Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:11068

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
22-12-2017
Datum publicatie
28-12-2017
Zaaknummer
15/800182-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zware mishandeling medegedetineerde met schoonmaakmiddel/zuur, 5 jaar gevangenisstraf

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2018-0041
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/800182-17 (P)

Uitspraakdatum: 22 december 2017

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 december 2017 in de zaak tegen:

[verdachte ] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres],

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting [naam P.I.].

De rechtbank heeft ter terechtzitting van 8 december 2017 het ten laste gelegde onder feit 2 afgesplitst en de behandeling daarvan voor onbepaalde tijd aangehouden en de zaak verwezen naar de rechter-commissaris voor het horen van een getuigen, zodat thans alleen het onder 1 ten laste gelegde feit aan de orde is.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. K. Sanders en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. B.J. de Pree, advocaat te Amersfoort, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is onder feit 1 ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 22 november 2016 te Heerhugowaard tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel, te weten verlies, althans (ernstige) vermindering van het gezichtsvermogen heeft toegebracht door ovenreiniger, althans een bijtende chemische vloeistof in het gezicht en de ogen van die [slachtoffer] te gieten/gooien.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot integrale bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit.

3.3.

Partiële vrijspraak van het bestanddeel medeplegen

De rechtbank is van oordeel, op grond van de hieronder te noemen redengevende feiten en

omstandigheden, dat verdachte de ten laste gelegde zware mishandeling met voorbedachte

rade heeft gepleegd. Uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt naar het oordeel van de rechtbank niet dat voldoende wettig en overtuigend bewezen kan worden dat sprake is geweest van medeplegen, zodat verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken. Er zijn weliswaar aanwijzingen in het dossier voor de betrokkenheid van meer personen bij het tenlastegelegde, met name ten aanzien van de medeverdachte [medeverdachte 1] , maar van een dusdanig actieve rol van [medeverdachte 1] (of een ander) dat gesproken kan worden van een nauwe en bewuste samenwerking bij het plegen van het delict is echter onvoldoende gebleken. De verklaring van aangever, die verklaart dat [medeverdachte 1] een actieve rol had en zou hebben gezegd “Hij is ready” en/of “gooi het in zijn gezicht” is hiertoe onvoldoende. De eerst ter terechtzitting afgelegde verklaring van verdachte dat hij in de keuken heeft gezien dat [medeverdachte 1] naar een kast liep met een beker in zijn hand, deze volgoot en wegliep, waarna verdachte na vijf minuten geschreeuw op de gang hoorde, acht de rechtbank niet geloofwaardig, gelet op de bewijsmiddelen die hieronder zullen worden besproken en de omstandigheid dat verdachte ontkent dat hijzelf bij het incident betrokken is geweest.

3.4.

Redengevende feiten en omstandigheden 1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder feit 1 ten laste gelegde feit, met uitzondering van het bestanddeel dat ziet op medeplegen, op grond van het volgende:

Op 21 november 2016 vertelt verdachte tegen medegedetineerde [getuige 1] dat ze [slachtoffer] gaan pakken. [getuige 1] waarschuwt [slachtoffer] als die de volgende ochtend op zijn cel is.2 Op 22 november 2016 ziet medegedetineerde [medeverdachte 1] (tevens medeverdachte) dat verdachte opgefokt is en schoonmaakmiddel uit een spuitfles in een warmhoudglas giet. Op het moment dat [medeverdachte 1] aan verdachte vraagt wat hij gaat doen, zegt verdachte: “die man gaat zien, die man gaat zien”. [medeverdachte 1] leidt hieruit af dat verdachte bedoelt dat hij [slachtoffer] gaat pakken. Die ochtend had [medeverdachte 1] spanningen gezien tussen [slachtoffer] en verdachte.3 Verdachte zegt tegen medegedetineerde [getuige 2] dat hij de muziek in zijn cel hard moet zetten en dat hij, als hij iets hoort, moet doen alsof hij niets heeft gehoord en dat hij (verdachte) aangever moet pakken.4 Even later ziet [medeverdachte 1] aangever [slachtoffer] lopen en hoort hij gespetter. Vervolgens hoort hij aangever veel geluid maken en ziet hij dat aangever in zijn ogen wrijft.5 Ook [getuige 2] hoort een hoop geschreeuw. Hij gaat kijken en ziet dat aangever in de gang op de grond ligt.6 Aangever ziet op dat moment niets meer en heeft heel veel pijn. 7 P.I.-medewerker [getuige 3] hoort gebrul en ziet aangever op zijn knieën zitten. Aangever roept dat zijn ogen “bijten”. De aanwezige P.I.-medewerkers pakken een emmer water om de ogen van aangever te spoelen. [getuige 3] ziet dat de ovenreiniger bijtvlekken op de deur van aangever heeft veroorzaakt.8 Hoofd van de E-afdeling [getuige 4] hoorde aangever schreeuwen, gaat ter plaatse en ziet dat er glas op de grond ligt ter hoogte van (wat haar later bleek) de cel van aangever en ziet dat daar vlekken op de muur zitten.9 P.I.-medewerkers spoelen de ogen van aangever in de doucheruimte.10 Hierop wordt aangever direct met een ambulance naar het ziekenhuis afgevoerd. De fles met ovenreiniger wordt meegegeven aan het ambulancepersoneel. Op de fles is een waarschuwingslogo aanwezig. Er staat in meerdere talen de waarschuwing dat het goed ernstige brandwonden en oogletsel veroorzaakt.11 P.I.-medewerker [getuige 5] deelt mee dat aangever (direct na het incident) onder meer de naam van verdachte heeft genoemd als één van degenen die hem heeft aangevallen.12 Aangever verklaart ten tijde van het doen van zijn aangifte dat degene die ovenreiniger in zijn gezicht heeft gegooid, [verdachte ] heet, dat hij eerder met hem discussies heeft gehad en dat [getuige 1] hem had gewaarschuwd.13 Voornoemde [getuige 4] verklaart dat zij, nadat de ambulance met aangever naar het ziekenhuis was vertrokken, [getuige 1] heeft gesproken. [getuige 1] gaf aan [getuige 4] aan dat hij aangever de dag ervoor had gewaarschuwd dat er wat speelde; er geld zou zijn geboden om aangever te pakken te nemen en dat aangever en verdachte de zaterdag daarvoor twee minuten met elkaar hadden gevochten.14 Uit een medische verklaring van het Oogziekenhuis te Rotterdam van 31 augustus 2017 blijkt dat aangever aan beide ogen chemisch letsel in de vierde graad heeft opgelopen. Aangever heeft aan zijn rechteroog een hoornvliestransplantatie ondergaan. Aangever is aan het linkeroog praktisch blind (visus 0,01). Het rechteroog heeft een deel van het gezichtsvermogen terug gekregen. Het rechteroog is op dit moment zeer slecht ziende. Er is geen eindsituatie bereikt. Het rechteroog kan als gevolg van glaucoomschade of cataract verslechteren. Het linkeroog kan pas na een periode van anderhalf tot twee jaar een traject tot visuele rehabilitatie ingaan. Er is geen eindsituatie bereikt. Dit soort ernstige oogletsels kunnen ook na vele jaren nog tot restverschijnselen leiden, die zijn terug te voeren op het vroegere chemische trauma.15 Aangever heeft inmiddels vijf oogoperaties ondergaan. Men denkt dat hij nog drie oogoperaties zal moeten ondergaan.16

3.5.

Bewijs(middel)overweging

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat de rechtbank meer waarde moet hechten aan de verklaring die door medegedetineerde [getuige 2] als getuige bij de rechter-commissaris is afgelegd dan bij de politie. De verbalisanten hebben [getuige 2] niet goed begrepen als gevolg van zijn gebrekkige Nederlands. Verdachte heeft tegen [getuige 2] niet de dingen gezegd waarover [getuige 2] bij de politie heeft verklaard, maar hetgeen [getuige 2] (met behulp van een tolk) bij de rechter-commissaris heeft verklaard, namelijk dat verdachte aan [getuige 2] heeft gevraagd zijn muziek harder te zetten, zodat verdachte deze in de keuken kon horen, omdat hij dit leuke muziek vond.

De rechtbank volgt dit niet. Allereerst is niet aannemelijk geworden dat de verbalisanten van de politie [getuige 2] ten tijde van het verhoor niet goed hebben begrepen. De verbalisanten zijn bij de rechter-commissaris als getuige gehoord en hebben verklaard dat, voor zover zij het zich herinneren, het verhoor zonder strubbelingen heeft plaatsgevonden en datde taalbarrière geen issue is geweest. Voorts is niet geloofwaardig dat verdachte aan [getuige 2] zou hebben gevraagd om de muziek in zijn cel harder te zetten, zodat verdachte deze in de keuken kon horen. Door de officier van justitie is ter terechtzitting aannemelijk gemaakt (met behulp van een eerder per email overgelegde plattegrond en een lijst met de cel-indeling) dat tussen de keuken die (altijd) door verdachte werd gebruikt en de cel van [getuige 2] , zestien cellen zijn gelegen, zodat niet waarschijnlijk is dat verdachte, indien hij zich inderdaad in de keuken zou bevinden, van die afstand, de muziek op een acceptabele wijze zou kunnen horen.

3.6.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 22 november 2016 te Heerhugowaard aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachte rade zwaar lichamelijk letsel, te weten ernstige vermindering van het gezichtsvermogen heeft toegebracht door ovenreiniger, althans een bijtende chemische vloeistof in het gezicht en de ogen van die [slachtoffer] te gooien.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

zwaremishandeling, gepleegd met voorbedachte rade.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren.

6.2

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich niet uitgelaten over de strafmaat.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zware mishandeling van een medegedetineerde door hem ovenreiniger en/of een ander bijtend (schoonmaak)middel in het gezicht te gooien. Deze zware mishandeling is gepleegd met voorbedachten rade. Het slachtoffer is als gevolg hiervan vrijwel blind geworden aan zijn linkeroog. Het andere oog is na operatie(s) nog steeds zeer slechtziend. Een eindsituatie is nog niet bereikt. Het zicht van het slachtoffer kan in de toekomst verslechteren als gevolg van het chemische trauma. Deze aanval moet voor het slachtoffer schokkend zijn geweest en heeft zijn kwaliteit van leven ingrijpend aangetast. Het slachtoffer maakt thans gebruik van een blindenstok en het is aannemelijk dat hij de rest van zijn leven ernstig visueel gehandicapt zal blijven. Door op een dergelijke wrede wijze een medegedetineerde zwaar te mishandelen en het voornemen daartoe van te voren aan andere gedetineerden mede te delen, is bovendien sprake van een onverschrokken wijze van verkeerd machtsvertoon.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op de over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapporten van Reclassering Nederland gedateerd 18 september 2017, van mevrouw [naam reclasseringswerkster 1] als reclasseringswerkster verbonden aan Reclassering Nederland en 13 januari 2017, van mevrouw [naam reclasseringswerkster 2] , als reclasseringswerkster verbonden aan Reclassering Nederland.

Hoewel in de voormelde rapporten wordt geadviseerd een deels voorwaardelijke straf op te leggen, is de rechtbank van oordeel dat de ernst van het feit slechts de oplegging van een aanzienlijke onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf rechtvaardigt. Hoewel de rechtbank, anders dan de officier van justitie, medeplegen niet bewezen acht, ziet de rechtbank geen aanleiding om de straf die door de officier van justitie is geëist, te matigen.

7 Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 186.700,- (als voorschot) ingediend tegen verdachte wegens materiële (€ 86.700,-) en immateriële (€ 100.000,-) schade die hij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde materiële schade bestaat uit verlies van arbeidsvermogen.

.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder 1 bewezen verklaarde feit. Vergoeding van de immateriële schade komt de rechtbank billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. De vordering zal dan ook (als voorschot) worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 november 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: zware mishandeling] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikelen 36f en 303 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.6. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het onder 1 bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (zegge: vijf) jaren.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe (als voorschot) de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer] geleden schade tot een bedrag van € 186.700,-, bestaande uit een voorschot van € 86.700,- als vergoeding voor de materiële en € 100.000 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 november 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 186.700,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 365 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 november 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.F. van Hoorn, voorzitter,

mr. P. van Steijnen en mr. J.J.M. Uitermark, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.S. Clements,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 december 2017.

Mr. Uitermark en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 16-8-2017 bij de rechter-commissaris in deze rechtbank.

3 Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 20 juni 2017 (dossierpagina 115 e.v.)

4 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 4 april 2017 (dossierpagina 67 e.v.)

5 Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 20 juni 2017 (dossierpagina 115 e.v.)

6 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 4 april 2017 (dossierpagina 67 e.v.)

7 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] d.d. 7 december 2016 (dossierpagina 38 e.v.)

8 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] d.d. 25 januari 2017 (dossierpagina’s 53-56)

9 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 maart 2017 (dossierpagina’s 89-91).

10 Het proces-verbaal van verhoor van getuige E.P.H. Kint d.d. 1 maart 2017 (dossierpagina’s 64 en 65).

11 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 december 2016 (dossierpagina’s 71 en 72).

12 Het Rapport mededeling over gedetineerde van [getuige 5] d.d. 22 november 2016 (dossierpagina 83).

13 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] d.d. 7 december 2016 (dossierpagina 38 e.v.)

14 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 maart 2017 (dossierpagina’s 89-91).

15 Medische verklaring van het Oogziekenhuis Rotterdam d.d. 31 augustus 2017.

16 Verklaring van aangever ter terechtzitting van 8 december 2017.