Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:11010

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
15-11-2017
Datum publicatie
29-12-2017
Zaaknummer
6060399
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Risicoaansprakelijkheid van wegbeheerder gemeente Haarlem voor schade aan auto wegens een gebrek zoals bedoeld in art. 6:174 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2018/11
VR 2018/73
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 6060399 \ CV EXPL 17-5357

Uitspraakdatum: 15 november 2017

Vonnis in de zaak van:

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eiser

verder te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. B. Wernik

tegen

de publiekrechtelijk rechtspersoon Gemeente Haarlem

gevestigd te Haarlem

gedaagde

verder te noemen: Gemeente Haarlem

gemachtigde: R.W.F. Asmussen

1 Het procesverloop

1.1.

[eiser] heeft bij dagvaarding van 29 mei 2017 een vordering tegen Gemeente Haarlem ingesteld. Gemeente Haarlem heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Op 16 oktober 2017 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft [eiser] bij brief van 22 september 2017 nog stukken toegezonden en ter zitting heeft hij twee facturen overgelegd. [eiser] heeft zijn vordering ter zitting verminderd.

2 De feiten

2.1.

Gemeente Haarlem is wegbeheerder van de Schalkwijkerstraat te Haarlem.

2.2.

Op 19 november 2016 rond 20.30 uur is [eiser] als bestuurder van een personenauto van het merk Opel, type Astra, met kenteken [kenteken] , betrokken geweest bij een eenzijdig verkeersongeval op de Schalkwijkerstraat te Haarlem ter hoogte van de J.J. Hamelinkstraat. Daarbij is [eiser] in het donker over een twaalf centimeter hoge wegafscheiding (hierna: de verhoogde wegafscheiding) gereden, waardoor schade is ontstaan aan de auto.

2.3.

[eiser] heeft zijn auto laten repareren bij Motorhuis Haarlem op 21 november 2016 en
14 april 2017 voor een totaalbedrag van € 289,42.

2.4.

Gemeente Haarlem heeft in januari 2017 een reflecterend signaleringspaaltje op de verhoogde wegafscheiding geplaatst.

3. De vordering

3.1.

[eiser] vordert - na vermindering van eis - dat de kantonrechter Gemeente Haarlem veroordeelt tot betaling tegen finale kwijting van € 289,42, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 19 november 2016, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot de algehele voldoening, met veroordeling van Gemeente Haarlem in de proceskosten.

3.2.

[eiser] legt aan de vordering ten grondslag - kort weergegeven - dat Gemeente Haarlem niet heeft voldaan aan de plicht die op grond van artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek (BW) op haar rust om ervoor te zorgen dat de weg de veiligheid van personen en zaken niet in gevaar brengt, althans dat Gemeente Haarlem in strijd met de daartoe vereiste zorgvuldigheid ex artikel 6:162 BW heeft nagelaten voor een veilige weghelftafscheiding zorg te dragen, als gevolg waarvan [eiser] schade heeft geleden aan zijn auto.

4 Het verweer

4.1.

Gemeente Haarlem betwist de vordering. Zij voert aan – samengevat – dat zij op
11 december 2006 uit het oogpunt van verkeersveiligheid een verkeersbesluit heeft genomen, welk besluit tot stand is gekomen in overleg met een medewerker verkeersadvisering van de Regiopolitie Kennemerland. Door middel van belijning, bebording en het plaatsen van een verdrijvingsvlak op het wegdek ter plaatse, heeft Gemeente Haarlem zodoende voldaan aan haar zorgplicht. Daar komt bij dat er op het moment van het ongeval aan weerszijde ter plaatse werkende lichtmasten stonden. Dat in 2017 alsnog een reflecterend signaleringspaaltje is geplaatst op de Schalkwijkerstraat, maakt niet dat de verkeerssituatie destijds onveilig was, maar is slechts bedoeld om de verkeersveiligheid te optimaliseren om herhaling van ongelukken te voorkomen.

5 De beoordeling

5.1.

De vraag die voorligt is of de Schalkwijkerstraat ter hoogte van de J.J. Hamelinkstraat gebrekkig was in de zin van artikel 6:174 BW. Dit artikel vestigt een risicoaansprakelijkheid voor (onder meer) de wegbeheerder van een weg die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen en daardoor een gevaar voor personen of zaken oplevert.

5.2.

Als uitgangspunt heeft hierbij te gelden dat de Gemeente Haarlem als wegbeheerder ervoor dient te zorgen dat de weg zodanig is ingericht en onderhouden dat hij geen gevaar oplevert voor weggebruikers. Daarbij komt het erop aan of de weg, gelet op het te verwachten gebruik of de bestemming daarvan, met het oog op voorkoming van gevaar voor personen en zaken, deugdelijk is, waarbij ook van belang is hoe groot de kans op verwezenlijking van het gevaar is en welke onderhouds- en veiligheidsmaatregelen mogelijk en redelijkerwijs te vergen zijn.

5.3.

Vast staat dat de schade aan de auto van [eiser] is veroorzaakt doordat [eiser] over de verhoogde wegafscheiding is gereden. Tevens staat vast dat het mogelijk is om een reflecterend signaleringspaaltje op de verhoogde wegafscheiding te plaatsen, waardoor die wegafscheiding beter zichtbaar is. Dit is immers na het ongeval van [eiser] ook gebeurd. Dit is een veiligheidsmaatregel die vrij eenvoudig en tegen niet al te hoge kosten kan worden gerealiseerd, zodat het ook redelijkerwijs van Gemeente Haarlem kan worden gevraagd, een dergelijke veiligheidsmaatregel te treffen.

5.4.

Het enkele feit dat het verkeersbesluit van 11 december 2006 niet voorschrijft dat een dergelijke veiligheidsmaatregel wordt getroffen, terwijl dit besluit tot stand is gekomen na overleg met een medewerker verkeersadvisering van de Regiopolitie Kennemerland, doet hieraan niet af. Ten eerste niet omdat niet met zekerheid kan worden gezegd dat de verhoogde wegafscheiding ook in overleg met de betreffende medewerker is aangelegd, aangezien dit besluit slechts vermeldt welke (waarschuwings)borden er dienen te worden geplaatst en dat de fietsersoversteek dient te worden afgesloten, maar niets zegt over de verhoogde wegafscheiding. Ten tweede heeft de kantonrechter partijen ter zitting voorgehouden dat op Googlemaps een foto van de verkeerssituatie ter plaatse is terug te vinden, waaruit blijkt dat er in 2008, dus ná het verkeersbesluit van december 2006, wél een signaleringspaaltje stond, terwijl het gat voor dat paaltje in de verhoogde wegafscheiding ten tijde van het ongeval nog altijd aanwezig was. Dit paaltje is blijkbaar op enig moment verwijderd en gesteld noch gebleken is dat in de tussenliggende periode tot januari 2017 een nieuw paaltje is geplaatst. Gemeente Haarlem heeft hiervoor geen verklaring kunnen geven.

5.5.

Niet alleen bevestigt deze constatering dat een dergelijke veiligheidsmaatregel vrij eenvoudig te realiseren was, een en ander lijkt er ook op te wijzen dat het destijds met het oog op de verkeersveiligheid wel nodig werd geacht om een reflecterend signaleringspaaltje te plaatsen. Dat er ook mensen zijn die tegen een dergelijk paaltje aanrijden, zoals door Gemeente Haarlem is aangevoerd, doet hieraan niet af.

5.6.

Uit het bovenstaande volgt dat de schade aan de auto van [eiser] is veroorzaakt door een gebrek als bedoeld in artikel 6:174 BW, waarvoor Gemeente Haarlem aansprakelijk is.

5.7.

Nu de hoogte van de schade niet door Gemeente Haarlem wordt betwist, is de conclusie dat de kantonrechter de vordering van [eiser] zal toewijzen, waarbij de gevorderde rente zal worden toegewezen vanaf de datum van de verschillende facturen, zoals hierna te melden.

5.8.

De proceskosten komen voor rekening van Gemeente Haarlem, omdat zij ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt Gemeente Haarlem tot betaling aan [eiser] van € 289,42, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 247,07 vanaf 21 november 2016 en over € 42,35 vanaf 14 april 2017 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.2.

veroordeelt Gemeente Haarlem tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiser] tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 97,31

griffierecht € 78,00

salaris gemachtigde € 120,00 ;

6.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter