Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:8733

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
09-11-2016
Datum publicatie
10-11-2016
Zaaknummer
4348348\CV EXPL 15-7089
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gestelde non-conformiteit geleverd keukenblad. Hebben eisers terecht hun gehele betalingsverplichting opgeschort?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/3273
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 4348348 \ CV EXPL 15-7089

Uitspraakdatum: 9 november 2016

Vonnis in de zaak van:

[eiser] , handelend onder de naam [handelsnaam]

te [woonplaats]

eiser

verder te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. D.C. Coppes

tegen

1 [gedaagde 1]

2. [gedaagde 2]

beiden te [woonplaats]

gedaagden

verder te noemen [gedaagde 1] respectievelijk [gedaagde 2] voorheen bijgestaan door mr. R. Rademaker, momenteel in persoon procederend

1 Het procesverloop

1.1.

[eiser] heeft bij dagvaarding van 29 juli 2015 een vordering tegen [gedaagde 1] en
[gedaagde 2] ingesteld. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben schriftelijk geantwoord.

1.2.

Op 8 januari 2016 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. De zaak is aangehouden voor partij-overleg. Partijen hebben elk vervolgens bij akte een in opdracht van beide partijen uitgevoerd deskundigenbericht in het geding gebracht. [eiser] heeft verzocht vonnis te wijzen.

1.3.

Vonnis is (nader) bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

[eiser] heeft in opdracht van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in 2014 twee terrazzo aanrechtbladen vervaardigd en geleverd voor de keuken in de woning van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] aan het adres [adres] in [woonplaats] . De opdracht is mondeling verstrekt.

2.2.

[eiser] heeft [gedaagde 2] een terrazzostaal meegegeven. [gedaagde 2] heeft na de bestelling in een e-mail van 6 december 2014 gevraagd of het mengsel van het blad in het geheel witter kan dan ten opzichte van ”de staal” (het monster). Daarop heeft [eiser] in een e-mail van die dag geschreven dat een wittere marmersoort bestaat, die duurder is en moet worden besteld. Dit laatste is niet gebeurd.

2.3.

[eiser] heeft op 17 december 2014 de aanrechtbladen in de woning van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en op de door de aannemer van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gebouwde keukenkastjes vervaardigd. Het keukenontwerp is van de aannemer. In overleg met
en de aannemer is de plaats van de kookbranders bepaald. Daarvoor heeft [eiser] gaten in een van de bladen moeten freezen.

2.4.

[gedaagde 1] heeft in een e-mail van 23 december 2014 aan [eiser] geschreven ontevreden te zijn over de kleur van het blad, die volgens hem niet in overeenstemming is met het (verkregen) monster, de afwerking van de bladranden en de ruimte tussen het blad en twee kookpitten, waardoor die pitten niet goed afsluiten.

2.5.

In een e-mail van 5 januari 2015 heeft [eiser] onder meer aangeboden twee dagen later de staande kanten van het blad bij te schuren, de gaatjes te vullen met cement en gaten te boren voor een kraan.

2.6.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben dit aanbod niet aanvaard en onder meer ook gewezen op grote oneffenheden in de bovenkant van het blad, de krappe gaten in het blad voor de “Pitt cooking” en beschadigingen aan keukenkasten.

2.7.

Vervolgens hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in een e-mail en brief van
23 januari 2015 [eiser] meegedeeld de betaling op te schorten en levering van twee nieuwe aanrechtbladen geëist. Daarbij hebben zij gewezen op de al aangevoerde klachten en het feit dat de kookbranders te dicht bij de bladrand zijn geplaatst.

2.8.

[eiser] heeft in zijn reactie in de brief van 29 januari 2015 zijn eerdere aanbod herhaald en daarnaast voorgesteld de zaak voor te leggen aan de geschillencommissie. Hier zijn [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet op ingegaan. Wel hebben zij in een brief van
5 februari 2015 [eiser] een termijn tot 13 februari 2015 gegeven om met een voor hen aanvaardbare oplossing te komen. [eiser] heeft in een e-mail van 6 februari 2015 herhaald dat hij bereid blijft het werk op specifiek genoemde onderdelen te herstellen en dat dit voornamelijk schuurwerk zal betreffen. Daarnaast heeft hij verzocht 75% van de prijs te betalen.

2.9.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben in een brief van 13 februari 2015 het aanbod van [eiser] van de hand gewezen en de overeenkomst ontbonden.

