Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2016:8280

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29-08-2016
Datum publicatie
01-11-2016
Zaaknummer
5168232 \ OA VERZ 16-209
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

WWZ Verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst op grond van verwijtbaar handelen

werknemer afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2016-1237
AR 2016/3169

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 5168232 \ OA VERZ 16-209 BL

Uitspraakdatum: 29 augustus 2016

Beschikking in de zaak van:

[naam verzoeker] ,

gevestigd te [plaats]

verzoekende partij in de zaak van het verzoek, verwerende partij in de zaak van het tegenverzoek

verder te noemen: [x]

gemachtigde: mr. L.N. Hermes, advocaat te Noord-Scharwoude

tegen

[naam verweerder] ,

wonende te [woonplaats]

verwerende partij in de zaak van het verzoek, verzoekende partij in de zaak van het tegenverzoek

verder te noemen: [y]

gemachtigde: mr. A.J. Butter, advocaat te Hoorn

1 Het procesverloop

in de zaak van het verzoek en het tegenverzoek

1.1.

[x] heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [y] heeft een verweerschrift en een tegenverzoek ingediend.

1.2.

Op 8 augustus 2016 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting hebben [x] en [y] bij faxbrieven van 3 augustus 2016 respectievelijk 8 augustus 2016 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

in de zaak van het verzoek en het tegenverzoek

2.1.

[y] , geboren op [datum] , is op 1 november 1989 in dienst getreden van [x] , in de functie van medewerker werkplaats. Later is [y] de functie van chef werkplaats gaan vervullen. Sinds 2015 is [y] , op vrijwillige basis, weer gaan werken als medewerker werkplaats.

2.2.

Het laatst verdiende salaris van [y] bedraagt € 4.171,72 bruto per maand.

2.3.

Op de arbeidsovereenkomst is van toepassing de CAO voor Motorvoertuigen en Tweewielerbedrijf.

2.4.

Bij [x] is het de werknemers toegestaan om op donderdagavond en zaterdag, buiten werktijd, privéklussen te verrichten. Daarbij geldt het verbod om voor privéklussen onderdelen te bestellen via [x] . Verder was in het verleden de afspraak dat kosten voor APK (€ 10,00) en gebruikt klein materiaal en olie de eerst volgende vrijdag afgerekend moesten worden met [x] , onder overlegging van bonnen.

2.5.

Tijdens werkplaatsbesprekingen in 2013 en 2014 heeft [x] meermalen in algemene zin aan de orde gesteld dat het wekelijks op vrijdag inleveren van de bonnen voor privéklussen niet goed verloopt. Bij een werkplaatsbespreking in februari 2014 is [y] er persoonlijk op aangesproken dat het verbod op het bestellen van privéonderdelen via [x] ook voor hem geldt.

2.6.

Begin 2016 heeft [x] een bedrijfsprotocol opgesteld waarin de regels die gelden voor privéklussen zijn aangescherpt. Dit bedrijfsprotocol is op 17 februari 2016 door alle medewerkers, onder wie [y] , ondertekend voor gelezen, gezien en akkoord. Het bedrijfsprotocol bepaalt ten aanzien van privéklussen – voor zover relevant – het volgende.

“7. Het is de werknemers toegestaan om op donderdagavond of zaterdag privéklussen te verrichten. (…)

9. Het is verboden om materialen uit het magazijn voor privéklussen of voor de eigen auto te gebruiken. Het is ook verboden om materialen op naam en rekening van Autobedrijf [x] te bestellen. De materialen die voor privéklussen of de eigen auto worden gebruikt, dienen op eigen rekening en in eigen tijd extern te worden gekocht c.q. besteld.

10. Het gebruik van vloeistoffen geschiedt tegen betaling. Voor het gebruik van spuitbussen, balanceerlood, klein materiaal enzovoort, wordt bij iedere eigen klus € 2,50 in rekening gebracht. De afrekening van dit bedrag dient op de eerste dinsdag direct nadat de klus is begonnen, te geschieden bij de administratie.

11. Er wordt een zero-tolerance beleid gehanteerd ten aanzien van de regels met betrekking tot de privé klussen. Overtreding van de regels ten aanzien van de privé klussen zoals opgenomen onder nummers 7 tot en met 10 zal voor Autobedrijf [x] een reden zijn om tot beëindiging van het dienstverband over te gaan.”

2.7.

Op 12 mei 2016 vond een gesprek plaats tussen de directie van [x] , hun financieel adviseur [A] en [y] . Daarbij is namens [x] het vermoeden geuit dat [y] voor zijn privéklussen gebruik maakt van materialen uit het magazijn. Ook is aan de orde gesteld dat [y] een aantal kosten van privéklussen niet heeft afgerekend. Aan [y] is gevraagd van deze klussen een lijst op te stellen. Verder is gesproken over de mogelijkheden voor [y] om met prepensioen te gaan. [x] heeft aangeboden om in geval van beëindiging van het dienstverband in onderling overleg een verder inhoudelijk onderzoek ter zake verduistering en niet naleven van het bedrijfsprotocol achterwege te laten.

2.8.

Op 20 mei 2016 vond een vervolggesprek plaats, waarbij [y] heeft aangegeven de lijst met privéklussen nog niet gereed te hebben en nog niet te weten of hij wilde opteren voor prepensioen.

2.9.

Kort na dit gesprek heeft [y] zich met een lijst van onbetaalde materialen en een enveloppe met geld gewend tot de heer [B] (verder: [B] ), hoofd administratie van [x] . [B] heeft een kopie van deze privéklussenlijst gemaakt (productie 4 bij dagvaarding) en [y] voor de betaling verwezen naar de directie.

2.10.

Op 25 mei 2016 heeft [y] aan [x] laten weten niet in te gaan op de voorstellen ter zake een eventueel vervroegd pensioen.

2.11.

Vervolgens is [y] op 27 mei 2016 door [x] op non-actief gesteld, teneinde nader onderzoek te doen naar verduistering dan wel malversaties. In dat verband heeft [x] alle APK formulieren met bijgevoegde werkbonnen van [y] ingenomen, en kopieën daarvan aan [y] meegegeven.

2.12.

Aan de hand van deze bescheiden heeft [x] vastgesteld dat [y] in de periode van januari 2016 tot en met mei 2016 twaalf privéklussen heeft uitgevoerd, waarvoor [y] materialen uit het magazijn van [x] heeft gebruikt en/of materialen op naam en voor rekening van [x] heeft besteld en/of verzuimd heeft vergoedingen voor klein materiaal in rekening te brengen en/of tijdig af te rekenen met [x] .

2.13.

Op 30 mei 2016 heeft [y] aan [x] betaald een bedrag van € 745,86, zoals gespecificeerd op eerdergenoemde privéklussenlijst.

2.14.

In een kort geding procedure tussen [y] als eisende partij en [x] als gedaagde partij heeft de (ambtgenoot) kantonrechter bij vonnis van 30 juni 2016 [x] veroordeeld om [y] toe te laten tot zijn werkzaamheden als medewerker werkplaats, in die zin dat het [y] niet is toegestaan daarnaast privéklussen zoals bedoeld in het bedrijfsprotocol op de werkplek uit te voeren. Daaraan is geen dwangsom verbonden, omdat [x] heeft toegezegd vrijwillig aan een veroordelend vonnis te zullen voldoen.

2.15.

Vervolgens heeft [x] aan [y] gevraagd of hij bereid is in te stemmen met een vrijstelling van arbeid, in afwachting van de uitkomst van de onderhavige procedure. [y] heeft hiermee niet ingestemd en op 6 juli 2016 zijn werkzaamheden hervat.

2.16.

Kort daarna is schade ontstaan aan de privéauto van [y] . Deze auto is verzekerd bij Bovemij, waarbij reparaties verlopen via [x] . Op 13 juli 2016 is bij [x] een werkbon aangemaakt door medewerker ‘Erik’ voor ‘Schade reparatie volgens expertise voorbumper’ betreffende de privéauto van [y] . Daarop is aangegeven ‘LA_D’ (leenauto), ingepland op 18 juli 2016. De bumper is ‘hersteld en gespoten volgens taxatie’ door Beemsterboer Autoschade, die daarvoor bij factuur van 22 juli 2016 een bedrag van € 655,51 aan [x] in rekening heeft gebracht.

2.17.

Naar aanleiding van het feit dat [y] een leenauto van [x] heeft meegenomen schrijft [B] in een e-mail van 19 juli 2016 aan [y] :

“Wij krijgen de indruk dat de gemaakte afspraken nog niet duidelijk voor jou zijn, hieronder staan ze even op een rijtje:

  1. Er worden door jou geen privé klussen meer verricht.

  2. Er worden door jou geen onderdelen meer besteld of uit het magazijn gehaald, dit kan je vragen aan [c] of [d] .

  3. Er worden door jou geen eigendommen van het autobedrijf geleend of gehuurd.

  4. Het is voor jou verboden om gebruik te maken van computer en/of telefoon.

  5. Roken is toegestaan alleen in de daarvoor bestemde pauzes.”

2.18.

In een reactie hierop laat [y] (onder meer) weten dat de reparatie van zijn auto via [x] is verlopen en dat hij op kosten van de verzekeringsmaatschappij gebruik heeft gemaakt van vervangend vervoer. Verder geeft [y] te kennen dat het besluit van [x] dat hij zelf geen onderdelen meer mag bestellen of uit het magazijn halen en geen gebruik mag maken van de computer of telefoon ertoe leidt dat [y] zijn werkzaamheden niet zelfstandig kan uitvoeren. [y] verzoekt om onmiddellijke opheffing van dat besluit. Een reactie hierop van [x] blijft uit.

2.19.

Op 25 juli 2016 heeft [y] in het kader van zijn werkzaamheden als medewerker werkplaats zelf een oliefilter besteld, maar deze bestelling op naam van [d] gezet. Naar aanleiding daarvan schrijft [B] in een e-mail van 26 juli 2016 aan [y] : “Je hebt je opnieuw niet gehouden aan de regels die we hebben afgesproken en probeer dit gedrag ook te verdoezelen. Je begrijpt dat dit gedrag niet acceptabel is en ik zal dit melden aan de directie.”

2.20.

Op 1 augustus 2016 heeft [d] gezien dat [y] achter een computer zat, in het systeem van [z] . In een e-mail van 3 augustus 2016 heeft [B] aan [y] geschreven dit te zullen melden aan de directie.

3 Het verzoek

3.1.

[x] verzoekt de arbeidsovereenkomst met [y] te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (BW), in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel e BW.

3.2.

Aan dit verzoek legt [x] ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd – (ernstig) verwijtbaar handelen van [y] . Ter onderbouwing daarvan heeft [x] het volgende naar voren gebracht. [y] is in het verleden aangesproken op het niet naleven van de regels die gelden voor privéklussen. Ook na invoering van het bedrijfsprotocol, waarin duidelijk is aangegeven dat een zerotolerancebeleid wordt gevoerd en overtreding zal leiden tot beëindiging van het dienstverband, bleef [y] materialen bestellen op naam van [x] , materialen uit het magazijn gebruiken voor privéklussen en deze niet (tijdig) afrekenen. Deze handelwijze van [y] is ernstig verwijtbaar, zodat [y] niet binnen [x] herplaatst kan worden en geen recht heeft op een transitievergoeding. Verder verzoekt [x] om gelet op het ernstig verwijtbaar handelen van [y] geen rekening te houden met de voor [y] geldende opzegtermijn van vier maanden en de arbeidsovereenkomst dadelijk te ontbinden.

4 Het verweer en het tegenverzoek

4.1.

[y] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. Hij voert daartoe – samengevat – het volgende aan. [y] heeft zijn functie bij [x] altijd goed uitgevoerd en heeft goed contact met zijn collega’s. [y] kan zich vinden in het kort geding vonnis en heeft er geen behoefte aan de privéklussen weer op te pakken. Het niet meer verrichten van privéklussen vormt geen belemmering in de uitvoering van de werkzaamheden voor [x] . Vanaf 6 juli 2016 zijn er geen problemen gerezen door het niet meer toestaan van privéklussen. Het is [x] die, door de op 19 juli 2016 op grond van een ‘indruk’ opgelegde maatregel, [y] ernstig belemmert in de uitvoering van zijn werkzaamheden en een onwerkbare situatie creëert. Door deze maatregel is [y] een blok aan het been van collega’s [c] en [d] . Tijdens de vakantie van [c] werd [d] , die ook de chef werkplaatstaken op zich moest nemen, volledig belast met de ondersteuning van [y] . Dit verklaart de bestelling die [y] op 25 juli 2016 heeft gedaan. Op 1 augustus 2016 heeft [y] in het computersysteem van [z] geraadpleegd om inhoudelijke informatie op te halen over een door hem voor [x] uit te voeren reparatie. [y] heeft daarbij geen bestelling gedaan.

4.2.

Als zelfstandig tegenverzoek wordt door [y] verzocht om te bepalen dat [x] de op 19 juli 2016 opgelegde maatregel ter zake het niet gebruiken van de computer, telefoon en het niet zelf mogen ophalen van spullen uit het magazijn dient op te heffen binnen 2 dagen na de in deze zaak te wijzen beschikking, op straffe van een dwangsom. [x] voert daartegen verweer.

4.3.

Voor zover de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, verzoekt [y] bij wijze van tegenverzoek om toekenning van de transitievergoeding van € 76.000,00, omdat geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van [y] . Ook komt [x] geen beroep toe op artikel 7:671b lid 8 BW ter zake een verkorting van de regelmatige opzegtermijn. Verder verzoekt [y] om een billijke vergoeding van € 125.000,00. [x] heeft ook daartegen verweer gevoerd.

5 De beoordeling

in de zaak van het verzoek

5.1.

De kantonrechter stelt voorop dat uit artikel 7:669 lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 7:669 lid 3 BW is nader omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan. Bij regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 2015 (Stcrt. 2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).

5.2.

[x] voert aan dat de redelijke grond voor ontbinding is gelegen in het zodanig verwijtbaar handelen van [y] dat in redelijkheid niet van [x] gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door [x] in dat verband naar voren gebrachte feiten en omstandigheden echter geen redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel e, BW. Daartoe wordt het volgende overwogen.

5.3.

Om te beginnen stelt de kantonrechter vast dat door [x] geen bezwaren zijn geuit over de wijze waarop [y] gedurende ruim 26 jaar uitvoering heeft gegeven aan zijn taken als chef werkplaats en thans medewerker werkplaats. De verwijten van [x] betreffen de privéklussen van [y] , en dan met name het feit dat [y] na de invoering van het bedrijfsprotocol niet geheel heeft gehandeld overeenkomstig de daarin genoemde regels met betrekking tot de privéklussen. Nadat [y] conform het kort gedingvonnis van 30 juni 2016 weer tot het werk is toegelaten heeft het conflict tussen partijen zich uitgebreid, omdat [y] zich volgens [x] weer niet gehouden zou hebben aan voor hem geldende bedrijfsregels, hetgeen [y] betwist.

5.4.

Als vaststaand moet worden aangenomen dat [y] in de periode van 17 februari 2016 tot en met mei 2016 een aantal privéklussen heeft uitgevoerd, waarbij hij zich niet strikt heeft gehouden aan de regels van het bedrijfsprotocol. Zo heeft [y] in maart 2016 twee APK’s uitgevoerd en de kosten daarvan pas op 30 mei 2016 aan [x] betaald. Verder heeft [y] in april/mei 2016 vijf APK’s met onderhoudsbeurt uitgevoerd, waarvoor hij verzuimd heeft (overeenkomstig artikel 10 van het bedrijfsprotocol) € 2,50 in rekening te brengen, en ten behoeve waarvan hij een accu c.q. wisserbladen uit het magazijn heeft gehaald, die niet direct op de dinsdag na aanvang van de klus zijn afgerekend maar pas op 30 mei 2016. Onbetwist staat vast dat [y] in het verleden de afrekening van zijn privéklussen bundelde, en daarmee hem toekomende overwerkvergoedingen verrekende. De afrekening van de klussenlijst in mei 2016 is daarmee in lijn. Niet blijkt dat [x] door de handelwijze van [y] financieel nadeel van enige betekenis heeft geleden. Weliswaar staat in het op 17 februari 2016 door [y] ondertekende bedrijfsprotocol dat [x] een zerotolerancebeleid hanteert ten aanzien van de regels met betrekking tot privéklussen, en dat overtreding daarvan reden vormt voor beëindiging van het dienstverband, maar zoals ook de kantonrechter in kort geding overwoog moet worden aangenomen dat dit een cultuuromslag betrof. Niet is gebleken dat aan overtreding van de voordien geldende vergelijkbare regels betreffende privéklussen sancties werden verbonden, en zeker geen vergaande sancties als op non-actiefstelling of ontslag. Bovendien is er geen enkele registratie van een waarschuwing dienaangaande aan [y] na februari 2014, totdat [y] voor het eerst op 12 mei 2016 werd gewezen op overtreding van het in februari 2016 ingevoerde bedrijfsprotocol. [x] heeft vervolgens meteen ingezet op het vertrek van [y] , en nadat [y] niet instemde met het voorstel tot een vervroegd pensioen is hij op non-actief gesteld. Gezien het bedrijfsprotocol met zerotolerancebeleid is uiteraard enige sanctie, die ook zichtbaar is voor het overige personeel, op zijn plaats. Het in het vonnis in kort geding aan [y] opgelegde verbod op het verrichten van privéklussen, waarmee [y] uitdrukkelijk verklaart in te stemmen, is daartoe onder de gegeven omstandigheden toereikend. Een dergelijk verbod hindert [y] niet in de uitvoering van zijn werkzaamheden als medewerker werkplaats voor [x] . Het had op de weg van [x] gelegen om de optie tot het staken van privéklussen als sanctie op overtreding van het bedrijfsprotocol met [y] te bespreken.

5.5.

Verder verwijt [x] [y] dat hij ten behoeve van de auto van zijn zwager (een Volvo met kenteken 83-PD-FT) een accu heeft willen verduisteren, hetgeen [y] gemotiveerd betwist. [x] stelt daartoe dat [y] op 15 januari 2016 de accu voor rekening van [x] heeft besteld, daarvoor een factuur heeft opgemaakt en direct daarna een creditfactuur, waardoor de accu niet meer zichtbaar zou zijn in het systeem. Echter, de als productie 10B door [x] overgelegde print uit het systeem vermeldt zowel de factuur van € 125,91 als de creditfactuur van -/- € 125,91. Verder beroept [x] zich erop dat het formulier voor deze klus alleen de APK ten bedrage van € 10,00 vermeldt, en niet de accu. Vergelijking van de door [x] overgelegde formulieren leert echter dat in de gevallen zoals deze, waarin [y] – naast de APK – werkzaamheden heeft verricht waarvoor materialen zijn besteld, hij voor die materialen een factuur (d.d. 14 mei 2016) heeft bijgevoegd en op het formulier alleen de APK van € 10,00 heeft ingevuld. In gevallen waarin [y] kennelijk materialen uit het magazijn heeft gebruikt heeft [y] die materialen op het formulier gespecificeerd. Ook het ontbreken van de accu op het formulier vormt dus geen bewijs voor de door [x] gestelde (poging tot) verduistering. Voor de Volvo van zijn zwager heeft [y] op de klussenlijst een bedrag van € 118,05 genoteerd (en aan [x] betaald), zijnde de APK van € 10,00 plus € 108,05, het bedrag van de factuur voor de accu d.d. 14 mei 2016. Dat dit bedrag € 17,86 lager is dan het aanvankelijke factuurbedrag verklaart [y] doordat hij daarop in mindering heeft gebracht de jaarlijkse korting van [x] bij [z] . [x] heeft gelijk waar zij stelt dat [y] zich zo doende ten onrechte op voorhand een korting van € 17,86 heeft toegerekend. Anderzijds betwist [x] niet dat deze korting van [z] haar op jaarbasis toekomt.

5.6.

De verdere verwijten van [x] zien op de periode na de wedertewerkstelling van [y] per 6 juli 2016. Voor wat betreft de leenauto blijkt uit de door [y] overgelegde werkbon voldoende dat het gebruik van de leenauto in verband met de afwikkeling van een (verzekerde) schade controleerbaar voor [x] heeft plaatsgevonden. Ook is niet weersproken dat [y] op basis van de verzekeringsvoorwaarden aanspraak had op vervangend vervoer via [x] , en de kosten daarvan door de verzekeraar worden vergoed. Daarmee kan [x] niet worden gevolgd in haar stelling dat [y] zonder toestemming en medeweten van [x] een leenauto heeft meegenomen.

5.7.

[x] stelt zich op het standpunt dat [y] heeft gehandeld in strijd met voor hem geldende regels of redelijke dienstopdrachten, zoals in de onder de feiten geciteerde e-mail van 19 juli 2016 onder de aandacht van [y] gebracht. Daarmee is [y] , nadat hij op grond van het vonnis in kort geding weer tot het werk is toegelaten, door [x] compleet uitgesloten van computer- en telefoongebruik en magazijnbezoek. Het behoeft geen betoog dat met dergelijke beperkingen het uitvoeren van reparatiewerkzaamheden ernstig wordt bemoeilijkt, zo niet praktisch onmogelijk is. [y] was voor vaak kleine, feitelijke handelingen die constant nodig zijn om het werk te kunnen uitvoeren aangewezen op het inschakelen van al dan niet aanwezige collega’s. Dat [y] daarvan incidenteel, noodzakelijkerwijs afweek vormt geen ernstig verwijt tegenover [x] . Dit geldt te meer nu de door [x] gestelde aanleiding voor het aanscherpen van de regels voor [y] , te weten het zonder haar toestemming en medeweten meenemen van een leenauto, onterecht is gebleken.

5.8.

Nu het arbeidsconflict van partijen zich toespitst op de wijze waarop [y] zijn privéklussen heeft afgewikkeld, en [y] bij herhaling en ook ter zitting van 8 augustus 2016 te kennen heeft gegeven dat hij zijn normale werkzaamheden graag wil voortzetten en afziet van de mogelijkheid tot het uitvoeren van privéklussen, kan worden geconcludeerd dat daarmee de werkgeversbezwaren tegenover [y] wat dat betreft oplosbaar zijn. Daarbij is van belang dat [y] ruim 26 jaar naar verwachting heeft gefunctioneerd en nog zes jaar verwijderd is van de pensioengerechtigde leeftijd. Van een verstoorde arbeidsrelatie tussen [y] en zijn directe collega’s is geen sprake en [y] heeft een groot (financieel) belang bij voortzetting van de arbeidsovereenkomst.

5.9.

Alles afwegend, komt de kantonrechter tot de conclusie dat voor zover er sprake is geweest van verwijtbaar handelen van [y] , dit niet een zodanig gewicht heeft dat van [x] in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

5.10.

De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van [x] zal afwijzen en de arbeidsovereenkomst dus niet zal worden ontbonden.

5.11.

De proceskosten komen voor rekening van [x] , omdat zij ongelijk krijgt.

in de zaak van het tegenverzoek

5.12.

Nu de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet wordt ontbonden behoeft het (voorwaardelijk) verzoek van [y] om toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding niet meer besproken te worden. Dit verzoek wordt afgewezen.

5.13.

[y] heeft verder verzocht om te bepalen dat [x] de op 19 juli 2016 opgelegde maatregel ter zake het niet gebruiken van de computer, telefoon en het niet zelf mogen ophalen van spullen uit het magazijn dient op te heffen binnen 2 dagen na de in deze zaak te wijzen beschikking, op straffe van een dwangsom. [x] voert hiertegen aan dat de voor [y] geldende regels logisch en noodzakelijkerwijs zijn aangescherpt nadat [y] zonder medeweten en toestemming van [x] een leenauto had meegenomen. Echter zoals in de zaak van het verzoek is overwogen is gebleken dat het gebruik van de leenauto in verband met de afwikkeling van de schade aan de privéauto van [y] controleerbaar voor [x] heeft plaatsgevonden. Nu [y] afziet van de mogelijkheid tot het uitvoeren van privéklussen, niet is gesteld of gebleken dat het functioneren van [y] in zijn eigenlijke werk aanleiding vormt voor de onderhavige specifieke regels of dienstopdrachten, en [y] door deze maatregel ernstig wordt bemoeilijkt in de uitvoering van zijn normale werkzaamheden wordt het verzoek van [y] toegewezen. De kantonrechter ziet echter geen aanleiding daaraan een dwangsom te verbinden.

5.14.

De proceskosten komen voor rekening van [x] , omdat zij ongelijk krijgt. Deze kosten worden vastgesteld op nihil, gelet op de samenhang met de zaak van het verzoek.

6 De beslissing

De kantonrechter:

in de zaak van het verzoek

6.1.

wijst de verzochte ontbinding af;

6.2.

veroordeelt [x] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de [y] tot en met vandaag vaststelt op € 400,00 voor salaris gemachtigde;

6.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

in de zaak van het tegenverzoek

6.4.

bepaalt dat [x] de op 19 juli 2016 opgelegde maatregel ter zake het niet gebruiken van de computer en telefoon en het niet zelf mogen ophalen van spullen uit het magazijn moet opheffen binnen 2 dagen na heden;

6.5.

veroordeelt [x] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [y] tot en met vandaag vaststelt op nihil;

6.6.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

6.7.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gewezen door mr. P.G. Vroom, kantonrechter en op 29 augustus 2016 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter