Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:9249

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
07-11-2016
Datum publicatie
29-11-2016
Zaaknummer
5194516 EJ VERZ 16-282 (H.K.)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Bestuur van de VVE heeft o.g.v. art 41 van het Modelreglement 2006 ten onrechte boete opgelegd aan een appartementseigenaar, omdat niet objectief is vastgesteld of de betreffende eigenaar “onredelijk hinder” heeft veroorzaakt. Besluit wordt vernietigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr/repnr.: 5194516 EJ VERZ 16-282 (H.K.)

Uitspraakdatum: 7 november 2016

Beschikking op een verzoek ex art. 5:130 BW in de zaak van:

mevrouw [naam], gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met [Naam] , wonende te [adres]

verzoekende partij

verder (gezamenlijk) ook te noemen: [X]

gemachtigde: mr. K.J. Schuurs, juridisch medewerker van VvE Advies te Tilburg

tegen

de vereniging VERENIGING VAN EIGENAARS WATERVILLA III, gevestigd en kantoorhoudende te Blokker, aan de IJsvogel 97

verwerende partij

verder ook te noemen: de VVE

gemachtigde: mr. P.G. Bekkers, advocaat te Arnhem.

1 Het procesverloop

Voor het verloop van de procedure verwijst de kantonrechter naar de volgende stukken:

 het verzoekschrift met producties, ingekomen op 24 juni 2016;

 het verweerschrift van de VVE, ingekomen op 27 september 2016;

 de aantekeningen van de griffier van de op 5 oktober 2016 gehouden mondelinge behandeling, alsmede de op die zitting door de gemachtigde van [X] overgelegde pleitaantekeningen;

 uit de aantekeningen van de griffier blijkt dat ter zitting de volgende personen zijn verschenen:
aan de zijde van [X] : [X] en haar echtgenoot , bijgestaan door de gemachtigde;
aan de zijde van de VVE: de secretaris [Y] , bijgestaan door de gemachtigde;
voorts zijn ter zitting verschenen 16 leden / belangstellenden.

De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

Tenslotte is heden uitspraak bepaald.

2 De feiten

2.1.

De VVE is opgericht bij notariële splitsingsakte van 16 juni 2008. In deze akte is tevens het reglement van splitsing als bedoeld in art. 5:111 BW vastgesteld. Daarbij is aangesloten bij het model splitsingsreglement zoals opgesteld door de KNB op 17 januari 2006 [hierna te noemen: het Modelreglement].

2.2.

De VVE bestaat uit 49 appartementsrechten; 22 appartementsrechten geven recht op het uitsluitend gebruik van een woning met één of twee terrassen en een berging en 27 appartementsrechten op het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats.

2.3.

[X] is onder meer eigenaar van de appartemensrechten met index [gegevens] , gelegen aan de IJsvogel te Blokker. [X] is daarmee van rechtswege lid van de VVE. [X] heeft de appartementsrechten gekocht vanuit nieuwbouw.

2.4.

Het merendeel van de bewoners/eigenaren van het appartementencomplex is 65 jaar of ouder. [X] heeft een gezin dat bestaat uit een echtgenoot en twee opgroeiende kinderen van respectievelijk 14 en 17 jaar oud.

2.5.

Artikel 2 lid 2 van het Modelreglement bepaalt het volgende:

“Een eigenaar of gebruiker mag geen onredelijke hinder aan de andere eigenaars en gebruikers toebrengen. Beroepsmatige erotiek is niet toegestaan. Regels ter voorkoming van geluidshinder of andere vormen van hinder kunnen nader bij huishoudelijk reglement worden vastgesteld.”

2.6.

Artikel 9 van het Huishoudelijke Reglement van de VVE luidt als volgt:

“Artikel 9. Geluid, muziek, werkzaamheden.

a. Eigenaars of gebruikers dienen geluidshinder zoveel mogelijk te vermijden.

b. Tussen 22.00 uur en 7.00 uur moet alle geluidshinder (ook luidruchtigheid) worden

vermeden.

c. Werkzaamheden die contactgeluiden opleveren (hameren, boren, machinaal schuren, enz.), dienen zo veel als mogelijk te geschieden tussen 9.00 uur en 19.00 uur.

Gezien artikel 41, lid 2 MR (Modelreglement 2006 bij splitsing appartementsrechten van 17 januari 2006) is het bestuur bevoegd om bij overtreding van een lid van dit artikel een boete op te leggen van € 250,00. Bij herhaling wordt dit bedrag telkens verdubbeld tot een bedrag van ten hoogste € 2.500,00 bij elke overtreding of niet-nakoming van een lid van dit artikel (deze boete is vastgesteld in de vergadering van 26 februari 2015).”

2.7.

Artikel 41 van voornoemd Modelreglement luidt als volgt:

“1. Bij overtreding of niet-nakoming van een der bepalingen van de wet, van het reglement, van het huishoudelijk reglement of van een besluit van de vergadering door een eigenaar of door een gebruiker, zal het bestuur de betrokkene een schriftelijke waarschuwing doen toekomen per aangetekende brief en hem wijzen op de overtreding of niet-nakoming.

2. Indien de betrokkene binnen een maand geen gevolg geeft aan de waarschuwing kan het bestuur hem een eenmalige of dagboete opleggen van ten hoogste een bedrag dat door de vergadering voor zodanige overtredingen of niet-nakoming is bepaald voor elke overtreding of niet-nakoming, onverminderd de gehoudenheid van de betrokkene tot schadevergoeding, zo daartoe termen aanwezig zijn, en onverminderd de andere maatregelen, welke de vergadering kan nemen krachtens de wet of het reglement.

3. De te verbeuren boeten komen ten bate van de vereniging (…).”

2.8.

Op 18 januari 2016 heeft [X] op grond van artikel 41 van voornoemd Modelreglement een laatste waarschuwing ontvangen van het bestuur van de VVE, waarbij het volgende is aangegeven:

“Bij de eerstvolgende klacht van geluidsoverlast vanuit uw appartementen, die ten minste door twee medebewoners/buren bij u in de toren bij het bestuur wordt gemeld, wordt u een boete opgelegd van € 250,00. Bij herhaling wordt dit bedrag telkens verdubbeld tot het maximale boetebedrag van € 2.500,00 (…).”

2.9.

Vervolgens is blijkens de brief van 20 april 2016 door het bestuur van de VVE aan [X] een boete opgelegd van € 250,--, vanwege meldingen van geluidsoverlast veroorzaakt door het gezin van [X] op 21 en 22 februari 2016 en op 17 en 18 april 2016.

2.10.

Daarna is blijkens de brief van 26 mei 2016 door het bestuur van de VVE aan [X] een boete opgelegd van € 500,-- vanwege meldingen van geluidsoverlast veroorzaakt door het gezin van [X] in de nacht van 20 op 21 mei 2016 en in de nacht van 21 op 22 mei 2016.

2.11.

Het bestuur van de VVE heeft in de periode van 13 april 2014 tot en met 27 september 2016 (datum verweerschrift) veel klachten van bewoners ontvangen, die nagenoeg allemaal handelen over geluidsoverlast veroorzaakt door [X] en/of haar gezinsleden. Deze klachten zijn bij productie 12 bij verweerschrift in het geding gebracht.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[X] heeft in haar verzoek gevraagd:

I. om de volgende besluiten nietig te verklaren dan wel te vernietigen:

 besluit van de VVE van 26 februari 2015 tot wijziging van het huishoudelijk reglement, inhoudende het opnemen van een boete voor overtreding van artikel 9 van dit reglement;

 besluit van het bestuur van de VVE van 18 januari 2016 om [X] een waarschuwing te geven;

 besluit van het bestuur van de VVE van 20 april 2016 om [X] een boete op te leggen van € 250,--;

 besluit van het bestuur van de VVE van 26 mei 2016 om [X] een boete op te leggen van € 500,--;

II. om het bestuur van de VVE te verbieden in te toekomst nog boetes op te leggen naar aanleiding van de (nietige dan we vernietigbare) waarschuwing d.d. 18 januari 2016;

III. om de VVE te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

[X] legt aan haar verzoek – kort samengevat – het volgende ten grondslag.

Vanwege de nauwe samenhang is de kantonrechter bevoegd in alle verzoeken.

Op het moment dat [X] het appartement kocht, kon zij niet vermoeden dat na enige

jaren (vrijwel) alle bewoners ouder zouden zijn dan 65 jaar. Deze oudere bewoners hebben een ander levenspatroon dan [X] en haar gezin. [X] leeft samen met haar echtgenoot en twee kinderen in de puberteit. Sporadisch veroorzaakt de familie [x] enige geluidsoverlast. Als er een feestje is, waarbij muziek wordt gedraaid, wordt rekening gehouden met de omgeving. De weinige overlast is onvoldoende om te spreken van onredelijke hinder. Het is zelfs de vraag óf de hinder wel wordt veroorzaakt door de familie van [X] . Vlakbij bij het appartement is namelijk een hangplek voor jongeren gecreëerd.

Omdat de door het bestuur en/of de algemene ledenvergadering van de VVE genomen besluiten in strijd zijn met de wet, het splitsingsreglement en/of de redelijkheid en billijkheid, dienen deze besluiten nietig te worden verklaard, dan wel te worden vernietigd.

3.3.

De VVE verzoekt dat de kantonrechter zich onbevoegd zal verklaren, dan wel [X] niet-ontvankelijk zal verklaren in haar verzoeken, dan wel de verzoeken af te wijzen. Zeer kort samengevat voert de VVE aan, dat de verzoeken niet tot de competentie van de kantonrechter behoren en dat bovendien sprake is van termijnoverschrijding op grond van art. 5:130 BW.
Voor wat betreft de inhoudelijke kant van de zaak verwijt de VVE [X] het veroorzaken van onredelijke hinder. Deze onredelijke hinder bestaat vooral uit het veroorzaken van geluidoverlast, door de kinderen van [X] en hun bezoek, ’s avonds en ’s nachts, zowel vanuit de woning als vanaf de balkons en gemeenschappelijke ruimte. De geluidsoverlast is met name storend bij het komen en gaan van de bezoekers.

3.4.

Voor het overige wordt – voor zover van belang – bij de beoordeling nader op de

stellingen van partijen ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het verweer van de VVE aangaande de onbevoegdheid van de kantonrechter, ten aanzien van de verzochte nietigverklaring van de hiervoor onder § 3.1 onder I genoemde VVE-besluiten, treft doel. De vaststelling of een besluit nietig is op grond van art. 2:14 BW, behoort niet tot de bevoegdheid van de kantonrechter maar tot die van de afdeling Handel & Insolventie van deze rechtbank. Terecht merkt de VVE hierover op, dat het begrip “samenhang” niet zover gaat, dat bij verzoekschrift aan de kantonrechter op grond van art. 5:130 BW allerlei andere zaken kunnen worden gevoegd die – door middel van een advocaat – via een dagvaarding bij de sectie Handel & Insolventie moeten worden aangebracht.

4.2.

Ten aanzien van het ontvankelijkheidsverweer wordt overwogen, dat op grond van art. 5:130 lid 2 BW een verzoek aan de kantonrechter dient te worden gedaan binnen één maand na de dag waarop een verzoeker van dat besluit kennis heeft genomen of kunnen nemen.

Gelet op deze wetsbepaling wordt [X] slechts ontvankelijk verklaard, voor zover haar verzoek ziet op de beslissing van het bestuur van de VVE van 26 mei 2016, nu dit verzoek tijdig is gedaan. Ten aanzien van de overige verzoeken is [X] niet-ontvankelijk te worden verklaard.

4.3.

Voorop gesteld wordt dat voormelde overweging aan de inhoudelijke beoordeling van het geschil niet afdoet, nu laatstgenoemd besluit dient te worden beoordeeld mede in het licht van de eerste besluiten. Het geschil met betrekking tot de verweten geluidsoverlast bestaat als sinds 2014 en volgens een van de bewoners/eigenaren, [Z] , al vanaf 2010, zo heeft hij ter zitting verklaard.

4.4.

Met betrekking tot het verzoek aangaande beslissing van het bestuur van de VVE van 26 mei 2016, als genoemd in de brief van die datum, wordt het volgende overwogen.

De beoordeling of sprake is van onredelijke hinder dient naar het oordeel van de kantonrechter objectiveerbaar te zijn. Dat betekent in beginsel dat degene die zich op onredelijke hinder beroept, bij voorkeur beschikt over een objectieve bron. In dit soort zaken wordt over het algemeen dan gedoeld op dagrapporten of mutatiestaten van de politie.

Uit de stukken blijkt dat met betrekking tot de verweten geluidshinder de politie drie keer is ingeschakeld door leden van de VVE, maar niet blijkt dat op grond daarvan onredelijke hinder, veroorzaakt door het gezin van [X] , objectief is waargenomen of vastgesteld.

Daarom moet worden uitgegaan van enerzijds de klachten van de bewoners/eigenaren van het complex en anderzijds de interpretatie daarvan door [X] .

Het behoeft geen betoog dat hier de schoen wringt. Anders dan [X] stelt, is het te simpel om de klachten van de bewoners toe te schrijven aan hun gevorderde leeftijd en de daaraan verbonden (gezapige) levenshouding. Op die wijze wordt een groep mensen op basis van hun leeftijd geëtiketteerd als groep, die om het minste of geringste geraakt zou zijn door enige hinder.

Anderzijds geldt dat een gezin met kinderen in de leeftijd van 14 en 17 jaar over het algemeen in een andere levensfase verkeert dan de overige bewoners van het complex, waardoor wellicht meer geluidoverlast wordt veroorzaakt dan door personen zonder kinderen.

Met name ter zitting is voldoende aannemelijk geworden dat de door bewoners genoemde onredelijke hinder vooral door hen wordt ervaren in het weekend, en soms door de week vanaf het balkon. De door de bewoners ervaren overlast bestaat in het weekend vooral uit geluid van harde muziek (tot 3 à 4 uur ’s nachts), lawaai bij het verlaten van het appartement van bezoekers van de kinderen van [X] en van brommers bij het komen en gaan van het bezoek.

In deze zaak gaat het concreet om het verwijt dat in de nacht van vrijdag 20 op zaterdag 21 mei 2016, alsook in de nacht van zaterdag 21 mei op zondag 22 mei 2016, wederom klachten van bewoners zijn ontvangen over het gedrag van het gezin van [X] . Dit blijkt uit de aantekende brief van het bestuur van de VVE van 26 mei 2016 aan [X] , waarin staat vermeld dat [X] daarvan door de buren op de hoogte is gesteld. Op die grond wordt, onder verwijzing naar art. 41 van het Modelreglement, door de VVE een boete van € 500,-- aan [X] opgelegd.

4.5.

Vastgesteld moet worden dat niet blijkt dat de juistheid van deze klacht – te weten onredelijke hinder – objectief is vastgesteld, bijvoorbeeld door middel van een dagrapport of mutatiestaat van de politie.

Dat betekent dat de ondervonden hinder moeilijk kan worden gekwalificeerd als onredelijk, zoals het verwijt van de VVE luidt. Dat brengt met zich dat de boete ten onrechte is opgelegd en dat om die reden het verzoek op dit punt als na te vermelden zal worden toegewezen.

4.6.

Uit de aard van deze zaak betekent deze beslissing niet dat de gerezen problemen tussen partijen hiermee zijn opgelost. Daartoe zullen partijen nader in overleg dienen te treden, waarbij zij wellicht kunnen komen tot afspraken ten aanzien van de uren waarin een zero tolerance geldt met betrekking tot het produceren van geluid. Daarmee wordt bedoeld dat partijen zich neerleggen bij perioden waarbij een redelijke mate van stilte in acht wordt genomen. Deze beperking betekent bijvoorbeeld het luisteren naar muziek via de koptelefoon, het zachtjes praten in de publieke ruimte, het zachtjes praten bij de in- en uitgang bij de toren gedurende de nachtelijke uren in de weekenden en door de weeks tussen 10 uur ’s avond en 7 uur ’s morgens.

Het is echter aan partijen om daaromtrent nadere afspraken te maken met elkaar.

4.7.

Gelet op het vorenoverwogene, behoeven de verdere punten die zijn aangeroerd, geen nadere bespreking.

4.8.

Gelet op de uitkomst van de procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd als na te melden.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

Vernietigt het besluit van het bestuur van de VVE van 26 mei 2016, waarbij aan [X] een boete is opgelegd van € 500,--.

5.2.

Verklaart zich onbevoegd voor zover door [X] is gevraagd de besluiten van de VVE nietig te verklaren;

5.3.

Verklaart [X] niet-ontvankelijk ten aanzien van de overige verzoeken.

5.4.

Compenseert de proceskosten tussen partijen aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.G. Vroom, kantonrechter, bijgestaan door J.A.J. Kreijger, griffier en op 7 november 2016 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter