Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2017:10128

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
23-11-2017
Datum publicatie
04-12-2017
Zaaknummer
15/129849-17 en 15/211237-17 (ttz gev)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor opruiing, smaadschrift, belediging, mishandeling en diefstal.

Klachtvereiste. De ten laste gelegde uitingen, die opruiend van aard zijn hebben het publiek bereikt, verweer verworpen. Alternatief scenario. Eendaadse samenloop.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 15/129849-17 en 15/211237-17 (ttz gev) (P)

Uitspraakdatum: 23 november 2017

Tegenspraak ex artikel 279 Sv

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

9 november 2017 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres]

.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, ter terechtzitting gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. Spruijt en van hetgeen de raadsman van verdachte, mr. G.J.M. Kruizinga, advocaat te Amsterdam, naar voren heeft gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 15/129849-17
Feit 1
hij, op of omstreeks 17 januari 2017 te Heerhugowaard, in elk geval op een of meer plaatsen (elders) in Nederland, eenmaal of meermalen (telkens) in het openbaar mondeling, bij geschrift en/of bij afbeelding tot enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, door (telkens) op de Instagram-account ‘politieheerhugowaard’ als reactie bij een foto van een politieambtenaar (tweemaal) de tekst te plaatsen “Vol gas aanrijden” en/of (telkens) als reactie bij een foto ter herdenking van een overleden politieambtenaar de tekst te plaatsen “Nu nog een paar van hhw”;

Feit 2
hij, op of omstreeks 17 januari 2017 te Heerhugowaard, in elk geval op een of meer plaatsen (elders) in Nederland, eenmaal of meermalen (telkens) opzettelijk, de eer en/of de goede naam van [verbalisant 1] (agent politie Heerhugowaard) en/of [verbalisant 2] (hoofdagent politie Heerhugowaard) gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften en/of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht, door (telkens) op de Instagram-account ‘politieheerhugowaard’ als reactie op een foto en/of bericht (telkens) de tekst(en) te plaatsen:
- “ [verbalisant 1] stiekem neuk je deze Turkse of niet wees nou eerlijk” en/of
- “Wat wens je deze mensen succes [verbalisant 1] neukt Turkse collega’s [verbalisant 2] neukt [naam] politie hhw is een grote parenclub [naam] Vind het lekker om het te krijgen van de politie paarden” en/of
- [verbalisant 1] je moeder heeft egt een heerlijk kutjeeeed”;

Feit 3
hij, op of omstreeks 17 januari 2017 te Heerhugowaard, in elk geval op een of meer plaatsen (elders) in Nederland, eenmaal of meermalen (telkens) opzettelijk, de eer en/of de goede naam van [verbalisant 3] (hoofdagent politie Heerhugowaard) gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften en/of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht, door (telkens) op de Instagram-account ‘politieheerhugowaard’ als reactie op een foto en/of bericht (telkens) de tekst(en) te plaatsen:
- “ [verbalisant 1] stiekem neuk je deze Turkse of niet wees nou eerlijk” en/of
- “Wat wens je deze mensen succes [verbalisant 1] neukt Turkse collega’s [verbalisant 2] neukt [naam] politie hhw is een grote parenclub [naam] Vind het lekker om het te krijgen van de politie paarden”;
Feit 4
hij, op of omstreeks 17 januari 2017 te Heerhugowaard, in elk geval op een of meer plaatsen (elders) in Nederland, eenmaal of meermalen (telkens) opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 3] (hoofdagent politie Heerhugowaard), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in het openbaar bij geschrift en/of bij afbeelding, heeft beledigd, door (telkens) op de Instagram-account ‘politieheerhugowaard’ als reactie op een foto en/of bericht (telkens) de tekst(en) te plaatsen:
- “Politie hhw jullie mogen mij lul likken en ik wil klaarkomen op jullie Turkse vrouwelijke collega” en/of
- “Turkse hoer” en/of
- “Turkseeeeeeeee sletttttieeeee” en/of
- “Turkse hoer landveradster Wil jij je hele leven hier leven vieze oruspoe” (wat vertaald betekent: “Turkse hoer landverraadster wil jij je hele leven hier leven vieze hoer”) en/of
- “Verkaaste I oruspoe anani sikerim Senin artist” (wat vertaald betekent: “Verkaasde hoer, ik ga je moeder neuken, praatjesmaker”);

Feit 5
hij, op of omstreeks 22 februari 2017 te Heerhugowaard, in elk geval op een of meer plaatsen (elders) in Nederland, [aangever] heeft mishandeld door die [aangever] :
- (met gebalde vuist) tegen de schouder, althans tegen het lichaam, te slaan en/of te stompen en/of
- (met gebalde vuist) in het gezicht, althans tegen het hoofd te slaan;

Feit 6
hij, op of omstreeks 3 maart 2017 te Heiloo, in elk geval op een of meer plaatsen (elders) in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe- eigening in/uit het magazijn van [aangever 1] heeft weggenomen een computer (merk Apple), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

Parketnummer 15/211237-17
Feit 1
hij op of omstreeks 24 oktober 2017 te Heerhugowaard [aangever 2] heeft mishandeld door voornoemde [aangever 2] een of meermalen (met kracht) (met gebalde vuist) in het gezicht, althans op het hoofd te slaan;

Feit 2
hij op of omstreeks 24 oktober 2017 te Heerhugowaard opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 4] (hoofdagent politie eenheid Noord-Holland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door haar de woorden toe te voegen: "kankerhoer" en/of "vieze blonde Hollandse kankerslet" en/of "mongool" en/of "je laat je door je collega’s neuke" althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaken, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Met betrekking tot de onder parketnummer 15/129849-17 onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten (smaadschrift en belediging) overweegt de rechtbank dat op grond van artikel 269 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) belediging, strafbaar krachtens titel XVI van Boek 2 van het Wetboek van Strafrecht, niet wordt vervolgd dan op klacht van hem tegen wie het misdrijf is gepleegd, behalve in de gevallen voorzien in artikel 267, aanhef en onder 1° en 2°, Sr. Deze gevallen zijn dat de belediging wordt aangedaan aan (1°) het openbaar gezag, een openbaar lichaam of een openbare instelling en (2°) een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Naar het oordeel van de rechtbank vallen de onder parketnummer 15/129849-17 onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten onder artikel 267, aanhef en onder 2°, Sr. Overigens stelt de rechtbank vast dat zich in het dossier een formele klacht bevindt van [verbalisant 2] en dat genoegzaam blijkt dat ook [verbalisant 1] en [verbalisant 3] vervolging van verdachte wensen.

3 Bewijs

3.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle onder parketnummer 15/129849-17 en onder parketnummer 15/211237-17 ten laste gelegde feiten.

3.2

Standpunt van de verdediging

Parketnummer 15/129849-17

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten en daartoe aangevoerd dat niet is vast te stellen dat verdachte verantwoordelijk is voor de gewraakte posts op het Instagram account van de politie Heerhugowaard. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit heeft de raadsman zich subsidiair op het standpunt gesteld dat geen sprake is geweest van opruiing, nu de berichten vrijwel direct zijn verwijderd en het dossier geen bewijs bevat dat de teksten het publiek daadwerkelijk hebben bereikt. Met betrekking tot de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft de raadsman zich subsidiair op het standpunt gesteld dat geen sprake is geweest van ‘tenlastelegging van een bepaald feit’, nu het daarbij moet gaan om feiten die geschikt zijn om iemands integriteit aan te tasten. De in casu geuite teksten zijn weliswaar smakeloos, maar betwijfeld kan worden of deze geschikt zijn om iemands integriteit aan te tasten, aldus de raadsman, die ten aanzien van feit 4 heeft verwezen naar zijn opmerkingen over het vereiste van openbaarheid bij feit 1. De raadsman heeft ten aanzien van de feiten 2 tot en met 4 tot slot nog aangevoerd dat het de vraag is, of het bestanddeel ‘gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van de bediening’ kan worden bewezen. Voorts heeft de raadsman vrijspraak bepleit van het onder 5 ten laste gelegde feit, nu de aangifte onvoldoende wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. De raadsman heeft tevens betoogd dat verdachte van het onder 6 ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat enkel DNA-bewijs onvoldoende is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.

Parketnummer 15/211237-17

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit heeft de raadsman aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte degene is geweest die aangever en getuigen omschrijven als de persoon die aangever heeft mishandeld. Het feit dat verdachte later in de auto reed waarin de dader van de mishandeling had gereden, betekent niet dat verdachte de dader moet zijn; de mogelijkheid bestaat dat verdachte pas na het incident in de auto heeft plaatsgenomen. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van dit feit, aldus de raadsman. De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3

Bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder parketnummer 15/129849-17 en onder parketnummer 15/211237-17 ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen.12

3.3.1

Parketnummer 15/129849-17

Feiten 1 tot en met 4

I. Een proces-verbaal van aangifte van [verbalisant 1] d.d. 19 januari 2017 (p. 11 en 12).
Plaats delict: [adres] .

Ik doe aangifte van smaad/smaadschrift, aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Op 17 januari 2017 omstreeks 14:00 keek ik op het Instagram account van de politie Heerhugowaard genaamd "politieheerhugowaard". Ik zag dat er berichten waren geplaatst op het account door een gebruiker genaamd " [naam] ". Ik las meerdere beledigende reacties zoals "vol gas aanrijden". [verbalisant 3] is de naam van een collega van mij genaamd [verbalisant 3] . Ik ben verder gaan kijken op het Instagram account van de politie Heerhugowaard. Onder de naam " [naam] " las ik het volgende bericht: " [verbalisant 1] stiekem neuk je deze Turkse of niet wees nou eerlijk". Dit bericht stond onder een foto van mij en collega [verbalisant 3] , waarbij we iedereen gelukkig nieuwjaar wensen. Collega [verbalisant 3] is van Turkse afkomst. Ik zag van dezelfde " [naam] " nog een bericht staan: "@ [naam] wat wens je deze mensen succes [verbalisant 1] neukt Turkse collega’s [verbalisant 2] neukt [naam] politie hhw is een grote parenclub [naam] Vind het lekker om het te krijgen van de politie paarden." Deze reactie staat onder een bericht van een gebruiker genaamd " [naam] " die de politie Heerhugowaard succes wenst. Dezelfde dag wordt er onder de accountnaam " [naam] " ook een bericht geplaatst.

Ik voel mij door bovenstaande berichten als politieambtenaar in mijn goede naam en eer aangetast.

II. Een proces-verbaal van aangifte van [verbalisant 3] d.d. 19 januari 2017 (p. 17-19).
Plaats delict: [adres]

Ik doe aangifte van smaad/smaadschrift en belediging, aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Op 17 januari 2017 in de ochtend kreeg ik een e-mail van een collega. Ik ben werkzaam als hoofdagent van politie bij het basisteam Heerhugowaard. Ik las in de e-mail dat er beledigende teksten stonden over mij en andere collega's op het Instagram account van de politie Heerhugowaard. Op het Instagram account staat een foto van mij en collega [verbalisant 1] met daarbij de tekst: "veilig 2017 toegewenst!!". Onder deze foto wordt een reactie geplaatst door een account met de naam " [naam] ". De reactie die eronder staat betreft: " [verbalisant 1] stiekem neuk je deze Turkse of niet wees nou eerlijk". Ik ben van Turkse komaf. Ik voelde mij door deze tekst aangesproken.
Voornoemde " [naam] " heeft meerdere beledigende reacties geplaatst op het Instagram account van de politie Heerhugowaard waarbij ik word bedoeld. Zo staat er de volgende tekst te lezen: "Politie hhw jullie mogen mij lul likken en ik wil klaarkomen op jullie Turkse vrouwelijke collega". [............................] Op het Instagram account werden in dezelfde nacht ook teksten geplaatst door een account onder de naam " [naam] ". Ik zag de volgende teksten staan: "Turkse hoer", "Turkseeeeeeeee sletttttieeeee" en "Turkse hoer landveradster Wil jij je hele leven hier leven vieze oruspoe". Oruspoe betekent "hoer" in het Turks. Ook staat er de volgende tekst in het Turks: "Verkaaste (I) oruspoe anani sikerim Senin artist". Verkaaste is hierin een Nederlands woord, "oruspoe" betekent "hoer", "anani sikerim" betekent "ik neuk je moeder" en "Senin artist" betekent zoiets als "je denkt dat je heel wat bent". Er zijn ook reacties geplaatst onder de naam " [naam] ". Zo staat er onder een bericht naar aanleiding van het overlijden van een collega ten gevolge van een ongeval: "nu nog een paar van HHW" en "vol gas aanrijden".

Ik voel mij door bovenstaande berichten als politieambtenaar in mijn goede naam en eer aangetast.

III. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 juli 2017 (losse bijlage).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als relaas van bevindingen van verbalisant:

Op 15 juli 2017 is de tekst uit de aangifte van [verbalisant 3] door mij aangemeld bij Concorde Vertalingen. De tekst is als volgt:

"Oruspoe" betekent "hoer";
"I oruspoe anani sikerim Senin artist" betekent "Hoer, ik ga je moeder neuken, praatjesmaker".

IV. Een proces-verbaal van aangifte van [verbalisant 2] d.d. 19 januari 2017 (p. 77 en 78).
Plaats delict: [adres] .

Op 17 januari 2017 werd ik er door een coördinator van het basisteam recherche Heerhugowaard op attent gemaakt dat er beledigende teksten over politiemensen op het Instagram account van de politie Heerhugowaard waren geplaatst. Er zouden ook beledigende teksten zijn geplaatst over mij. Ik kreeg een aantal documenten onder ogen. Ik las de volgende teksten:

[naam] @ [naam] : wat wens je deze mensen succes [verbalisant 1] neukt Turkse collega's [verbalisant 2] neukt [naam] politie hhw is een grote parenclub [naam] Vind het lekker om het te krijgen van de politie paarden.

Aangezien deze teksten openbaar zijn en derhalve voor iedereen te lezen zijn, voel ik mij in mijn eer en goede naam aangetast.

V. Een proces-verbaal van aangifte van [naam] d.d. 14 februari 2017 (p. 83 en 84).
Plaats delict: [adres] .

Ik ben inspecteur van politie en teamchef van de basiseenheid Heerhugowaard. Op 17 januari 2017 is gebleken dat er beledigende teksten op het Instagram account van de politie zijn geplaatst. Door drie politiemedewerkers is aangifte gedaan.

In december 2016 is op dit account door de politie een bericht geplaatst over een gehouden snelheidscontrole. Echter zijn op 17 januari 2017 ook onder dit bericht reacties geplaatst. Ik zag dat door een persoon welke zich noemt " [naam] " de reactie "vol gas aanrijden“ bij dit bericht is toegevoegd. Vlak daarna is een reactie geplaatst door een persoon welke zich noemt " [naam] ". Ik zag dat deze persoon na een afbeelding van een blauwe brandende kaars welke het overlijden van een politie collega aangeeft, de opmerking had geplaatst: "nu nog een paar van hhw". In een eerdere reactie van deze " [naam] ", geplaatst naast een afbeelding van een politiemedewerker welke bezig is met werkzaamheden en welke staat naast de rijbaan, staat eveneens vermeld: "vol gas aanrijden".
Het account is openbaar. Een ieder kan hierop inloggen om de politie Heerhugowaard te volgen via dit account. Ik doe aangifte van opruiing.

VI. Schriftelijke bescheiden, te weten verkregen gebruikersgegevens van Instagram betreffende de Instagram accounts " [naam] ", " [naam] " en " [naam] " (p. 65-67).

[naam]

Registered Email Addresses: [e-mailadres]

Registration Date: 2017-01-17 03:34:27 UTC

Registration IP: [IP adres]

[naam]

Registered Email Addresses: [e-mailadres]

Registration Date: 2017-01-17 13:53:43 UTC

Registration IP: [IP adres]

[naam]

Registered Email Addresses: [e-mailadres]

Registration Date: 2017-01-17 02:07:19 UTC

Registration IP: [IP adres]

VII. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 juli 2017 (p. 62).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als relaas van bevindingen van verbalisant:

Op 7 mei 2017 heb ik een vordering 126na opgemaakt voor de e-mail adressen [e-mailadres] , [e-mailadres] en [e-mailadres] . Met deze

e-mail adressen werden de Instagram accounts " [naam] ", " [naam] " en " [naam] " aangemaakt, zo bleek uit verkregen gegevens van Instagram. De vordering werd naar Microsoft verzonden. Uit de verkregen gegevens van Microsoft bleek het volgende.


Het e-mail adres [e-mailadres] werd aangemaakt op 17 januari 2017 te 1:50 uur PM. Bij het account is als persoon vermeld: [naam] . Het account werd aangemaakt in Nederland.
Het e-mail adres [e-mailadres] werd aangemaakt op 17 januari 2017 te 3:30 uur AM. Bij het account is als persoon vermeld: [naam] . Het account werd aangemaakt in Nederland.
Het e-mail adres [e-mailadres] werd aangemaakt op 17 augustus 2013.

VIII. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 februari 2017 (p. 49-52).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als relaas van bevindingen van verbalisant:


Op 17 januari 2017 werden er beledigende berichten geplaatst op het Instagram account van de politie Heerhugowaard genaamd "politieheerhugowaard". De beledigende teksten waren gericht tegen (hoofd)agenten van politie [verbalisant 3] , [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , die hiervan aangifte deden.

Het Instagram account " [naam] " bleek tijdens het plaatsen van de beledigende teksten contact te hebben met het Instagram account " [naam] ":

- [naam] : [verbalisant 1] stiekem neuk je deze Turkse of niet wees nou eerlijk;

- [naam] : Ja vertel eens meer [verbalisant 1] ;

- [naam] : He jij ook hier kijk onze Turkse vriendinnetje hier die zomaar rijbewijsjss vorderd @ [naam] ;

- [naam] : Dat is ook het enigste wat ze kan.

Ik zag dat de Instagram accounts " [naam] ", " [naam] " en " [naam] " op 17 januari 2017 werden geregistreerd met het [IP adres] . Uit onderzoek bleek dat dit IP adres ten tijde van het aanmaken van de Instagram accounts in gebruik/uitgegeven was aan [naam] , [adres] . In GBA staat op het [adres] ingeschreven: [naam] .

Uit onderzoek naar het Instagram account " [naam] " bleek dat deze waarschijnlijk in gebruik is bij [naam] .

Op 17 oktober 2016 werd het rijbewijs van [naam] ingevorderd. In het bedrijfssysteem BVH is vastgelegd dat vlak nadat het rijbewijs van [naam] was ingevorderd een persoon genaamd [verdachte] verhaal kwam halen bij de verbalisanten die het rijbewijs hadden ingevorderd. Dit omdat [verdachte] het niet eens was met de invordering. [verdachte] was ten tijde van de invordering bij [naam] aanwezig en betreft een vriend/bekende van [naam] . De betreffende politieambtenaar die het rijbewijs invorderde betreft [verbalisant 3] .

De naam [verdachte] viel op aangezien op het [adres] volgens het GBA [verdachte] , geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats] , staat ingeschreven. [naam] betreft de moeder van [verdachte] .

IX. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 juli 2017 (p. 93).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als relaas van bevindingen van verbalisant:

Het [telefoonnummer] stond, zo bleek uit CIOT-bevraging, op naam van [verdachte] . Uit informatie van het Team Internet Opsporing (TIO) bleek dat dit telefoonnummer te koppelen was aan een WhatsApp en twee Facebook accounts. Op de afbeelding van het WhatsApp account is een afbeelding van een manspersoon te zien. Ik herken op de afbeelding [verdachte] . De twee Facebook accounts waren genaamd [naam] en [naam] .

X. Een proces-verbaal van verhoor van [getuige] d.d. 2 juli 2017 (p. 108-111).
Ik heb een relatie gehad met [verdachte] .

Ik weet dat hij [verbalisant 3] niet mag. Hij vroeg aan mij of ik wist waar [verbalisant 3] woonde en of zij kinderen had want dan wilde hij die kinderen opwachten op school. Ik heb het over de [verbalisant 3] die bij de politie Heerhugowaard werkt. Zij is ook van Turkse afkomst.

Van de berichten op social media over [verbalisant 3] weet ik, omdat [verdachte] mij dat heeft verteld. Ik denk dat dat ongeveer een week na 15 januari 2017 was. [verdachte] heeft ook een foto naar mij gestuurd met daarop [verbalisant 3] en nog een mannelijke collega van de politie van het Instagram account van de politie. De foto was geplaatst tijdens nieuwjaar en op de foto stond iets van gelukkig nieuwjaar.
Ik weet dat [naam] ook de naam van [verdachte] is op Facebook. Op Facebook heet [verdachte] : [naam] . [verdachte] spreekt de Turkse taal.

XI. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 juli 2017 (p. 58 en 59).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als relaas van bevindingen van verbalisant:

Op 2 juli 2017 ontving ik een e-mail van [getuige] . Aan de e-mail waren bijlagen toegevoegd, te weten schermafdrukken van Facebook gesprekken tussen [getuige] en, volgens [getuige] , [verdachte] .

Ik zag dat twee schermafdrukken een Facebook gesprek laten zien tussen [getuige] en een persoon genaamd " [naam] ". Op de bijlage is een afbeelding te zien van collega’s [verbalisant 3] en [verbalisant 1] . Dit betreft dezelfde foto zoals die geplaatst is op het Instagram account van de politie Heerhugowaard met daarbij de tekst "veilig 2017 toegewenst". Onder aan deze bijlage verkregen van [getuige] staat vermeld: "waar woont ze weet je dat", waarop er door [getuige] wordt geantwoord: "hoe moet ik weten waar [verbalisant 3] woont". Later staat de vraag vermeld: "heeft ze kinderen" en "k ga haar achtervolgen na haar werk kijken waar ze woont" en "die kinderen opwachten bij die school".

Bewijsoverwegingen

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat het verdachte is geweest die de bewuste berichten (posts) op het Instagram account van de politie Heerhugowaard heeft geplaatst.

Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde feit overweegt de rechtbank dat uit de bovenstaande feiten en omstandigheden volgt dat verdachte de ten laste gelegde uitingen, die blijkens hun inhoud opruiend van aard zijn en zijn gericht aan het publiek, op het openbare Instagram account van de politie Heerhugowaard heeft geplaatst. Uit de aangifte van [naam] blijkt dat een ieder op dit account kan inloggen om de politie Heerhugowaard te volgen via dit account. Uit de bewijsmiddelen – ook die ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4 – blijkt dat de politie Heerhugowaard ‘volgers’ heeft, zoals bijvoorbeeld " [naam] " en " [naam] ". Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen dat sowieso verschillende politiemedewerkers de door verdachte geplaatste berichten hebben gelezen. Derhalve staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat de uitlatingen het publiek hebben bereikt. Dat de uitlatingen vrij snel zijn verwijderd en dat het account " [naam] " is geblokkeerd, doet hier niet aan af.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de in de tenlastelegging van de feiten 2 en 3 opgenomen teksten (met uitzondering van het laatste gedachtestreepje van feit 2, waarvan verdachte partieel zal worden vrijgesproken), de eer en/of goede naam van de betreffende verbalisanten publiekelijk aantasten en een smadelijk karakter hebben en, gelet op de concreetheid van de insinuaties, als ‘tenlasteleggingen van een bepaald feit’ kunnen worden aangemerkt. Ook acht de rechtbank bewezen dat de smaadschriften zijn begaan tegen politieambtenaren gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening. Uit de bewijsmiddelen blijkt zonder meer dat de door verdachte geplaatste berichten waren gericht tegen de politie.

Hetgeen door de raadsman overigens nog is aangevoerd, vindt zijn weerlegging in de bewijsmiddelen en voorgaande overwegingen.

Feit 5

I. Een proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 23 februari 2017 (p. 152-154).
Op 22 februari 2017 was ik samen met twee jongens op de parkeerplaats gelegen aan de [adres] . We zaten in een auto. Ik zat als bestuurder in de auto. Naast mij zat [naam] Op de achterbank van de auto zat [verdachte] . Hij zat in het midden. Ik voelde toen uit het niets een pijnscheut door mijn rechterschouder gaan. Ik was met [naam] in gesprek en ik heb hem geen slaande beweging zien maken. De klap op mijn schouder moet dus wel van de achterbank gekomen zijn. Hierop heb ik mij omgedraaid en aan [verdachte] gevraagd waarom hij dat deed. Ik zag dat hij mij uitlachte. Op dat zelfde moment zag ik dat [verdachte] zijn rechterarm naar achter bewoog en deze met kracht weer naar voren verplaatste. Ik zag dat hij met gebalde vuist mijn rechterschouder raakte. Ik voelde wederom een pijnscheut door mijn schouder gaan. Ik reageerde hierop met: "wat doe je flikker". Ik zag dat [verdachte] zijn rechterarm naar achter bewoog en deze vervolgens met kracht naar voren verplaatste. Ik zag dat hij met gebalde vuist mijn gezicht raakte. Ik voelde een pijnscheut door de rechterkant van mijn gezicht gaan. Ik heb toen mijn mond gehouden. Ik zag dat [verdachte] achterin de auto uit zijn plaat ging. Ik hoorde [verdachte] schreeuwen: "noem mij nooit meer zo". Ik zag dat terwijl [verdachte] dat zei, hij mij meerdere malen met kracht in mijn gezicht sloeg. Ik voelde herhaaldelijk pijnscheuten door mijn gezicht, hoofd en rechterzij gaan. Ik zag en voelde dat [verdachte] niet stopte met slaan. Ik voelde later dat mijn lip dik was. Ik pakte een servet uit mijn jaszak en wreef hiermee in mijn gezicht. Ik zag dat de servet rood kleurde van bloed. Ik heb aangezichtsletsel opgelopen door de klappen die ik van [verdachte] kreeg. Ik ben hiervoor naar het ziekenhuis geweest. Een arts heeft mijn voicemail ingesproken. Ik hoorde hem zeggen: "er is bloed in jouw urine gevonden".

Dit proces-verbaal houdt als bevindingen van verbalisant in:

lk zie dat [aangever] meerdere blauwe plekken in zijn gezicht heeft. Ook zie ik dat [aangever] zijn lip gezwollen en beurs is.

II. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 juli 2017 (p. 163 en 164).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als relaas van bevindingen van verbalisant:

Op 2 juli 2017 hoorde ik als [getuige] .

Aan het einde van het verhoor deelde [getuige] nog het volgende mede: "Ik kan je ook een gespreksopname laten horen waar [verdachte] het er over heeft dat hij [aangever] heeft geslagen omdat [aangever] hem een hoerenzoon noemde. Ik heb die opname op mijn laptop staan en die kan ik naar je toemailen, dit zijn Facebook gesprekken".

Op 2 juli 2017 ontving ik een e-mail van [getuige] . In de e-mail zaten bijlagen toegevoegd, te weten schermafdrukken van Facebook gesprekken tussen [getuige] en een persoon genaamd " [naam] ". (Opmerking: Op grond van de bewijsmiddelen, ook die ten aanzien van de feiten 1-4, staat voor de rechtbank vast dat dit een Facebook naam van verdachte is.)
In bijlage l vermeldt [naam] : "3dageb terug birisine dovdum egt ze hele gezicht is naar de kanker en hij plast bloed" en "ik wil even jou mening", "als iemand je uitscheld voor hoerenkind wat zou je met die gene doen".
In bijlage 3 vermeldt [naam] : "alleen [naam] is getuige en hij heeft gezegd bisey gormedin is niet zo", waarop [getuige] vraagt waar dit is gebeurd, waarop [naam] antwoordt: "in de auto". [naam] heeft een getuigenverklaring afgelegd, maar wil niet vertellen wat er is gebeurd omdat beiden, [verdachte] en [aangever] , vrienden van hem zijn.
In bijlage 4 stelt [getuige] de vraag: "wie is die jonge", waarop [naam] antwoordt: " [voornaam aangever] ". [getuige] vraagt vervolgens " [achternaam aangever] ?", waarop [naam] antwoordt: "Ja".

III. Een schriftelijk bescheid, te weten een screenshot van een Facebook gesprek, behorende bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 juli 2017 (p. 168).

[naam] :

(…) schold ie me uit. Toen heb ik hem fataal mishandeld.

Feit 6

I. Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] d.d. 7 maart 2017 (p. 134-135), met bijlage goederen (p. 136).

[aangever 1] is gevestigd aan de [adres] . Daar is ook de [naam] gevestigd.

Op 3 maart 2017 om 23:00 uur is de [naam] in goede orde afgesloten en achtergelaten.
Op 4 maart 2017 om 02:30 uur is een melding binnengekomen bij de politie. Er zou zijn ingebroken. Toen de politie ter plaatse kwam zag men dat aan de achterzijde van het pand in het glas van de keukendeur een gat gemaakt was waardoor het cilinderslot geopend kon worden.
In het magazijn van de brasserie stond op een bureau een computer, deze computer stond vast aan een hangslot. Dit slot is geforceerd en de computer is weggenomen.

Bijlage goederen

Object: computer

Merk/type: Apple

II. Een schriftelijk bescheid, te weten een niet ondertekend proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 5 maart 2017 (p. 143 en 144).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als relaas van bevindingen van verbalisant:
Op 4 maart 2017 werd door mij een forensisch onderzoek naar sporen verricht te [adres] . Het pand was gelegen op een afgesloten terrein.
In de rechter gevel van het pand bevond zich de buitendeur van de keuken. In de sponning van de gelaagde veiligheidsruit van deze deur, ter hoogte van het slot, waren beschadigingen zichtbaar die waren veroorzaakt door met een werktuig te wrikken. Door het wrikken was de ruit gebarsten. In de ruit zat ter hoogte van het slot een gat dat vermoedelijk was ontstaan door de ruit in te drukken of in te slaan. Via dit gat was door middel van handreiking het slot aan de binnenzijde van de deur te bedienen en te ontsluiten, waarna de deur was te openen. Op de buitenzijde van de ruit, links boven het gat, zat een geronnen druppel bloed. Deze is door mij bemonsterd. De bemonstering is door mij veiliggesteld: SIN AAIY7116NL.

III. Een deskundigenrapport, te weten een rapport ‘DNA-onderzoek naar aanleiding van een inbraak gepleegd in Heiloo op 3 maart 2017’ van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 21 maart 2017 (p. 145-148).

AAIY7116NL#01 Bloed: DNA-profiel van een man.

Celmateriaal kan afkomstig zijn van: [verdachte] (zie 'DNA-databank').

Matchkans: kleiner dan één op één miljard.

Bewijsoverweging

De geronnen bloeddruppel is aangetroffen op de buitendeur van de keuken van het pand, gelegen op een afgesloten terrein. In de veiligheidsruit van deze deur zat een gat ter hoogte van het slot - welk gat er tijdens het afsluiten van het pand nog niet zat - waarboven de bloeddruppel is aangetroffen. Door middel van handreiking door het gat kon de deur van binnenuit worden geopend. Gelet op voornoemde omstandigheden, en tevens de nachtelijke tijd, merkt de rechtbank de geronnen bloeddruppel aan als daderspoor. Op grond van het NFI-rapport staat vast dat het aangetroffen bloed van verdachte afkomstig is. Verdachte zelf heeft geen verklaring gegeven over hoe zijn bloed daar terecht is gekomen (anders dan door het plegen van het misdrijf). Het enkel door zijn gemachtigd raadsman aangedragen alternatieve scenario dat verdachte de [naam] heeft bezocht en dat daarbij zijn bloed per ongeluk op de ruit van de keukendeur terecht is gekomen, acht de rechtbank niet aannemelijk.

3.3.2

Parketnummer 15/211237-17

Feiten 1 en 2

I. Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] d.d. 24 oktober 2017 (p. 4 en 5).
Op 24 oktober 2017 om 16.43 uur zat ik met mijn zus in de auto. Ik zat op de bijrijdersstoel. Wij reden op de Middenweg te Heerhugowaard. Wij werden ingehaald door een zwarte kleine auto. Ik zag dat die auto heel hard reed. Bij het volgende verkeerslicht stak ik mijn middelvinger op naar de bestuurder van de zwarte auto.
Hij zette zijn auto voor ons zodat wij niet verder konden en blokkeerde al het verkeer. Hij stapte uit en kwam opgewonden naar ons toe. Hij bewoog met zijn armen. Hij kwam agressief over. Ik deed mijn raam naar beneden. Ik hoorde hem schreeuwen. Ik zag dat hij vervolgens in "uitbarsting" kwam. Ik zag dat hij twee of drie keer sloeg waarvan één keer raak in mijn gezicht. Ik zag dat hij met zijn vuist sloeg. Ik voelde dat de klap door mijn hele lichaam ging. Als ik er nu op druk, doet het pijn. Op een gegeven moment stapte hij in zijn auto en vertrok. Ik zag dat mijn zus een foto maakte van de auto en het kenteken.

De man kan ik als volgt omschrijven:
- Getinte huid, Marokkaans of Turks;
- Zwart krullend haar tot net over zijn schouders;
- Begin 20 jaar;
- Extreem driftig.

Dit proces-verbaal houdt als bevindingen van verbalisant in:

Ik zie dat de wang van de aangever rood is en licht gezwollen vanaf een centimeter onder zijn rechter oog tot ter hoogte van zijn mond.

II. Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 24 oktober 2017 (p. 8 en 9).
Op 24 oktober 2017 reed ik met mijn broertje [aangever 2] over de Middenweg te Heerhugowaard. Ik was de bestuurder. [aangever 2] was de bijrijder. Ik zag dat een zwartkleurige auto ons heel asociaal inhaalde. Vervolgens kwamen wij bij een kruispunt met verkeers-lichten. Ik zag dat mijn broertje zijn middelvinger opstak richting de bestuurder van de zwarte auto. Opeens zag ik dat de zwarte auto op mijn rijbaan kwam en mijn doorgang blokkeerde. Ik zag dat de bestuurder uitstapte. Ik kan hem als volgt omschrijven:


- Zwart haar krullend tot de schouders;
- Licht getint, leek op een Turks uiterlijk;
- Ongeveer 1.75 tot en met 1.80 meter lang;
- zwarte jas of trui;
- Ongeveer 20 tot 25 jaar oud.


Ik zag dat mijn broertje zijn raam naar beneden deed. Ik zag dat de verdachte de deur opentrok van de bijrijderskant waar mijn broertje zat. Ik zag opeens een vuist binnen de auto komen. Ik zag dat de verdachte mijn broertje krachtig met gebalde vuist sloeg op zijn hoofd. Ik zag dat de vuistslag van de verdachte mijn broertje raakte aan de rechterzijde.
Ik zag dat de verdachte op een gegeven moment in zijn auto stapte en weg reed. Ik zag dat er verder geen personen in de auto zaten. Ik heb een foto gemaakt van de auto en het kenteken. Het kenteken is: [kenteken] . Ik zag dat het een Chevrolet was, klein model.

III. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 oktober 2017 (p. 21 en 22).
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als relaas van bevindingen van [verbalisant 4] , hoofdagent van politie Eenheid Noord-Holland, en verbalisant [naam] :


Op 24 oktober 2017 omstreeks 16:52 uur kregen wij de opdracht uit te kijken naar een voertuig voorzien van het [kenteken] . Dit betreft een Chevrolet, zwart van kleur. De bestuurder van dit voertuig zou betrokken zijn geweest bij een verkeersconflict en zou daarbij iemand hebben mishandeld. Wij hoorden het volgende signalement van de bestuurder: lange man, zwart half lang krullend haar, Turks, Marokkaans uiterlijk. Ik, [verbalisant 4] , sloeg direct aan op dit voertuig en het opgegeven signalement. Het is mij ambtshalve bekend dat [verdachte] rijdt in dit voertuig. Tevens voldeed [verdachte] ook aan het opgegeven signalement. Ik, [naam] , sloeg ook op het gegeven signalement aan op [verdachte] .
Wij zijn vervolgens naar het [adres] gereden. Het is ons ambtshalve bekend dat [verdachte] woonachtig is op [adres] . Op het moment dat wij die straat weer uitreden, zagen wij het hierboven genoemde voertuig aan komen rijden. Wij zagen dat de bestuurder [verdachte] betrof. [verdachte] is aangehouden.

Op het moment dat ik, [verbalisant 4] , de transportboeien bij [verdachte] had aangelegd, begon hij mij uit te schelden en te beledigen. Ik hoorde hem onder andere zeggen: "vieze vuile kanker slet, kanker hoer, je laat je neuken door je collega's, vuile hoer, mongool, vieze blonde Nederlandse kankerslet." [verdachte] bleef al deze woorden regelmatig herhalen. Tijdens de aanhouding stonden er meerdere omstanders met hun voertuigen in de straat te kijken. [verdachte] schreeuwde al deze woorden luidkeels. Door al deze uitspraken van [verdachte] voel ik, [verbalisant 4] , mij ernstig beledigd.

IV. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 oktober 2017 (p. 15 en 16).

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als relaas van bevindingen van verbalisant:

Het [kenteken] behoort bij een zwarte Chevrolet, welke thuis hoort op het [adres] , met te naam gestelde [naam] . Mij is ambtshalve bekend dat [verdachte] vaak bestuurder is van deze auto.

Op 24 oktober 2017 reden wij naar het [adres] . Ik hoorde portofonisch dat collega’s [verbalisant 4] en [naam] ter plaatse waren. Toen ik ter plaatse kwam, zag ik dat deze collega’s [verdachte] hadden geboeid. Ik hoorde dat [verdachte] verbaal zeer aanwezig was. Ik hoorde hem tegen vrouwelijke collega [verbalisant 4] schreeuwen: "Jij bent vieze kanker hoer!" en "Kanker slet!". Ik hoorde dat hij dit meerdere keren tegen collega [verbalisant 4] schreeuwde.

Bewijsoverweging

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat het verdachte is geweest die [aangever 2] heeft mishandeld. Verdachte heeft dit ook niet ontkend; hij heeft zich tijdens zijn verhoor enkel op zijn zwijgrecht beroepen.

3.4

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder parketnummer 15/129849-17 en onder parketnummer 15/211237-17 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

Parketnummer 15/129849-17
Feit 1
hij op 17 januari 2017 te Heerhugowaard, meermalen in het openbaar, bij geschrift, tot enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, door telkens op het Instagram account ‘politieheerhugowaard’ als reactie bij een foto van een politieambtenaar) de tekst te plaatsen “Vol gas aanrijden” en als reactie bij een foto ter herdenking van een overleden politieambtenaar de tekst te plaatsen “Nu nog een paar van hhw”;


Feit 2
hij op 17 januari 2017 te Heerhugowaard, (meermalen) opzettelijk de eer en/of de goede naam van [verbalisant 1] (agent politie Heerhugowaard) en [verbalisant 2] (hoofdagent politie Heerhugowaard), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften, openlijk tentoongesteld, door telkens op het Instagram account ‘politieheerhugowaard’ als reactie op een foto en/of bericht de tekst te plaatsen:
- “ [verbalisant 1] stiekem neuk je deze Turkse of niet wees nou eerlijk” en
- “Wat wens je deze mensen succes [verbalisant 1] neukt Turkse collega’s [verbalisant 2] neukt [naam] politie hhw is een grote parenclub [naam] Vind het lekker om het te krijgen van de politie paarden”;

Feit 3
hij op 17 januari 2017 te Heerhugowaard, meermalen opzettelijk de eer en/of de goede naam van [verbalisant 3] (hoofdagent politie Heerhugowaard), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften, openlijk tentoongesteld, door telkens op het Instagram account ‘politieheerhugowaard’ als reactie op een foto en/of bericht de tekst te plaatsen:
- “ [verbalisant 1] stiekem neuk je deze Turkse of niet wees nou eerlijk” en
- “Wat wens je deze mensen succes [verbalisant 1] neukt Turkse collega’s [verbalisant 2] neukt [naam] politie hhw is een grote parenclub [naam] Vind het lekker om het te krijgen van de politie paarden”;
Feit 4
hij op 17 januari 2017 te Heerhugowaard, meermalen opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 3] (hoofdagent politie Heerhugowaard), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in het openbaar, bij geschrift, heeft beledigd, door telkens op het Instagram account ‘politieheerhugowaard’ als reactie op een foto en/of bericht de tekst te plaatsen:
- “Politie hhw jullie mogen mij lul likken en ik wil klaarkomen op jullie Turkse vrouwelijke collega” en
- “Turkse hoer” en
- “Turkseeeeeeeee sletttttieeeee” en
- “Turkse hoer landveradster Wil jij je hele leven hier leven vieze oruspoe” (wat vertaald betekent: “Turkse hoer landverraadster wil jij je hele leven hier leven vieze hoer”) en
- “Verkaaste I oruspoe anani sikerim Senin artist” (wat vertaald betekent: “Verkaasde hoer, ik ga je moeder neuken, praatjesmaker”);


Feit 5
hij op 22 februari 2017 te Heerhugowaard, [aangever] heeft mishandeld door die [aangever] :
- met gebalde vuist tegen de schouder te stompen en
- met gebalde vuist in het gezicht, althans tegen het hoofd, te slaan;

Feit 6
hij op of omstreeks 3 maart 2017 te Heiloo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe- eigening uit het magazijn van [aangever 1] heeft weggenomen een computer (merk Apple), toebehorende aan [aangever 1] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

Parketnummer 15/211237-17
Feit 1
hij op 24 oktober 2017 te Heerhugowaard [aangever 2] heeft mishandeld door voornoemde [aangever 2] met kracht met gebalde vuist in het gezicht te slaan;
Feit 2
hij op 24 oktober 2017 te Heerhugowaard opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 4] (hoofdagent politie eenheid Noord-Holland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid, mondeling, heeft beledigd, door haar de woorden toe te voegen: "kankerhoer" en "vieze blonde Hollandse kankerslet" en "mongool" en "je laat je door je collega’s neuken".

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van parketnummer 15/129849-17


feit 1: in het openbaar, bij geschrift, tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag opruien, meermalen gepleegd;

feiten 2 en 3, telkens: smaadschrift, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

feit 4: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

feit 5: mishandeling;

feit 6: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft door middel van braak en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

De raadsman heeft gesteld dat de onder parketnummer 15/129849-17 onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten moeten worden beschouwd als eendaadse samenloop, nu sprake is geweest van één handeling, te weten het plaatsen van een post op Instagram. De rechtbank verwerpt dit verweer. In casu is dit niet aan de orde, nu sprake is van verschillende uitlatingen tegen verschillende slachtoffers.

Ten aanzien van parketnummer 15/211237-17


feit 1: mishandeling;

feit 2: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de straf

6.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. De officier van justitie heeft bij het bepalen van de strafeis in strafverzwarende zin meegewogen dat een groot deel van de strafbare feiten is gepleegd tegen politieagenten.

6.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft naar voren gebracht dat verdachte van zijn familie een laatste kans heeft gekregen om aan het werk te gaan en niet meer in contact te komen met politie en justitie. Verdachte heeft recent tien dagen vastgezeten in het kader van een “omzetting taakstraf”, hetgeen hem lijkt te hebben gemotiveerd. Verdachte is volgens de raadsman aangenomen bij PostNL en kan daar volgende week beginnen.

De raadsman heeft verzocht bij de eventuele strafoplegging rekening te houden met de door verdachte ingezette weg en geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de dagen die verdachte in verzekering heeft gezeten, zodat verdachte de ingezette weg kan vervolgen.

6.3

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich, door verschillende berichten op het Instagram account van de politie Heerhugowaard te plaatsen, schuldig gemaakt aan opruiing, smaadschrift en belediging, gericht tegen specifieke politieambtenaren en de politie Heerhugowaard in het algemeen. Opruiing is een ernstig feit omdat daardoor anderen worden aangemoedigd tot het daadwerkelijk plegen van gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag, in casu de politie. Het heeft een ondermijnend karakter en tast het gezag van de politie aan. Ook heeft verdachte bewust de eer en goede naam van specifieke politieagenten aangetast, hetgeen door ieder van hen als bijzonder kwetsend is ervaren. Dit rekent de rechtbank verdachte ernstig aan.

Daarnaast heeft verdachte een andere politieambtenaar beledigd toen zij hem aanhield, door haar woorden als "kanker hoer" en "mongool" toe te schreeuwen. Uit de toelichting op de vordering van de benadeelde partij, en met name uit een door deze politieambtenaar zelf geschreven e-mail, blijkt dat de beledigingen de nodige impact hebben (gehad).

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan twee mishandelingen. Mishandeling is een ernstig feit waarbij de lichamelijke integriteit van het slachtoffer wordt aangetast. Eenmaal betrof het een mishandeling die plaatsvond in het verkeer, naar aanleiding van een gebaar of opmerking van een medeweggebruiker. De andere keer betrof het de mishandeling van een kennis, met wie verdachte in de auto zat, door deze zonder aanleiding tegen zijn schouder te stompen. Toen het slachtoffer verdachte hierop aansprak, ging verdachte – zo blijkt uit de aangifte – door het lint en heeft hij het slachtoffer meermalen in zijn gezicht gestompt/geslagen. Uit deze feiten blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte een serieus agressie(regulatie)probleem heeft.

Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een inbraak in een bedrijfspand. Hiermee heeft verdachte ervan blijk gegeven geen respect te hebben voor andermans eigendommen.

Verdachte heeft bij de politie geen verklaringen af willen leggen – hij heeft zich in zijn verhoren bij de politie op nagenoeg alle vragen op zijn zwijgrecht beroepen – en is ter terechtzitting niet verschenen. Zodoende heeft verdachte er blijk van gegeven geen enkele verantwoording voor zijn daden te nemen. De rechtbank weegt dit laatste in het nadeel van verdachte mee.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank verder in het bijzonder gelet op het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 2 november 2017, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder voor het plegen van strafbare feiten, waaronder vermogensdelicten, onherroepelijk is veroordeeld.

De rechtbank is, gelet op de aard en de ernst van de feiten, van oordeel dat enkel een gevangenisstraf passend en geboden is. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van drie jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit.

De op te leggen straf is overeenkomstig de eis van de officier van justitie. De rechtbank ziet in het betoog van de raadsman geen reden om van deze, alleszins redelijke, eis af te wijken. Dat verdachte thans een positieve weg zou zijn ingeslagen is overigens ook met geen enkel stuk onderbouwd en staat in schril contrast met de pleegdatum van 24 oktober 2017 van de onder parketnummer 15/211237-17 ten laste gelegde en bewezenverklaarde feiten.

7 Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [verbalisant 4] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 210,00 ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het onder parketnummer 15/211237-17 onder 2 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder parketnummer 15/211237-17 onder 2 bewezen verklaarde feit. Vergoeding van de schade komt de rechtbank billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. De vordering, waartegen geen verweer is gevoerd, zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder parketnummer 15/211237-17 onder 2 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: belediging] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

De rechtbank heeft geconstateerd dat zich bij de stukken ook nog een voegingsformulier van (de moeder van) [aangever 2] bevindt. Nu op dit formulier echter geen concrete schadeposten en bedragen zijn vermeld, zal de rechtbank hier geen beslissing op kunnen nemen.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63, 131, 261, 266, 267, 300 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de onder parketnummer 15/129849-17 en parketnummer 15/211237-17 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op drie jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [verbalisant 4] geleden schade tot een bedrag van € 210,00 (zegge: tweehonderdtien euro), bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [verbalisant 4] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [verbalisant 4] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 210,00 (zegge: tweehonderdtien euro), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 4 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. S. Jongeling, voorzitter,

mr. H.E.C. de Wit en mr. N. Boots, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. N. Roo,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 november 2017.

1 De door de rechtbank als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.