Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:9238

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
08-11-2016
Datum publicatie
08-11-2016
Zaaknummer
C/15/250585 / KG ZA 16-858
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding van KLM tegen de vakbonden voor het cabinepersoneel in verband met een nieuwe cao. Weigering van de gevraagde voorzieningen. Geen beperking ten aanzien van aangekondigde acties en geen gebod om te onderhandelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/3224
NJF 2016/530
RAR 2017/36
PJ 2017/16
AR-Updates.nl 2016-1257
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/250585 / KG ZA 16-858

Vonnis in kort geding van 8 november 2016

in de zaak van

de naamloze vennootschap

KONINKLIJKE LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJ N.V.,

gevestigd te Amstelveen,

eiseres,

advocaat mr. J.M. van Slooten te Amsterdam,

tegen

1. de vereniging

VERENIGING NEDERLANDS CABINEPERSONEEL VNC,

gevestigd te Schiphol,

advocaat mr. M.A. Visser te Amsterdam

2. de vereniging

FEDERATIE NEDERLANDSE VAKBEWEGING,

gevestigd te Amsterdam,

mr. L. Sprengers te Utrecht,

gedaagden.

Partijen zullen hierna KLM, VNC en FNV Cabine genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de conceptdagvaarding met producties 1 tot en met 25

- de bij faxbrief van 3 november 2016 van mr. Visser ontvangen producties 1 tot en met 5

- de bij faxbrief van 4 november 2016 van mr. Visser ontvangen productie 6

- de bij faxbrief van 3 november 2016 van mr. Sprengers ontvangen producties 1 tot en met 7

- de vrijwillige verschijning van partijen

- de mondelinge behandeling

- de wijziging van eis

- de pleitnota van KLM

- de pleitnota van FNV Cabine

- de pleitnota van VNC.

1.2.

Ter zitting op 4 november 2016 zijn verschenen:

- [betrokkene 1]

- [betrokkene 2]

- mr. Van Slooten voornoemd

- mr. J.S. Hidajat-Engelsman, advocaat KLM

- [betrokkene 3]

- mr. Visser voornoemd

- [betrokkene 4]

- [betrokkene 5]

- mr. L. Sprengers voornoemd

- mr. R. van der Stege, advocaat FNV Cabine.

1.3.

Partijen zijn aan het eind van de mondelinge behandeling overeengekomen dat in afwachting van de uitspraak van de voorzieningenrechter VNC en FNV Cabine de duur van aanstaande acties niet zullen verlengen naar meer dan 40 minuten en dat acties zullen worden gevoerd onder de condities waaronder ook de actie van 4 november 2016 heeft plaatsgevonden.

1.4.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

KLM is een luchtvaartmaatschappij met ongeveer 30.000 werknemers in dienst. Tot het cabinepersoneel behoren ongeveer 9500 werknemers.

2.2.

KLM heeft zich in het document Perform 2020 een productiviteitsstijging van 4% per jaar ten doel gesteld.

2.3.

Ten behoeve van het cabinepersoneel sluit KLM collectieve arbeidsovereenkomsten met VNC en FNV Cabine. Op alle arbeidsovereenkomsten van het cabinepersoneel van KLM is de collectieve arbeidsovereenkomst (hierna: de cao) van toepassing.

Voor de periode 2007-2009 is een cao afgesloten. Nadien hebben KLM, VNC en FNV Cabine vier keer een nieuwe cao gesloten, te weten voor de periodes 2009-2010, 2010-2011, 2011-2014 en 2015-2016, die elk zijn vervat in een protocol. In de cao 2015-2016 is bepaald dat de looptijd eindigt op 31 maart 2016.

2.4.

De cao 2015-2016 bevat onder meer de volgende bepalingen:

(…)

Art. 3.1 - Overleg
(1) a. De KLM en de werknemersorganisaties verbinden zich met elkaar in overleg te treden over hun gemeenschappelijke belangen en die der werknemers, wanneer één der partijen dit gewenst acht en in ieder geval zo spoedig mogelijk nadat één der partijen bekend is geworden met ontwikkelingen en/of te nemen dan wel genomen maatregelen , welke van invloed kunnen zijn op die belangen.
T.a.v. die zaken die tot dusver in overleg zijn geregeld maar niet in de cao zijn vastgelegd, zullen geen regelingen worden getroffen dan nadat hierover met de werknemersorganisaties overeenstemming is bereikt.
(…)

Art. 13.3 - Einde looptijd
De KLM en de werknemersorganisaties zullen vóór de afloopdatum overleg plegen over voortzetting resp. wijziging van de cao. Zij zullen streven naar overeenstemming.
Mocht overeenstemming niet kunnen worden bereikt, dan zullen bemiddeling en/ of arbitrage in beginsel de voorkeur hebben.

(…)

2.5.

Tussen KLM enerzijds en VNC en FNV Cabine anderzijds bestaat een verschil van mening over een pensioenafspraak die KLM in mei 2015 heeft gemaakt met het pensioenfonds cabine (hierna: het pensioengeschil). VNC heeft ter zake het pensioengeschil een bodemprocedure aanhangig gemaakt tegen KLM en het betrokken pensioenfonds met als eerst dienende dag 4 oktober 2016.

2.6.

Op 13 april 2016 heeft een woordvoerdersoverleg plaatsgevonden tussen KLM, VNC en FNV Cabine over de cao voor het jaar 2016.

2.7.

Bij brief van 19 april 2016 aan VNC en FNV Cabine heeft KLM het volgende geschreven:

Op woensdag 13 april 2016 heeft, op initiatief van KLM, een woordvoerdersoverleg plaatsgevonden in het kader van de cao 2016.

In dit overleg heeft KLM de context van cao 2016 geschetst en een voorstel gedaan voor het te lopen proces. U heeft aangegeven niet bereid te zijn tot cao-overleg, zolang de discussie rondom de herstelsystematiek van de pensioenregeling niet is beslecht.

Wij betreuren de koppeling die u maakt tussen het pensioendossier en het cao-overleg. KLM is van mening dat het mogelijk moet zijn cao-overleg te voeren en tegelijkertijd op professionele wijze een verschil van inzicht op een ander dossier te beslechten.

Het realiseren van de Perform 2020 doelstellingen is van belang voor een gezonde toekomst van KLM en daarmee voor de werkgelegenheid. KLM heeft gekozen voor de opwaartse spiraal en zal met of zonder cao-onderhandelingen doorgaan met het verlagen van onze kosten per eenheid, waar onder de arbeidskosten.

Wij verzoek u uw positie te heroverwegen en hopen u spoedig aan de cao-overlegtafel te mogen ontmoeten.

2.8.

Bij brief van 1 juli 2016 aan VNC en FNV Cabine roept KLM nadrukkelijk op om in overleg te treden over de rol van het cabinepersoneel in de toekomst, maar ook over de te nemen maatregelen in het kader van Perform 2020.

2.9.

Bij brief van 7 juli 2016 van VNC en FNV Cabine aan KLM is onder meer het volgende geschreven:

Graag reageren wij op uw (…) brief van 1 juli jl. waarin u partijen uitnodigt voor overleg op 8 juli. (…)

VNC en FNV Cabine hebben u reeds een mondelinge reactie gegeven op uw brief van 19 april. Hierin hebben wij u laten weten hoe wij de voortzetting van het cao-traject voor ons zien. Namelijk eerst het pensioenconflict beslechten en dan verder over andere cao-onderwerpen praten. In onze brief van 13 mei jl. (…) hebben wij u gewezen op onze constructieve oplossing door u te vragen om het overleg over het pensioendossier te continueren en ons hiervoor uit te nodigen. Dit staat ook vermeld in onze brief van 28 juni jl. waar wij tot op heden nog geen inhoudelijk antwoord op hebben mogen ontvangen.

(…)

Tot slot geven wij u mee dat uw visie in het licht van de te nemen maatregelen in het kader van Perform 2020 door ons zal worden beschouwd als uw mogelijke inzet voor de cao-onderhandelingen. (...)

2.10.

Bij brief van 12 juli 2016 van VNC aan KLM is onder meer het volgende geschreven:

Wij vernemen morgen, woensdag 13 juli 2016, graag uw visie over de rol van het cabinepersoneel in de toekomst. Wij hebben er echter behoefte aan de conclusies die u in uw brief trekt te nuanceren.

Allereerst koppelt u die visie aan uw doelstellingen voor Perform 2020. Die doelstellingen zijn door VNC echter niet onderschreven. Voor ons zal zo’n koppeling dan ook allerminst een automatisme zijn. Daarnaast hebben wij aangegeven dat cao onderhandelingen in volgordelijkheid moeten worden gestart. Namelijk nadat het arbeidsvoorwaardelijk overleg over pensioen is beslecht. (…)

2.11.

Op 13 juli 2016 heeft een overleg plaatsgevonden tussen KLM, VNC en FNV Cabine waarbij KLM haar toekomstvisie op het cabinepersoneel heeft gepresenteerd.

2.12.

Bij brief van 5 augustus 2016 aan KLM bericht VNC als volgt:

U stelt ons op de hoogte dat u binnen de mogelijkheden van de cao zult zoeken naar een oplossing voor de winterproductie. Het feit dat KLM binnen de mogelijkheden van de cao ervoor zorgt dat zij de beoogde productie kan waarmaken, hoort bij de reguliere bedrijfsvoering.

In een eerder stadium hebben wij al aangegeven dat wij scherp zullen toezien op de naleving van de cao en zullen reageren mochten de maatregelen de cao overschrijden.

2.13.

Bij brief van 11 augustus 2016 van FNV Cabine aan KLM is onder meer het volgende geschreven:

Op 13 juli jl. is op uitnodiging van KLM gesproken over de KLM-visie ‘customer centric cabincrew’ en wat dit zou kunnen betekenen voor de positie van het cabinepersoneel.

Daarnaast is tijdens het overleg door KLM aangegeven dat er voor de komende winterperiode sprake is van een tekort aan 250fte. Dat tekort is door KLM bewust gecreëerd aangezien u ervan bent uitgegaan dat u wel tot afspraken zou komen met de cabinebonden waardoor het huidige korps 4% productiever zou worden.

(…)

Wij vinden dat uw visie m.b.t. het cabinepersoneel constructief en met alle respect voor de positie van de vakbonden gevoerd moet gaan worden op de cao-tafel. (…)

Willen wij tot de bovengenoemde punten in gesprek komen, dat is het wel van belang dat we op korte termijn de impasse rond het pensioendossier beslechten. Doordat wij met het pensioenfonds afspraken hebt gemaakt over een gewijzigde herstelsystematiek, waar zij ons absoluut niet in herkennen en waarvan wij menen dat u hierin onbetrouwbaar hebt gehandeld, wordt het voor ons moeilijk om tot pensioen- en andere cao-afspraken te komen. Desondanks willen wij de eerste stap zetten door u uit te nodigen om met ons te bekijken of we alsnog tot afspraken kunne komen met betrekking tot een toekomstbestendige pensioenregeling. (…)

Wij doen een dringend beroep op u om zo spoedig mogelijk om de tafel te gaan om een passende oplossing te vinden voor het gehele pensioendossier. Alleen dan kunnen we vervolgens, hopelijk op korte termijn, overgaan tot het maken van afspraken voor de nieuwe cao.

(…)

2.14.

Op 8 september 2016 heeft een overleg plaatsgevonden tussen KLM en FNV Cabine over het pensioengeschil.

2.15.

Op vrijdag 16 september 2016 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen KLM, VNC en FNV Cabine.

2.16.

Bij brief van 29 september 2016 heeft KLM aan FNV Cabine inhoudelijk gereageerd op de brief van 23 september 2016, waarin onder meer is vermeld:

(…)

U zegt dat u de mogelijkheid biedt om snel tot cao-onderhandelingen te komen. Vervolgens stelt u vooraf diverse voorwaarden om tot overleg te komen. Wij roepen u op zo spoedig mogelijk, zonder voorwaarden vooraf, in overleg te treden. T.a.v. het onderwerp pensioen constateert u zelf in een nieuwsbrief dat er inmiddels open overleg tussen ons wordt gevoerd. KLM heeft vertrouwen in een uitkomst van dat overleg. Wat KLM betreft kunnen we prima parallel aan de pensioendiscussie, gesprekken voeren over de cao 2016. Om tot een oplossing te komen is het nodig dat alle partijen bereid zijn, zonder voorwaarden , met elkaar in overleg te treden. (…)

2.17.

Bij brief van 20 september 2016 aan VNC en FNV Cabine kondigt KLM aan wat tussen partijen de -1CA maatregel is gaan heten; in de brief heeft KLM onder meer het volgende geschreven:

Als sinds oktober 2015 probeert KLM met u in gesprek te komen over de cao voor het KLM-cabinepersoneel in relatie tot de Perform2020-doelstellingen. Tot op heden is dit niet gelukt, doordat u een koppeling aanbrengt tussen het pensioendossier en het cao-overleg.

(…)

Doordat wij niet in staat zijn gebleken met elkaar in overleg te treden over de invulling van de Perform2020-doelstellingen, ziet KLM zich genoodzaakt om binnen de mogelijkheden van de cao andere maatregelen te nemen. Met ingang van 30 oktober 2016 (…) zullen zij op de B777-200, de A330-300 en B787 één CA53 minder in de Economy Class indelen. Hiermee wordt de noodzakelijke productiviteitsverhoging van 4% grotendeels bereikt.

(…)

2.18.

Bij brief van 23 september 2016 aan KLM reageert FNV Cabine op de brief van 20 september 2016 van KLM.

2.19.

Bij brief van 29 september 2016 heeft KLM aan FNV Cabine inhoudelijk gereageerd op de brief van 23 september 2016.

2.20.

Op 29 september 2016 heeft overleg plaatsgevonden tussen KLM en FNV Cabine.

2.21.

Bij brief van 5 oktober 2016 van VNC aan KLM is onder meer het volgende vermeld:

(…)

Ons standpunt is altijd duidelijk geweest. Als u met een voor ons bevredigende oplossing voor pensioen komt, zullen wij starten met cao onderhandelingen. Uw wensen t.a.v. Perform 2020 zijn ons bekend. (…) Wij hebben echter ook aangegeven dat wij ons niet op voorhand committeren aan uw langjarige doelstellingen. Onderhandelingen moeten het gemeenschappelijk belang – en nadrukkelijk ook de belangen van de verschillende partijen- dienen en daar past het aan de voorkant vast inde zak steken van 4% productiviteit niet bij. (…)

2.22.

Bij brief van 6 oktober 2016 aan FNV Cabine en bij brief van 18 oktober 2016 aan VNC heeft KLM onder meer als volgt bericht:

(…)

Wij hebben moeten besluiten tot -1 CA (…) omdat het niet lukt met u in overleg te komen over de toekomstvisie van KLM en de benodigde productiviteitsmaatregelen. In het belang van de continuïteit en gezonde groei van KLM (en de bijbehorende werkgelegenheid), zien wij ons helaas genoodzaakt deze maatregel door te voeren. (…)

2.23.

Sinds 12 oktober 2016 hebben VNC en FNV Cabine het cabinepersoneel opgeroepen tot het voeren van collectieve actie. Daarbij zijn verschillende acties uitgevoerd.

  • -

    Van woensdag 12 oktober 08.00 uur tot vrijdag 14 oktober 2016 22.00 uur heeft FNV stiptheidsacties uitgevoerd

  • -

    Van woensdag 17 oktober 08.00 uur tot donderdag 20 oktober 2016 22.00 uur heeft FNV wederom een stiptheidsactie uitgevoerd waarbij VNC zich heeft aangesloten.

  • -

    Op maandag 24, donderdag 27 en vrijdag 28 oktober 2016 van 05.00 uur tot 23.00 uur vonden werkonderbrekingen plaats van 10 minuten voorafgaand aan iedere vlucht die in die periode vertrok. VNC heeft zich hierbij aangesloten.

  • -

    Op zondag 30 oktober 2016 vond een werkonderbreking plaats van 20 minuten voorafgaand aan iedere vlucht die op 30 oktober 2016 vertrok.

  • -

    Op donderdag 3 november 2016 vond er een werkonderbreking plaats van 30 minuten voorafgaand aan iedere vlucht die op 3 november 2016 vertrok.

2.24.

Op 13 oktober 2016 heeft informeel overleg plaatsgevonden tussen KLM en VNC.

2.25.

In de brief van 28 oktober 2016 van KLM aan VNC en FNV Cabine is onder meer het volgende vermeld:

(…)

Zoals eerder met u gedeeld is KLM er van overtuigd dat de oplossing ligt in de samenhang van alle onderwerpen die voorliggen. De ‘-1CA-maatregel’, de discussie rondom toekomstbestendig pensioen én de cao. Wij willen ons maximaal inspannen om tot een oplossing te komen.

De samenhang

T.a.v. pensioen is KLM bereid qua ambitie en hoogte van financiering akkoord te gaan met uw eerder gedane eindbod voor een CDC-regeling. (…)

Daarnaast zijn wij bereid de ‘-1 CA-maatregel’ teniet te doen zodra dit productietechnisch mogelijk is. Maar niet zondermeer.

Deze concessies kunnen we alleen opbrengen als er tegelijkertijd concreet perspectief is op structureel lagere kosten, Wij denken daarbij aan:

(…)

Hierbij passen ook elementen ter verbetering van het besteedbaar inkomen zoals:

(…)

KLM is eveneens bereid de mogelijkheden voor een vrijwillige vertrekregeling te bespreken.

Bovenstaande zou de basis moeten vormen van een oplossing, waarbij tevens afspraken kunnen worden gemaakt over de uitwerking ervan in tijd, fasering, overgang.

(…)

2.26.

Bij brief van 29 oktober 2016 van VNC aan KLM is als volgt vermeld:

(…)

Een jaar geleden constateerde de VNC dat u met het bestuur van het pensioenfonds voor KLM cabinepersoneel een uitvoeringsovereenkomst had gesloten die niet overeenkwam met de afspraken die wij in het arbeidsvoorwaardelijk overleg hadden gemaakt met betrekking tot de herstelsystematiek van het fonds. Door ‘Natuurlijk Herstel’ in de uitvoeringsovereenkomst op te nemen onthief u zich van de verlichting om over 2016 herstelpremies te betalen. Herstelpremies die in 2016 zouden oplopen tot 48%.

Sindsdien voeren wij met u discussie over deze uitvoeringsovereenkomst. Aangezien u arbeidsvoorwaardelijke afspraken niet bent nagekomen zijn er naar onze mening slechts twee oplossingen: of u haalt de uitvoeringsovereenkomst van tafel of u implementeert het zogenaamde VNC-voorstel. Als VNC uw laatste brief goed begrijpt, kiest KLM voor laatstgenoemd VNC-voorstel en kan er dus op dit punt overeenstemming worden bereikt.

Sinds begin 2016 probeert u de pensioenkwestie aan de cao-onderhandelingen te koppelen doordat u eist dat wij in ruil voor het VNC-voorstel, tekenen voor een productiviteitsverhoging zonder dat er onderhandelingen hebben plaats gevonden over een nieuwe cao. (…)

Velen malen hebben wij u al laten weten dat wij de pensioenkwestie eerst opgelost willen hebben, om daarna de cao-onderhandelingen te openen en vanuit wederzijds belang, zonder voorwaarden vooraf, een nieuwe cao af te sluiten. Naar aanleiding van uw voorstel, doet VNC het navolgende tegenvoorstel.

U kunt de werkonderbrekingen van aanstaande zondag 30 oktober voorkomen door de -1 ca maatregel stop te zetten. Door het VNC-voorstel inzake de pensioenkwestie zonder aanvullende condities te accepteren, komt de weg vrij voor cao-onderhandelingen en wordt de rechtszaak voorkomen. De cao-onderhandelingen zullen moeten starten op basis van gelijkwaardigheid en zonder dat KLM vasthoudt aan de hoogte van de structureel lagere kosten als genoemd in Perform 2020.

(…)

2.27.

Bij brief van 29 oktober 2016 van FNV Cabine aan KLM is onder meer als volgt vermeld:

(…)

U geeft aan de – 1 CA maatregel van tafel te willen halen, zodra dat productietechnisch mogelijk is. U verbindt hieraan echter de voorwaarde dat er door ons het perspectief wordt geboden op structureel lagere kosten en noemt daartoe een aantal mogelijke maatregelen. Deze voorwaarde legt voor ons een onacceptabele claim op het cao-overleg dat tussen u en ons nog gevoerd moet worden.

(…)

2.28.

Met ingang van 30 oktober 2016 (de ingangsdatum van de winterdienstregeling) wordt op intercontinentale vluchten, die worden uitgevoerd met vliegtuigen van het type B777/200, A330/300 en B787, in de Economy Class 1 cabin attendant minder ingezet (hierna: de -1 CA maatregel).

2.29.

Op 31 oktober 2016 hebben VNC en FNV Cabine KLM bericht om op 3, 4 en 7 november 2016 wederom het werk neer te leggen, met op 3 en 4 november een duur van 40 minuten en op 7 november van 60 minuten.

2.30.

Bij brief van 2 november 2016 van VNC aan KLM is onder meer als volgt vermeld:

(…)

VNC tracht al geruime tijd om met KLM in overleg te treden over een nieuwe cao, op basis van gelijkwaardigheid en zonder voorwaarden vooraf. KLM is hiertoe niet bereid gebleken en heeft alvast eenzijdig de zogenaamde – 1 ca maatregel genomen. Vervolgens is, zo blijkt uit het voorstel van KLM van 28 oktober jl. KLM wel bereid om deze -1 ca maatregel teniet te doen en de cao onderhandelingen te starten, maar uitsluitend onder de voorwaarde dat er andere vervangende maatregelen, die leiden tot structureel lagere kosten, worden genomen.

Wij herinneren u eraan dat er vanaf eind september 2016 vijf (in)formele overlegmomenten zijn geweest. Deze momenten hadden als doel om huist het overleg met KLM te voeren. Uw stelling dat wij niet voldoen aan de overlegverplichting, is daarmee onjuist.

In ons tegenvoorstel verwoord in de brief (…) van 29 oktober jl. hebben wij aangegeven dat wij bereid zijn om over bemanningssamenstelling te overleggen, maar dat er door KLM geen voorwaarden vooraf kunnen worden gesteld. (…)

2.31.

Bij brief van 3 november 2016 van FNV Cabine aan KLM is onder meer als volgt vermeld:

(…)

In het veiligheidsoverleg van 2 november 2016 in de middag, heeft u ons verzocht om toe te zeggen dat werknemers 24 uur voorafgaande aan de werkonderbreking van 60 minuten tegenover KLM zullen verklaren of zij actiebereid zijn of niet. U heeft aangegeven dat dit nodig is om de operatie beheersbaar te houden. Wij hebben aangegeven dat wij op dit moment niet bereid zijn om deze maatregel toe te zeggen omdat dit een te grote inbreuk is op ons stakingsrecht, een fundamenteel grondrecht van vakbonden en omdat het zeer intimiderend is voor werknemers om zich op deze manier actiebereid te moeten verklaren. Bovendien kunnen wij deze toezegging niet waarmaken omdat werknemers altijd kunnen besluiten om toch niet mee te doen als zij hebben aangegeven op zo’n vroeg tijdstip dat zij actiebereid zijn. Ook kan het zo zijn dat werknemers op een later moment alsnog actiebereid worden. Een toezegging van ons heeft daarom geen garantie en betekent dus ook dat dit niet leidt tot een gegeven waarop u zich kunt baseren. Wij hebben u aangegeven dat u de operatie beheersbaar kunt houden door rekening te houden met 100% actiebereidheid en door vanuit dit gegeven tijdig met de passagiers in overleg te treden over wat dit voor hen betekent. (…)

FNV Cabine is wel bereid om toe te zeggen dat – mocht zij besluiten om voor de eerste keer tot 60 minutenacties over te gaan – zij in dat ene geval een aanzeggingstermijn van ten minste 48 uur in acht zal nemen. (…)

2.32.

Bij brief van 3 november 2016 van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan KLM is bericht verzonden van de kennisgeving van ontvangst van de cao KLM Cabinepersoneel.

3 Het geschil

3.1.

KLM vordert – na wijziging van eis, buiten procesrechtelijk bezwaar van gedaagden – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, – samengevat–:

Primair:

  1. VNC en FNV Cabine zal gebieden om in geval van een collectieve actie waarbij de cabin attendants één uur of langer het werk zullen onderbreken, en overigens ook bij collectieve acties waarbij het werk korter dan één uur, maar langer dan 40 minuten wordt onderbroken, haar leden en anderen op te roepen alleen deel te nemen indien zij zich uiterlijk voor 12 uur ’s middags op de dag voorafgaand aan de dag waarop deze actie plaatsvindt, hebben geregistreerd bij KLM; Meer subsidiair ten aanzien van dit onderdeel, VNC en FNV Cabine zal verbieden acties te voeren die neerkomen op werkonderbrekingen van minimaal 40 minuten indien die ertoe zouden kunnen leiden dat passagiers langer dan gebruikelijk (te stellen op een half uur) in een vliegtuig moeten wachten alvorens zij eruit kunnen

  2. VNC en FNV Cabine zal verplichten om hun overlegverplichtingen uit hoofde van artikel 3.1. en 13.3. cao, alsmede uit hoofde van artikel 6 ESH en artikel 28 Handvest grondrechten EU na te komen door op korte termijn met KLM in overleg te treden over een nieuwe cao

Subsidiair:

VNC en FNV Cabine zal verplichten uit hoofde van artikel 13.3. cao mee te werken aan bemiddeling of arbitrage

Primair en subsidiair:

alle voornoemde veroordelingen zal versterken met een dwangsom van € 50.000,- per keer dat FNV Cabine en/of VNC geheel of gedeeltelijk in strijd met deze veroordeling handelt en voorts op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag of gedeelte daarvan dat de overtreding geheel of gedeeltelijk voortduurt, en

aan KLM verlof zal verlenen als bedoeld in artikel 64 lid 3 Rv om dit vonnis op alle dagen en uren aan VNC en FNV Cabine te laten betekenen

VNC en FNV Cabine zal veroordelen in de proceskosten.

3.2.

VNC en FNV Cabine voeren verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Gebod tot nakoming van de overlegverplichting

4.1.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding om eerst in te gaan op het gevorderde gebod tot nakoming van de gestelde overlegverplichting. KLM grondt deze verplichting op de bepalingen uit de cao, alsmede op artikel 6 Europees Sociaal Handvest (ESH) en artikel 28 Handvest Grondrechten EU.

4.2.

Bij de beoordeling van deze vordering spelen twee discussies een rol. Op de eerste plaats betwisten VNC en FNV Cabine dat de bepalingen van de cao casu quo het cao-protocol 2015-2016 hen contractueel kunnen binden, aangezien de looptijd van de cao is verstreken en de cao niet eerder dan op 28 oktober 2016 overeenkomstig artikel 4 van de Wet op de Loonvorming is aangemeld bij de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dat roept de vraag op of een dergelijke, voor inwerkingtreding constitutief vereiste, aanmelding na ommekomst van de looptijd met terugwerkende kracht inwerkingtreding kan bewerkstelligen. Op de tweede plaats betwist KLM dat het pensioengeschil en de -1 CA maatregel behoren tot de onderwerpen waarover partijen met elkaar overleg dienen te voeren.

4.3.

Eerstgenoemde vraag is juridisch interessant en er valt veel over te zeggen, hetgeen partijen ter zitting ook hebben gedaan. De voorzieningenrechter zal evenwel in het kader van dit (spoed)kort geding een beoordeling van deze rechtsvraag achterwege laten. Ook indien er veronderstellenderwijs vanuit wordt gegaan dat voor VNC en FNV Cabine uit de cao een overlegverplichting voortvloeit, leidt dat niet tot het oordeel dat de gevraagde voorziening, een gebod tot nakoming van die overlegverplichting, moet worden getroffen. Daartoe is het volgende redengevend.

4.4.

De voorzieningenrechter constateert uit de overgelegde stukken en uit hetgeen partijen daaromtrent ter zitting naar voren hebben gebracht dat tussen partijen sinds oktober 2015 contacten zijn geweest over een nieuwe cao. Bij de weergave van de vaststaande feiten zijn deze contacten opgesomd. Daarbij heeft KLM zich ingespannen om tot het door haar gewenste cao-overleg te komen. VNC en FNV Cabine daarentegen hebben overleg afgehouden, steeds geëist dat eerst het pensioengeschil zou worden opgelost en dan pas inhoudelijk over een nieuwe cao zou worden onderhandeld. Niettegenstaande deze opstelling van VNC en FNV Cabine heeft in elk geval op 13 juli 2016 en op 8 september 2016 (met FNV Cabine) en nadien nog vijf maal informeel overleg plaatsgevonden en hebben partijen over en weer gecorrespondeerd, zij het dat in al die contacten geen inhoudelijke bespreking van een nieuwe cao aan de orde is geweest.

4.5.

Die opstelling van VNC en FNV Cabine kan zonder meer als tamelijk onverzettelijk worden gekenschetst. Gelet echter op de terughoudendheid waarmee de voorzieningenrechter heeft te oordelen, valt een dergelijke weigerachtigheid om inhoudelijk over een cao te spreken alleen dan in rechte niet te billijken, indien wordt geoordeeld dat het pensioengeschil en de -1CA maatregel geen onderwerpen zijn waarover partijen moeten overleggen. Maar dat is wel het geval.

4.6.

KLM heeft met juistheid betoogd dat het pensioengeschil betrekking heeft op wijziging van een tussen KLM en het pensioenfonds gesloten uitvoeringsovereenkomst, waarbij VNC en FNV Cabine geen partij zijn. Dat laat echter onverlet dat de werknemerspensioenen behoren tot de belangen van de werknemers als bedoeld in artikel 3.1 van de cao, en dat de hen vertegenwoordigende vakbonden VNC en FNV Cabine daarover overeenkomstig die (nog steeds verondersteld van toepassing zijnde) bepaling overleg kunnen verlangen.

4.7.

Ook de -1CA maatregel treft de belangen van de werknemers, ook als het standpunt van KLM wordt gevolgd dat de maatregel geen betrekking heeft op de functie-inhoud of de te verrichten werkzaamheden. De maatregel heeft immers in elk geval tot gevolg dat de werkdruk voor de cabin attendants die met één collega minder gaan vliegen toeneemt.

4.8.

De voorgaande overwegingen leiden tot de conclusie dat VNC en FNV Cabine geen op hen rustende overlegverplichting hebben geschonden door het inhoudelijk overleg over een nieuwe cao afhankelijk te stellen van aanvankelijk het pensioengeschil en later de

-1 CA maatregel.

4.9.

Voor een veroordeling tot nakoming op grond van artikel 3:296 Burgerlijk Wetboek (BW) is verzuim niet vereist. Een gebod als gevorderd grijpt evenwel in in de dynamiek van collectieve onderhandelingen. Zoals ook in overweging 4.5 al is overwogen past de voorzieningenrechter echter terughoudendheid bij de beoordeling van de wederzijdse standpunten in de onderhandelingen en die terughoudendheid brengt mee dat een dergelijk ingrijpen niet opportuun is. De gevraagde voorziening zal om die reden worden geweigerd.

Beperking actierecht

4.10.

Met haar eerste vordering beoogt KLM een beperking op het collectieve actierecht van VNC en FNV Cabine te bewerkstelligen. Bij de beoordeling van deze vordering geldt, indachtig de stakingsrechtspraak van de Hoge Raad in het zogenoemde Enerco-arrest (HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3077) en het Amsta-arrest (HR 19 juni 2015, ECLI:NL:2015:1687), het volgende toetsingskader.

4.11.

Het recht van werknemers of de hen vertegenwoordigende vakbonden op collectief optreden in gevallen van belangengeschillen, met inbegrip van het stakingsrecht, is neergelegd in artikel 6, aanhef en onder 4 van het ESH. De strekking van deze bepaling, die volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad in Nederland rechtstreekse werking heeft, is het waarborgen van de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Deze strekking brengt, mede gezien het karakter van dit recht als sociaal grondrecht, mee dat een werknemersorganisatie in beginsel vrij is in de keuze van de middelen om haar doel te bereiken.

4.12.

Of sprake is van een collectieve actie in de zin van genoemde ESH-bepaling wordt vooral bepaald door het antwoord op de vraag of de actie redelijkerwijs kan bijdragen tot de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Het is aan de organisatoren van een collectieve actie om aannemelijk te maken dat dit het geval is. Indien zij daarin slagen, valt de collectieve actie onder het bereik van artikel 6, aanhef en onder 4 ESH. De uitoefening van het recht op collectief optreden kan dan slechts worden beperkt langs de weg van artikel G van het ESH, overeenkomstig hetgeen op dat punt is aanvaard in de rechtspraak van de Hoge Raad. Het ligt op de weg van KLM, die eist dat de uitoefening van het recht op collectieve actie wordt beperkt, om zodanige feiten en omstandigheden aannemelijk te maken, dat een beperking of uitsluiting naar de maatstaf van artikel G van het ESH gerechtvaardigd is. Dit is slechts het geval indien beperkingen van het recht op collectieve actie maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk zijn. Bij de beoordeling van die dringende noodzakelijkheid dient de voorzieningenrechter alle omstandigheden mee te wegen. Daarbij kunnen onder meer van belang zijn de aard en duur van de actie, de verhouding tussen de actie en het daarmee nagestreefde doel, de daardoor veroorzaakte schade aan de belangen van KLM of derden en de aard van die belangen en die schade. In dit verband kan ook (onder omstandigheden zelfs beslissende) betekenis toekomen aan het antwoord op de vraag of de in de rechtspraak eerder ontwikkelde “spelregels” (tijdige aanzegging van de collectieve actie en de actie als ultimum remedium) zijn nageleefd.

4.13.

Door KLM is niet bestreden dat de in geding zijnde acties – werkonderbrekingen van 60 minuten – onder het bereik van artikel 6 onder 4 van het ESH vallen. Deze acties moeten dus in beginsel worden aangemerkt als een rechtmatige uitoefening van het sociale grondrecht op collectieve actie. Derhalve is de vraag aan de orde of de door KLM gevorderde beperking naar de maatstaf van artikel G ESH gerechtvaardigd is. De voorzieningenrechter beantwoordt die vraag ontkennend en overweegt daartoe het volgende.

4.14.

KLM heeft ter onderbouwing van haar betoog dat beperking van de actie gerechtvaardigd is – samengevat – aangevoerd:

  • -

    dat VNC en FNV Cabine weigeren om overleg te voeren over een nieuwe cao, ofschoon zij daartoe wel gehouden zijn,

  • -

    dat de financiële schade voor KLM als gevolg van de aangekondigde acties ten minste € 3,6 mio bedraagt, en

  • -

    dat de aangekondigde acties een onaanvaardbaar veiligheidsrisico meebrengen.

4.15.

Hiervoor is met betrekking tot het gevorderde gebod tot nakoming van de overlegverplichting reeds overwogen dat VNC en FNV Cabine geen op hen rustende overlegverplichting hebben geschonden door het inhoudelijk overleg over een nieuwe cao afhankelijk te stellen van aanvankelijk het pensioengeschil en later de -1 CA maatregel.

4.16.

Bij die stand van zaken kan niet worden geoordeeld dat VNC en FNV Cabine in zodanige mate een op hen rustende overlegverplichting hebben geschonden dat het op dit moment voeren van actie niet als ultimum remedium kan worden beschouwd.

4.17.

De door KLM becijferde schade als gevolg van de aangekondigde acties sluit met 3,6 miljoen euro op een aanzienlijk bedrag. Hoewel dit bedrag door FNV Cabine wordt betwist en de juistheid ervan in kort geding niet kan worden vastgesteld, mag gevoeglijk worden aangenomen dat de acties KLM grote financiële schade zullen toebrengen. Financiële schade voor de werkgever is echter nagenoeg inherent aan collectieve acties en zal niet snel leiden tot het oordeel dat een beperking van het actierecht maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk is. Dat de schade, ook met een bedrag van 3,6 miljoen, disproportioneel is, is onvoldoende aannemelijk geworden. KLM heeft niet aangevoerd dat derden als gevolg van deze acties (financiële) schade zullen leiden.

4.18.

Ten derde voert KLM aan dat zich een onaanvaardbaar veiligheidsrisico voordoet bij de voorgenomen acties, omdat als gevolg van aanzienlijke hinder voor passagiers het risico op ‘unruly passengers’ groter wordt. KLM heeft uiteengezet op welke wijze de werkonderbrekingen leiden tot vertraging in de vluchten, niet alleen vertraging van de getroffen vluchten zelf, maar ook vertraging bij opvolgende inkomende en uitgaande vluchten door het ontstaan van tekorten in opstelposities aan de gates en op de platforms. De voorzieningenrechter volgt KLM in de zienswijze dat, mede als gevolg van het te verwachten sneeuwbaleffect, vele duizenden passagiers van de acties hinder zullen ondervinden. In die zin is dan ook zeker sprake van ingrijpende acties. Die hinder leidt evenwel nog niet tot het oordeel dat zich een onaanvaardbaar veiligheidsrisico voordoet. Het algemene ervaringsgegeven dat passagiers die (veel) langer in een vliegtuig moeten wachten dan voorzien, zich onaangenaam kunnen gaan gedragen en boos, gestrest en zelfs agressief kunnen worden, is voor een dergelijk vergaande conclusie bepaald onvoldoende. De voorzieningenrechter heeft zich bij dit oordeel rekenschap gegeven van de uitspraken die zijn gedaan in de zaken rechtbank Noord-Holland 11 augustus 2016 (ECLI:NL:RBNHO:2016:6696), rechtbank Noord-Holland 12 augustus 2016 (ECLI:NL:RBNHO:2016:6755) en hof Amsterdam 26 augustus 2016 (ECLI:NL:GHAMS:2016:3472), waarin het veiligheidsrisico wel doorslaggevend werd geacht. Anders dan in de daar aan de orde zijnde situaties is op dit moment geen sprake van topdrukte op Schiphol wegens zomervakantie en evenmin is een verhoogde terrorismedreiging gebleken.

4.19.

Welke andere veiligheidsrisico’s, afgezien van de ‘unruly passenger’, zich zullen voordoen heeft KLM niet nader geconcretiseerd. KLM heeft dus onvoldoende aannemelijk gemaakt dat (de gevolgen van) de acties tot onaanvaardbare veiligheidsrisico’s leiden. Daarbij komt dat VNC en FNV Cabine er middels het veiligheidsoverleg blijk van hebben gegeven oog te hebben voor de veiligheid en bereid te zijn maatregelen te treffen om veiligheidsrisico’s te beperken.

4.20.

KLM heeft betoogd dat de door haar gevraagde – in haar ogen minieme – beperking van het actierecht in de vorm van een voorafgaande registratie van actievoerders de operatie beheersbaar houdt. Die beheersbaarheid is op zichzelf genomen juist, maar in navolging van VNC en FNV Cabine acht de voorzieningenrechter die registratie niet een minieme beperking van het actierecht. Integendeel, de gevraagde registratie, bij KLM zelf, is voor werknemers intimiderend en kan grote invloed hebben op de actiebereidheid. Daarmee grijpt de beperking diep in in de verhouding tussen actievoerders en KLM.

4.21.

Bij de beoordeling van de gevraagde beperking op het actierecht heeft de voorzieningenrechter verder nog gelet op het doel van de acties (het van tafel krijgen van de -1 CA maatregel), op de aard van de acties (een werkonderbreking van 60 minuten voorafgaand aan iedere vlucht), op de opbouw ervan (oplopend van 10 minuten, via 20 en 40 minuten naar de nu in geding zijnde 60 minuten), de wijze van aankondiging, aanzegging en het veiligheidsoverleg dat telkens voorafgaand aan een actie wordt gevoerd.

4.22.

Al het voorgaande leidt tot het oordeel dat de gevorderde beperking van het actierecht niet als maatschappelijk dringend noodzakelijk moet worden aangemerkt en dus niet gerechtvaardigd is. De in dit verband gevraagde voorziening zal worden geweigerd.

4.23.

Hetgeen hiervoor is overwogen geldt evenzeer voor het subsidiair gevraagde verbod om acties van langer dan 40 minuten te verbieden. Ook deze voorziening zal dus worden geweigerd.

Medewerking aan bemiddeling of arbitrage

4.24.

De gevorderde veroordeling tot medewerking aan bemiddeling of arbitrage wordt geweigerd. Deze vordering is, ook indien er, net als hiervoor, veronderstellenderwijs vanuit wordt gegaan dat artikel 13.3 van de cao voor partijen nu bindende contractuele afspraken meebrengt, prematuur.

4.25.

VNC en FNV Cabine zijn, gelet op het stakingsrecht, gerechtigd om hun positie in de onderhandelingen kracht bij te zetten ten einde dichter bij overeenstemming met de werkgever te komen. De conclusie dat geen overeenstemming kan worden bereikt kan, mede gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, nog niet worden getrokken. Niet gebleken is dat van de kant van VNC en FNV Cabine in het geheel geen bereidheid bestaat om te onderhandelen. Uit hetgeen door partijen is aangevoerd valt af te leiden dat alle partijen bereid zijn om in overleg tot overeenstemming te komen. KLM heeft kenbaar gemaakt dat een nieuwe cao bespreekbaar is, maar dat die moet voldoen aan het bezuinigingsplan Perform 2020, terwijl anderzijds VNC en FNV de onderhandelingen in volgordelijkheid willen laten plaatsvinden en eerst het pensioengeschil en de -1CA maatregel van tafel willen, alvorens over een nieuwe cao te willen onderhandelen.

Alle partijen lijken daarmee voorwaarden te stellen die er tot nu toe hebben bijgedragen dat nog geen resultaten zijn bereikt. Dat die overeenstemming niet is bereikt, lijkt veeleer het gevolg van de omstandigheid dat het proces om daartoe te komen nog in gang is.

4.26.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat ook deze voorziening zal worden geweigerd. De gevorderde dwangsom en het gevorderde verlof tot betekening op alle dagen en uren behoeft bij deze stand van zaken geen bespreking meer.

4.27.

KLM zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van VNC en FNV Cabine, ieder afzonderlijk, worden begroot op:

- griffierecht € 619,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.435,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt KLM in de proceskosten, aan de zijde van VNC tot op heden begroot op € 1.435,00, en aan de zijde van FNV Cabine tot op heden begroot op € 1.435,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Sicking en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.R. ten Berge op 8 november 2016.1

Tegen dit vonnis kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam binnen vier weken na de dag van de uitspraak. Het beroep moet worden ingesteld door tussenkomst van een advocaat.

Als het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, heeft het vonnis al wel geldende werking zolang op het (eventuele) beroep niet is beslist.

1 Conc.: 802