Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:11066

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
02-11-2017
Datum publicatie
28-12-2017
Zaaknummer
15/870252-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Belaging en bedreiging via Facebook Messenger berichten en icoontjes / afbeeldingen gedurende 36 uur vanaf verschillende valse accounts. Ondanks het blokkeren van de accounts ging verdachte door met het sturen van berichten van andere accounts. In de berichten werd steeds een nieuw element toegevoegd, waaruit blijkt dat verdachte voortdurend op de hoogte was van de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. De verzonden berichten werden gaandeweg specifieker en indringender en maakten een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Daarbij komt dat de berichten door verdachte vanuit een psychiatrisch ziekenhuis werden verstuurd, waar hij op grond van het vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank (uit 2016) was geplaatst was wegens belaging van hetzelfde slachtoffer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/870252-17 (P)

Uitspraakdatum: 2 november 2017

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 19 oktober 2017 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres (3734 AA) Den Dolder, Distelvlinder 5,

thans gedetineerd in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum te Vught.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. A. van Eck en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. J.J.D. van Doleweerd, advocaat te Amersfoort, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1:

hij in of omstreeks de periode van 27 december 2016 tot en met 28 december 2016 in de gemeente Enkhuizen, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] , in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, door het meermalen via facebook zenden van (bedreigende)

berichten en/of afbeeldingen aan die [slachtoffer] ;

Feit 2:

hij in of omstreeks de periode van 27 december 2016 t/m 28 december 2016 op een of meer verschillende tijdstip(pen) in de gemeente Enkhuizen, in elk geval in Nederland, (telkens) [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk voornoemde [slachtoffer] via facebook -berichten toegezonden met de dreigende woorden: "Geniet nog maar van het leven nu het nog kan, daar komt snel genoeg een einde aan" en/of "Je hebt een stuk van mijn toekomst gesloopt door die aangiftes nu zal ik jou gaan slopen" en/of "Niks helpt niemand houdt je veilig, je zal op gaan in vlammen", althans (telkens) woorden van dergelijke dreigende aard of strekking en/of -drie, althans een of meermalen, (een) afbeelding(en) toegezonden van een icoon en/of een duiveltje en/of een of meer doodshoofd(en).

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair bepleit verdachte vrij te spreken voor beide feiten nu de periode in de tenlastelegging slechts is gebaseerd op de aangifte en er derhalve onvoldoende bewijs voorhanden is. Er is geen enkel aanvullend (technisch) onderzoek gedaan naar het tijdstip waarop de berichten zouden zijn verstuurd. Volgens verdachte heeft hij de berichten wel naar aangeefster verstuurd, echter niet in december 2016 maar eind oktober / begin november 2015.

Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte van het onder 1 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken nu geen sprake is van een stelselmatig karakter vanwege het ontbreken van een bepaalde intensiteit, bepaalde duur en een bepaalde frequentie. Er heeft bovendien geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer plaatsgevonden.

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde heeft de raadsman zich subsidiair gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3.

Het oordeel van de rechtbank

3.3.1.

Het oordeel over het onder 1 tenlastegelegde

[slachtoffer] heeft aangifte gedaan van belaging door verdachte op 27 en 28 december 2016. [slachtoffer] heeft een ‘logboek stalking’ bijgehouden, waarin is vermeld op welke datum en welk tijdstip de berichten door [slachtoffer] zijn ontvangen. Verdachte heeft bekend dat hij de berichten vanaf verschillende accountnamen naar [slachtoffer] heeft gestuurd, maar niet op de genoemde data. Volgens verdachte heeft hij de berichten eind oktober / begin november 2015 naar [slachtoffer] gestuurd. Dat laatste acht de rechtbank ongeloofwaardig gelet op de verklaring van aangeefster en de inhoud van de berichten. In de berichten wordt verwezen naar aangiften door [slachtoffer] en schrijft verdachte ‘Niemand neemt mij zomaar zonder payback 1.5 jaar van me leven af’. Naar het oordeel van de rechtbank kan het niet anders dan dat dit ziet op de door verdachte wegens eerdere aangiften van [slachtoffer] doorgebrachte voorlopige hechtenis en de aan hem in 2016 opgelegde maatregel van opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Ook heeft verdachte het in de berichten over de school van [slachtoffer] in Amersfoort, terwijl zij in 2015 nog niet op die school zat. Bovendien wordt in de aangifte van [slachtoffer] van 8 november 2015 (dossierpagina 27) met geen enkel woord gerept over deze berichten, die volgens verdachte vlak daarvoor zouden zijn verstuurd. De rechtbank ziet daarom geen redenen om te twijfelen aan de data genoemd in de aangifte van [slachtoffer] van 14 januari 2017.

Stelselmatigheid en inbreuk op de persoonlijke levenssfeer

Vooropgesteld moet worden dat bij de beantwoording van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in artikel 285b, eerste lid, Sr van belang zijn de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.1 Onder die omstandigheden kan ook een eerdere veroordeling van de verdachte wegens belaging van het slachtoffer worden gerekend.2

Verdachte heeft binnen een tijdsbestek van anderhalve dag vanaf een valse account op Facebook Messenger een aantal nare berichten en icoontjes/afbeeldingen naar [slachtoffer] gestuurd. Nadat [slachtoffer] het account had geblokkeerd, ging verdachte door met het sturen van nare berichten vanaf een tweede valse account. Toen ook het tweede valse account door [slachtoffer] werd geblokkeerd, volgden berichten van een derde valse account. In die berichten werd steeds een nieuw element toegevoegd ( [slachtoffer] volgen op Instagram, school in Amersfoort), waaruit blijkt dat verdachte voortdurend op de hoogte was van de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] . Hiermee stelt de rechtbank vast dat de verzonden berichten gaandeweg specifieker en indringender werden en een inbreuk maakten op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Daarbij komt dat de berichten door verdachte vanuit een psychiatrisch ziekenhuis werden verstuurd, waar hij op grond van het vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank van 12 mei 2016 was geplaatst was wegens belaging van hetzelfde slachtoffer. De berichten, die het oogmerk hadden om [slachtoffer] vrees aan te jagen, hebben veel impact op [slachtoffer] gehad.

Gelet op al deze omstandigheden acht de rechtbank bewezen dat verdachte de onder 1 ten laste gelegde belaging heeft begaan, zoals hierna in de rubriek 3.4. is vermeld.

3.3.2.

Het oordeel over het onder 2 tenlastegelegde

[slachtoffer] heeft ook aangifte tegen verdachte gedaan van bedreiging, geuit in een Facebookbericht van verdachte op 27 en 28 december 2016. Verdachte heeft bekend dat hij de berichten heeft gestuurd, echter niet in de tenlastegelegde periode. Ten aanzien van de door verdachte genoemde periode heeft de rechtbank onder 1 al geoordeeld dat zij die verklaring ongeloofwaardig acht.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte de onder 2 ten laste gelegde bedreiging heeft begaan, zoals hierna in de rubriek 3.4. is vermeld

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

Feit 1:

hij in de periode van 27 december 2016 tot en met 28 december 2016 in de gemeente Enkhuizen wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] , met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te dulden en vrees aan te jagen, door het meermalen via Facebook zenden van bedreigende

berichten en afbeeldingen aan die [slachtoffer] ;

Feit 2:

hij in de periode van 27 december 2016 t/m 28 december 2016 op verschillende tijdstippen in de gemeente Enkhuizen [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] via Facebook -berichten toegezonden met de dreigende woorden: "Geniet nog maar van het leven nu het nog kan, daar komt snel genoeg een einde aan" en "Je hebt een stuk van mijn toekomst gesloopt door die aangiftes nu zal ik jou gaan slopen" en "Niks helpt niemand houdt je veilig, je zal op gaan in vlammen", en afbeeldingen toegezonden van een duiveltje en doodshoofden.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

belaging

Ten aanzien van feit 2:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 220 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaren met als bijzondere voorwaarden:

  • -

    Meldplicht

  • -

    Behandelverplichting

  • -

    Contact- en locatieverbod

Daarnaast acht de officier van justitie controle op het middelengebruik en controle van gegevensdragers aangewezen.

De officier van justitie heeft verzocht de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

6.2.

Standpunt van de verdediging

Indien de rechtbank komt tot een strafoplegging, heeft de raadsman bepleit slechts een gering voorwaardelijk deel op te leggen. Zoals door de deskundigen is aangegeven, zal verdachte, als hem wat autonomie wordt gegeven, daar de motivatie uit halen om te voldoen aan de voorwaarden. Er hoeft geen fors voorwaardelijk deel als stok achter de deur te worden opgelegd omdat reeds van de mogelijkheid van een rechterlijke machtiging voldoende de dreiging uitgaat dat hij die autonomie kwijt kan raken. Voorts ziet de raadsman geen aanleiding een verlengde proeftijd op te leggen. De officier van justitie heeft een verlengde proeftijd van vijf jaar ook niet gemotiveerd.

Verdachte ziet het nut in van een ambulante behandeling in het kader van identiteitsontwikkeling. De rechtbank wordt echter verzocht een alcoholverbod achterwege te laten nu alcohol geen rol heeft gespeeld bij de tenlastegelegde feiten. Voorts wordt verzocht controle op de gegevensdragers achterwege te laten nu dit niet voldoende is onderbouwd en diep in het privéleven van verdachte ingrijpt.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft binnen 36 uur vanaf verschillende valse Facebook accounts diverse nare en bedreigende berichten en afbeeldingen naar het slachtoffer, met wie hij een kortdurende vriendschappelijke relatie heeft gehad, gestuurd terwijl hij wist dat zij daar niet van gediend was. Verdachte heeft hierdoor in ernstige mate inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Dat de berichten van steeds nieuwe valse accounts werden verstuurd en dat verdachte in mei 2016 ook al is veroordeeld voor belaging van hetzelfde slachtoffer, draagt bij aan de indringendheid. Door zijn handelen heeft verdachte overlast voor en gevoelens van onrust en angst bij het slachtoffer veroorzaakt. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten nog lange tijd psychische en emotionele gevolgen daarvan kunnen ondervinden. De rechtbank rekent verdachte in sterke mate aan dat hij met zijn handelen volkomen voorbijgegaan is aan de gevoelens en wensen van het slachtoffer en slechts oog heeft gehad voor zijn eigen frustraties en belangen.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 12 september 2017, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder terzake van belaging en het opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing ex artikel 509 lid 1 sub b, Sv wegens bedreiging en smaad onherroepelijk is veroordeeld tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar.

Voorts heeft de rechtbank gelet op de diverse nader te noemen rapportages.

Het rapport van het Pieter Baan Centrum, opgesteld door drs. [S.V.], psychiater, en drs. [L.V.], Gz-psycholoog, gedateerd 18 september 2017 houdt onder meer het volgende in:

Betrokkene is van 26 mei 2017 tot 7 juli 2017 in het Pieter Baan Centrum opgenomen en heeft zijn volledige medewerking gegeven aan het onderzoek. Er is bij betrokkene sprake van zowel een ziekelijke stoornis in de vorm van schizofrenie (van het paranoïde type) als een stoornis (ernstige afhankelijkheid) in het gebruik van (medicamenteuze) stimulantia. Daarnaast is sprake van identiteitsproblematiek die van dusdanige ernst is dat er gesproken wordt van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Ten tijde van de ten laste gelegde feiten waren de identiteitsproblemen nog aanwezig. Eveneens waren er waarschijnlijk nog negatieve symptomen (maar geen positieve symptomen zoals wanen) aanwezig ten tijde van de tenlastegelegde feiten. De stoornis in het middelengebruik was ten tijde van het ten laste gelegde in een gedwongen remissie. Het onderzoekend team acht van de beschreven problematiek ten tijde van de ten laste gelegde feiten enkel de identiteitsproblemen en daarmee de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens forensisch relevant. In de afwezigheid van wanen en ook omwille van en een andere toeloop met meer reële reden tot boosheid komt het onderzoekend team zodoende geenszins tot een volledige doorwerking van de psychopathologie in het tenlastegelegde. Geadviseerd wordt om het aan betrokkene ten laste gelegde in het bereik van enigszins verminderd tot verminderd toerekeningsvatbaar te plaatsen. Zonder behandeling wordt het recidiverisico voor bedreiging als hoog ingeschat, het escalatierisico richting fysieke agressie niet als evident verhoogd en het risico voor hernieuwd stalkingsgedrag als gemiddeld tot hoog ingeschat. Behandeling en begeleiding in het kader van bijzondere voorwaarden is aangewezen. De behandeling zou het beste via een F-ACT team vormgegeven kunnen worden met daarnaast een aanvullende behandeling via verslavingszorg met specifieke aandacht voor terugvalpreventie. Voorts zou een ambulante meer psychotherapeutische behandeling gericht op de identiteitsproblemen van betrokkene zinvol zijn en is een onderhoudsbehandeling middels antipsychotica of in ieder geval het gebruik van antipsychotica bij verslechtering aangewezen. Het F-ACT team zou tevens een zelfstandige woonvorm kunnen begeleiden.

Met de conclusie van dit rapport kan de rechtbank zich verenigen. De rechtbank zal verdachte ten tijde van het begaan van de onder 1 en 2 tenlastegelegde strafbare feiten enigszins verminderd tot verminderd toerekeningsvatbaar beschouwen.

Ter terechtzitting van 19 oktober 2017 heeft psychiater [S.V.] het rapport als volgt toegelicht:

Het recidiverisico komt naar voren als betrokkene vanuit negatieve symptomen van de ziekelijke stoornis op zoek gaat naar middelen om zich beter te voelen. Middelengebruik verhoogt het risico op (fysieke) agressie. Het F-ACT team kan daar tijdig in signaleren, waarmee een hernieuwde periode van positieve symptomen zoals wanen wordt ondervangen. Het F-ACT team is erin gespecialiseerd om de behandeling tijdig aan te passen en kan ook tijdig ingrijpen als medicatie aangepast moet worden. Daarmee wordt een verkapt verhoogd risico op agressie voorkomen. Het F-ACT team is gewend te werken met mensen waar motivatie een punt is. Betrokkene is gevoelig voor externe motivatie. Een dergelijke begeleiding door het F-ACT team is in de situatie van betrokkene het meest passend.

Psycholoog [L.V.] heeft zich ter terechtzitting van 19 oktober 2017 aangesloten bij hetgeen door psychiater [S.V.] naar voren is gebracht en voorts nog het volgende toegelicht.

De voorgestelde behandeling door het F-ACT team is de minst ingrijpende straf om het recidiverisico naar beneden te brengen.

De rechtbank heeft voorts nog acht geslagen op het over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 28 september 2017 van [M.J.], als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland Advies & Toezichtunit 3 Zuid. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden:

- meldplicht bij de reclassering;

- ambulante behandeling door de forensische polikliniek De Waag en het onderdeel F-ACT of een soortgelijke zorgverlener met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname van maximaal zeven weken;

- contactverbod met [slachtoffer] ;

- meewerken aan het vinden van een passende dagbesteding en huisvesting;

- het zich conformeren aan afspraken en aanwijzingen omtrent de financiële situatie en het middelengebruik van betrokkene;

- meewerken aan controle van digitale gegevensdragers als de reclassering dat nodig vindt

- er aan meewerken dat de reclassering contact onderhoudt met ouders en hulpverlenende instanties en de uitwisseling van informatie over de voortgang.

De reclassering geeft de rechtbank in overweging de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Gelet op het PBC rapport van de psycholoog en de psychiater en het rapport van de reclassering is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd in deze rapporten, nodig is om de kans op herhaling in te perken. De rechtbank acht daarom een deels voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. De rechtbank zal, alles afwegende, een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 220 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk, en met een proeftijd van drie jaren opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. De tijd in voorarrest doorgebracht zal in mindering worden gebracht. De rechtbank zal in het dictum opnemen dat verdachte zich de dag na de uitspraak, 3 november 2017, bij de reclassering dient te melden.

De rechtbank ziet geen aanleiding een verlengde proeftijd, zoals door de officier van justitie gevorderd, op te leggen. Voorts zal de rechtbank de bijzondere voorwaarde controle op gegevensdragers achterwege laten gelet op het feit dat de rechtbank geen meerwaarde ziet in een dergelijke controle.

Omdat er gelet op de eerdere veroordeling en gelet op de inhoud van de rapportage van het PBC ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte indien hij niet wordt begeleid en behandeld wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, beveelt de rechtbank dat de voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 14a, 14b, 14c, 57, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht,

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de onder 3.4. bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 220 (tweehonderdtwintig) dagen.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 60 (zestig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van drie jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich op 3 november 2017 meldt bij de Reclassering Nederland, regio Midden-Noord, mevrouw [M.H.] of een vervang(st)er, telefoonnummer 088 – 80 41101, en zich gedurende de proeftijd zal blijven melden zolang en zo frequent als Reclassering Nederland nodig acht;

- zich houdt aan de aanwijzingen die Reclassering Nederland hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde;

- zich laat behandelen door forensische polikliniek De Waag en het onderdeel F-ACT team of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering nodig vindt, waarbij veroordeelde zich houdt aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. De behandeling kan tevens inhouden:

- een aanvullende behandeling via verslavingszorg met specifieke aandacht voor terugvalpreventie

- een meer psychotherapeutische behandeling gericht op de identiteitsproblemen

- een onderhoudsbehandeling middels antipsychotica of in ieder geval het gebruik van antipsychotica bij verslechtering

- meewerkt aan een kortdurende klinische opname in een zorginstelling voor crisisbehandeling, detoxificatie en stabilisatie voor maximaal zeven weken in geval van een terugval in overmatig middelengebruik en/of bij ernstige zorgen over het psychiatrisch toestandsbeeld;

- op geen enkele wijze, direct of indirect, contact zal leggen of zal laten leggen met [slachtoffer] , geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats] , zolang het openbaar ministerie dat nodig vindt;

- zich niet zal bevinden op of in de directe omgeving van (een straal van 500 meter rond) het adres [adres] ;

- meewerkt aan het vinden en behouden van een passende dagbesteding

- meewerkt aan het vinden van een zelfstandige woonvorm, eventueel met begeleiding van het F-ACT team;

- zich conformeert aan afspraken en aanwijzingen omtrent zijn financiële situatie;

- zich conformeert aan de afspraken en aanwijzingen omtrent middelengebruik;

- meewerkt aan (onaangekondigde) urinecontroles;

- zich meewerkend zal opstellen bij het contact dat Reclassering Nederland onderhoudt met ouders en hulpverlenende instanties en de uitwisseling van informatie over de vooruitgang.

Beveelt dat de op grond van artikel 14c gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van die voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de duur van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. S.I.A.C. Angenent-Bakker, voorzitter,

mr. J. van Beek en mr. E.M. van Poecke, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.M.A. van der Meij,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 november 2017.

Mr. Van Poecke is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage

De bewijsmiddelen

Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde:

1. Een proces-verbaal van aangifte met nummer 2017009965-1 van 14 januari 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [D.] , doorgenummerde pag. 4-6. Dit proces-verbaal houdt onder meer in de verklaring van [slachtoffer] , zakelijk weergegeven:

Ik doe aangifte van stalking tussen 27 december 2016 te 12.19 uur en 28 december 2016 te 21.38 uur te Enkhuizen door de mij bekende [verdachte] . Ik heb [verdachte] leren kennen in augustus 2015 via de internetsite Tinder. We hadden eerst leuk contact, maar al snel vertoonde [verdachte] apart gedrag en wilde ik de vriendschap/relatie afkappen. Dat accepteerde hij niet en hij is mij op allerlei wijzen gaan lastigvallen/stalken. Ik heb meerdere aangiftes tegen hem gedaan en op 12 mei 2016 heeft de rechtbank besloten dat [verdachte] moest worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar. Dat jaar is nog niet om.

Op eerst genoemde dag ontving ik een bericht van facebook account ‘Piet Jan’:

‘Ik zal je elke vorm van blijheid afnemen, ik pak je keihard terug voor het geen je mij hebt geflikt die fucking aangiftes. Niemand neemt mij zomaar zonder payback 1.5 jaar van me leven af. Nee die persoon zal keihard worden gestraft. Ik zweer het je [slachtoffer] ik maak van je miezerige leven een complete hel! Ik vind je snel genoeg, je gaat mij zien en dan ga je voelen bitch!’

‘Geniet nog maar van het leven nu het nog kan, daar komt snel genoeg een einde aan.’

‘Iedereen die met mij fuckt trekt aan het kortste eind, je bent het haasje daar zorg ik voor.’

Drie keer een afbeelding, icoon: duiveltje en twee verschillende doodshoofden.

Om 14.05 uur nog twee tekstberichten:

‘Ik hield van je [slachtoffer] ook al liet ik dat door de pillen niet altijd merken en zat ik je vaak dwars. Daar heb ik spijt van. Ik had je moeten geloven dan waren we een topkoppel geweest. Maar wat jij deed aangiftes ging gewoon te ver en daar vergeef ik niet zomaar voor. Nee ik neem mijn wraak je zal spijt krijgen dat ooit in je hoofd te hebben gehaald.’

‘Je hebt een stuk van mijn toekomst gesloopt door die aangiftes nu zal ik jou gaan slopen.’

Nadat ik deze berichten zag, heb ik het account van ‘Piet Jan’ geblokkeerd.

Op 28 december 2016 om 20.22 uur ontving ik wederom persoonlijke berichten in mijn inbox van facebook, nu vanaf account ‘Bas Licht’:

‘Als je straks weer in Amersfoort naar school gaat zou ik maar goed vaak achterom kijken je weet maar nooit welke mensen je zomaar tegen kunt komen. Amersfoort is een enge stad voor eenzame meisjes!’

Om 20.55 uur ontving ik een foto van mijn school in Amersfoort.

Nadat ik voorgaande zag, heb ik het account van ‘Bas Licht’ geblokkeerd.

Om 21.40 uur ontving ik twee berichten in mijn inbox van mijn facebook onder de facbook naam ‘Jan Piet’:

‘Niks helpt niemand houdt je veilig, je zal opgaan in vlammen. Owja ik volg je nog steeds op Instagram je voegt te veel volgers toe die je niet kent dom gedrag [slachtoffer] zeer dom. Nou laters schatje patatje.’

2. Een geschrift, zijnde logboek stalking [verdachte] , doorgenummerde pag. 25 en 26.

Op 27 december 2016 komen de eerste berichten binnen van facebook account Piet Jan:

12.19

u.: 6 berichten

14.05

u.: 2 berichten

Ik zal je elke vorm van blijheid afnemen, ik pak je keihard terug voor het geen je mij hebt geflikt die fucking aangiftes. Niemand neemt mij zomaar zonder payback 1.5 jaar van me leven af. Nee die persoon zal keihard worden gestraft. Ik zweer het je [slachtoffer] ik maak van je miezerige leven een complete hel! Ik vind je snel genoeg, je gaat mij zien en dan ga je voelen bitch!

Geniet nog maar van het leven nu het nog kan, daar komt snel genoeg een einde aan.

Iedereen die met mij fuckt trekt aan het kortste eind, je bent het haasje daar zorg ik voor.

Drie afbeeldingen/icoontjes [de rechtbank: een afbeelding van een duiveltje en twee verschillende afbeeldingen van een doodshoofd].

Ik hield van je [slachtoffer] ook al liet ik dat door de pillen niet altijd merken en zat ik je vaak dwars. Daar heb ik spijt van. Ik had je moeten geloven dan waren we een topkoppel geweest. Maar wat jij deed aangiftes ging gewoon te ver en daar vergeef ik niet zomaar voor. Nee ik neem mijn wraak je zal spijt krijgen dat ooit in je hoofd te hebben gehaald.

Je hebt een stuk van mijn toekomst gesloopt door die aangiftes nu zal ik jou gaan slopen.

