Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:11252

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
14-12-2017
Datum publicatie
05-01-2018
Zaaknummer
15/820772-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vrijspraak zedenfeiten, opiumwet, koerier, beroep op psychische overmacht slaagt niet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/820772-15 (P)

Uitspraakdatum: 14 december 2017

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 30 november 2017 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ([geboorteland]),

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. A. van Eck en van hetgeen verdachte en haar raadsman mr. J.H. Heerebout, advocaat te Nieuw-Vennep, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1:

zij op of omstreeks 04 september 2015 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 2:

zij op of omstreeks 4 september 2015 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, afbeeldingen, te weten een video of een film - en/of een gegevensdrager

bevattende afbeeldingen - in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

(bestandsnaam VID-20141130-WA000.mp4)

het oraal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het met betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de bil(len) van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling;

Feit 3:

hij op of omstreeks 4 september 2015 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, afbeelding(en), te weten een video en/of een film en/of een gegevensdrager bevattende (een) afbeelding(en), in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeelding(en) (een) ontuchtige

handeling(en) zichtbaar is/zijn, waarbij een mens en een dier is/zijn betrokken en/of schijnbaar is/zijn betrokken, welke voornoemde ontuchtige handeling(en) - zakelijk weergegeven - bestond(en) uit (onder meer):

(bestandsnaam VID-20150116-WA001.mp4)

het door een volwassen persoon met diens penis penetreren van (de cloaca van) een kip.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten en tot bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feit.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft ten aanzien van feit 2 en feit 3 vrijspraak bepleit. Ten aanzien van het ten laste gelegde onder feit 1 heeft de raadsman een beroep gedaan op psychische overmacht.

3.3.

Vrijspraak ten aanzien van feit 2 en feit 3
Met de officier van justitie en de raadsman is naar het oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder feit 2 en feit 3 ten laste is gelegd, zodat zij daarvan moet worden vrijgesproken.

3.4.

Redengevende feiten en omstandigheden ten aanzien van feit 1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens haar geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aanhouding d.d.
    4 september 2015, opgemaakt door verbalisant [verbalisant];

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 10 september 2015, opgemaakt door verbalisanten [verbalisanten];

  • -

    een deskundigenrapport, te weten het rapport van het Douane Laboratorium te Amsterdam d.d. 10 september 2015, met kenmerk [nummer], opgemaakt door [deskundige].

3.5.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 4 september 2015 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Namens verdachte is door haar raadsman een beroep gedaan op psychische overmacht. Gelet op de door verdachte ter terechtzitting en tegenover de Koninklijke Marechaussee afgelegde verklaringen over haar ex-vriend [naam ex] kon van haar redelijkerwijs niet worden gevergd dat zij tegen de op haar uitgeoefende druk weerstand bood, zodat ontslag van alle rechtsvervolging moet volgen.

Ter terechtzitting is door verdachte verklaard dat zij onder druk is gezet door haar ex-vriend [naam ex] om drugs mee te nemen naar Nederland. Van [naam ex] heeft verdachte, toen zij nog in Nederland was, een enveloppe met € 850,- ontvangen als verjaardagscadeautje. [naam ex] was op dat moment al op de hoogte van de reis van verdachte naar Suriname en heeft haar bij aankomst in Suriname gebeld en haar onder druk gezet om drugs mee te nemen. Verdachte heeft geprobeerd het geld terug te geven, echter dit werd door [naam ex] geweigerd. Toen verdachte aangaf dat zij geen drugs wilde meenemen, heeft [naam ex] gedreigd haar te vermoorden. Ook heeft [naam ex] zijn neef in Suriname ingeschakeld, die met een pistool bij verdachte is geweest om te zorgen dat zij de bolletjes zou slikken, aldus verdachte.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte onder zodanige psychische druk heeft gestaan dat redelijkerwijs niet van haar gevergd kon worden dat zij anders zou handelen dan zij thans heeft gedaan. Wellicht was sprake van een situatie waarin verdachte zich onder druk gezet voelde, maar deze omstandigheid hoeft nog niet direct te betekenen dat haar enige uitweg het smokkelen van de drugs was. Verdachte had op enig moment de hulp van politie of justitie kunnen inroepen, dan wel zich op andere wijze aan het drugstransport kunnen onttrekken. Het beroep van verdachte op psychische overmacht kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet slagen.

Er is ook overigens geen andere omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de straf

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen, waarvan 137 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd dat verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, met een proeftijd van 2 jaren en waarbij als bijzondere voorwaarde een meldplicht dient te worden opgelegd. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 240 uren, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 120 dagen hechtenis.

Ten aanzien van de voorlopige hechtenis heeft de officier van justitie om opheffing verzocht van het reeds geschorste bevel gevangenhouding. Tot slot heeft de officier van justitie met betrekking tot de onder verdachte in beslag genomen Samsung telefoon gevorderd dat deze telefoon aan het verkeer zal worden onttrokken.

6.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ter terechtzitting betoogd dat verdachte al geruime tijd in onzekerheid verkeert over de afdoening van haar strafzaak. Dit zou in de strafmotivering meegenomen moeten worden in het voordeel van verdachte. Een gevangenisstraf ter hoogte van het voorarrest en een gedeeltelijk voorwaardelijke taakstraf acht de raadsman hiervoor het meest passend.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer van 1161,1 gram cocaïne. Dit is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.

Uitgangspunt bij de invoer van cocaïne is dat op grond van de aard en de ernst van het feit – uit een oogpunt van normhandhaving en preventie – alleen een vrijheidsbenemende straf in aanmerking komt.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 31 oktober 2017, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder ter zake van een opiumdelict is veroordeeld;

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 22 februari 2017 van [naam] als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland.

Uit voornoemd voorlichtingsrapport volgt dat verdachte een kwetsbare vrouw is, die door haar naïeve houding naar de buitenwereld ondoordacht kan handelen. Hierdoor gaat verdachte met grote regelmaat over haar grenzen heen. Zij lijkt echter niet goed in staat hier weerstand tegen te bieden. Gelet op deze problematiek heeft verdachte inmiddels zelf hulp ingeschakeld in de vorm van [naam coach], een life coach. De rapporteur van de reclassering heeft een gesprek gehad met [naam coach] en concludeert in zijn rapport dat het contact met [naam coach] een positief effect op haar doen, denken en laten heeft. Verdachte heeft volgens de rapporteur door de gesprekken met [naam coach] meer grip op haar leven gekregen waardoor zij geen grensoverschrijdend gedrag meer hoeft te vertonen.

Al het voorgaande afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte echter aanleiding te bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. De rechtbank acht het positief dat verdachte zelfstandig een life coach heeft ingeschakeld en daarmee inzicht in haar problematiek heeft getoond. Uit de rapportage volgt dat de gesprekken met [naam coach] een positief effect hebben en dat verdachte dit traject wenst te continueren. Gelet hierop ziet de rechtbank geen meerwaarde in het opleggen van een meldplicht bij de reclassering. Tevens is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van het na te noemen aantal uren moet worden opgelegd. In de omstandigheid dat verdachte full time werkt en de zorg heeft voor een minderjarig kind, ziet de rechtbank aanleiding een enigszins lagere werkstraf op te leggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

6.4.

Vermogensmaatregel

De officier van justitie heeft verzocht de onder verdachte in beslag genomen Samsung telefoon te onttrekken aan het verkeer. Verdachte heeft hiertegen geen verweer gevoerd, en de rechtbank ziet grond om de onder verdachte in beslag genomen Samsung telefoon te onttrekken aan het verkeer.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b en 36d van het Wetboek van Strafrecht,

2 en 10 van de Opiumwet.

8 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 2 en feit 3 is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.5. weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt haar daarvan vrij;

bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 137 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

veroordeelt verdachte tot het verrichten van 180 uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 90 dagen hechtenis;

heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

onttrekt aan het verkeer:

- 1.00 STK Telefoontoestel, Kl: zwart SAMSUNG, 15-069882-1

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.J. Bellaart, voorzitter,

mr. I.A.M. Tel en mr. H.D. Overbeek, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. R.C.M. Martens, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 december 2017.