Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:1112

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15-02-2017
Datum publicatie
08-03-2017
Zaaknummer
C/15/253284 / FA RK 17-11
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek ovj tot wijziging van de tweede voornaam vader op geboorteakte kind omdat er sprake is van een kennelijke schrijffout. De vader heeft hiervoor een kopie van zijn geboorteakte overgelegd en de ouders hebben schriftelijk ingestemd met de verzochte wijziging.

De rechtbank heeft het verzoek toegewezen omdat zij bevoegd is kennis te nemen van het verzoek, nu de bevoegdheid van de ambtenaar ter zake de verbetering van kennelijke fouten en misslagen geen exclusieve bevoegdheid is, gelet op het bepaalde in artikel 1: 24 BW (een verbetering van een in de registers van de burgerlijke stand voorkomende akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat).

De rechtbank is echter van oordeel dat de ambtenaar deze schrijf- of spelfout zelf had kunnen verbeteren, aangezien het een kennelijke fout betreft, die voor de ambtenaar eenvoudig - namelijk rechtstreeks uit de overgelegde geboorteakte van de vader - kenbaar was. Dit zou een efficiëntere en snellere route zijn geweest dan via een verzoek aan de rechtbank, al was het alleen al omdat dan de termijn van drie maanden van artikel 1: 24 lid 2 BW niet behoeft te worden afgewacht alvorens tot verbetering van de akte kan worden overgegaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

locatie Haarlem

verbetering akte burgerlijke stand

zaak-/rekestnr.: C/15/253284 / FA RK 17-11

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 15 februari 2017

op het verzoek van de officier van justitie in het arrondissement Noord-Holland

(hierna te noemen: de officier),

gevestigd te Haarlem,

strekkende tot verbetering van:

- de akte met nummer [nummer] van het jaar 2012 de gemeente [gemeente]

betreffende [het kind] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ;

- de akte met nummer [nummer] van het jaar 2015 van de gemeente [gemeente]

betreffende [het kind] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] .

In deze zaak worden als belanghebbenden aangemerkt:

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de moeder,

[de vader] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: vader,

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] ,

hierna te noemen: de ambtenaar.

1 Procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van de officier van justitie, ingekomen op 29 november 2016.

2 Feiten en omstandigheden

2.1.

Op [datum] is in de gemeente [gemeente] een akte van geboorte opgemaakt onder nummer [nummer] van het jaar 2012 van het kind dat daarin - voorzover in dit kader van belang - wordt aangeduid met de volgende gegevens:

KIND

Geslachtsnaam “ [geslachtsnaam] ”

Voornamen “ [voornamen] ”

Dag van geboorte “ [geboortedatum]

OUDERS

Geslachtsnaam vader “ [geslachtsnaam] ”

Voornamen vader “ [voornamen] ”

OVERIGE GEGEVENS

AANGEVER

Geslachtsnaam vader “ [geslachtsnaam] ”

Voornamen vader “ [voornamen] ”

LATERE VERMELDING BETREFFENDE ERKENNING

Erkenner

Geslachtsnaam vader “ [geslachtsnaam] ”

Voornamen vader “ [voornamen] ”

2.2.

Op [datum] is in de gemeente [gemeente] een akte van geboorte opgemaakt onder nummer [nummer] van het jaar 2015 van het kind dat daarin - voorzover in dit kader van belang - wordt aangeduid met de volgende gegevens:

KIND

Geslachtsnaam “ [geslachtsnaam] ”

Voornamen “ [voornamen] ”

Dag van geboorte “ [geboortedatum]

OUDERS

Geslachtsnaam vader “ [geslachtsnaam] ”

Voornamen vader “ [voornamen] ”

OVERIGE GEGEVENS

AANGEVER

Geslachtsnaam vader “ [geslachtsnaam] ”

Voornamen vader “ [voornamen] ”

LATERE VERMELDING BETREFFENDE ERKENNING

Erkenner

Geslachtsnaam vader “ [geslachtsnaam] ”

Voornamen vader “ [voornamen] ”

3 Verzoek

3.1.

De officier verzoekt op basis van een daartoe strekkend verzoek van de ambtenaar beide aktes te verbeteren, in die zin dat daarin de gegevens ten aanzien van de vader als volgt worden verbeterd:

OUDERS

Voornamen vader “ [voornamen] ”

OVERIGE GEGEVENS

AANGEVER

Voornamen vader “ [voornamen] ”

LATERE VERMELDING BETREFFENDE ERKENNING

Erkenner

Voornamen vader “ [voornamen] ”

4 Beoordeling

4.1.

Bij het verzoek van de officier van justitie is overgelegd het door de ambtenaar gedane verzoek aan de officier van 15 november 2016 met als bijlage een “extract of an entry in a REGISTER of BIRTHS” genummerd [nummer] en gedateerd 14 mei 1997 en voorzien van een apostille gedateerd 10 oktober 2016, waaruit blijkt dat de voornamen van de vader zijn: “ [voornamen] ”.

4.2.

Tevens is overgelegd een door de vader en de moeder op 14 november 2016 ondertekende verklaring waaruit blijkt dat zij akkoord gaan met de door de ambtenaar verzochte verbetering van de geboorteaktes van [het kind] en [het kind] .

4.3.

Artikel 1:24 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) bepaalt dat aanvulling van een register van de burgerlijke stand met een daarin ontbrekende akte of latere vermelding, doorhaling van een daarin ten onrechte voorkomende akte of latere vermelding, of verbetering van een daarin voorkomende akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat, op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie kan worden gelast door de rechtbank.

4.4.

Per 1 september 2015 is in werking getreden een nieuw artikel 1:24a BW. In dit artikel is bepaald dat kennelijke schrijf- of spelfouten en kennelijke misslagen ambtshalve door de ambtenaar van de burgerlijke stand kunnen worden verbeterd.


Blijkens de memorie van toelichting bij dit artikel (MvT, Kamerstukken II 2009/10,3244,3, p. 26) behoeft de ambtenaar van de burgerlijke stand voor de verbetering van kennelijke misslagen niet de toestemming van de officier van justitie en zijn de overige verbeteringen voorbehouden aan de rechter. Op deze wijze kan de procedure worden versneld, waardoor er beter tegemoet kan worden gekomen aan de behoeften van de burger. De ambtenaar heeft de bevoegdheid tot ambtshalve correctie van misslagen, zonder machtiging van de officier van justitie, nu al voor de inschrijving van buitenlandse akten in de registers van de burgerlijke stand (art. 1:25 lid 7 BW). Efficiencyredenen rechtvaardigen het afzien van de rol van de officier van justitie bij de ambtshalve verbetering van misslagen van in Nederland of in het buitenland opgemaakte akten die al in de registers van de burgerlijke stand zijn ingeschreven. Daarbij moet worden bedacht dat het bij «kennelijke misslagen» gaat om omissies die voor een ambtenaar van de burgerlijke stand eenvoudig, namelijk «rechtstreeks uit de stukken kenbaar» zijn (Kamerstukken II, 1990/91, 21 847, nr. 3, p. 30). Waarborgen voor de justitiabele, die meent dat een akte ten onrechte is verbeterd omdat het geen «kennelijke misslag» zou betreffen, liggen in de mogelijkheid om daartegen bezwaar bij de rechter aan te tekenen. Deze mogelijkheid bestaat ook als men meent dat het niet om een kennelijke misslag gaat, maar in feite om een aanvulling of verbetering waarover de rechter had moeten oordelen (art. 1:24 BW).

4.5.

Op grond van de overgelegde stukken staat vast dat zowel de geboorteakte van [het kind] als de geboorteakte van [het kind] een schrijf- of spelfout bevat die dient te worden hersteld nu uit eerder genoemd “extract of an entry in a REGISTER of BIRTHS” genummerd [nummer] en gedateerd 14 mei 1997, is komen vast te staan dat de tweede voornaam van hun vader [voornaam] is en deze naam op de beide geboorteaktes ten onrechte staat vermeld als [voornaam] .

4.6.

De rechtbank is van oordeel dat de ambtenaar deze schrijf- of spelfout zelf had kunnen verbeteren, aangezien het een kennelijke fout betreft, die voor de ambtenaar eenvoudig - namelijk rechtstreeks uit de overgelegde geboorteakte van de vader - kenbaar was. Dit zou een efficiëntere en snellere route zijn geweest dan via een verzoek aan de rechtbank, al was het alleen al omdat dan de termijn van drie maanden van artikel 1: 24 lid 2 BW niet behoeft te worden afgewacht alvorens tot verbetering van de akte kan worden overgegaan.

De rechtbank stelt vast dat zij bevoegd is kennis te nemen van het verzoek, nu de bevoegdheid van de ambtenaar ter zake de verbetering van kennelijke fouten en misslagen geen exclusieve bevoegdheid is, gelet op het bepaalde in artikel 1: 24 BW (een verbetering van een in de registers van de burgerlijke stand voorkomende akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat). Het verzoek van de officier zal dan ook worden toegewezen.

5 Beslissing

De rechtbank:

5.1.

Gelast verbetering van de akte [nummer] , voorkomende in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] over het jaar 2012, betreffende:

[het kind] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,

in die zin dat de volgende gegevens worden gewijzigd en komen te luiden als volgt:

OUDERS

Voornamen vader “ [voornamen] ”

OVERIGE GEGEVENS

AANGEVER

Voornamen vader “ [voornamen] ”

LATERE VERMELDING BETREFFENDE ERKENNING

Erkenner

Voornamen vader “ [voornamen] ”

5.2.

Gelast verbetering van de akte [nummer] , voorkomende in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] over het jaar 2015, betreffende:

[het kind] , geboren op [geboortedatum]

in die zin dat de volgende gegevens worden gewijzigd en komen te luiden als volgt:

OUDERS

Voornamen vader “ [voornamen] ”

OVERIGE GEGEVENS

AANGEVER

Voornamen vader “ [voornamen] ”

LATERE VERMELDING BETREFFENDE ERKENNING

Erkenner

Voornamen vader “ [voornamen] ”

5.3.

Draagt - op grond van artikel 1:20e lid 1 BW - de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking -en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld- een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] .

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. van Dam, rechter, in tegenwoordigheid van M.P. Joukes, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2017.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en de verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.