Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:8856

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
25-10-2016
Datum publicatie
26-10-2016
Zaaknummer
15/800315-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Opleggen VW ISD kan wettelijk gezien niet worden opgelegd met OV GS.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2017/8

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/800315-16 (P)

Uitspraakdatum: 25 oktober 2016

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 18 oktober 2016 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te Alkmaar,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres],

thans gedetineerd in PI Noord Holland Noord - HvB Zwaag.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. J.J. van Bree en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. R. Polderman, advocaat te Alkmaar, naar voren hebben gebracht.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door de getuige [getuige 1] als toelichting op haar reclasseringsadvies van 5 oktober 2016 naar voren is gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1:

hij op of omstreeks 18 juli 2016 in de gemeente Alkmaar met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel gelegen aan de Wendelaarstraat heeft weggenomen een (zilverkleurige) lepel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Xenos, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Feit 2:

(parketnummer 800129-16)

hij op of omstreeks 27 maart 2016 in de gemeente Alkmaar met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel gelegen aan de Korte Vondelstraat nr. 2-4 heeft weggenomen een hoeveelheid babyshampoo (merk Zwitsal), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Spar, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat de aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen, mede omdat verdachte ter terechtzitting alsnog een bekennende verklaring heeft afgelegd..

3.3.

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

Feit 1:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte namens Xenos door [getuige 2] d.d. 18 juli 2016 (dossierpagina 21);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant R. Darmoune d.d. 18 juli 2016 (dossierpagina 3 e.v.);

Feit 2:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte door [getuige 3] d.d. 27 maart 2016 (dossierpagina 4 e.v.);

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant S.S. Bonekamp d.d. 27 maart 2016 (dossierpagina 9 e.v.).

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

Feit 1:

hij op 18 juli 2016 in de gemeente Alkmaar met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel gelegen aan de Wendelaarstraat heeft weggenomen een (zilverkleurige) lepel, toebehorende aan de Xenos;

Feit 2:

(parketnummer 800129-16)

hij op 27 maart 2016 in de gemeente Alkmaar met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel gelegen aan de Korte Vondelstraat nr. 2-4 heeft weggenomen een hoeveelheid babyshampoo (merk Zwitsal), toebehorende aan de Spar.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1 en feit 2, telkens:

diefstal.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de maatregel

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 105 dagen, met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, alsmede tot de ISD-maatregel voor de duur van twee jaar, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat aan de voorwaardelijke ISD-maatregel worden gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door GGZ reclassering Palier, waaronder opname en behandeling in de Piet Roordakliniek.

De officier van justitie stelt zich ten slotte op het standpunt dat de voorlopige hechtenis moet worden opgeheven met ingang van het moment waarop verdachte geplaatst zal worden in de Piet Roordakliniek. De duur van de gevorderde gevangenisstraf is dan gelijk aan de duur van de voorlopige hechtenis.

6.2.

Standpunt van de verdachte/de verdediging

De raadsman kan zich vinden in de door de officier van justitie gevorderde straf en maatregel. De raadsman heeft bepleit om in plaats van een proeftijd van drie jaar een proeftijd van twee jaar te koppelen aan de voorwaardelijke ISD-maatregel.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf of maatregel die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee winkeldiefstallen. Dit zijn ergerlijke feiten die naast schade, veel hinder veroorzaken voor de gedupeerde winkelbedrijven.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 22 september 2016 waaruit blijkt dat de verdachte vele malen eerder ter zake van vermogensdelicten onherroepelijk tot vrijheidsbenemende straffen is veroordeeld.

Dit heeft de verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden te recidiveren.

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 5 oktober 2016 van L. Kok, als reclasseringswerker verbonden aan GGZ reclassering Palier.

In het rapport wordt geconcludeerd dat verdachte in verband met de hoeveelheid aan veroordelingen voor vermogensdelicten in aanmerking komt voor ISD scenario 1. De sociale integratie van verdachte is slecht te noemen. Hij heeft geen stabiele huisvesting, geen dagbesteding, financiële problemen en een negatief sociaal netwerk. Er is sprake van excessief middelengebruik. Omdat hij niet in staat is zijn middelengebruik te bekostigen voelt verdachte zich genoodzaakt delicten te plegen om in zijn gebruik en tevens primaire levensbehoeften te kunnen voorzien. De kans op recidive is zeer hoog te noemen.

Buiten detentie is verdachte onbereikbaar voor de reclassering en voor hulpverlening. Gebleken is dat een ambulant contact onvoldoende is om te komen tot een verandering in leefomstandigheden van verdachte. Enkel een langdurige klinische opname aansluitend aan een detentie kan bijdragen aan het verminderen van de kans op recidive, het abstinent raken van middelen en het bewerkstelligen van een positieve gedragsverandering. Verdachte stelt hiertoe gemotiveerd te zijn.

Derhalve heeft GGZ reclassering Palier verdachte aangemeld voor een klinische opname en hij staat reeds op de wachtlijst voor opname bij de Piet Roordakliniek.

Geadviseerd wordt om een voorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen met een proeftijd van drie jaren. Hierbij worden de volgende bijzondere voorwaarden geadviseerd:

- dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, voor zover die niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde en dat hij zich gedurende een door de rechtbank bepaalde periode zal blijven melden, zo frequent als de GGZ reclassering Palier dit gedurende deze periode nodig acht;

- dat verdachte zal meewerken aan een intake en klinische opname bij de Piet Roordakliniek of een soortgelijke instelling waarbij de klinische opname voor de duur van maximaal 12 maanden geldt;

- dat verdachte aansluitend aan de klinische opname zal meewerken aan plaatsing binnen een begeleide woonvorm of maatschappelijke opvang;

- dat verdachte zal meewerken aan aanmelding, intake en hieruit voortvloeiend behandelaanbod bij een nader te bepalen instelling in het kader van nazorg.

[getuige 1] van GGZ reclassering Palier heeft als getuige haar advies als volgt aangevuld:

Op 27 oktober 2016 om 11.00 uur kan verdachte worden opgenomen in de Piet Roordakliniek. De bedoeling is dat hij aansluitend aan behandeling aldaar zal doorstromen naar een begeleide woonvorm met nazorg. Vandaar dat ik een proeftijd van 3 jaar heb geadviseerd. Het lijkt mij niet verstandig dat hij in Alkmaar gaat wonen. Er moet worden gekeken naar een begeleide woonvorm elders in Nederland.

De verdachte heeft op de terechtzitting verklaard dat hij zich kan vinden in het advies en dat hij gemotiveerd is voor behandeling in de Piet Roordakliniek. Verdachte is van mening dat hij langdurige behandeling nodig heeft waarbij aandacht moet zijn voor alle leefgebieden.

De rechtbank is van oordeel dat de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren dient te worden opgelegd. De door verdachte begane feiten betreffen misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten en verdachte is in de afgelopen vijf jaren driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk veroordeeld tot vrijheidsbenemende straffen, terwijl de onderhavige feiten zijn begaan na de tenuitvoerlegging hiervan. Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan. De veiligheid van personen en goederen eist het opleggen van de maatregel. Aan de eisen voor oplegging van de ISD-maatregel is dus voldaan.

Gelet op het voornoemde rapport van de GGZ reclassering Palier zal de rechtbank deze maatregel in voorwaardelijke vorm opleggen en daaraan, naast de algemene voorwaarden, ook de door GGZ reclassering Palier geadviseerde bijzondere voorwaarden verbinden .

Teneinde het recidiverisico op langere termijn substantieel te beteugelen, de behandeling van verdachtes problematiek een reële kans van slagen te geven en de maatschappij zo optimaal mogelijk te beschermen, zal de rechtbank bepalen dat, indien het mocht komen tot tenuitvoerlegging van de maatregel, de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht hierop niet in mindering wordt gebracht.

De rechtbank zal aan verdachte niet de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf opleggen. Blijkens jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:RBNHO:2016:7920) houdt artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht noch enig ander voorschrift van de derde afdeling van Titel II A van Boek I Wetboek van Strafrecht in dat de ISD-maatregel tezamen met straffen kan worden opgelegd, zoals dat bijvoorbeeld in art. 36b, derde lid, en art. 36f, derde lid Sr voor onderscheidenlijk de onttrekking aan het verkeer en de schadevergoedingsmaatregel is bepaald en zoals dat voor de last tot terbeschikkingstelling kan worden afgeleid uit art. 37a Sr. Aangenomen moet dus worden dat de combinatie van ISD met straffen niet mogelijk is.
Dit geldt aldus naar het oordeel van de rechtbank ook voor de oplegging van een voorwaardelijke ISD-maatregel, nu de eventuele tenuitvoerlegging daarvan tot dezelfde situatie leidt.

De rechtbank acht, het gelet op het bovenstaande, opportuun om de voorlopige hechtenis niet heden maar eerst met ingang van 27 oktober a.s. op te heffen.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Artikelen 38m, 38n, 38p, 57, 310 van het Wetboek van Strafrecht.

8 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de onder 3.4. bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren, met bevel dat deze maatregel niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van drie jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bij de naleving van de voorwaarden, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich zal houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, voor zover die niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde en dat hij zich gedurende de proeftijd zal melden, zo lang en zo frequent als de GGZ reclassering Palier dit nodig acht;

- zich in het kader van een klinische behandeling op 27 oktober 2016 zal laten opnemen in de Piet Roordakliniek, vestiging Zutphen, Verlengde Ooyerhoekseweg 30, of een soortgelijke instelling waarbij de klinische opname voor de duur van maximaal 12 maanden geldt en zich gedurende die opname zal gedragen naar de aanwijzingen die hem door zijn behandelaars zullen worden gegeven;

- aansluitend aan de klinische opname zal meewerken aan plaatsing binnen een begeleide woonvorm of maatschappelijke opvang;

- zal meewerken aan aanmelding, intake en hieruit voortvloeiend behandelaanbod bij een nader te bepalen instelling in het kader van nazorg.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van 27 oktober 2016 te 11.00 uur of zoveel eerder of later op die dag als veroordeelde door de Dienst Vervoer en Ondersteuning wordt afgeleverd bij de Piet Roordakliniek.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

Mr. P.H.B. Littooy, voorzitter,

mr. H.E.C. de Wit en mr. H. Brouwer, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier G.A.M. Delis,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 oktober 2016.