden voor de werkgever als dringende redenen beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Op grond van de jurisprudentie van de Hoge Raad (HR 12 februari 1999 ECLI:NL:HR:1999:ZC2849) moeten bij de beoordeling van de vraag of van zodanige dringende reden sprake is de omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren in de eerste plaats in de beschouwing te worden betrokken de aard en de ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, en verder onder meer de aard van de dienstbetrekking, de duur daarvan en de wijze waarop de werknemer die dienstbetrekking heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zou hebben.

Vertaald naar deze zaak, leidt dat tot het volgende beoordelingskader:

  • -

    zijn de verweten handelingen ernstig?

  • -

    is er een reglement dat die handelingen verbiedt?

  • -

    is dat reglement aan iedereen kenbaar gemaakt, inclusief de sancties ingeval van overtreding van de regels?

  • -

    is het reglement duidelijk?

  • -

    wordt het reglement kenbaar nageleefd?

  • -

    is, c.q. zijn, de sanctie(s) op overtreding van het reglement proportioneel?

5.4.

In deze zaak staat voldoende vast dat de verweten handelingen hebben plaatsgevonden zoals door A.S. Watson beschreven en hiervoor onder r.o. 2.3. genoemd. Partijen verschillen van mening of de proefjes en gifts die [verzoekster] aan haar broer heeft gegeven, een reële economische waarde vertegenwoordigen. Volgens A.S. Watson vertegenwoordigen de weggegeven goederen een waarde van ongeveer € 70,-. [verzoekster] brengt daartegen in dat het geen producten betrof die bestemd waren voor de verkoop, zodat er op de economische waarde daarvan wel wat af te dingen valt. De kantonrechter is van oordeel dat A.S. Watson de waarde van de goederen onvoldoende heeft onderbouwd, maar wil wel aannemen dat de producten een zekeren waarde vertegenwoordigen. Daarbij is echter wel van belang dat het hier om producten gaat die er juist voor bestemd zijn om weggegeven te worden, hetgeen een economische waardering bemoeilijkt.

5.5.

In deze zaak staat vast dat er een reglement is vastgesteld waarin is vastgelegd hoe het personeel met proefjes en gifts dient om te gaan. Echter, eveneens staat voldoende vast dat voornoemde regels kennelijk niet goed kenbaar zijn gemaakt, hetgeen blijkt uit het feit dat A.S. Watson een Whatsapp bericht heeft verstuurd met daarin een nadere uitleg van die regels, welk bericht door [verzoekster] voor een deel is ontvangen.

Onvoldoende is gebleken dat bedoelde regels strikt door A.S. Watson gehandhaafd werden. Daarbij wordt tot slot overwogen dat de toegepaste sanctie op grond van de als producties IV bij antwoord overgelegde reglementen, niet overeenstemt met het reglement. Immers alleen in geval van ‘het op persoonlijke titel verhandelen van testers en incentives’ kan die regel worden beschouwd als dringende reden voor een ontslag op staande voet. Niet in debat is dat van dat laatste geval geen sprake is, zodat alleen daarom al het ontslag op staande voet geen stand kan houden.

Wordt daarbij het vorenoverwogene betrokken, dan ontstaat in deze zaak het beeld dat nog niet goed is uitgekristalliseerd is welk gedrag valt onder het ‘zero tolerance’- beleid en welk gedrag niet.

De conclusie is dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is.

5.6.

Uit artikel 7:681 lid 1, onderdeel a, BW volgt dat de kantonrechter op verzoek van de werknemer de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever kan vernietigen, indien de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, zal het verzoek van [verzoekster] om vernietiging van dat ontslag worden toegewezen. Er is immers sprake van een opzegging in strijd met artikel 7:671 BW, zodat er grond is om toepassing te geven aan artikel 7:681 lid 1 BW.

De gevorderde toelating tot het werk is eveneens toewijsbaar, met dien verstande dat aangezien beide partijen het er over eens zijn dat tewerkstelling in het filiaal te Hoorn niet meer goed mogelijk is, dat plaats zal dienen te vinden in een ander filiaal, binnen een straal van 25 kilometer van Hoorn.

5.7.

Nu het ontslag op staande voet wordt vernietigd, duurt de arbeidsovereenkomst voort en heeft [verzoekster] recht op loon. De vordering van [verzoekster] tot loonbetaling zal daarom eveneens worden toegewezen, met dien verstande dat er naar het oordeel van de kantonrechter geen aanleiding is om daarbij het gemiddeld salaris over de zes maanden voorafgaand aan het gegeven ontslag als uitgangspunt te nemen. In de arbeidsovereenkomst is immers duidelijk een gemiddeld aantal arbeidsuren opgenomen met een daarbij behorend salaris, zodat er geen sprake is van onduidelijkheid over de arbeidsomvang. Uitgangspunt zal daarom moeten zijn het basissalaris van € 162,28 bruto per maand inclusief vakantiegeld. De gevorderde wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW en de wettelijke rente zullen ook worden toegewezen, omdat A.S. Watson te laat heeft betaald, waarbij de wettelijke verhoging zal worden beperkt tot 25%.

5.8.

De proceskosten komen voor rekening van A.S. Watson, omdat zij ongelijk krijgt.

het tegenverzoek en het voorwaardelijke tegenverzoek

5.9.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden op grond van artikel 7:671b lid 1 BW.

5.10.

Hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet moet worden vernietigd. Dat betekent dat de voorwaarde waaronder A.S. Watson het verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft gedaan, is vervuld, zodat dit verzoek zal worden beoordeeld. A.S. Watson heeft ook belang bij de verzochte ontbinding, omdat de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd door het ontslag op staande voet.

5.11.

De kantonrechter stelt voorop dat uit artikel 7:669 lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van [verzoekster] binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 7:669 lid 3 BW is nader omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan. Bij regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 2015 (Stcrt. 2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).

5.12.

A.S. Watson voert aan dat de redelijke grond voor ontbinding is gelegen in het verwijtbaar handelen van [verzoekster], dat maakt dat het vertrouwen beschadigd is. Daarnaast rekent A.S. Watson het [verzoekster] aan dat zij in strijd met de waarheid heeft verklaard en geen berouw toont. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door A.S. Watson in dat verband naar voren gebrachte feiten en omstandigheden geen redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel e BW. Daartoe wordt het volgende overwogen. Zoals in de zaak van het verzoek is geoordeeld valt [verzoekster] geen verwijt te maken van haar handelen, aangezien de geldende regels de verweten gedragingen onvoldoende duidelijk verboden.

5.13.

De kantonrechter ziet, met inachtneming van hetgeen reeds eerder is overwogen geen reden om te oordelen dat herplaatsing van [verzoekster] binnen een redelijke termijn niet mogelijk is.

5.14.

De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van A.S. Watson zal afwijzen en dat de arbeidsovereenkomst dus niet (voorwaardelijk) zal worden ontbonden.

5.15.

Aangezien er geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen kan de gevraagde verklaring voor recht dat [verzoekster] geen aanspraak heeft op de transitievergoeding niet gegeven worden.

5.16.

Aangezien er geen sprake is van een dringende reden, is de door A.S. Watson gevorderde schadevergoeding op grond van artikel art. 7:677 lid 2 en 3 BW ad € 194,74 netto, niet toewijsbaar.

5.17.

De proceskosten komen voor rekening van A.S. Watson, omdat zij ongelijk krijgt.

Deze worden vastgesteld op nihil omdat er geen werkzaamheden zijn verricht die een aparte vergoeding naast de zaak van het verzoek rechtvaardigen.

6 De beslissing

De kantonrechter:

het verzoek

6.1.

vernietigt het ontslag op staande voet;

6.2.

veroordeelt A.S. Watson tot betaling aan [verzoekster] van het loon van € 162,28 bruto per maand inclusief vakantiegeld vanaf het moment dat A.S. Watson is opgehouden te betalen, te vermeerderen met de wettelijke verhoging met een maximum van 25%, en te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf iedere datum van verschuldigdheid tot aan de dag van de gehele betaling;

6.3.

veroordeelt A.S. Watson tot wedertewerkstelling van [verzoekster] in een filiaal van ICI PARIS XL in een straal van 25 km vanaf Hoorn, op straffe van een dwangsom van € 100,- voor elke dag of dagdeel daarvan dat A.S. Watson daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 2.500,-;

6.4.

veroordeelt A.S. Watson tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [verzoekster] tot en met vandaag vaststelt op € 678,00, te weten:

griffierecht € 78,00

salaris gemachtigde € 600,00

6.5.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

het tegenverzoek en het voorwaardelijke tegenverzoek

6.6.

wijst de verzochte (voorwaardelijke) ontbinding af;

6.7.

wijst de verzochte verklaring voor recht af;

6.8.

wijst de verzochte schadevergoeding op grond van artikel art. 7:677 lid 2 en 3 BW ad € 194,74 netto, af;

6.9.

veroordeelt A.S. Watson tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [verzoekster] tot en met vandaag vaststelt op nihil.

Deze beschikking is gewezen door mr. P.G. Vroom, kantonrechter en op 4 oktober 2017 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter