Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:11370

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15-12-2017
Datum publicatie
11-01-2018
Zaaknummer
15/871385-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Promis. Bewezenverklaring mensenhandel en bedreiging. Bewijsoverweging ten aanzien van de minderjarig van het slachtoffer. Beroep op verontschuldigbare dwaling verworpen. De eis van de officier van justitie komt de rechtbank te hoog voor, mede gelet op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, en zij ziet om die reden aanleiding de gevorderde straf te matigen. Gevangenisstraf voor de duur van acht maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/871385-16 (P)

Uitspraakdatum: 15 december 2017

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
1 december 2017 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in Justitieel Complex Zaanstad (uah).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. E. Visser en van hetgeen door verdachte en zijn raadsman mr. R. Lonterman, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:

Feit 1:

hij in of omstreeks de periode van 23 juli 2016 tot en met 27 juli 2016 te Akersloot, gemeente Castricum, en/of te Amersfoort en/of te Amsterdam en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een ander, genaamd [slachtoffer] , geboren [geboortedag] 1999,

(telkens)

1) heeft geworven, overgebracht en/of gehuisvest met het oogmerk van uitbuiting (artikel 273 f lid 1 sub 2), en/of

2) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, dan wel (enige) handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten die (seksuele) handelingen (artikel 273 f lid 1 sub 5), en/of

3) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele handelingen van die [slachtoffer] met of voor een derde tegen betaling (artikel 273f lid 1 sub 8),

terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en waarbij "enige handeling(en)" (zoals genoemd onder 2)) (onder meer) hebben/heeft bestaan uit:

- het boeken van een hotelkamer voor die [slachtoffer] en het ter beschikking stellen van die hotelkamer aan die [slachtoffer] (als werkplek);

- het maken van foto's van die [slachtoffer] in weinig en/of weinig verhullende kledij;

- het aanmaken en/of plaatsen en/of het beheren (waaronder in elk geval begrepen het zogeheten "omhoogplaatsen") van (een) profiel(en) en/of advertentie(s) op één of meer website(s) op internet (waaronder in elk geval www.kinky.nl) waarin die [slachtoffer] als prostituee werd aangeboden en/of waarbij voornoemde foto's zijn gebruikt;

- het gebruikmaken van een op naam van [medeverdachte 1] gesteld [identiteitsbewijs] om een advertentie aan te kunnen maken op de website www.kinky.nl waarin die [slachtoffer] als prostituee werd aangeboden (teneinde de door die website gehanteerde leeftijdscontrole te omzeilen);

- het beschikbaar stellen van een (werk)telefoon aan die [slachtoffer] ;

- het beschikbaar stellen van (een) condoom(s) aan die [slachtoffer] ten behoeve van haar prostitutiewerkzamheden;

- het onderhouden van contacten met (potentiële) prostitutieklant(en) van die [slachtoffer] (via Whatsapp) en het maken van afspraken en/of prijsafspraken met die (potentiële) klant(en);

- het begeleiden van klant(en) naar de werkplek van die [slachtoffer] ;

- het bepalen van de prijzen die die [slachtoffer] moest berekenen voor haar prostitutiewerkzaamheden;

- het instrueren en/of adviseren van die [slachtoffer] terzake haar prostitutiewerkzaamheden;

- het onderhouden van contact (via whatsapp) met die [slachtoffer] tijdens en/of rondom haar prostitutiewerkzaamheden;

- het verblijven in de nabijheid van de werkplek van die [slachtoffer] ;

Feit 2:

hij op of omstreeks 29 september 2016 te Wageningen, althans in Nederland, [medeverdachte 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk dreigend die [medeverdachte 1] een aantal (gesproken) whatsappberichten verzonden met de volgende (dreigende) inhoud:

- " Laatste fucking waarschuwing als je nou niet luistert naar wat ik je zeg ja, heb jij en die kleine van jou allemaal kankerprobleem dan kom ik je nu fucking grijpen, heb je dat gehoord? Kankerhoer", en/of

- " Luister naar wat ik tegen jou zeg voor de laatste keer; jij hebt mij met die kleine krabita [fonetisch] in contact gebracht ja? jullie komen met mij praten, Amersfoort komen, dit dat hoe en wat, je hebt me geboord en toen heb je me gesnitched ja niet lullen van niet. Ik ben niet boos, is geen stress ik vraag een klein ding terug wat ik terug vraag dat jij iemand voor mij vindt, vandaag. Doe je dat niet draai ik je nekje om duidelijk?", en/of

- " Als ik jou tegenkom snij ik je helemaal open", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

3.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde feit, nu niet vaststaat dat [slachtoffer] minderjarig was toen zij in de nacht van 26 op 27 juli 2016 prostitutiewerkzaamheden verrichtte.

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit geen opmerkingen gemaakt.

3.3

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van de aan dit vonnis als bijlage gehechte en daarvan deel uitmakende bewijsmiddelen.1

Ten aanzien van feit 1:

Bewijsoverweging ten aanzien van minderjarigheid [slachtoffer]

Uit de gegevens van de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) blijkt dat [slachtoffer] in 2002 naar Nederland is gekomen. Als geboortedatum is toen opgegeven [geboortedag] 1999. Niet gebleken is dat de IND of een andere autoriteit op enig moment aanleiding heeft gezien aan de juistheid van die opgave te twijfelen. Er heeft sindsdien nooit een wijziging in de geboortedatum plaatsgevonden zoals vermeld in haar gegevens in de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP). Indien [slachtoffer] 22 jaar zou zijn geweest ten tijde van het delict, zoals verdachte stelt, zou zij ongeveer 8 in plaats van 3 jaar moeten zijn geweest op het moment dat zij in Nederland aankwam. Dit zou de IND en andere autoriteiten bij de opgave van een geboortedatum van [geboortedag] 1999 zeker zijn opgevallen. Gelet op het vorenstaande gaat de rechtbank uit van de juistheid van de in het BRP vermelde gegevens, te weten dat [slachtoffer] is geboren op [geboortedag] 1999 en dus ten tijde van het delict nog minderjarig was.

Conclusie

Gelet op de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel van de destijds minderjarige [slachtoffer] , op de wijze zoals hierna in de rubriek bewezenverklaring onder 3.4 is beschreven.

3.4

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1:

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

zij in de periode van 23 juli 2016 tot en met 27 juli 2016 te Akersloot, gemeente Castricum, en te Amersfoort en te Amsterdam,

tezamen en in vereniging met anderen,

een ander, genaamd [slachtoffer] , geboren [geboortedag] 1999,

telkens

1) heeft geworven, overgebracht en gehuisvest met het oogmerk van uitbuiting (artikel 273f lid 1 sub 2), en

2) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, dan wel enige handelingen heeft ondernomen waarvan zij en haar mededaders wisten dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten die seksuele handelingen (artikel 273f lid 1 sub 5), en

3) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele handelingen van die [slachtoffer] met een derde tegen betaling (artikel 273f lid 1 sub 8),

terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en waarbij "enige handelingen" zoals genoemd onder 2 hebben bestaan uit:

- het boeken van een hotelkamer voor die [slachtoffer] en het ter beschikking stellen van die hotelkamer aan die [slachtoffer] (als werkplek);

- het maken van foto's van die [slachtoffer] in weinig kledij;

- het aanmaken en plaatsen en het beheren, waaronder begrepen het zogeheten "omhoog plaatsen", van een profiel en advertentie op een website op internet (www.kinky.nl) waarin die [slachtoffer] als prostituee werd aangeboden en waarbij voornoemde foto's zijn gebruikt;

- het gebruikmaken van een op naam van [medeverdachte 1] gesteld [identiteitsbewijs] om een advertentie aan te kunnen maken op de website www.kinky.nl waarin die [slachtoffer] als prostituee werd aangeboden, teneinde de door die website gehanteerde leeftijdscontrole te omzeilen;

- het beschikbaar stellen van een (werk)telefoon aan die [slachtoffer] ;

- het beschikbaar stellen van (een) condoom(s) aan die [slachtoffer] ten behoeve van haar prostitutiewerkzaamheden;

- het onderhouden van contacten met (potentiële) prostitutieklanten van die [slachtoffer] via WhatsApp en het maken van afspraken en/of prijsafspraken met die (potentiële) klanten;

- het begeleiden van klanten naar de werkplek van die [slachtoffer] ;

- het bepalen van de prijzen die die [slachtoffer] moest berekenen voor haar prostitutiewerkzaamheden;

- het instrueren van die [slachtoffer] terzake haar prostitutiewerkzaamheden;

- het onderhouden van contact (via WhatsApp) met die [slachtoffer] tijdens en/of rondom haar prostitutiewerkzaamheden;

- het verblijven in de nabijheid van de werkplek van die [slachtoffer] ;

Feit 2:

hij op 29 september 2016 te Wageningen, althans in Nederland, [medeverdachte 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

immers heeft verdachte opzettelijk dreigend die [medeverdachte 1] een aantal gesproken WhatsApp berichten verzonden met de volgende dreigende inhoud:

- " Laatste fucking waarschuwing als je nou niet luistert naar wat ik je zeg ja, heb jij en die kleine van jou allemaal kankerprobleem dan kom ik je nu fucking grijpen, heb je dat gehoord? Kankerhoer", en

- " Luister naar wat ik tegen jou zeg voor de laatste keer; jij hebt mij met die kleine krabita [fonetisch] in contact gebracht ja? jullie komen met mij praten, Amersfoort komen, dit dat hoe en wat, je hebt me geboord en toen heb je me gesnitched ja niet lullen van niet. Ik ben niet boos, is geen stress ik vraag een klein ding terug wat ik terug vraag dat jij iemand voor mij vindt, vandaag. Doe je dat niet draai ik je nekje om duidelijk?", en

- " Als ik jou tegenkom snij ik je helemaal open".

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1:

mensenhandel, terwijl de in artikel 273f, eerste lid onder 2º, 5º en 8º omschreven feiten worden gepleegd door twee of meer verenigde personen, onder de omstandigheid dat de persoon ten aanzien van wie de feiten worden gepleegd de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.

Feit 2:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Beroep op verontschuldigbare dwaling

De raadsman heeft, indien is bewezen dat [slachtoffer] minderjarig was, aangevoerd dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van feit 1, nu hem een beroep op verontschuldigbare dwaling toekomt. Verdachte heeft aangegeven dat hij de leeftijd van [slachtoffer] heeft gecontroleerd, waarbij [slachtoffer] een OV-chipkaart heeft getoond met daarop de geboortedatum [geboortedag 2] 1998. Deze omstandigheid in combinatie met het vermoeden dat [slachtoffer] reeds actief was in de prostitutie maakt dat verdachte verontschuldigbaar heeft gedwaald omtrent de leeftijd van [slachtoffer] , aldus de raadsman.

De rechtbank overweegt hierover als volgt. De strekking van artikel 273f, eerste lid, onder 2º, 5º en 8º van het Wetboek van Strafrecht ziet op de bescherming van kinderen, waarbij de minderjarigheid een geobjectiveerd bestanddeel vormt. Op grond daarvan had verdachte de verplichting om gedegen onderzoek te doen naar de leeftijd van het slachtoffer. Nu verdachte slechts is uitgegaan van de geboortedatum op de OV-chipkaart van [slachtoffer] , terwijl een OV-chipkaart geen geldig identiteitsbewijs is, is de rechtbank van oordeel dat verdachte niet aan zijn inspanningsverplichting heeft voldaan. Verdachte komt daarom geen beroep op verontschuldigbare dwaling toe. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertien maanden, met aftrek van de periode die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

6.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat bij een bewezenverklaring kan worden volstaan met oplegging van een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest.

6.3

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan mensenhandel van de minderjarige [slachtoffer] . [medeverdachte 1] heeft [slachtoffer] in contact gebracht met verdachte die op zoek was naar meisjes die geld wilden verdienen. Kort op het eerste ontstane contact zijn er foto’s gemaakt van [slachtoffer] in weinig verhullende kleding en is er een seksadvertentie op kinky.nl geplaatst. Vervolgens heeft [slachtoffer] gebruik gemaakt van een hotelkamer, die door verdachte was geboekt, voor het verrichten van seksuele handelingen met derden. Al die tijd zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de nabijheid van [slachtoffer] verbleven. Daarnaast werd [slachtoffer] via WhatsApp geïnstrueerd met betrekking tot de hanteren tarieven voor seksuele handelingen. [slachtoffer] diende een deel van haar inkomsten af te dragen. Dit terwijl [slachtoffer] zeventien jaar oud en dus minderjarig was. Aldus heeft verdachte deelgenomen aan het misbruik maken van de kwetsbare en afhankelijke positie waarin [slachtoffer] zich als minderjarige bevond. Van personen beneden de leeftijd van achttien jaren wordt niet aanvaard dat zij vrijwillig kiezen voor een baan in de prostitutie; zij dienen in het bijzonder te worden beschermd. Mensenhandel waarbij iemand in de prostitutie wordt gebracht is bovendien een vergaande en ontluisterende manier van uitbuiting, waarbij de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer ondergeschikt wordt gemaakt aan de zucht naar geldelijk gewin van de uitbuiters. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

De rechtbank is van oordeel dat een ernstig feit als het onderhavige de oplegging van een vrijheidsbenemende straf rechtvaardigt. Daarbij komt nog dat verdachte [medeverdachte 1] , die inmiddels verklaringen had afgelegd bij de politie, heeft bedreigd met de dood.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank kennis genomen van het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 6 november 2017, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten met een gewelddadige component. De rechtbank weegt deze omstandigheid ten nadele van verdachte mee bij de straftoemeting.

Verder houdt de rechtbank in het nadeel van verdachte rekening met het gegeven dat uit het dossier volgt dat verdachte als ronselaar voor de prostitutiewerkzaamheden is opgetreden en een leidende rol heeft vervuld.

De rechtbank houdt voorts rekening met de omstandigheid dat de onder 1 bewezenverklaarde feiten van korte duur waren. De eis van de officier van justitie komt de rechtbank in dat opzicht te hoog voor, mede gelet op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, en zij ziet om die reden aanleiding de gevorderde straf te matigen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

7 Beslissing ten aanzien van het beslag

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- 1.00 STK Telefoontoestel Kl: zwart, ALCATEL, 356321,

dient te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het onder 1 bewezen verklaarde feit met behulp van dat voorwerp, dat aan verdachte toebehoort, is begaan.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

33, 33a, 47, 57, 63, 273f en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:
- 1.00 STK Telefoontoestel Kl: zwart, ALCATEL, 356321.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.F. van Hoorn, voorzitter,

mr. D.D.M. Hazeu en mr. N. Boots, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.A. Spoelstra,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 december 2017.

1 De door de rechtbank in de bijlage als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.