28 december komen de volgende berichten binnen via facebook, account Bas Licht:

Als je straks weer in Amersfoort naar school gaat zou ik maar goed vaak achterom kijken je weet maar nooit welke mensen je zomaar tegen kunt komen. Amersfoort is een enge stad voor eenzame meisjes!

Niks helpt niemand houdt je veilig, je zal opgaan in vlammen. Owja ik volg je nog steeds op Instagram je voegt te veel volgers toe die je niet kent dom gedrag [slachtoffer] zeer dom. Nou laters schatje patatje.

3 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 19 oktober 2017

De berichten die aangeefster [slachtoffer] heeft genoemd in haar aangifte van 14 januari 2017 en in het logboek stalking heb ik onder de verschillende accountnamen naar [slachtoffer] verstuurd.

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde

4. Een proces-verbaal van verhoor aangeefster met nummer 2017009965-7 van 11 februari 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [J.L.] , doorgenummerde pag. 18. Dit proces-verbaal houdt onder meer in de verklaring van [slachtoffer] , zakelijk weergegeven:

Ik doe ook aangifte van bedreiging. [verdachte] heeft mij bedreigd door de berichten op Facebook Messenger dat hij van mijn leven een complete hel gaat maken en stuurde onder andere emoticons als doodshoofd. Ik ken hem. Als hij zegt dat hij mij elke vorm van blijheid gaat afpakken ben ik daar ook bang voor dat hij dat echt gaan doen. Zijn bedreigingen, die ik in mijn aangifte uitgebreid heb genoemd, gaat hij uitvoeren. Hij heeft in het verleden al een keer in het bijzijn van mensen buiten een zakmes laten zien en in de trein dat mes op mijn been gelegd. Hij wilde mij intimideren.

De emoticon met een doodshoofd doet mij wel wat omdat dat wat aangeeft. Ik ben bang dat hij dat echt met mij gaat doen.

5. Een proces-verbaal van aangifte met nummer 2017009965-1 van 14 januari 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [D.] , doorgenummerde pag. 4-6. Dit proces-verbaal houdt onder meer in de verklaring van [slachtoffer] , zakelijk weergegeven:

Ik doe aangifte van stalking tussen 27 december 2016 te 12.19 uur en 28 december 2016 te 21.38 uur te Enkhuizen door de mij bekende [verdachte] .

Op eerst genoemde dag ontving ik een bericht van facebook account ‘Piet Jan’:

(…)

‘Geniet nog maar van het leven nu het nog kan, daar komt snel genoeg een einde aan.’

(…)

Drie keer een diverse afbeelding, icoon, duiveltje, twee verschillende doodshoofden.

Om 14.05 uur nog twee tekstberichten:

(…)

‘Je hebt een stuk van mijn toekomst gesloopt door die aangiftes nu zal ik jou gaan slopen.’

Op 28 december 2016 om 21.40 uur ontving ik twee berichten in mijn inbox van mijn facebook onder de facbook naam ‘Jan Piet’:

‘Niks helpt niemand houdt je veilig, je zal opgaan in vlammen. (…)’

6 Een geschrift, zijnde logboek stalking [verdachte] , pag. 25 en 26.

Op 27 december 2016 komen de eerste berichten binnen van facebook account Piet Jan:

Geniet nog maar van het leven nu het nog kan, daar komt snel genoeg een einde aan.

Drie afbeeldingen/icoontjes [de rechtbank: een afbeelding van een duiveltje en twee verschillende afbeeldingen van een doodshoofd].

Je hebt een stuk van mijn toekomst gesloopt door die aangiftes nu zal ik jou gaan slopen.

28 december komen de volgende berichten binnen via facebook, account Bas Licht:

(…) Niks helpt niemand houdt je veilig, je zal opgaan in vlammen.

7 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 19 oktober 2017

Deze berichten die aangeefster [slachtoffer] heeft genoemd heb ik onder de verschillende accountnamen naar [slachtoffer] verstuurd.

1 ECLI:NL:HR:2013:BZ3626.

2 ECLI:NL:HR:2014:3095.