2.10.

De gemachtigde van [eiser] heeft in een brief van 18 februari 2015 [gedaagde 1] en
[gedaagde 2] gesommeerd de factuur per omgaande te betalen. Hieraan hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] geen gehoor gegeven.

3 De vordering

3.1.

[eiser] vordert - samengevat - dat de kantonrechter bij uitvoerbaar te verklaren vonnis [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 3.630,-- (inclusief btw), de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van het vonnis.

3.2.

[eiser] legt aan de vordering ten grondslag - kort weergegeven - dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn tekortgeschoten in de nakoming van hun verplichtingen uit de bij de feiten onder 2.1. genoemde overeenkomst door de factuur van [eiser] ondanks herhaalde aanmaning onbetaald te laten.

3.3.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben zich ten onrechte beklaagd over de kleur van het blad, wat volgens het getoonde en afgesproken monster was. Anders dan [gedaagde 1] en
[gedaagde 2] stellen, waren de randen recht en haaks. Voor zover sprake was van onvolkomenheden, heeft te gelden dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] [eiser] - ondanks zijn herhaalde aanbod daartoe - niet in de gelegenheid hebben gesteld de aanrechtbladen te controleren en de oppervlakken, de staande randen en hoeken te corrigeren met bijschuren en de gaatjes te dichten. Zij hebben zich immers op het standpunt gesteld dat herstel niet mogelijk was en hebben de overeenkomst ontbonden. In de visie van [eiser] ten onrechte, omdat herstel van (eventuele) gebreken nog mogelijk was.

3.4.

Naast betaling van de prijs maakt [eiser] aanspraak op de wettelijke rente en de noodzakelijk gemaakte buitengerechtelijke kosten op grond van het Rapport Voorwerk, die [gedaagde 1] en [gedaagde 2] als schadevergoeding aan hem zijn verschuldigd.

4 Het verweer

4.1.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] concluderen tot afwijzing van de vordering en voeren daartoe - samengevat - het volgende aan.

4.2.

De overeengekomen prijs was € 3.000,-- inclusief btw. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn [eiser] echter niets verschuldigd. De bladen voldoen immers niet aan de overeenkomst.
De aanrechtbladen zijn anders van kleur en structuur dan die van de trog die in de showroom werd getoond en was overeengekomen. Zij hebben grijs-wit terrazzo besteld en de kleur van het geleverde was wit met een groenige gloed. Dit gebrek is onherstelbaar. Andere onherstelbare gebreken aan de geleverde bladen zijn: een niet vlak oppervlak van zowel boven- als zijkanten, een zichtbare onderlaag, niet haakse hoeken, putjes en hoogteverschil rond de spoelbakken. Verder is een van de kookbranders te dicht bij de rand geplaatst en meer gaten voor de kookbranders zijn te groot uitgefreesd. Dat [eiser] het werk niet deugdelijk heeft uitgevoerd, hebben de aannemer van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , Bouwbedrijf [bouwbedrijf] ( [bouwbedrijf] ) in [plaats] , en een branchegenoot van [eiser] uit [plaats] ,
[branchegenoot] ( [branchegenoot] ), bevestigd. [eiser] is op 22 december 2014 langsgekomen om de klachten van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te bespreken. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voelden zich niet gehoord in hun klachten en toen in de nadien gedane voorstellen [eiser] onvoldoende tegemoet kwam aan de klachten van [gedaagde 1] en
[gedaagde 2] , hadden [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gegronde redenen de aangeboden werkzaamheden te weigeren. De tekortkomingen van [eiser] waren voorts van zodanige omvang dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gerechtigd waren in eerste instantie hun betalingsverplichting op te schorten en later de overeenkomst te ontbinden.

5 De beoordeling

5.1.

In hun laatste akte hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] (deels) nieuwe feiten en omstandigheden aangevoerd en daarop nieuwe verweren gevoerd. Zij betogen dat in het aanrechtblad binnen zes maanden na vervaardiging een scheur ter hoogte van de kookplaten is ontstaan, waarvoor [eiser] aansprakelijk kan worden gehouden en die hij moet verhelpen. Verder dient [eiser] schade als gevolg van uitgevoerd stopwerk en de met de sloop van de beschadigde keukenkasten en vervanging van de beschadigde keukenkasten gepaard gaande kosten te compenseren. Als [eiser] daarmee instemt, zijn [gedaagde 1] en [gedaagde 2] bereid een regeling te treffen.

5.2.

De kantonrechter stelt vast dat in de conclusie van antwoord de scheur bij de kookpitten weliswaar staat vermeld, maar hierover niet is gesteld dat dit te wijten is aan eventueel ondeugdelijk uitgevoerd werk van [eiser] , laat staan dat deze stelling is onderbouwd.
Door pas in dit stadium van de procedure conclusies te verbinden aan het ontstaan van de scheur en andere, nieuwe discussiepunten en verweren op te werpen, handelen [gedaagde 1] en
[gedaagde 2] in strijd met de goede procesorde. De kantonrechter behandelt deze nieuwe argumenten en verweren dan ook niet. De kantonrechter heeft [eiser] om deze reden niet in de gelegenheid gesteld hierop in te gaan.

5.3.

De kantonrechter stelt voorop dat de overeenkomst tussen partijen een overeenkomst van aanneming van werk betreft, waarbij [gedaagde 1] en [gedaagde 2] als consument zijn aan te merken. De aannemer (in dit geval [eiser] ) is op grond van deze overeenkomst onder meer verplicht het overeengekomen werk tot stand te brengen en op te leveren en moet de opdrachtgever (in dit geval [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ) de overeengekomen prijs betalen.

5.4.

Partijen twisten ten eerste over de vraag of de overeengekomen aanneemsom (de prijs) in of exclusief btw is. Volgens [eiser] is afgesproken dat de prijs van (het maken van) de bladen € 3.000,-- exclusief btw was en dat dit ook op de prijslijsten die in de showroom lagen/liggen wordt vermeld. Volgens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] heeft [eiser] gemeld dat de bladen € 3.000,-- zouden kosten en heeft hij dit achterop een visitekaartje geschreven, waarbij hij niet over in- of exclusief btw heeft gesproken. De kantonrechter verwerpt het verweer van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . Het volgende is hiervoor van belang. Het visite-kaartje dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in het geding hebben gebracht vermeldt weliswaar als totaalprijs voor de beide aanrechtbladen € 3.000,--, maar daartegenover heeft te gelden dat niet is bestreden dat tijdens het bezoek van [gedaagde 2] aan de showroom prijslijsten voor handen waren, waarop vermeld staat dat prijzen exclusief btw zijn. In de bij de feiten vermelde e-mail van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van 23 januari 2015 staat bovendien “Betaling van de overeengekomen opdrachtsom ad € 3000,-- exclusief (onderstreping door kantonrechter) BTW schorten wij op tot het moment van deugdelijke levering.” Uit deze e-mail komt dan ook naar voren dat over de overeengekomen prijs bij het aangaan van de overeenkomst geen onduidelijkheid of discussie tussen partijen bestond.
De kantonrechter stelt overeengekomen prijs daarom vast op € 3.000,-- exclusief btw, daarmee € 3.630,-- inclusief btw.

5.5.

De vervolgvraag die partijen verdeeld houdt is of [eiser] het aangenomen werk overeenkomstig de overeenkomst en deugdelijk heeft uitgevoerd. Uit de aktes na comparitie van partijen blijkt dat partijen na de zitting gezamenlijk [technisch adviseur] ( [technisch adviseur] ), senior technisch adviseur, mediator en gediplomeerd gerechtelijk deskundige, verbonden aan [naam bureau] , hebben verzocht een kwaliteitscontrole uit te voeren en in dat verband daarmee gestelde vragen te beantwoorden. Vast staat verder dat
[technisch adviseur] de woning van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] heeft bezocht op 20 mei 2016, dat daarbij naast partijen de gemachtigde van [eiser] aanwezig was en dat [technisch adviseur] op
13 juni 2016 zijn rapport (de rapportage) heeft uitgebracht. Verder constateert de kantonrechter dat partijen tijdens het bezoek van [technisch adviseur] opmerkingen hebben kunnen maken en dat geen geschil bestaat over zijn bevindingen. Gelet hierop zal de kantonrechter uitgaan van deze bevindingen in de rapportage. De bevindingen en conclusies van [bouwbedrijf] en [branchegenoot] , die [gedaagde 1] en [gedaagde 2] eerder in het geding hebben gebracht, blijven verder buiten beschouwing. Het gaat hier immers om deskundigen van een van de procespartijen, wier bevindingen en conclusies bovendien ter discussie staan.

5.6.

De kantonrechter stelt vast dat meergenoemde rapportage voor partijen leidend is voor de verdere afdoening van het voorliggende geschil en dat partijen van mening verschillen over de juridische consequenties van de bevindingen/conclusies in de rapportage. Dit betekent dat de kantonrechter daarover een oordeel zal moeten geven.

5.7.

Voor zover hier relevant staat in de rapportage van [technisch adviseur] het volgende:
“Aan [naam bureau] is gevraagd de volgende vragen te beantwoorden:
1. De terrazzo bladen zijn niet vlak maar golven zowel aan de bovenkant als aan de zijkant.
2. Er zitten meerdere gaatjes in het blad.
3. De hoeken/zijkanten zijn niet haaks.
4. Bij meerdere pittcooking branders zijn de gaten te groot uitgefreesd.
5. Eén van de pittcookers zit te dicht bij de zijkant met gevaar voor scheuren bij verhitting én is door zijn positie feitelijk onbruikbaar.
6. Op meerdere plaatsen zijn de grijze onderbetonlaag en kiezels zichtbaar.
7. De keukenkasten zijn op meerder plaatsen beschadigd door inschuren.
8. Het gebruikte carrara marmer is beige/groenig en niet van dezelfde kleur en korrelgrootte als het showmodel (de trog) in de winkel.
9. Rondom de spoelbakken loopt het blad af, waardoor het water dat op het blad ligt op de grond druipt.

Deskundige wordt hierbij verzocht met betrekking tot door partij [gedaagde 1] gestelde tekortkomingen aan te geven of deze ook inderdaad kunnen worden geconstateerd. Indien het antwoord bevestigend is, dient ook te worden aangegeven of [eiser] de tekortkoming kan herstellen of dat dit blijven onmogelijk is.
(….)
WAARNEMINGEN MET OORDEEL
1. (…) Oordeel: het keukenblad kent inderdaad bovenmatige onvlakheden, welke echter van zo’n aard zijn dat deze met aanvullend schuurwerk nog wel kunnen worden opgelost.
2. Er zitten meerdere gaatjes in het blad.
Deze gaatjes zijn door mij inderdaad aangetroffen en zijn niet ongebruikelijk in terrazzo. Dergelijke gaatjes behoren ‘gestopt’ te worden en voor een aantal van deze gaatjes geldt dat dit nog niet is gebeurd. Dit kan eenvoudig nog worden gedaan, waarna het oppervlak moet verharden en licht geschuurd moet worden. Dit spoort met de stelling van ondernemer dat het blad nog niet ”af” is en wat naloopwerk vergt.

3. (…) De zijkant van het werkblad en het aanrecht is inderdaad niet volledig verticaal geschuurd. (…) De scheefstand van de zijkant van het blad is niet gebruikelijk voor een werkblad, maar visueel niet opvallend aanwezig. Alsnog verticaal schuren van de zijkant is wel mogelijk doch niet per se noodzakelijk. Gezien het feit dat aan de bovenzijde circa 2-3 mm (werkblad (…)) resp 1-2 mm (aanrecht) zal moeten worden weggeschuurd om een verticale stand te herkrijgen is het niet onmogelijk dat door de terrazzolaag wordt geschuurd. Dit risico acht ik echter wel gering, omdat de randen van een aanrechtblad doorgaans door en door van terrazzo worden vervaardigd en slechts in het midden een ‘normaal’ betonnen tussenlaag wordt gestort. Als dat ook hier het geval is geweest, is herstel in principe lastig, maar wel mogelijk.

4. Bij meerdere pittcooking branders zijn de gaten te groot uitgefreesd.
Na verwijderen van een afdekkende ring wordt inderdaad lokaal een naad van enkele millimeters breedte aangetroffen. Bij herplaatsen van de ring wordt de naad onzichtbaar. Dichtzetten met een minerale reparatiemortel (ivm hittebestendigheid) zal inlekken bij overkoken voorkomen en niet zichtbaar zijn. Herstel is daarom mogelijk. De aanwezigheid van enige tolerantie in een vooraf te vervaardigen opening in een ter plaatse vervaardigd blad acht ik normaal. Ook deze herstelmaatregel zou ik willen classificeren als ”naloopwerk”.

5. (…) Feit is dat één van de pittcookers erg dicht bij de rand geplaatst zit, maar gezien het formaat van de onderkast en de montageposities van de pittcookers was dit vooraf bekend (…) Als ondernemer de pittcookers in de vooraf bepaalde kastruimte van 120cm moest plaatsten had hij geen invloed op de plaats van de pittcookers zelf, behalve als hij de pittcookers niet had geplaatst. Dit had een herindeling van het werkblad opgeleverd, hetgeen naar mijn inzicht niet de normale competentie van een terrazzowerker betreft. De dichte positie van de pittcooker bij de rand heeft (nog) geen scheurvorming opgeleverd, en gezien de dikte van de rand en de normaliter daarin opgenomen wapeningsstaven hoeft dat ook in de toekomst niet te gebeuren. Ofschoon het kennelijk onpraktische locatie voor de pittcooker is, is er geen technische reden om de betreffende pittcooker niet te plaatsen.(…)

6. (…) Op meerdere plaatsen zijn vlekken zichtbaar in een afwijkende, op het onderbeton gelijkende kleur inderdaad zichtbaar. Het betreft reeds uitgevoerd stopwerk (zie ook klacht 2) waarbij (…) een wat afwijkende tint materiaal is toegepast en nog niet netjes is geschuurd. (…) Ik ben van mening dat het uitgevoerde stopwerk dient te worden verbeterd (hetgeen zeer lastig uit te nemen zal zijn) en nog moet worden afgemaakt.

7. (…) Ter weesrzijden van het aanrecht is een kastwand aanwezig welke enkele millimeters boven het aanrecht met schuurmachines is geraakt. Dit is een schade die [eiser] in ieder geval niet zelf zal kunnen herstellen (…).

8. (...) Ofschoon ten aanzien van de trog een verschil van inzicht bestaat of dat nu het bewuste referentieobject betreft, gaf consument wel aan dat een naast gelegen deel (dat optisch afweek van de betreffende trog) wél de juiste kleur had. Teneinde het effect van licht op de bewuste kleur te tonen heb ik het monster naast de bovenrand van de trog gelegd en met consument en ondernemer vastgesteld dat de twee delen wel degelijk dezelfde kleur en samenstelling hebben (…) Het licht in de woning van consument is anders diffuus dan in de showroom, maar op grond van referentiekaarten heb ik vastgesteld dat van een afwijkend kleurmengsel (behoudens normale toleranties) geen sprake is. Herstel is mijns inziens niet aan de orde (…).

9. Inderdaad loopt het aanrechtblad vanaf de spoelbak iets af. Dit is echter meer gerelateerd aan de gerealiseerde vlakheid in het blad (klacht 1), dan dat het een aanvullend punt betreft. Bij lekkage op een wél horizontaal deel zou afdruipen namelijk ook, zij het iets later, aan de orde zijn. De spoelbak is namelijk eveneens vrij dicht bij de rand van het werkblad gesitueerd. (…).”

5.8.

Uit het rapport van [technisch adviseur] volgt dat de kleur van de geleverde aanrechtbladen niet afwijkt van de trog in de showroom. Hoewel [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben aangevoerd dat het monster waarop de bestelling heeft plaatsgevonden, een andere samenstelling had - wat [eiser] heeft betwist - is deze stelling niet meer te verifiëren.
Op de zitting is immers komen vast te staan dat het monster in het bezit was van [gedaagde 1] en
[gedaagde 2] en niet meer valt te achterhalen. Daarom moet de kantonrechter ervanuit gaan dat zowel kleur als samenstelling van de aanrechtbladen conform de overeenkomst zijn. Het verweer op dit onderdeel van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gaat daarom niet op.

5.9.

Omdat uit het rapport volgt dat van elk horizontaal aanrechtblad water zou druipen, oordeelt de kantonrechter dat deze eigenschap inherent is aan de keuze van [gedaagde 1] en
[gedaagde 2] voor gladde aanrechtbladen. Van een gebrek kan daarom niet worden gesproken.

5.10.

Verder blijkt uit het rapport dat weliswaar (i) de oppervlakte van de aanrechtbladen niet geheel recht is, (ii) de hoeken van de bladen niet haaks zijn en (iii) putjes vertonen en (iv) het al verrichte stopwerk niet netjes is, maar dat dit alles door [eiser] kan worden verholpen. Daarbij heeft te gelden dat bij het herstel van stopwerk het naar het oordeel van [technisch adviseur] gaat om eenvoudig uit te voeren herstelwerkzaamheden. Deze gebreken kunnen dan ook worden verholpen.
Ook de gaten waar de branders zijn geplaatst zijn naar het oordeel van deze deskundige niet te ver uitgefreesd, waarbij bovendien de ruimte tussen branders en aanrechtblad eventueel kan worden voorzien van een hittebestendige kitlaag. Daarom is de conclusie dat hier sprake is van een gebrek niet gerechtvaardigd.

5.11.

Niet in geschil is voorts dat [eiser] bij het vervaardigen van één van de bladen de al aanwezige kasten op bepaalde plekken heeft beschadigd doordat de kasten niet zijn beschermd tijdens het schuurwerk, welke schade niet (eenvoudig) kan worden hersteld. Met [gedaagde 1] en [gedaagde 2] is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] ervoor had moeten zorgen dat geen schade wordt aangebracht bij het uitvoeren van het werk. [eiser] is daarom op dit onderdeel wel in verzuim met de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst.

5.12.

Vraag is of [gedaagde 1] en [gedaagde 2] onder de gegeven omstandigheden hun betaling in haar geheel mochten opschorten. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet het geval is, omdat de gebreken aan het werk niet in verhouding staan tot het reeds verrichte werk en de gemaakte kosten. Onder de gegeven omstandigheden kon in redelijkheid van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden verwacht dat zij conform het verzoek van [eiser] in zijn e-mail van 6 februari 2015 75% van de prijs hadden betaald. Alleen al om deze reden gaat het beroep van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op hun opschortingsrecht niet op.

5.13.

Verder heeft te gelden dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voorafgaand aan deze procedure geen beroep op verrekening van een eventuele vordering wegens het gestelde tekortschieten van [eiser] in de nakoming van de overeenkomst hebben gedaan. Nog los van het antwoord op de vraag of dit beroep zou slagen, heeft te gelden dat [gedaagde 1] en
[gedaagde 2] ook niets hebben gesteld over de hoogte van de vordering die zij uit dien hoofde op [eiser] menen te hebben. De kantonrechter kan dan ook met de schade aan de kasten geen rekening houden.

5.14.

Nu is komen vast te staan dat nakoming van de overeenkomst voor het overgrote deel niet blijvend onmogelijk was (en is) en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ondanks herhaald aanbod daartoe [eiser] het werk niet hebben laten herstellen, is het gestelde verzuim van [eiser] niet ingetreden en leidt ertoe dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zelf in (betalings)verzuim zijn. Dit betekent ook dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet gerechtigd waren de overeenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. Dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] inmiddels naar aanleiding van het rapport van [technisch adviseur] , [eiser] toe willen laten tot herstel maakt dit oordeel niet anders. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] stellen immers allerlei voorwaarden aan de te verrichten herstelwerkzaamheden waaronder de vergoeding van (eventuele) schade. Zoals hiervoor al is overwogen, is verrekening geen onderdeel van dit geschil en niet relevant voor de in deze zaak te nemen beslissing.

5.15.

De conclusie is dat de kantonrechter de gevorderde hoofdsom zal toewijzen. De niet bestreden wettelijke rente is eveneens toewijsbaar. Nu geen factuur in het geding is gebracht, moet de kantonrechter bij het bepalen van een datum van betalingsverzuim van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] uitgaan van de datum waarop het werk is opgeleverd. Uit de dossierstukken blijkt dat dit is gebeurd op 17 december 2014. Omdat is beslist dat
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hun betalingsverplichting ten onrechte hebben opgeschort is volgens vaste rechtspraak het verzuim terstond opgetreden, zodat het verzuim is ingetreden op 17 december 2014. De wettelijke rente is vanaf deze datum toewijsbaar.

5.16.

Als niet weersproken staat vast dat [eiser] buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt. De vordering wordt evenwel op dit onderdeel afgewezen, omdat niet is gesteld of gebleken dat aan alle vereisten daarvoor die zijn vermeld in artikel 6:96 lid 6 Burgerlijk Wetboek is voldaan.

5.17.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , omdat zij grotendeels ongelijk krijgen. De gevorderde rente over de proceskosten zal eveneens worden toegewezen.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk tot betaling aan [eiser] van € 3.630,-- inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 17 december 2014 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.2.

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiser] tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 97,45

griffierecht € 221,--

salaris gemachtigde € 437,50,
en veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente over deze bedragen vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis;

6.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. van Dijk en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter