Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:9946

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
01-12-2016
Datum publicatie
01-12-2016
Zaaknummer
1570048715
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vervolging na aanvankelijk sepot. Raadsman stelt vast dat sprake is van een vormfout nu verdachte is aangehouden en verhoord zonder dat een machtiging van de RC ex artikel 255 SV is afgegeven. Rechtbank stelt vast dat sprake is van vormverzuim maar dat gevolgen voor verdachte beperkt zijn gebleven. De rechtbank volstaat met de vaststelling dat sprake is van een vormverzuim maar zal hier ten aanzien van de straf geen consequenties aan verbinden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2017/25
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Strafrecht

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700487-15 (P)

Uitspraakdatum: 1 december 2016

Tegenspraak (279 Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 november 2016 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres 1].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M. van Oosten en van hetgeen de raadsman van verdachte, mr. R. Polderman, advocaat te Alkmaar, naar voren heeft gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 29 oktober 2009 te Zwaag, in de gemeente Hoorn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening, in uit een woning gelegen op/aan de [adres 2] (no.9) aldaar, heeft weggenomen een portemonnee (met daarin een geldbedrag van 2250 euro, althans enig geldbedrag) en/of een geldbedrag van 5000 euro en/of een horloge (merk Breitling) en/of een gouden schakelketting en/of een of meer oorbel(len) en/of een Rolex-horloge en/of een of meer armband(en), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een persoon, genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (met daarin een geldbedrag van 2250 euro, althans enig geldbedrag) en/of een geldbedrag van 5000 euro en/of een horloge (merk Breitling) en/of een gouden schakelketting en/of een of meer oorbel(len) en/of een Rolex-horloge en/of een of meer armband(en), geheel of ten dele toebehorende aan die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en):

- dat verdachte en/of zijn mededader(s) naar de woning van die/deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is/zijn gegaan en/of

- ( daarna) heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) aangebeld bij die woning en/of

heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) aan die [slachtoffer 2] gevraagd -die de deur opende- of hij even mocht bellen omdat hij met autopech stond en/of

- ( vervolgens) heeft zij, die [slachtoffer 2], haar man, die [slachtoffer 1], geroepen om dat verder af te handelen en/of is zij, die [slachtoffer 2], in de woonkamer gaan zitten en/of

- ( daarna) heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen die [slachtoffer 1] aan deur kwam een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp uit zijn kleding gepakt en/of

- ( daarbij) dat pistool, althans dat op een vuurwapen gelijkende voorwerp getoond en/of getoond gehouden aan en/of gericht en/of gericht gehouden op die [slachtoffer 1] en/of

- ( daarbij) heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de telefoon -die die [slachtoffer 1] in zijn hand had- uit de hand van die [slachtoffer 1] gepakt en/of

- ( vervolgens) is/zijn hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (ook) naar die [slachtoffer 1] toegelopen en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] op/tegen de grond gegooid en/of geduwd en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] in bedwang gehouden en/of de armen van die [slachtoffer 1] op de rug vastgebonden met ducktape en/of

- ( daarna) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de mond van die [slachtoffer 1] afgeplakt met ducktape en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] een of meerma([medeverdachte 1])l(en) met dat pistool (hard) op/tegen het hoofd geslagen en/of (daarbij) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] de woorden toegevoegd:"Niet praten, niet praten anders maken we je dood", althans woorden van gelijke strekking en/of

- ( vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] opgetild en/of de huiskamer van die woning ingebracht en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 2] - die op het rumoer in de gang was afgekomen- bij de keel gepakt en/of de huiskamer ingeduwd en/of (vervolgens) op de grond geduwd en/of heeft/hebben hij, verdachte, (daarbij) die [slachtoffer 2] de woorden toegevoegd: "Ga liggen, ga liggen of ik schiet je dood", althans woorden van dergelijke strekking en/of

- ( daarbij) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp geplaatst en/of gedrukt op/tegen de slaap, althans het hoofd van die [slachtoffer 2] en/of

- ( vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de mond en/of de ogen en/of de handen en/of de voeten van die [slachtoffer 2] (vast)gebonden en/of afgeplakt met ducktape en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 2] (daarbij) de woorden toegevoegd:"Geef me je goud, waar is je goud" en/of

- ( daarna) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 2] naar boven geduwd en/of (daarbij) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 2] een of meerma([medeverdachte 1])l(en) (hard) met dat pistool, althans dat/een voorwerp op/tegen het hoofd en/of (elders) op/tegen het lichaam geduwd en/of geslagen en/of gestompt en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de kleding op zolder doorzocht en/of een/dat geldbedrag van 5000 euro weggenomen en/of

- ( daarna) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 2] weer mee naar beneden genomen en/of (vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) de armbanden van die [slachtoffer 2] afgedaan en/of de oorbellen uit de oorlellen van die [slachtoffer 2] getrokken en/of gerukt en/of heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 2] (daarbij) de woorden toegevoegd:"Als jullie de politie bellen dan komen we terug en schieten we jullie dood", althans woorden van dergelijke aard.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken. Verdachte is niet herkend door aangeefster [slachtoffer 2] terwijl zij heeft verklaard dader 2 voor 1000% te zullen herkennen. Verdachte heeft geen tatoeages op de onderarmen zoals NN4 op de beelden van de middag voor de overval. Uit het dossier blijkt niet dat het postuur van verdachte overeenkomt met het postuur van één van de daders van de woningoverval. Van de medeverdachten noemt alleen medeverdachte [medeverdachte 1] de naam van verdachte, en dan pas tijdens de behandeling van zijn hoger beroep bij het Gerechtshof in Amsterdam op 13 februari 2013. De verklaring van die datum en de verklaringen bij de raadsheer-commissaris op 18 november 2013 en op de terechtzitting van de rechtbank van 17 november 2016 zijn innerlijk tegenstrijdig en op veel fronten ongeloofwaardig en onbetrouwbaar. Het motief voor deze verklaringen is onduidelijk, maar kan zijn gelegen in een ruzie tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], de neef van verdachte, of in vermeende contacten van verdachte met de Criminele Inlichtingen Eenheid. De verklaringen die de getuige [medeverdachte 1] heeft afgelegd moeten volgens de raadsman daarom worden uitgesloten voor het bewijs.

3.3.

Bewijs(middel)verweer

De rechtbank zal het verweer tot uitsluiting van de verklaringen van [medeverdachte 1] passeren. De verklaringen die [medeverdachte 1] heeft afgelegd als verdachte bij het Gerechtshof op 13 februari 2013, en als getuige tegenover de raadsheer-commissaris op 18 november 2013 en op de terechtzitting van 17 november 2016 in deze zaak, acht de rechtbank voldoende gedetailleerd, consistent en overtuigend. De rechtbank acht de verklaringen betrouwbaar. [medeverdachte 1] heeft in zijn verklaring niet alleen verdachte belast, maar ook zichzelf en medeverdachte [medeverdachte 2] . [medeverdachte 1] heeft zijn eigen rol niet gebagatelliseerd. Zijn verklaring wordt wat betreft de loop van de gebeurtenissen tijdens de woningoverval voor een groot deel ondersteund door de verklaringen van de aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. Dat de verklaringen van [medeverdachte 1] over de loop van de gebeurtenissen op detailpunten verschillen, maakt, nu vaststaat dat hij zelf een van de daders was, zijn verklaring omtrent de identiteit van zijn mededaders niet onbetrouwbaar.

Ten aanzien van zijn motief om te verklaren heeft [medeverdachte 1] op de terechtzitting van 17 november 2016 verklaard dat hij verdachte heeft genoemd omdat hij een van de betrokkenen was. [medeverdachte 1] had een aantal jaren vastgezeten en had tijd om na te denken. Het was niet niets waarvoor hij was veroordeeld. Het minste wat hij nog kon doen voor de slachtoffers was het afleggen van een bekennende verklaring waarbij hij ook de namen van zijn mededaders heeft genoemd, aldus verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat, behalve het vorenstaande, geen ander motief aannemelijk is waarom [medeverdachte 1] de naam van [verdachte] zou noemen als mededader.

3.4.

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Op 30 oktober 2009 heeft mevrouw [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2] aangifte gedaan van een gewapende overval in haar woning aan de [adres 2] 9 te Zwaag, waar ze samen met haar man [slachtoffer 1] woont. Haar man handelt in landbouwmachines en gaat regelmatig naar Dubai. Het komt voor dat zij voorafgaand aan het vertrek van haar man 2000 à 3000 euro in huis hebben voor de hotelkosten en het verblijf in het buitenland. Op de dag van de overval hadden ze omstreeks 5000 euro in huis.

Omstreeks 18.45 uur was zij in de woning aanwezig samen met [slachtoffer 1] (de rechtbank begrijpt: aangever [slachtoffer 1]), toen er bij de voordeur werd aangebeld. Ze deed de voordeur open en zag een Marokkaanse jongeman voor de deur staan, omstreeks 22 a 23 jaar, kort zwart haar, enigszins naar achteren gekamd, geen snor of baard, 1,75 meter naar schatting, slank postuur. Zij hoorde hem zeggen: “Ik heb pech met mijn auto, mag ik even bij u bellen?” Ze ging naar binnen om haar man te roepen en deed de deur dicht. Vervolgens liep haar man [slachtoffer 1] naar de voordeur en deed de voordeur open. Direct hoorde ze veel geschreeuw in de gang. Ze liep er direct naar toe en zag een jongen op zich afkomen die haar bij de keel pakte. Ze werd de kamer ingeduwd door die man. Als signalement geeft ze op: een man, omstreeks 25 jaar, Marokkaan, erg ingevallen gezicht, mager tot iel, heel kort zwarte stekeltjeshaar, getinte huidskleur. Hij pakte haar met twee handen bij de keel en duwde haar de woonkamer in. De man werkte haar naar de grond. Ze hoorde hem roepen: “ga liggen, ga liggen, of ik schiet je dood.”

Toen ze op haar buik lag, voelde ze een knie in haar rechterzij. Hij greep haar handen en deed die op haar rug. Tegelijkertijd werd een zwartkleurig pistool op haar rechter slaap gezet. Het leek haar een speelgoedmodel, maar toen werd het wapen doorgeladen, hoorde zij. Zij raakte in paniek. Ze moest haar bek dicht houden, hoorde ze hem meerdere malen roepen: “anders schiet ik je dood”. Ze werd vervolgens getapet met duct tape, eerst haar mond, toen haar ogen, toen haar handen en voeten. Ze hoorde hem roepen: “Geef me je goud, waar is je goud.” Ze antwoordde in paniek dat ze dat niet had. De overvaller vroeg haar toen nogmaals waar het geld was. Ze antwoordde: “boven”. Ze voelde dat hij haar voeten van tape ontdeed. Voordat ze meegenomen werd naar de zolderverdieping en voordat haar ogen waren afgeplakt, zag ze nog een 2e Marokkaanse overvaller en een Hollandse overvaller. Die 2e overvaller werd “[slachtoffer 1]” genoemd. Zij omschrijft hem als volgt: man, Marokkaan, 22/23 jaar, ringbaardje en een snor. Hij leek haar een stuk langer dan degene die zich met haar bezig hield en die ze overvaller 1 zal noemen, namelijk 1,85 meter, flink postuur. Ze hoorde dat haar man [slachtoffer 1] zich hevig verzette tegen deze twee. Hij werd ook vast getapet. Ze kon onder het tape door nog zien dat overvaller 2 en 3 op [slachtoffer 1] (de rechtbank begrijpt: aangever [slachtoffer 1]) zaten en hem sloegen en probeerden te tapen. Ze werd door dader 1 mee naar boven genomen door in de rug te duwen, haar het pistool tegen haar lichaam en hoofd te duwen. Ze werd meermalen met dat wapen op haar lichaam geslagen. Op zolder moest ze het geld aanwijzen. In een van de colberts van haar man [slachtoffer 1] in de kledingkast zat het geldbedrag, papiergeld, dat ze hem direct gaf. Ze zag en voelde dat dader 1 haar weer sloeg en om meer geld schreeuwde. Op dat moment werd vanaf de benedenverdieping geroepen: “He Mattie, mattie, we moeten gaan.” Ze moest onder dwang mee naar beneden. Ze werd vooruit geduwd, weer meerdere malen geslagen met dat pistool en eenmaal beneden, rende ze naar de voordeur maar werd gelijk tegengehouden door dader 1, die haar aan de haren trok. Dader 1 heeft haar ook meerdere malen opzettelijk in haar rug en in de buik geschopt terwijl ze op de grond lag. Ze werd vanuit de kamer in de hal gebracht en op de grond gewerkt. Dader 1 trok daar haar armbanden van haar pols. Uit haar oorlellen werden op ruwe wijze haar beide gouden oorbellen getrokken. Ze kreeg te horen: “Als jullie de politie bellen dan komen we terug en schieten we jullie dood.” Ze hoorde dat er door een van de overvallers werd geroepen: “Ik heb mijn muts niet, ik heb mijn muts niet.”, door dader 2 of 3 tegen dader 1. Er is inderdaad een bivakmuts in de hal achtergebleven en die is later meegenomen door de politie.

Een bij deze aangifte behorende goederenbijlage vermeldt een aantal goederen waaronder een horloge van het merk Rolex1.

[slachtoffer 1] heeft op 2 november 2009 aangifte gedaan van een gewapende overval in zijn woning aan de [adres 2] 9 te Zwaag op 29 oktober 2009.

Hij was van plan geld mee te nemen naar Dubai op 30 oktober 2009 en had 5000 euro in een grijze colbert gedaan op zolder. Verder had hij een portemonnee met 2250 euro in zijn broekzak, die er tijdens de overval is uitgehaald. Op woensdag 28 oktober 2009 tussen 16.00 uur en 17.00 uur heeft hij al een van de daders voor het huis zien langslopen. Het was de dader met wie hij in eerste instantie aan de voordeur geconfronteerd werd. Hetzelfde zag hij ongeveer een uur voor de overval, dus rond 17.00 uur. Op donderdag 29 oktober 2009 werd hij geroepen door [slachtoffer 2] (de rechtbank begrijpt: aangeefster [slachtoffer 2]), dat er iemand aan de deur was die vroeg of hij even mocht bellen omdat hij autopech had. Hij liep naar de voordeur en zag een magere Noord-Afrikaans jongen voor de deur staan, 20—22 jaar. Hij zag dat de overvaller direct een zwart pistool, groot model, achter de broeksband vandaan haalde en op hem richtte. Tegelijkertijd pakte de overvaller de GSM uit zijn hand. Hij, aangever, sloeg het vuurwapen met zijn rechter hand naar links weg. Aangever noemt hem dader 1 en omschrijft hem als volgt: 1,75 meter, flink getinte huidskleur, kort donker haar, droeg een ringbaardje. Hij hoorde hem toen roepen: “kom jongens, kom jongens”. Hij zag toen dat er nog twee overvallers vanachter het schuurtje naar voren kwamen rennen, een blanke persoon en nog een Noord-Afrikaan. Deze overvallers, dader 2 en 3, duwden hem vervolgens met kracht tegen de grond. Hij viel op zijn buik. Dat was nog in de hal. Hij werd direct door twee daders in bedwang gehouden. Door een van hen werden zijn armen op de rug gebonden met duct tape, ook de enkels en zijn mond werden afgeplakt met die tape. Ondertussen werd hij 3 of 4 keer met het pistool hard op zijn achterhoofd geslagen. Tegen hem werd steeds gezegd: “Niet praten, niet praten, anders maken we je dood.” Hij zag dat een van de daders de kamer was ingelopen en [slachtoffer 2] tegen de grond werkte. Hij werd door twee daders naar de kamer gesleept. [slachtoffer 2] lag op de grond en een dader was bezig spullen te doorzoeken in de woonkamer. Hij hoorde dat er om geld geroepen werd naar [slachtoffer 2]. Aan hem werd er in het Engels om geld gevraagd: “Where is the money.” Hij kreeg het benauwd en riep meerdere malen: “Ik ga dood, ik heb pijn in mijn hart.” Daar werd niets op gedaan. Later bleek dat hij door de emoties een hartinfarct heeft gehad. Van zijn rechterpols werd een gouden schakelkettinkje gerukt. Zijn Breitling horloge werd vervolgens van zijn pols gehaald en uit zijn kontzak werd zijn portemonnee gehaald. [slachtoffer 2] werd door een van de daders mee naar boven genomen. Hij hoorde dader 1 naar hem roepen: “Liggen, liggen!” en “wanneer komt je dochter, we willen haar horloge hebben”2.

Door de forensisch geneeskundige van de GGD Holland Noorden is op 3 november 2009 geconstateerd dat het slachtoffer [slachtoffer 2] uitgebreide bloeduitstortingen op de voorzijde van de buik en linker arm heeft opgelopen. Deze letsels passen bij de toedracht en het tijdstip zoals het slachtoffer dat heeft omschreven3.

De forensisch geneeskundige van de GGD Holland Noorden heeft op 3 november 2009 geconstateerd dat er bij het slachtoffer [slachtoffer 1] een acuut hartinfarct is opgetreden tijdens de overval. Voorts had [slachtoffer 1] een bloeduitstorting op de neusrug en rechter onderooglid, met mogelijk een breuk van de neusrug. Deze letsels passen bij de toedracht en het tijdstip zoals omschreven door het slachtoffer4.

Op 9 december 2009 wordt aan mevrouw [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2] en aan [slachtoffer 1] een vijftal digitale foto’s van twee verdachten getoond, welke foto’s afkomstig zijn van de door hen beschikbaar gestelde camerabeelden Mevrouw [slachtoffer 2] verklaarde dat zij de man zichtbaar op de kleurenfoto (1) herkent als degene die [slachtoffer 1] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] ) naar binnen heeft geduwd en die zij in eerste instantie te woord heeft gestaan. Hij is ook degene die haar onder bedreiging van een vuurwapen mee naar boven nam, nadat zij hem had gezegd dat er op zolder geld was5. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij degene is op de kleurenfoto.6

Op 14 december 2009 zijn door de verbalisanten de beelden van het privébewakingssysteem bekeken. Op de camerabeelden wordt de oprit van de woning in Zwaag en een deel van de openbare weg in beeld gebracht. De tijdweergave (systeemtijd) op deze camerabeelden loopt niet synchroon met de werkelijk tijd. Vastgesteld is dat ten opzichte van de systeemtijd het in werkelijkheid 1 uur, 13 minuten en 21 seconden vroeger is.

Op de beelden van 29 oktober 2009 om 14.30 uur zien de verbalisanten een man, herkend als de verdachte [medeverdachte 1].
Op het beeld van 19.54 uur zien de verbalisanten een man, herkend als de verdachte [medeverdachte 1], van rechts komen en de oprit oplopen. Hij belt aan, waarna hij de woning in gaat, gevolgd door twee andere NN verdachten 2 en 3. Hierop vindt de gewapende overval plaats7.

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij vóór de overval een gesprek heeft gehad met [medeverdachte 3] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 3]). [medeverdachte 3] heeft verteld over mensen die veel geld hadden. [verdachte] was ook bij dat gesprek aanwezig. [medeverdachte 3] heeft het met [verdachte] over namen of een adres gehad8.

[medeverdachte 3] heeft tegenover de rechter-commissaris verklaard dat hij [medeverdachte 2] kent en dat hij het er met hem over heeft gehad dat die mensen (de rechtbank begrijpt: aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]) veel geld zouden hebben. Later heeft [medeverdachte 2] aan hem verteld hoe de overval is gegaan9.

Tijdens de behandeling van zijn hoger beroep bij het Gerechtshof in Amsterdam op 7 februari 2013 heeft [medeverdachte 1] als verdachte in zijn eigen zaak en als getuige in de zaak tegen medeverdachten H. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] verklaard dat naast [medeverdachte 2] , zijn neef [verdachte] en een Nederlandse vriend van hen met de naam [medeverdachte 4] betrokken waren bij de overval aan het [adres 2] in Zwaag op 29 oktober 2009. [medeverdachte 2] bleef in de auto zitten en [verdachte] en [medeverdachte 4] waren erbij in het huis en hebben zich met die man bezig gehouden10.

[medeverdachte 1] heeft op 18 november 2013 als getuige tegenover de raadsheer- commissaris opnieuw verklaard dat hij samen met [medeverdachte 2] , [verdachte] en een Nederlandse jongen met de naam [medeverdachte 4] de overval heeft gepleegd. [medeverdachte 1] belde aan bij de woning, terwijl [verdachte] en [medeverdachte 4] achter het schuurtje bleven wachten. [medeverdachte 2] bleef in de auto. Nadat de deur werd open gedaan door de aangever [slachtoffer 1] heeft [medeverdachte 1] een wapen getrokken en zijn [verdachte] en [medeverdachte 4] er ook bij gekomen11.

Op de terechtzitting van 17 november 2016 heeft [medeverdachte 1]. [medeverdachte 1] als getuige verklaard dat er een tip was gegeven dat er geld en drugs waren te halen in de woning. Er werd een plan gemaakt om in te breken in de woning, maar nadat [medeverdachte 1] en [verdachte] een paar keer overdag hadden aangebeld voelden zij zich bekeken en werd het plan opgevat om een beroving te plegen. Kort voor de overval heeft [medeverdachte 1] zonder enige vermomming aangebeld, [verdachte] en [medeverdachte 4] hadden hun gezicht afgeschermd met sjaals en capuchon. [medeverdachte 2] bleef als bestuurder achter in de auto. Nadat de deur was open gedaan raakte [medeverdachte 1] in worsteling met aangever [slachtoffer 1]. [medeverdachte 1] heeft het vuurwapen afgegeven aan [verdachte], die nam het vuurwapen over. In de woning zijn de aangevers mishandeld en getapet. [medeverdachte 1] is met de aangeefster naar boven gegaan. Ze hadden alle drie iets meegenomen uit de woning. Op de terechtzitting is aan de getuige de foto op bladzijde 104 met de tijdsaanduiding 14:42:59 getoond. De getuige herkende zichzelf en [verdachte] op deze foto12.

3.5.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 29 oktober 2009 te Zwaag, in de gemeente Hoorn, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, uit een woning gelegen aan de [adres 2] (no.9) aldaar, heeft weggenomen een portemonnee (met daarin een geldbedrag van 2250 euro en een horloge (merk Breitling) en een gouden schakelketting en oorbellen en een Rolex-horloge en armbanden, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

en

met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 5000 euro, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2],

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond:

- verdachte en zijn mededaders zijn naar de woning van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gegaan en

- daarna hebben verdachte en/of zijn mededaders aangebeld bij die woning en heeft verdachte en/of zijn mededader(s) aan die [slachtoffer 2] gevraagd -die de deur opende- of hij even mocht bellen omdat hij met autopech stond en vervolgens heeft zij, [slachtoffer 2], haar man, [slachtoffer 1], geroepen om dat verder af te handelen en is zij, [slachtoffer 2], in de woonkamer gaan zitten en

- daarna hebben verdachte en/of zijn mededaders toen [slachtoffer 1] aan de deur kwam een pistool uit zijn kleding gepakt en dat pistool gericht op [slachtoffer 1] en

- daarbij hebben verdachte en/of zijn mededaders de telefoon -die [slachtoffer 1] in zijn hand had- uit de hand van die [slachtoffer 1] gepakt en hebben verdachte en/of zijn mededaders [slachtoffer 1] tegen de grond geduwd en hebben verdachte en/of zijn mededaders [slachtoffer 1] in bedwang gehouden en de armen van [slachtoffer 1] op de rug vastgebonden met duct tape en daarna hebben verdachte en/of zijn mededaders de mond van [slachtoffer 1] afgeplakt met duct tape en hebben verdachte en zijn mededaders [slachtoffer 1] meermalen met dat pistool (hard) op/tegen het hoofd geslagen en

- daarbij hebben verdachte en/of zijn mededaders [slachtoffer 1] de woorden toegevoegd: "Niet praten, niet praten anders maken we je dood", en

- vervolgens hebben verdachte en/of zijn mededaders [slachtoffer 1] opgetild en de huiskamer van die woning ingebracht

en tevens hebben verdachte en/of zijn mededaders [slachtoffer 2] - die op het rumoer in de gang was afgekomen- bij de keel gepakt en de huiskamer ingeduwd en op de grond geduwd en hebben verdachte en diens mededaders daarbij [slachtoffer 2] de woorden toegevoegd: "Ga liggen, ga liggen of ik schiet je dood", en

- daarbij hebben verdachte en/of zijn mededaders een pistool geplaatst op de slaap van [slachtoffer 2] en

- vervolgens hebben verdachte en zijn mededaders de mond en de ogen en de handen en de voeten van [slachtoffer 2] afgeplakt met duct tape en hebben verdachte en zijn mededaders [slachtoffer 2] daarbij de woorden toegevoegd: "Geef me je goud, waar is je goud" en

- daarna hebben verdachte en/of zijn mededaders [slachtoffer 2] naar boven geduwd en daarbij hebben verdachte en/of zijn mededaders [slachtoffer 2] meermalen met dat pistool tegen het hoofd en elders tegen het lichaam geduwd en geslagen en

- daarna hebben verdachte en/of zijn mededaders [slachtoffer 2] weer mee naar beneden genomen en

- vervolgens hebben verdachte en/of zijn mededaders de armbanden van die [slachtoffer 2] afgedaan en de oorbellen uit de oorlellen van [slachtoffer 2] getrokken en hebben verdachte en zijn mededaders [slachtoffer 2] daarbij de woorden toegevoegd: "Als jullie de politie bellen dan komen we terug en schieten we jullie dood".

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

De voortgezette handeling van

diefstal, voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht.

6.2.

Standpunt van de verdachte/de verdediging

De raadsman stelt zich primair op het standpunt dat verdachte moet worden vrijgesproken. Subsidiair stelt de raadsman dat de aanhouding van verdachte heeft plaatsgevonden nadat hij door een sepotmededeling van de officier van justitie buiten vervolging was gesteld. Voor een dergelijke aanhouding en een daaropvolgend verhoor in het kader van een opsporingsonderzoek had een machtiging van de rechter-commissaris ex artikel 255 van het Wetboek van Strafvordering moeten worden afgegeven. De raadsman stelt dat deze onrechtmatige aanhouding gevolgen moet hebben voor een eventueel aan verdachte op te leggen straf. Tot slot heeft de raadsman de rechtbank verzocht rekening te houden met het tijdsverloop en met het feit dat verdachte nu in [adres 1] een leven heeft met vrouw, kind en werk.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Vormverzuim

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een vormverzuim.

Uit de jurisprudentie blijkt dat de strekking van artikel 255 van het Wetboek van Strafvordering is dat na een aanvankelijk sepot niet te lichtvaardig wordt gedagvaard na het bekend worden van nieuwe bezwaren. Dagvaarding is dan alleen toegestaan na een terzake van die nieuwe bezwaren met machtiging van de rechter-commissaris ingesteld opsporingsonderzoek.

In deze zaak is verdachte door een sepotmededeling van 11 mei 2011 buiten vervolging gesteld. Nadat gebleken was van nieuwe bezwaren (de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] bij het gerechtshof), is verdachte op 2 september 2015 opnieuw aangehouden en verhoord. Enige tijd daarna is hij gedagvaard. Die dagvaarding tegen verdachte is ingetrokken en vervolgens is hij, nadat een machtiging van de rechter-commissaris ex artikel 255 van het Wetboek van Strafvordering was verstrekt, opnieuw gedagvaard.

Verdachte is dus aangehouden en verhoord vóórdat de rechter-commissaris de machtiging had afgegeven. De verdachte heeft zich tijdens dat verhoor ten aanzien van de beschuldiging op zijn zwijgrecht beroepen. Verdachte heeft na zijn aanhouding enkele uren op het politiebureau verbleven, waarna hij weer is heengezonden. De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat weliswaar sprake is van een vormverzuim maar dat de gevolgen hiervan voor de verdachte beperkt zijn gebleven. De rechtbank volstaat met deze vaststelling en zal hieraan ten aanzien van de strafoplegging geen consequenties verbinden.

Strafoplegging

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 29 oktober 2009 samen met anderen de heer [slachtoffer 1] en mevrouw [slachtoffer 2] overvallen in hun woning. Na te hebben aangebeld is verdachte samen met zijn mededaders de woning binnengestormd. Zij hebben fors geweld gebruikt tegen de heer [slachtoffer 1] en mevrouw [slachtoffer 2]. Zij hebben [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] geslagen met een pistool, zij hebben hen tegen de grond geduwd en vastgebonden met duct tape. Ook hebben ze de mond van de heer [slachtoffer 1] en de mond en ogen van mevrouw [slachtoffer 2] afgeplakt met duct tape. Ze hebben [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gedreigd dood te schieten. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn enige tijd gescheiden omdat [slachtoffer 2] mee moest naar boven om geld of sieraden te geven. Er zijn sieraden en geld weggenomen en mevrouw [slachtoffer 2] is gedwongen geld af te geven. De oorbellen van [slachtoffer 2] zijn zelfs uit haar oren getrokken.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij uit puur materiële overwegingen heeft gehandeld en volstrekt niet heeft stil gestaan bij de angst die hij, samen met zijn mededaders, teweeg heeft gebracht bij de slachtoffers van deze overval. Deze overval is voor de slachtoffers een bijzonder beangstigende ervaring geweest. Het slachtoffer [slachtoffer 1] heeft tijdens de overval door de emoties een hartaanval gekregen. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij, ondanks het feit dat de heer [slachtoffer 1] aangaf last te hebben van zijn hart en grauw van kleur zag, is doorgegaan met de overval en het slachtoffer daarna aan zijn lot heeft overgelaten. Door dergelijke feiten wordt de rechtsorde bovendien ernstig geschokt.
Op het bewezenverklaarde kan slechts worden gereageerd met oplegging van een langdurige gevangenisstraf. Als uitgangspunt geldt daarbij het LOVS-oriëntatiepunt van vijf jaar. Gelet op het gewelddadige karakter van de overval en de straf die de medeverdachte in hoger beroep is opgelegd, vindt de rechtbank een hogere straf aangewezen. Het tijdverloop sinds de overval doet hier echter weer enigszins aan af. Het is niet, althans niet in overwegende mate, aan justitie te wijten dat het zo lang heeft geduurd. Verdachte heeft geen openheid van zaken gegeven en pas nadat een mededader is gaan praten kon het Openbaar Ministerie het onderzoek tegen verdachte vervolgen. Ook toen heeft de verdachte geen verantwoording willen afleggen.
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank daarbij ook nog gelet op het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 14 oktober 2016, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van gewelds- en vermogensdelicten is veroordeeld.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van vijf jaar moet worden opgelegd.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Artikelen 56, 63, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht,

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.5 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het onder 3.5 bewezen verklaarde feit de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren en verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. L.J. Saarloos, voorzitter,

mr. A. Warmerdam en mr. S.I.A.C. Angenent-Bakker, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers G.A.M. Delis en Z.T. Pronk,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 december 2016.

1 Het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2] d.d. 30 oktober 2009 (dossierpagina 25 e.v.)

2 Het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 2 november 2009 (dossierpagina 47 e.v.)

3 Een geschrift, zijnde een letselverklaring van de forensisch geneeskundige G. van den Berg, gedateerd 3 november 2009 (dossierpagina 35 e.v.)

4 Een geschrift, zijnde een letselverklaring van de forensisch geneeskundige G. van den Berg, gedateerd 3 november 2009 (dossierpagina 52 e.v.)

5 Het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten R.J.D. Nijkamp en A.M. Erkamp d.d. 9 december 2009 (dossierpagina 71 e.v.)

6 De verklaring van de getuige [medeverdachte 1]. [medeverdachte 1] op de terechtzitting d.d. 17 november 2016.

7 Het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten R. Piers en H.J. Booij, gedateerd 14 december 2009 (dossierpagina 97 e.v.)

8 Het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte H. [medeverdachte 2] d.d. 28 april 2010 (dossierpagina 439 e.v.)

9 Het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3] tegenover de rechter-commissaris d.d. 23 april 2010 (dossierpagina 418 e.v.)

10 Het in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal de terechtzitting van het Gerechtshof te Amsterdam d.d. 7 februari 2013 (dossierpagina 373 e.v.)

11 Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van de getuige [medeverdachte 1]. [medeverdachte 1] tegenover de raadsheer-commissaris op 18 november 2013 (dossierpagina 389 e.v.)

12 De verklaring van de getuige [medeverdachte 1]. [medeverdachte 1] op de terechtzitting d.d. 17 november 2016.