Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:9764

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
25-11-2016
Datum publicatie
25-11-2016
Zaaknummer
15/871492-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

diefstal woning

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/871492-14 (P)

Uitspraakdatum: 25 november 2016

Tegenspraak (gemachtigd raadsman)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 10 en 11 november 2016 in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op [adres]

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. D. Sarian en van hetgeen de raadsman van verdachte, mr. K. Canatan, advocaat te Amsterdam, naar voren heeft gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

Primair

hij op of omstreeks 25 juli 2014 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan [adres] , heeft weggenomen een of meer horloge(s) (welke zich bevond(en) in een doos met het opschrift "WATCHES"), waaronder

- één (heren)horloge van het merk en/of type Hublot, en/of

- één (heren)horloge van het merk en/of type Hummer, en/of

- één (heren)horloge van het merk en/of type Locman, en/of

- één (heren)horloge van het merk en/of type Certina DS, en/of

- één (heren)horloge van het merk en/of type Dolce & Gabana,

in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) het/de weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking;

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 25 juli 2014 tot en met 26 juli 2014 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer horloge(s) (welke zich bevond(en) in een doos met het opschrift "WATCHES"), waaronder

- één (heren)horloge van het merk en/of type Hublot, en/of

- één (heren)horloge van het merk en/of type Hummer, en/of

- één (heren)horloge van het merk en/of type Locman, en/of

- één (heren)horloge van het merk en/of type Certina DS, en/of

- één (heren)horloge van het merk en/of type Dolce & Gabana,

op één of meer moment(en) in voormelde periode heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van (telkens een of meer van) voormelde goederen (telkens) wist(en) dan wel redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

Primair

hij in of omstreeks de periode van 25 juli 2014 tot en met 26 juli 2014 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan [adres] heeft weggenomen (onder andere)

- een of meer horloge(s), waaronder één dameshorloge van het merk en/of type Rolex Oyster en/of één herenhorloge van het merk en/of type Cartier Roadster, en/of

- een of meer ring(en), waaronder één meerkleurige gouden ring (afgezet met witte diamanten) van het merk Cartier, en/of

- een of meer oorbel(len), waaronder één (paar) oorbel(len) waarbij de oorbel (telkens) bestaat uit twee of drie door elkaar gedraaide ringen van gekleurd goud en/of bezet is met een steentje, en/of

- een of meer kledingstuk(ken) en/of kledingaccessoire(s), waaronder één sjaal, kleur bruin, van het merk Louis Vuitton, en/of

- een of meer computer(s), waaronder één tablet van het merk Samsung, en/of

- een zonnebril, kleur bruin, van het merk Ray Ban, en/of

- een autosleutel van het merk Saab, en/of

- een pet met klep, kleur zwart, met de tekst "New York",

in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan respectievelijk [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking;

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 25 juli 2014 tot en met 14 augustus 2014 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (onder andere)

- een of meer horloge(s), waaronder één dameshorloge van het merk en/of type

Rolex Oyster en/of één herenhorloge van het merk en/of type Cartier Roadster, en/of

- een of meer ring(en), waaronder één meerkleurige gouden ring (afgezet met witte diamanten) van het merk Cartier, en/of

- een of meer oorbel(len), waaronder één (paar) oorbel(len) waarbij de oorbel (telkens) bestaat uit twee of drie door elkaar gedraaide ringen van gekleurd goud en/of bezet is met een steentje, en/of

- een of meer kledingstuk(ken) en/of kledingaccessoire(s), waaronder één sjaal, kleur bruin, van het merk Louis Vuitton, en/of

- een of meer computer(s), waaronder één tablet van het merk Samsung, en/of

- een zonnebril, kleur bruin, van het merk Ray Ban, en/of

- een autosleutel van het merk Saab, en/of

- een pet met klep, kleur zwart, met de tekst "New York",

op één of meer moment(en) in voormelde periode heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van (telkens een of meer van) voormelde goederen (telkens) wist(en) dan wel redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair en

2 primair ten laste gelegde diefstallen in vereniging.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Hij heeft ten aanzien van het onder 1 primair tenlastegelegde aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te komen. Vast staat immers dat Young China de nephorloges heeft weggenomen. Een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en Young China gericht op de diefstal is niet komen vast te staan. Evenmin is wettig en overtuigend bewijs voorhanden voor het onder 1 subsidiair tenlastegelegde. Het enkele gedeelde voornemen om de horloges terug te zetten, is onvoldoende om medeplegen aan te kunnen nemen. Immers, niet is komen vast te staan dat verdachte de horloges voorhanden heeft gehad of in dat verband met anderen bewust en nauw heeft samengewerkt, zodat hij ook van de heling dient te worden vrijgesproken.

Ook ten aanzien van het onder 2 primair tenlastegelegde heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te komen. Immers, niet is komen vast te staan dat verdachte zelf iets heeft weggenomen dan wel nauw en bewust heeft samengewerkt met anderen die dat wel hebben gedaan. Ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde heling is slechts gebleken dat verdachte de aan [benadeelde partij] teruggegeven iPad en het Cartier horloge voorhanden heeft gehad. Het doel van het voorhanden krijgen en hebben, was deze goederen terug te bezorgen bij de rechtmatige eigenaar en zo de onrechtmatige toestand op te heffen. De strekking van de wetsbepaling is het strafbaar stellen van het profiteren van andermans misdrijven, hetgeen in casu evident niet het geval is. Verdachte dient mitsdien, wegens het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid aan het feit, te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, waar het de heling betreft van die twee goederen, aldus de raadsman.

3.3.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt daartoe dat uit het dossier weliswaar is gebleken dat in de nacht van 24 op 25 juli 2014 ‘neppe watchas’ (de rechtbank begrijpt: nep horloges) zijn ontvreemd uit de woning van [benadeelde partij] , maar dat uit het tussen [medeverdachte] en verdachte gevoerde WhatsAppgesprek van 25 juli 2014 niet meer kan worden afgeleid dan dat verdachte wetenschap had van het gegeven dat de betreffende horloges waren weggenomen. De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is te ontlenen aan genoemd gesprek voor het aannemen van een voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking met betrekking tot het wegnemen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, zodat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

Naar het oordeel van de rechtbank is evenmin wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 2 primair ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank is van oordeel dat uit de voorhanden processtukken noch uit het verhandelde ter terechtzitting wettig en overtuigend is komen vast te staan dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het wegnemen van (een van) de in de tenlastelegging genoemde goederen. Evenmin is gebleken van een nauwe en bewuste samenwerking met een van zijn medeverdachten gericht op de diefstal, zodat verdachte van het onder 2 primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken.

Naar het oordeel van de rechtbank is ten slotte niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 2 subsidiair ten laste is gelegd. De rechtbank overweegt daartoe dat weliswaar vast staat dat verdachte op enig moment een aan [benadeelde partij] toebehorende iPad en horloge van het merk Cartier voorhanden heeft gekregen, doch dat niet anders is gebleken dan dat dit was ter teruggave van deze goederen aan [benadeelde partij] . Daarmee is gegeven, dat het verkregen bezit niet was om de diefstal te begunstigen maar om de eigenaar te verzekeren van het terug krijgen van zijn eigendommen. Van heling is dus geen sprake geweest.

3.4.

Redengevende feiten en omstandigheden feit 1 subsidiair 1

Op 1 augustus 2014 heeft [benadeelde partij] aangifte gedaan van diefstal van diverse veelal waardevolle goederen uit zijn woning, gelegen aan [adres] te [plaats] .2 Op 30 augustus 2014 heeft [benadeelde partij] een aanvullende verklaring afgelegd.3 Hij heeft verklaard dat hij in het bezit is van een aantal nephorloges. Deze horloges bevinden zich in een doos die hij in een van de lades in zijn slaapkamer bewaart.4

Onder medeverdachte [medeverdachte] is een mobiele telefoon, Apple iPhone 5, inbeslaggenomen. De data-inhoud van de mobiele telefoon is veiliggesteld en aan het onderzoeksteam ter beschikking gesteld.5 In de mobiele telefoon is het navolgende, op 25 juli 2014 vanaf 20:08 uur gevoerde, WhatsApp gesprek tussen [medeverdachte] en verdachte (‘ [verdachte] ’) aangetroffen.

[medeverdachte] : We zitte in een verhaal

[medeverdachte] : He broertje young china toxh

[medeverdachte] : Neemt 9 neppe mee

[medeverdachte] : Doos op de grond gelaten enzo

[medeverdachte] : Moeten terug zette

[verdachte] : Kanker mongool

[verdachte] : Neppe watchas

[medeverdachte] : Jaaa

[medeverdachte] : Dus nu komen we in een verhaal voor nep shit

[medeverdachte] : Moete terug zette

[verdachte] : Ja we gaan zo die kant op toch

[medeverdachte] : Jaaa

[verdachte] : Waar heeft die ze geklemd

[verdachte] : Heeft die chick je wat gezegd erover?

[medeverdachte] : Pa ze kamer

[medeverdachte] : Niks heeft die chick gezefs nog

[verdachte] : Oke dus kan zometeen geregeld worden

[verdachte] : Maar is gevaarlijk

[verdachte] : Kanker kind

[verdachte] : Gaat ie half werk leveren

[verdachte] : Mongool

[medeverdachte] : Ja hij kan ook niet ruike dat nep is toch

[medeverdachte] : Alleen hij laat die doos slijgere

[medeverdachte] : Slingere

[verdachte] : Nee maar hy moet die doos toch goed zetten dat bedoel ik

[verdachte] : Imbiciel

[medeverdachte] : Jaa dom

[medeverdachte] : Matue hoe ik een hublot in me had heb

[medeverdachte] : Hand

[medeverdachte] : Valle de schroeven er uit

[verdachte] : Komt goed zetten et straks terug

[medeverdachte] : Dacht we zijn klaar

[verdachte] : Jaa zou heerlijk zijn

[medeverdachte] : Ja man6

Op 28 augustus 2014 heeft [benadeelde partij] uit een lade in zijn slaapkamer een doos met daarop de tekst WATCHES aan verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] aangewezen. Leijstra heeft geconstateerd dat er vijf horloges in de doos aanwezig waren, waaronder een horloge van het merk Hublot. Het horloge mistte een schroefje rechtsboven de wijzerplaat.7 De overige horloges in de doos waren van het merk Hummer, Locman, Certina DS en Dolce & Gabana.8

Verdachte heeft noch ten overstaan van de politie, noch ter terechtzitting – waar hij niet aanwezig was – een (aannemelijke) verklaring over het WhatsApp gesprek willen afleggen.

De rechtbank gaat er, op grond van voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, van uit dat in de nacht van 24 op 25 juli 2014 een doos met ‘neppe watchas’ (de rechtbank begrijpt: nep horloges) is ontvreemd uit de slaapkamer van [benadeelde partij] , en dat deze tijdens het feest in de nacht van 25 op 26 juli 2014 is teruggezet. De rechtbank is van oordeel dat aan het WhatsApp gesprek voldoende wettig en overtuigend bewijs is te ontlenen dat [medeverdachte] en verdachte een gezamenlijk plan hadden om profijt te trekken van het eerder in de nacht van 24 op 25 juli 2014 gepleegde misdrijf. De rechtbank komt aldus tot de slotsom dat verdachte zich tezamen en in vereniging met een ander schuldig heeft gemaakt aan opzetheling.

3.5.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 25 juli 2014 tot en met 26 juli 2014 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, horloges welke zich bevonden in een doos met het opschrift "WATCHES", waaronder

- één (heren)horloge van het merk en/of type Hublot, en

- één (heren)horloge van het merk en/of type Hummer, en

- één (heren)horloge van het merk en/of type Locman, en

- één (heren)horloge van het merk en/of type Certina DS, en

- één (heren)horloge van het merk en/of type Dolce & Gabana,

voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van voormelde goederen wisten dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Medeplegen van opzetheling.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 160 uren, subsidiair 80 dagen hechtenis.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van te bewezen feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van heling van een aantal gestolen (nep-) horloges. Horloges waarvan hij wist dat deze waren ontvreemd tijdens een feest in een woning. Een feest dat hij zelf bezocht. Door het misdrijf te plegen heeft verdachte getoond geen respect te tonen voor andermans eigendommen, hetgeen de rechtbank verdachte ernstig kwalijk neemt.

De rechtbank houdt verder rekening met het feit dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake van een diefstal. Voor dit feit is verdachte echter tussentijds al veroordeeld. Verdachte is voorts naar het oordeel van de rechtbank geconfronteerd met onevenredige belangstelling voor zijn strafzaak in de media. Ook dit dient te leiden tot matiging bij de strafoplegging. In matigende zin zal de rechtbank ook rekening houden met het gegeven dat de berechting niet binnen de redelijke termijn heeft plaatsgevonden. Verdachte pleegde het misdrijf al in de zomer van 2014.

Aan verdachte zal een taakstraf van na te noemen duur worden opgelegd. Deze straf is lager dan door de officier van justitie is geëist, nu de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt.

7 Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft een vordering tot schadevergoeding van

€ 42.720,69 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 2 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
De gestelde schade bestaat uit:

  • -

    immateriële schade ad € 1.000.

  • -

    materiële schade ad € 37.747,69.

  • -

    proceskosten ad € 3.973.

Nu het feit waar de vordering betrekking op heeft niet wettig en overtuigend is bewezen, kan de benadeelde partij niet in zijn vordering worden ontvangen. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in zijn vordering

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

22c, 22d, 47, 63 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De rechtbank:

 Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair, 2 primair en 2 subsidiair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

 Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.5. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders onder 1 subsidiair is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

 Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert en verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

 Veroordeelt verdachte tot het verrichten van 70 (zeventig) uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 35 dagen hechtenis.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht, met dien verstande dat voor elke dag die verdachte in verzekering heeft doorgebracht twee uren taakstraf, subsidiair één dag hechtenis, in mindering worden gebracht.

 Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in zijn vordering tot schadevergoeding.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.F. van Hoorn, voorzitter,

mr. M.S. Lamboo en mr. H.A. Stalenhoef, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. D. Ince,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 november 2016.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte door [benadeelde partij] , d.d. 1 augustus 2014, dossierpagina 498 tot en met 505.

3 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verhaal van getuige [benadeelde partij] , d.d. 30 augustus 2014, dossierpagina 811 tot en met 813.

4 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verhaal van getuige [benadeelde partij] , d.d. 30 augustus 2014, dossierpagina 811.

5 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] , d.d. 12 oktober 2014, dossierpagina 556.

6 Een schriftelijk bescheid, te weten een bij voornoemd proces-verbaal gevoegde bijlage, dossierpagina 557 en 558.

7 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , d.d. 28 augustus 2014, dossierpagina 549.

8 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] , d.d. 1 oktober 2014, dossierpagina 554 en 555.